Een pyjama om wiegendood bij baby’s te voorkomen. Toegegeven, niet echt het eerste waar u aan denkt bij het horen van het woord ruimtevaart. Het grote publiek denkt al vlug aan experimentele of zuiver wetenschappelijke ruimteprojecten. Maar ruimtevaart is veel meer; bijvoorbeeld die pyjama die ontwikkeld werd in samenwerking met de ESA, de Europese Ruimtevaartorganisatie.

Misverstanden voldoende en daar weet Dr. Walter Thiebaut alles van. De Vlaamse Brusselaar is adjunct-directeur administratie van de ESA. Thiebaut leidt er het Administrative Management and Education Department. Hij is verantwoordelijk voor verschillende diensten waaronder het departement Opvoeding & Vorming. Eén van zijn opdrachten is jongeren warm te maken voor de ruimtevaart. En dan gaat het om meer dan bemande ruimtevluchten, nieuwe werelden, kunstmanen en andere tot de verbeelding sprekende jongensdromen. Enthousiasmeren voor alle aspecten die komen kijken bij dagelijkse ruimtevaarttoepassingen als communicatie, navigatie, plaatsbepaling, weersvoorspelling, water– en milieubeheer en televisie. Ruimtevaart bezorgt ons kennis op vele gebieden, vaak onvermoede applicaties dichtbij huis. Vele studies kunnen leiden tot een carrière binnen de ruimtevaart. Zelf is Thiebaut jurist en doceert als dusdanig ook ruimterecht aan de K.U. Leuven. Maar in grote getale blijft een loopbaan natuurlijk weggelegd voor ingenieurs en daar wringt het schoentje. “Het is een publiek geheim dat er onvoldoende ingenieursstudenten zijn. Over enkele jaren zal dit in verschillende sectoren, niet enkel de ruimtevaart, voor tekorten zorgen. Onze Amerikaanse tegenhanger NASA kampt met hetzelfde probleem. Ook daar worden nieuwe initiatieven uit de grond gestampt ter bevordering van de belangstelling voor ruimtevaartstudies.”

Wat kunnen jullie als organisatie concreet ondernemen?
Walter Thiebaut:
Het is niet de rol van de ESA om op de deur van het kabinet Onderwijs te gaan kloppen en er een opleiding of cursus ruimtevaart te eisen. Wij kunnen moeilijk beïnvloeden wat de scholen en universiteiten aanbieden. Wel kan ruimtevaart jonge mensen laten dromen en aldus belangstelling opwekken voor wetenschappelijke en technologische studies.

Hoe prikkelen jullie concreet die interesse?
Thiebaut:
Voor de kleinsten onder ons werkt de ESA samen met uitgevers om hen via schoolboeken, stripverhalen en spelletjes onbewust in te wijden in de ruimtevaart. Middelbare scholieren trachten wij via hun leerkrachten te bereiken. Daarvoor werd Physics on Stage in het leven geroepen, een initiatief waarbij drie gezagdragende Europese organisaties (Naast de ESA zijn dit CERN, European Organization for Nuclear Research & ESO, European Southern Observatrory, kvds) de koppen bij elkaar steken en een 400-tal Europese leerkrachten uitnodigen om samen met professionelen van ideeën te wisselen omtrent het implementeren van ruimtevaart in het lessenpakket. Samen met mijn diensten opper ik ook het plan om alle Europese middelbare scholen de mogelijkheid te geven een ESTEC-ingenieur uit te nodigen als spreker. ESTEC, het in het Nederlandse Noordwijk gevestigde European Space Research & Technology Centre, maakt deel uit van de ESA.

Bestaat er dan zoiets als een Dirk Frimout -of Frank De Winne-effect?
Thiebaut:
Absoluut. Breng Frank De Winne naar de klas en je hebt prijs. Zowel bij kleine kinderen als universiteitsstudenten. Ik mocht het zelf ondervinden. Ruimterecht is een keuzevak in Leuven gevolgd door circa vijftien studenten. Na De Winnes missie naar het ISS (International Space Station) nodigde ik hem uit als spreker. Niet minder dan 800 studenten had ik voor zijn voordracht.

Is het organiseren en meewerken aan parabolische vluchten - waar universitaire studenten de mogelijkheid krijgen om bepaalde testen bij gewichtloosheid uit te voeren – ook een manier om de interesse aan te wakkeren? (Zie foto)
Thiebaut:
Jazeker. Jaarlijks wordt een dergelijke campagne op poten gezet waardoor jongeren zelf toegepast onderzoek kunnen uitvoeren: concreet experimenteren met de gevolgen van de zwaartekracht. Daarenboven nodigen we ook elk jaar jongeren uit om deel te nemen aan congressen omtrent ruimtevaart. Een aantal van deze briljante studenten werkt zelfs gezamenlijk aan een echte satelliet die over twee jaar zal gelanceerd worden. Die geselecteerde studenten zijn ieder persoonlijk verantwoordelijk voor een bepaald onderdeel en komen één tot twee maal per jaar samen in ESTEC. Daar worden vorderingen en problemen besproken met onze ESTEC-ingenieurs.

In Vlaanderen bestaat een postuniversitaire cursus lucht –en ruimtevaart. In Nederland werd voor een opleiding binnen de studies van burgerlijk ingenieur gekozen. Geniet een dergelijke rechtstreekse vorming zoals in Delft geen voorkeur?
Thiebaut: Beide hebben voordelen. Zo is de Vlaamse opleiding interuniversitair opgevat waardoor men een breder draagvlak krijgt. Maar ook in Vlaanderen beweegt er iets. Professor Jan Wouters, verbonden aan de K.U. Leuven, vat het plan op om een Centrum voor Ruimteactiviteiten te maken. Zijn opzet is deskundigen van de verschillende, bij ruimtevaart betrokken, faculteiten zoals geneeskunde, rechten, ingenieur,… samen te brengen. Dit plan zou naar studenten toe een interessantere en snellere uitwisseling van informatie en ervaring mogelijk maken
.
RUIMTEVAARTBELEID
Een Europa zonder eigen defensiebeleid zal steeds minder meetellen in de wereld van de 21ste eeuw. Dat is wat onder meer federaal premier Verhofstadt en andere Europese leiders zeggen. Deelt u dat standpunt inzake het ruimteprogramma?
Thiebaut:
Als Europa een wereldmacht wil zijn, moet het zowel wetenschappelijk, economisch als militair onafhankelijk zijn. Willen wij autonoom van de VS een defensiepolitiek voeren bijvoorbeeld, dan zijn eigen satellieten noodzakelijk. Een ongebonden defensie kan niet zonder een eigen ruimteprogramma. Hoewel de ESA een organisatie is voor vredelievende doeleinden, moet je die conclusie durven trekken.
Daar ruimtevaart nog steeds een fascinerende materie is, is ze ook maatschappelijk erg belangrijk geworden. Ik hoorde ooit een Europese minister zeggen: “Waarom zou ik geld geven voor een weersatelliet, ik heb toch elke avond mijn beelden op televisie?” Mensen beseffen niet dat het beeld dat ze elke avond op hun scherm zien, een opname van een satelliet is, ontwikkeld en gebouwd door ESA. Dat inzicht groeit echter net zoals het besef dat een toenadering tussen de ESA en de Europese Unie noodzakelijk is voor de synergie tussen beide instellingen.

Sinds meer dan 25 jaar wordt het Belgisch ruimtevaartbeleid vooral gevoerd via de ESA. Mogen wij trots zijn op onze inbreng ?
Thiebaut:
Ik moet zeggen dat België via het vrijmaken van de nodige financiële middelen een benijdenswaardige positie binnen de ESA bekleedt. Wij zijn vandaag de vijfde grootste ESA-lidstaat. Ons land is trouwens altijd een fervente supporter geweest van de ruimtevaart en droeg op crisismomenten, bijvoorbeeld bij de samensmelting van twee organisaties tot de ESA, meer dan haar steentje bij om tot een oplossing te komen. Bovendien biedt ons beleid, en dat mag ook eens gezegd worden, steeds nieuwe kansen aan zowel wetenschappelijke, technologische als commerciële actoren van onze ruimtevaartsector.

Meer info:
http://www.esa.int & http://www.estec.esa.nl
http://www.kuleuven.ac.be
http://www.lr.tudelft.nl


Koen Van der Schaeghe

THUIS BIJ VIP

Walter Thiebaut woont al meer dan 30 jaar in Parijs en is er sinds 1997 voorzitter van Vlamingen in Parijs (VIP), de lokale vereniging geaffilieerd bij VIW.

Hoe bevalt u het leven in Parijs?
Thiebaut:
Ik heb het hier erg naar mijn zin. Maar ik doe zoals alle Parijzenaars. Velen hebben een buitenverblijf, weinigen blijven hier meerdere weekends zitten. En mijn buitenverblijf ligt in België. Om de veertien dagen trekken mijn echtgenote en ik ernaar toe. En als ik gepensioneerd ben, wat niet zo lang meer duurt, wordt ons buitenverblijf onze thuis. Werken in Parijs is moeilijk te omschrijven… Je hebt mensen die nooit echt uitgeweken zijn, zij die in het midden van de week naar huis gaan. Maandagochtend komen zij toe, woensdagavond gaan zij thuis slapen om donderdagochtend weer terug te komen en om in het weekend weer thuis te zijn. Men kan bijna in België blijven wonen en hier komen werken.

Tot die laatste groep behoort u zeker niet want daarvoor hebt u teveel bezigheden naast het werk, u bent namelijk voorzitter van Vlamingen in Parijs. Weerspiegelt het feit dat Parijs zowel een leefstad als een werkstad is zich ook in jullie leden?
Thiebaut:
Toch wel. Niet iedereen heeft behoefte aan een organisatie als de onze maar dat neemt niet weg dat wij momenteel 169 families tot onze leden mogen tellen: een gevarieerd publiek gaande van jonge gezinnen met kinderen die hun gading vinden op sinterklaasfeesten, over tweeverdieners zonder jonge kinderen, die wij op diners, fietstochten en dergelijke mogen ontmoeten tot minder kapitaalkrachtigen die dan weer hun gading vinden bij museabezoeken. Sommigen vind je natuurlijk altijd en overal. Gelukkig maar want het organiseren van activiteiten vergt veel tijd.

Wat zoeken Vlamingen die in minder dan anderhalf uur in Brussel staan bij een Vlaamse vereniging in Parijs?
Thiebaut:
Contact en amusement: samen met landgenoten Nederlands spreken, een frisse pint drinken en zich cultureel verrijken. Zoals meerdere leden ben ik werkzaam in een internationale organisatie en spreek ik van de hele dag geen Nederlands. Ik heb hier vrienden van verschillende nationaliteiten maar als ik op een vergadering een Vlaming zie, is er sowieso een speciale band. Waarom? Je voelt op je gemak, je kunt je eigen taal spreken. Onlangs werd een zestigjarige dame lid. Toevallig ontdekte ze ons bestaan. Reeds dertig jaar woonde ze in Frankrijk en ze had sindsdien geen Nederlands meer gesproken. Nu is ze zielsgelukkig. Mensen komen ook voor traditie, sinterklaasfeesten en dergelijke. Sinterklaas bestaat hier niet, enkel Père Noël.


(Foto: Marie-Jeanne Demoortel (VIP-secretariaat) en Vlaams astronaut Frank De Winne tijdens het VIP-Lentefeest 2003)

Is VIP goed ingebed in het Parijse verenigingsleven?
Thiebaut:
Zonder overdrijven: ja! Vijfendertig jaar is niet niets. Als je dan weet dat vele stichtende leden, waaronder de vroegere financieel directeur en directeur van Agfa-Gevaert nog steeds actief lid zijn, dan betekent dat toch iets. Onlangs was de koning op officieel staatsbezoek en werd hij ook ontvangen op het Parijse stadhuis. Het geeft ons als organisatie veel voldoening dat de stad Parijs mij als VIP-voorzitter uitnodigde voor de privé-receptie met ons staatshoofd.

Is de toekomst van VIP verzekerd?
Thiebaut: De jongeren staan klaar. (Interview met VIP-Jongeren) VIP-Junior heten ze en met Patrick van Rosendaal hebben ze een erg actieve jongen in hun rangen. Soms zijn ze wat onnauwkeurig en voortvarend in hun uitspraken, maar dat wijt ik aan het enthousiasme van de jeugd en bedek ik met de mantel van de liefde.

Meer info: http://www.vipinfo.be