| |
|
|
Het
oude Belgische culturele akkoord met Zuid-Afrika werd opgezegd
na de verscherping van de apartheidspolitiek en de brutale
repressie tegenover de zwarte bevolking met als dieptepunten
het beschieten van schoolkinderen in Soweto in ’76 en
de verdachte dood van anti-apartheidsstrijder Steve
Biko in ’77. “Met het opwerpen van Zuid-Afrika
als prioriteit van het Vlaams buitenlands beleid na de eerste
democratische verkiezingen in ’94 gaf Vlaanderen een
signaal dat het samenwerking zocht met de nieuwe overheid
en een breuk wilde maken met het vorige regime. In eerste
instantie was dit dan ook een politieke beslissing. Niet veel
later kwamen er ook bilaterale en culturele contacten en werd
een ontwikkelingsprogramma opgestart”, licht Yves Wantens
toe.
Wantens woont 10 jaar full time in Zuid-Afrika. Hij emigreerde
in ‘94, het jaar nul van de recente Zuid-Afrikaanse
geschiedenis, en werkte er voor verschillende ngo’s.
Eerder was hij gedurende vier jaar projectverantwoordelijke
bij Broederlijk Delen voor Centraal- en Zuidelijk-Afrika.
In die hoedanigheid bracht hij begin jaren ’90 jaarlijks
meerdere projectbezoeken aan onder meer Zuid-Afrika. Vandaag
is hij de antenne van de Vlaamse regering in Zuid-Afrika en
tevens bevoegd voor Mozambique.
ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
ALS SPEERPUNT
Worden vanuit de vertegenwoordiging in Pretoria
andere accenten gelegd dan in Parijs, Wenen of Den Haag?
Yves Wantens: Het zwaartepunt ligt eveneens op het
politieke luik. Er is een volwaardig bilateraal verdrag tussen
Vlaanderen en Zuid-Afrika met daarin alle bevoegdheden van
de Vlaamse overheid. Daarnaast richten we de schijnwerpers
op ontwikkelingssamenwerking waarin qua tijdsbesteding de
meeste energie wordt gestoken. Het derde luik van onze taak
bestaat erin het culturele beleid, weliswaar op een andere
manier dan in de vernoemde steden, te ondersteunen en vorm
te geven. Er is vooral een grote uitwisseling van artiesten
binnen de dans- en muzieksector in die mate dat ik zelfs niet
van alle activiteiten op de hoogte ben. Soms verneem ik de
komst van artiesten pas als ze alweer vertrokken zijn. Het
organiseren van grote tentoonstellingen zoals in Parijs of
Wenen is in Zuid-Afrika natuurlijk nog niet voor morgen. Geleidelijk
aan komt er wel vraag naar, maar je blijft met een ander publiek
zitten.
Helpt uw ervaring in de ontwikkelingssamenwerking
bij het uitoefenen van uw huidige functie?
Yves Wantens: Ik denk dat het een heel goede basis
is, ja. Ik ervaar er nog dagelijks de positieve gevolgen van.
Ik weet wat er leeft op het veld en vele mensen waarmee ik
vroeger samenwerkte, zijn net als ikzelf doorgegroeid. Ze
zijn terug te vinden op administraties en ministeries en exporteren
hun knowhow. Mijn vroegere collega’s maken ook deel
uit van het netwerk van de Vlaamse Vertegenwoordiging. Het
onderhouden van contacten en doorspelen van informatie zou
zeker minder vlot lopen zonder die ervaring. “Waarom
de overstap?”, vragen mensen me ook soms. Voor een stuk
evolueer je ook. In de ngo-sector begin je als een vrij grote
idealist, en dat ben ik voor een deel nog, maar ik nam op
een bepaald moment de beslissing om dat wat ruimer te zien.
Vanuit
welke positie kan men het meeste verwezenlijken? Waar is de
impact het grootst?
Wantens: Een moeilijke maar tegelijkertijd ook makkelijke
vraag. Ikzelf was vroeger vooral bezig met kleine basisprojecten.
Ik blijf achter deze visie staan want als een project goed
gepland en dito uitgevoerd wordt, is er sowieso een verbetering
van de levensomstandigheden. Verricht je anderzijds inspanningen
op regeringsniveau en je slaagt erin een project correct uit
te voeren, dan heb je natuurlijk wel een grotere impact omdat
de doelgroep veel ruimer is. Het samengaan van de twee moet
het objectief zijn. Op die kruising spelen wij een belangrijke
rol. Door het luisteren naar de Zuid-Afrikaanse overheid,
de ngo’s en rekening te houden met de Vlaamse expertise
leggen we accenten en sturen we het beleid.
Hebben projecten meer kans op slagen dankzij de directe contacten
tussen de respectieve regeringen?
Wantens: Ik ben geneigd om ja te zeggen maar dan
voornamelijk voor Mozambique. Daar worden projecten in de
gezondheidssector, die kaderen binnen het plan van de overheid
en meestal worden uitgevoerd door Vlaamse ngo’s, rechtstreeks
gefinancierd door Vlaanderen. De twee landen zijn op dit vlak
dus moeilijk te vergelijken want in Zuid-Afrika werken wij
vooral van departement tot departement en worden bepaalde
projecten uitbesteed aan een lokale ngo.
Is Zuid-Afrika hierin meer volwassen?
Wantens: Het heeft een erg sterke en zeer grote ngo-sector
wat maakt dat de samenwerking met Zuid-Afrika op een decennium
tijd een andere vorm kreeg. Een evolutie van louter toezeggen
aan Vlaamse ngo’s tot rechtstreekse hulp aan de Zuid-Afrikaanse
nationale en provinciale overheden.
ONGELIJKHEDEN BEËINDIGEN DOOR POSITIEVE DISCRIMINATIE
Vlaanderen maakte in ’94 een politiek statement door
hernieuwde contacten aan te knopen met Zuid-Afrika. Namen
ook anderen regio’s en landen deze beslissing?
Wantens: Tot ’94 was de samenwerking van de
meeste Europese landen zeer beperkt. Er was enkel het Europees
liaison office omdat de Europese Unie veel programmasteun
gaf voor de slachtoffers van het apartheidsregime.
Sindsdien is er een echte boom geweest qua ambassades - momenteel
telt Pretoria 120 diplomatieke vertegenwoordigingen - en financiële
steun voor de hervormingen en ontwikkelingssamenwerking. Na
een decennium van steun wil een aantal donoren haar prioriteiten
echter verleggen naar andere regio’s. Een paradijs is
het niet geworden maar ondanks de kloof tussen rijk en arm
is Zuid-Afrika in vergelijking andere ontwikkelingslanden
een rijk land.
Vlaanderen blijft wel resoluut voor Zuid-Afrika kiezen?
Wantens: Omdat de overheid het belang inziet van
een blijvende steun aan Zuid-Afrika. De verwezenlijkingen
in tien jaar tijd zijn groot maar men kan niet in één
decennium de gevolgen ongedaan maken van een 40 jaar durend
regime. Dat zal wel enkele generaties tijd vergen.
De Westkaap staat bekend om de grote aanwezigheid
van landgenoten. Hoe is het gesteld in Pretoria en de ruime
omgeving?
Wantens: Er is een vrij grote Belgische aanwezigheid
van zowel particulieren als zakenmensen. De cijfers liggen
net zoals voor heel Zuid-Afrika nogal uit elkaar naargelang
de bron die men raadpleegt. In de eerste vijf jaar na de apartheid
was er sprake van 30 tot 50.000 Belgen en op basis van de
inschrijvingen bij de federale verkiezingen van vorig jaar
zijn er vandaag een 15.000. Het verschil zit tussen de mensen
die effectief geregistreerd zijn en overwinteraars die nog
in België zijn ingeschreven. In die zin ligt de realiteit
ergens in het midden.
Is
het voor hen voordeliger leven in Zuid-Afrika?
Wantens: Voor iemand met een mooi salaris denk ik
echt dat de kwaliteit van leven in Zuid-Afrika beter is dan
in West-Europa. Om er zelf aan de slag te geraken is het sowieso
moeilijk. Vroeger was dat geen enkel probleem. De segregatiepolitiek
van het vorige regime hield ook in dat zoveel mogelijk blanke
mensen tegen goede voorwaarden werden aangetrokken. Vele middenklassers
die de voorbije decennia uitweken zien anno 2004 zwarte sneeuw.
Zij werden South-African-resident en worden betaald in randen.
Dit schept problemen omdat de Rand een erg schommelende munt
is en heel wat van haar waarde verloor.
Voor vele westerlingen is Zuid-Afrika het walhalla
maar toch kampte het land de voorbije jaren met een heuse
exodus. Hoe is dat te verklaren?
Wantens: Vóór ’94 zette het niet
weten wat er zou gebeuren met Zuid-Afrika veel jonge mensen
aan tot vertrekken naar Australië, Nieuw-Zeeland en Europa.
De overgang naar democratie verliep dan wel goed maar de brain
drain of hersenvlucht bleef. De oorzaken zijn de criminaliteit,
het hogere inkomen elders en agressieve campagnes van Australië,
Nieuw-Zeeland en Canada om hooggeschoolden aan te trekken.
En toch is er licht aan het einde van de tunnel want begin
januari was het saldo voor het eerst positief.
Welke rol speelt black empowerment of positieve discriminatie
van de zwarte Zuid-Afrikanen hierin?
Wantens: Binnen de blanke bevolkingsgroep - want
ook zwarte dokters, verpleegsters en ingenieurs kiezen het
met hoge salarissen geplaveide hazenpad – is dat natuurlijk
een extra drijfveer. Er is namelijk een duidelijk beleid om
zwarte bedrijven te stimuleren en voorrang te verlenen aan
niet-blanke kandidaten bij het invullen van kaders en administraties
in bedrijven. Ik kan me goed inbeelden dat bepaalde jonge
blanken vrezen geen kans meer te maken op de arbeidsmarkt.
Je hoort dan wel eens “De beste persoon voor de job
zou de job moeten krijgen!” maar de hele affirmative
action en black economic empowerment zijn natuurlijk
beleidsprioriteiten voor de overheid. Ze zullen immigranten
een werkaanbieding verschaffen als er voor die bepaalde positie
geen lokaal iemand gevonden wordt. Toch is ook hier een versoepeling
merkbaar. Tot voor kort moest een werkvergunning aangevraagd
en verkregen worden vóór het vertrek terwijl
er nu de mogelijkheid geboden wordt de markt te verkennen.
Komt het erop neer dat de bestuurlijke benoemingen
als reactie op de apartheid noodzakelijk zijn in zoverre dat
ze op lange termijn het land niet ten gronde richten?
Wantens: Voilà. We zitten tenslotte met een
blanke minderheid die nog geen tien procent van de bevolking
uitmaakt maar veruit de beste scholing genoot en alle kaderfuncties
inneemt. Zonder interventie van de overheid is de creatie
van een humaan economisch systeem met zelfstandigheid en herverdeling
van betaalde arbeid erg moeilijk. De meest gegeerde jobs zullen
weer exclusief blanken toekomen en het langzame tempo waarmee
de kleurlingen progressie maken, wordt afgeremd. Dat die overheidsaanpak
niet eeuwig is, spreekt voor zich. Op een bepaald ogenblik
zal men de hervormingen moeten afsluiten en affirmative action
doorheen een andere bril moeten bekijken. De economic empowerment
naar zwarte bedrijven toe daarentegen mag mijns inziens nog
wat langer duren. Om een economisch stabiel land te bekomen,
moet er immers ook een zwarte middenklasse komen.
Koen Van der Schaeghe
|