|
|
| VERTREKKEN
| NATIONAAL
| INTERNATIONAAL
| WERKEN
| JONGEREN
| NOSTALGIE
|
 |
 |
 |
 |
| |
|
|
|
| |
|
|
Met
Walter Moens reikt Vlaanderen naar het Oosten |
| |
|
|
Naast
de zuidelijk gelegen eilanden Cyprus en Malta, breidt de unie
uit richting Oosten. Uitbreiding of hereniging. Voor sommigen
is de historische connotatie van de woordkeuze erg belangrijk:
vele Centraal-Europeanen zien 1 mei als een terugkeer naar
het Europa waar ze zich steeds verwant mee voelden. Een éénmaking
na een vier decennia durende traumatische bezetting. Alle
blikken zullen vanuit het nieuwe Europa op Brussel gericht
zijn, doch voor de huidige 15 is het vooral zaaks zich naar
het Oosten te wenden en nauwe banden te sluiten met de nieuwkomers.
Ook Vlaanderen erkent de nood aan een duidelijke aanwezigheid
in Centraal-Europa en stelde in 2001 Walter Moens aan als
Vertegenwoordiger van de Vlaamse regering voor huidig EU-lid
Oostenrijk en de twee nieuwkomers Hongarije en de Tsjechische
Republiek.
A
Flamand kormány képviselöje, Zástupce
vlámské vlády, Repräsentant der
Flämischen Regierung, respectievelijk Hongaars, Tsjechisch
en Duits, staat er naast de Vlaamse functiebenaming op zijn
kaartje te lezen. Moens opereert vanuit de Oostenrijkse hoofdstad
Wenen. VIW zocht hem eind december op. Wenen in de kerstperiode…
er zijn minder leuke plaatsen om te vertoeven. Zo moeten ook,
bijna-Europeanen, de Hongaren gedacht hebben. Bij de jongste
kerstinkopen hebben de Hongaren die langs de grens met Oostenrijk
wonen zo’n veertig miljoen euro uitgegeven in Oostenrijk.
Dat is dubbel zoveel als de Oostenrijkers in het goedkopere
Hongarije spendeerden. Een zeer klein maar niettemin duidelijk
bewijs dat de nieuwelingen ons niet alleen handenvol geld
zullen kosten maar ons ook heel wat kunnen opleveren. |
| |
|
|
GEEN BESCHEIDENHEID
|
| |
|
|
”Heeft Vlaanderen nog niet door dat de monarchie is afgeschaft”,
kreeg Walter Moens wel eens te horen. Het blijkt voor Tsjechen
en Hongaren soms een probleem dat Moens vanuit Wenen opereert.
Anno 2004 is Oostenrijk een dwerg binnen de grote EU, maar Wenen
was ooit de hoofdstad van een groot imperiaal rijk. Oostenrijk,
Hongarije en de Tsjechische Republiek vormen vandaag bijna die
hele voormalige monarchie. “De oorspronkelijke bedoeling
was en is nog steeds dat Wenen de poort is naar Centraal-Europa.
De afstanden zijn kleiner en ik kan korter op de bal spelen
maar psychologisch ligt het niet zo makkelijk. De Hongaren en
Tsjechen zijn gevoelig voor hun geschiedenis. Mede daarom zijn
er plannen om kortelings ook een antenne te openen in Praag.
Wij hebben dan een Praags adres en een Tsjechische medewerk(st)er.
Aan dat direct contact hechten wij veel belang. Wij benaderen
de mensen trouwens zoveel mogelijk in hun eigen taal. Zij zijn
terecht erg fier op hun eigen taal.”
”Oostenrijkers, Hongaren en Tsjechen hebben een gezamenlijke
geschiedenis, maar vanuit een ander perspectief. De eerste twee
waren heren en de laatste had meer een onderdanenmentaliteit.
Dat heeft gevolgen voor hoe men zaken benadert. De Tsjechen
zijn in hun houding tegenover de staat misschien meer verwant
met de Vlamingen. Een Oostenrijker is fier op zijn staat en
gehecht aan de centrale macht. De Hongaar is een (soms overmoedige)
strijder met een zeer uitgesproken en manifest zelfbewustzijn.
Hoewel de Hongaren trots zijn dat zij tot de supranationale
EU mogen behoren, was een Hongaar nooit meer Hongaar dan vandaag.
Hetzelfde geldt voor een Tsjech.” Voor Walter Moens is
het belangrijk het evenwicht te vinden tussen de normen van
zijn gesprekspartners en het uitspelen van het Vlaamse enthousiasme:
“Ik ben wat dat betreft geen bescheiden vertegenwoordiger,
maar wel iemand die rekening houdt met de mensen en hun verwachtingen.
Niet door mij zelf als een kameleon te veranderen, maar vertrekkend
vanuit onze krachten.”
Laat mij even de advocaat van de duivel zijn. Vele landgenoten
denken ongetwijfeld: “Veel geblaat maar weinig wol”.
Kan u hen van het tegendeel overtuigen?
Walter Moens: Vlaanderen dient aanwezig te
zijn, moet zich profileren in de nieuwe lidstaten van de Unie.
Wij zijn niet de enigen die zich oriënteren op het Oosten.
En als deelstaat is dat minder makkelijk dan als natie, maar
het kan. Als ik even de vergelijking mag maken met de Duitse
Länder, dan merk ik dat zij veel meer belang hechten aan
ministeriële zendingen, dat gebeurt bij ons te weinig.
Onze eigenheid verkopen kan ik ook als Vlaamse diplomaat: werkbezoeken
om bv. de eigen Vlaamse projecten voor Centraal- en Oost-Europa
in hun Vlaams overheidsperspectief te plaatsen (Vlaams peterschap
van lokale bedrijfsleiders in Moravië en Oost-Hongarije,
milieubeheer of bouwmanagement in Hongarije, waterzuivering
in de Tsjechische Republiek), en uiteraard ook de ondersteuning
van de culturele inbreng… Maar politiek zijn wij te weinig
aanwezig. Profileren staat niet gelijk aan profiteren. Ministeriële
zendingen worden soms bekeken als het weggooien van geld. Maar
dat is absoluut onwaar. Het zijn de persoonlijke contacten en
de heldere aanwezigheid die ons gewicht in de nieuwe lidstaten
vergroten. Dan zullen zij ons wel kennen! |
| |
|
|
LANGS DE KEUKENDEUR EN DE CULTUUR
|
| |
|
|
Bereidt Vlaanderen zich uw inziens goed voor op de uitbreiding
van de Unie?
Moens: Een Vlaamse bedrijfsleider zei mij ooit
“Wij zijn niet met de grote glamour binnengetreden maar
langs de keukendeur.” Wij hebben daar met wat wij te bieden
enorm veel geïnvesteerd en wij hebben dat goed gedaan.
De Vlaamse overheid heeft door het langjarige programma van
samenwerkingsprojecten veel goodwill gecreëerd. Wat er
mij ontbreekt, is dat we dat ook zo laten zien en vermarkten.
Maar Vlaanderen heeft geen tulpen noch oranje. Heel Centraal-Europa
kent Nederland. Zij manifesteren zich met hun corporate identity
maar vaak met een bescheidenere inhoud. Wij moeten ons meer
en coherent manifesteren en presenteren. In een streek waar
bepaalde economische projecten lopen ook lezingen organiseren,
politici uitnodigen, iets cultureels op poten zetten,…
Maar spreekt u dáármee het grote publiek aan?
Een publiek dat makkelijker te bereiken is met tulpen en oranje.
Moens: Als wij dat goed organiseren bereiken
wij daarmee de media en creëren wij een label: aha Vlámské
of aha Flamand. Persoonlijk vind ik dat erg belangrijk. Een
concreet voorbeeld: in de Tsjechische regio Moravië vinden
in 2005 een aantal interessante cultuurmanifestaties met een
Vlaamse tint plaats: zowel op het vlak van onze Vlaamse meesters
als een muziekfestival met Vlaamse polyfonisten. Wij zullen
dit als kapstok gebruiken om ook onze economische, universitaire
als maatschappelijke projecten te doen kennen… men zal
weten waar men Vlaanderen in de Tsjechische Republiek kan vinden.
En wat is daarin uw persoonlijke rol, mijnheer Moens?
Moens: Eén van mijn belangrijkste taken
is een netwerk op te bouwen bij decision makers, organisatoren,
interessante sleutelfiguren en hen in contact te brengen met
Vlaamse gesprekspartners. Daarbij kan in Centraal-Europa cultuur
een belangrijke hefboom zijn. Cultuur hoeft daarbij echt niet
ten dienste te staan van de economie, maar het geeft meteen
aanzien, als we het maar goed bekend maken, én het opent
vele deuren, in heel wat, ook diplomatieke en politieke kringen.
Zo heeft onze aanwezigheid bij de grote tentoonstellingen met
Vlaamse thematiek in het Kunsthistorisch Museum te Wenen heel
wat opgeleverd en ons actieterrein gevoelig doen uitbreiden.
Waar zou u België/Vlaanderen situeren in het Europese
peloton qua bekendheid en aanwezigheid in de nieuwe lidstaten?
Moens: Het onderscheid tussen ons kennen en
ons kennen doordat we er aanwezig zijn is wezenlijk. Voor de
voormalige Oostbloklanden is het niet langer Moskou maar Brussel
waar alle ogen op gericht zijn. Zij weten wel degelijk waar
dat ligt. Anders is het gesteld met onze faam. België en
onze diplomatie hebben een reputatie van degelijkheid maar ook
van wazigheid. Wij hebben geen herkenningsboei, geen flash.
Het koningshuis ja, als de koning komt, dan zal men het geweten
hebben. Maar voor het overige? Onze pralines en ons bier, daarmee
is het wellicht gezegd.
Kijk opnieuw naar de Nederlanders: de bank ING (Internationale
Nederlanden Groep) heeft als symbool de oranje Hollandse leeuw.
Die verbinding wordt misschien niet altijd onmiddellijk gemaakt
maar die is er wel. KBC, dat toch een Vlaamse bankinstelling
is, heeft bewust (dat heeft niets met politiek te maken) gekozen
om niet als buitenlandse, in casu Belgische of Vlaamse, bank
actief te zijn maar als een Tsjechische, Slowaakse of Hongaarse
bank.
Waar zou u persoonlijk de voorkeur aan geven?
Moens: Dat is een bedrijfsstrategie waarover
ik niet te oordelen heb. Een bedrijf moet winst maken en zal
dus wel weten wat het doet. Ik zeg enkel dat de ene aanpak gevolgen
heeft voor de globale zichtbaarheid van een land en de andere
minder. De Tsjechische en Slowaakse filialen van KBC zullen
wij nooit identificeren met België of Vlaanderen. Het enige
waarmee wij wel als expliciet Belgisch naar buiten treden is
ons bier. Interbrew manifesteert zich duidelijk als Belgisch
bedrijf met in het kielzog de Belgian Beer Cafés.
Maar zoals gezegd, we hebben vanuit Vlaanderen zoveel meer expertise
te bieden aan de nieuwe lidstaten, ik vermeld nog ons sociaal
model, de zorg voor gehandicapten, de organisatie van de welzijnszorg,
de kwaliteit van het (talen)onderwijs enz. Wat we zélf
als Vertegenwoordiging daar nog aan doen: via e-mail een nieuwsbrief
versturen met Vlaamse actualiteiten in de Tsjechische Republiek
en in Hongarije én een goede cultuurkalender verspreiden
in de drie landen. |
| |
|
|
MORAVIË
|
| |
|
|
Tot slot een totaal andere vraag. Het groeiend reisgemak dat
de hereniging tot gevolg heeft, zal veel West-Europeanen ertoe
brengen de charmes van Centraal-Europa te ontdekken? Welke regio
zou u hen aanraden?
Moens: Ongetwijfeld Moravië. Het is het
kleine broertje in de Tsjechische Republiek naast Bohemen en
relatief onbekend. Reizigers gaan naar Praag en naar het zuiden.
Voor Moravië moeten ze de heuvels over en dat ligt al wat
ver. Brno, de hoofdstad van Moravië, ligt amper op een
uur rijden van Wenen. Het is een prachtige heuvelachtige streek
met erg veel bezienswaardigheden en dromerige dorpen. De glooiende
hellingen zijn de excellente bodem voor een zeer goede wijn,
vergelijkbaar met de Oostenrijkse. De vele kastelen halen een
architecturaal hoog niveau. Vooral het paleis van de bisschoppen
van Ollmütz in Kremsier is een absolute aanrader. Het heeft
ook een kleine maar prachtige collectie Vlaamse kunst: Van Dijck,
Rubens,… |
| |
|
|
Koen Van der
Schaeghe |
| |
|
|
|
| |
|
|
©
Vlamingen in de Wereld |
|