Wanneer het paradijs even ophoudt
herinneringen aan consulaire bijstand, voorbereiding en de illusie dat het altijd goed afloopt
Recent toonden beelden de aankomst van de eerste gerepatrieerden uit het Midden-Oosten in Brussel, waar emotionele herenigingen zich afspeelden tegen de achtergrond van een aanhoudende discussie over wie de kosten op zich moet nemen. Sociale media deden gretig mee, met posts van de belastingdienst die op de luchthaven zijn fiscale vluchtelingen uit Dubai verwelkomt, en de cartoon van een gammel vluchtelingenbootje met dozijnen identieke influencers. Maar achter die beelden draait een consulaire machine op volle toeren. En die machine heeft een menselijk gezicht.
In het pre-influencer-tijdperk heb ik in die machine meegedraaid. Eerst als consul in de Verenigde Arabische Emiraten, daarna op de dienst Hulp en Bijstand van de FOD Buitenlandse Zaken. Vandaag versmelten de herinneringen aan die tijd met de nieuwsflashes van het moment. Tientallen individuele dossiers belandden in die tijd op mijn bureau. Consulaire bijstand speelt zich af op het moment dat iemand zijn kwetsbaarste ogenblikken beleeft. Dat weet ik nu.
Van klein ongemak tot echte crisis
Het spectrum is breder dan je denkt. Een verloren paspoort. Een gestolen portefeuille, met daarin foto's die geen geld waard zijn, maar alles betekenen. Een gebroken been op de skipiste. Een busongeval in the middle of nowhere. Een stoffige vulkaanuitbarsting die je vastzet terwijl je vakantie eigenlijk al voorbij is. Een oorlogsconflict dat het internationale vliegverkeer stillegt.
En dan zijn er de situaties waarvoor geen protocol bestaat. Ooit zocht ik vanuit Jordanië een bus toeristen op in Irak, tot de verantwoordelijke begeleider eindelijk reageerde. Zijn redenering: wie was ik om hun solidariteit af te remmen? Die vraag stel ik me nog altijd.
De dossiers die je bijblijven
Een minister merkte ooit op dat consulaire dossiers toch wel ‘erg menselijk’ waren. Ik heb me altijd afgevraagd wat hij daarmee bedoelde, maar mijn eigen antwoord was duidelijk: ik had net voor die menselijkheid gekozen. Niet om een komma in een internationaal verdrag te verplaatsen, maar om een mens in een dieptepunt bij te staan. Om de minister een beetje te jennen vertelde ik toen het verhaal van een gezin dat we eerder al eens vanuit het buitenland hadden gerepatrieerd: recidivisten op zoek naar de eeuwige droom. Dit keer vroeg ik me luidop af of de belastingbetaler ook alweer moest opdraaien voor hun hond.
Sommige dossiers had ik voor geen goud willen missen. Een dame belde ooit om te vragen of ze haar repatriëring niet op voorhand kon aanvragen, zodat ze nu alleen nog haar heen-ticket hoefde te boeken. Ik heb die anekdote later teruggehoord in een Frans comedy-programma. Toeval, of een universele waarheid over de menselijke natuur?
Andere dossiers bewaar je liever voor jezelf, dicht bij je hart. Verhalen van mensen in omstandigheden waarvoor niemand een plan had gemaakt, die soms afliepen met een happy end, maar soms ook eindigden in een tragedie. Achter elke repatriëring zit een verhaal dat zelden eenvoudig was.
Wat ik er wel uit meeneem
Wat wel mag blijven hangen, is deze vaststelling: Wie naar het buitenland vertrekt, doet dat bijna altijd uit nieuwsgierigheid en met goesting. Dat is wat internationale mobiliteit zo verrijkend maakt, en waarom VIW al decennia voor die mobiliteit staat.
Reizen en expatriatie bieden veel vrijheid, maar vrijheid heeft ook een praktische kant. Bij een avontuur horen een paar minder glamoureuze vragen: Ken je de risico's van je bestemming? Heb je een reisverzekering die dekt wat je denkt dat ze dekt? Weet je wie je kan bereiken als het misgaat? Ongetwijfeld duur wanneer je ze niet nodig hebt, maar heel goedkoop wanneer wel.
Consulaire bijstand is er voor wie in nood verkeert. Maar ze vervangt geen voorbereiding, noch verzekering of verantwoordelijkheidszin.
En dat ontdek je beter niet wanneer het paradijs even ophoudt