Over bevers, otters en andere dieren

Over bevers, otters en andere dieren

Deze ochtend was het grijs bewolkt en eerst dacht ik dat er sneeuw zou neerdwarrelen. Tenslotte trok rond 10 uur het wolkendek open en toonde zich de zo typische, winterse azuurblauwe hemel. Tijd voor de dagelijkse ochtendwandeling!

Dik ingeduffeld in winterjas, sjaal, muts en wanten trek ik samen met mijn Amerikaanse buurvrouw, Barbara, het bos in. We wandelen voorbij het meer waar mijn Zweedse partner, Anders, en ik geregeld even stoppen om de werkzaamheden van de plaatselijke bevers gade te slaan. Imposant om te zien welke dikke berken deze ijverige dieren kunnen omhakken. Momenteel zijn ze niet druk in de weer. Het is immers het putje van de winter.

Terwijl Barbara en ik verder door de sneeuw 'waden', denk ik aan een artikel dat ik in een plaatselijke krant las. Bevers, of tenminste de resultaten van hun bedrijvigheid, zie je vaak op het Zweedse platteland. Maar wat blijkt nu … ook de otter steekt de kop weer op! Sinds de 70-er jaren was de otter in Dalarna met uitsterven bedreigd. Een teveel aan pcb's in het landschap maakten dat hij steriel werd en zich niet meer voortplanten kon. Langzaamaan lijkt echter de populatie opnieuw toe te nemen. Er wordt geschat dat er momenteel tussen de 100 en 200 otters in onze streek gehuisvest zijn.

Al mijmerend wijst Barbara me op enkele sporen van elanden. Die zijn goed zichtbaar in een besneeuwd landschap. Een beetje verder kruisen ze met die van reeën. Ik blijf het bijzonder vinden om mijn dagelijkse leven te kunnen delen met talloze wilde dieren.

“Wat denk je, zijn dit wolfsporen?” vraagt Barbara me enkele kilometers verder, wanneer we een klein bossteegje ingedraaid zijn. Neen, dat moet een grote hond geweest zijn, die hier met zijn baas gepasseerd is.

De laatste etappe van onze wandeling leidt ons over het meer. De afgelopen dagen daalden de temperaturen 's nachts tot -20 graden Celsius en de meren, zelfs die met stromend water, liggen er dichtgevroren bij. Over de 15 cm dikke ijsmassa begeven we ons terug naar het dorp. Af en toe kraakt het onder onze voeten, maar dat vormt geen gevaar. Terug op de bosweg aanbeland, halen we de herinnering op aan de mooie vos, die gisteren, bij klaarlichte dag, onze weg kruiste in onze straat. De hond van een van de buren rook hem van ver aankomen en blafte luid. Blijkbaar doet de vossenpopulatie het ook goed.

Bij de brug in het midden van het dorp voederen een moeder en kind de eenden. Aan de rand van de brug blijft er altijd een klein stukje van het meer open. Hier zoeken de eenden 's winters hun toevlucht. Nu nog een laatste heuvel trotseren en dan belanden we weer thuis. Tijd om van een warme tas thee te genieten en daarna aan het werk te gaan.