HOME | VIW.THUIS |
 

[COÖRDINATEN]

Walter Moens
Vertegenwoordiger van de Vlaamse regering in Wenen [bevoegd voor Oostenrijk, de Tsjechische Republiek & Hongarije]

Mariahilfer Strasse 121b, A-1060 Wien

Tel.: +43 15960960

E-mail: flanders.gov.vienna
@atnet.at




Het verblijf van Vlamingen in de Wereld in Wenen kwam tot stand in samenwerking met de Oostenrijkse Dienst voor Toerisme in Brussel.
Postbus 700, B-1050 Brussel
Tel.: +32 2 646010
www.austria.info/be



















































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN | JONGEREN | NOSTALGIE
       
 

 
Met Walter Moens reikt Vlaanderen naar het Oosten
 
 
Minister Paul Van Grembergen (l) en Walter Moens voor de Weense opera. Van Grembergen opende eind december in Wenen de toptentoonstelling 'Die Flämische Landschaft' in het befaamde Kunsthistorisch Museum'       Naast de zuidelijk gelegen eilanden Cyprus en Malta, breidt de unie uit richting Oosten. Uitbreiding of hereniging. Voor sommigen is de historische connotatie van de woordkeuze erg belangrijk: vele Centraal-Europeanen zien 1 mei als een terugkeer naar het Europa waar ze zich steeds verwant mee voelden. Een éénmaking na een vier decennia durende traumatische bezetting. Alle blikken zullen vanuit het nieuwe Europa op Brussel gericht zijn, doch voor de huidige 15 is het vooral zaaks zich naar het Oosten te wenden en nauwe banden te sluiten met de nieuwkomers. Ook Vlaanderen erkent de nood aan een duidelijke aanwezigheid in Centraal-Europa en stelde in 2001 Walter Moens aan als Vertegenwoordiger van de Vlaamse regering voor huidig EU-lid Oostenrijk en de twee nieuwkomers Hongarije en de Tsjechische Republiek.

A Flamand kormány képviselöje, Zástupce vlámské vlády, Repräsentant der Flämischen Regierung, respectievelijk Hongaars, Tsjechisch en Duits, staat er naast de Vlaamse functiebenaming op zijn kaartje te lezen. Moens opereert vanuit de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. VIW zocht hem eind december op. Wenen in de kerstperiode… er zijn minder leuke plaatsen om te vertoeven. Zo moeten ook, bijna-Europeanen, de Hongaren gedacht hebben. Bij de jongste kerstinkopen hebben de Hongaren die langs de grens met Oostenrijk wonen zo’n veertig miljoen euro uitgegeven in Oostenrijk. Dat is dubbel zoveel als de Oostenrijkers in het goedkopere Hongarije spendeerden. Een zeer klein maar niettemin duidelijk bewijs dat de nieuwelingen ons niet alleen handenvol geld zullen kosten maar ons ook heel wat kunnen opleveren.
     

GEEN BESCHEIDENHEID
     
”Heeft Vlaanderen nog niet door dat de monarchie is afgeschaft”, kreeg Walter Moens wel eens te horen. Het blijkt voor Tsjechen en Hongaren soms een probleem dat Moens vanuit Wenen opereert. Anno 2004 is Oostenrijk een dwerg binnen de grote EU, maar Wenen was ooit de hoofdstad van een groot imperiaal rijk. Oostenrijk, Hongarije en de Tsjechische Republiek vormen vandaag bijna die hele voormalige monarchie. “De oorspronkelijke bedoeling was en is nog steeds dat Wenen de poort is naar Centraal-Europa. De afstanden zijn kleiner en ik kan korter op de bal spelen maar psychologisch ligt het niet zo makkelijk. De Hongaren en Tsjechen zijn gevoelig voor hun geschiedenis. Mede daarom zijn er plannen om kortelings ook een antenne te openen in Praag. Wij hebben dan een Praags adres en een Tsjechische medewerk(st)er. Aan dat direct contact hechten wij veel belang. Wij benaderen de mensen trouwens zoveel mogelijk in hun eigen taal. Zij zijn terecht erg fier op hun eigen taal.”

”Oostenrijkers, Hongaren en Tsjechen hebben een gezamenlijke geschiedenis, maar vanuit een ander perspectief. De eerste twee waren heren en de laatste had meer een onderdanenmentaliteit. Dat heeft gevolgen voor hoe men zaken benadert. De Tsjechen zijn in hun houding tegenover de staat misschien meer verwant met de Vlamingen. Een Oostenrijker is fier op zijn staat en gehecht aan de centrale macht. De Hongaar is een (soms overmoedige) strijder met een zeer uitgesproken en manifest zelfbewustzijn. Hoewel de Hongaren trots zijn dat zij tot de supranationale EU mogen behoren, was een Hongaar nooit meer Hongaar dan vandaag. Hetzelfde geldt voor een Tsjech.” Voor Walter Moens is het belangrijk het evenwicht te vinden tussen de normen van zijn gesprekspartners en het uitspelen van het Vlaamse enthousiasme: “Ik ben wat dat betreft geen bescheiden vertegenwoordiger, maar wel iemand die rekening houdt met de mensen en hun verwachtingen. Niet door mij zelf als een kameleon te veranderen, maar vertrekkend vanuit onze krachten.”

Laat mij even de advocaat van de duivel zijn. Vele landgenoten denken ongetwijfeld: “Veel geblaat maar weinig wol”. Kan u hen van het tegendeel overtuigen?
Walter Moens: Vlaanderen dient aanwezig te zijn, moet zich profileren in de nieuwe lidstaten van de Unie. Wij zijn niet de enigen die zich oriënteren op het Oosten. En als deelstaat is dat minder makkelijk dan als natie, maar het kan. Als ik even de vergelijking mag maken met de Duitse Länder, dan merk ik dat zij veel meer belang hechten aan ministeriële zendingen, dat gebeurt bij ons te weinig. Onze eigenheid verkopen kan ik ook als Vlaamse diplomaat: werkbezoeken om bv. de eigen Vlaamse projecten voor Centraal- en Oost-Europa in hun Vlaams overheidsperspectief te plaatsen (Vlaams peterschap van lokale bedrijfsleiders in Moravië en Oost-Hongarije, milieubeheer of bouwmanagement in Hongarije, waterzuivering in de Tsjechische Republiek), en uiteraard ook de ondersteuning van de culturele inbreng… Maar politiek zijn wij te weinig aanwezig. Profileren staat niet gelijk aan profiteren. Ministeriële zendingen worden soms bekeken als het weggooien van geld. Maar dat is absoluut onwaar. Het zijn de persoonlijke contacten en de heldere aanwezigheid die ons gewicht in de nieuwe lidstaten vergroten. Dan zullen zij ons wel kennen!
     

LANGS DE KEUKENDEUR EN DE CULTUUR
     
Een sfeerbeeld van Wenen.  Als voormalig directeur 'Cultuur' bij de 'Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest' heeft Moens heel wat bagage en contacten die hem in Wenen goed van pas komen. Bereidt Vlaanderen zich uw inziens goed voor op de uitbreiding van de Unie?
Moens: Een Vlaamse bedrijfsleider zei mij ooit “Wij zijn niet met de grote glamour binnengetreden maar langs de keukendeur.” Wij hebben daar met wat wij te bieden enorm veel geïnvesteerd en wij hebben dat goed gedaan. De Vlaamse overheid heeft door het langjarige programma van samenwerkingsprojecten veel goodwill gecreëerd. Wat er mij ontbreekt, is dat we dat ook zo laten zien en vermarkten. Maar Vlaanderen heeft geen tulpen noch oranje. Heel Centraal-Europa kent Nederland. Zij manifesteren zich met hun corporate identity maar vaak met een bescheidenere inhoud. Wij moeten ons meer en coherent manifesteren en presenteren. In een streek waar bepaalde economische projecten lopen ook lezingen organiseren, politici uitnodigen, iets cultureels op poten zetten,…

Maar spreekt u dáármee het grote publiek aan? Een publiek dat makkelijker te bereiken is met tulpen en oranje.

Moens: Als wij dat goed organiseren bereiken wij daarmee de media en creëren wij een label: aha Vlámské of aha Flamand. Persoonlijk vind ik dat erg belangrijk. Een concreet voorbeeld: in de Tsjechische regio Moravië vinden in 2005 een aantal interessante cultuurmanifestaties met een Vlaamse tint plaats: zowel op het vlak van onze Vlaamse meesters als een muziekfestival met Vlaamse polyfonisten. Wij zullen dit als kapstok gebruiken om ook onze economische, universitaire als maatschappelijke projecten te doen kennen… men zal weten waar men Vlaanderen in de Tsjechische Republiek kan vinden.

En wat is daarin uw persoonlijke rol, mijnheer Moens?

Moens: Eén van mijn belangrijkste taken is een netwerk op te bouwen bij decision makers, organisatoren, interessante sleutelfiguren en hen in contact te brengen met Vlaamse gesprekspartners. Daarbij kan in Centraal-Europa cultuur een belangrijke hefboom zijn. Cultuur hoeft daarbij echt niet ten dienste te staan van de economie, maar het geeft meteen aanzien, als we het maar goed bekend maken, én het opent vele deuren, in heel wat, ook diplomatieke en politieke kringen. Zo heeft onze aanwezigheid bij de grote tentoonstellingen met Vlaamse thematiek in het Kunsthistorisch Museum te Wenen heel wat opgeleverd en ons actieterrein gevoelig doen uitbreiden.

Waar zou u België/Vlaanderen situeren in het Europese peloton qua bekendheid en aanwezigheid in de nieuwe lidstaten?
Moens: Het onderscheid tussen ons kennen en ons kennen doordat we er aanwezig zijn is wezenlijk. Voor de voormalige Oostbloklanden is het niet langer Moskou maar Brussel waar alle ogen op gericht zijn. Zij weten wel degelijk waar dat ligt. Anders is het gesteld met onze faam. België en onze diplomatie hebben een reputatie van degelijkheid maar ook van wazigheid. Wij hebben geen herkenningsboei, geen flash. Het koningshuis ja, als de koning komt, dan zal men het geweten hebben. Maar voor het overige? Onze pralines en ons bier, daarmee is het wellicht gezegd.
Kijk opnieuw naar de Nederlanders: de bank ING (Internationale Nederlanden Groep) heeft als symbool de oranje Hollandse leeuw. Die verbinding wordt misschien niet altijd onmiddellijk gemaakt maar die is er wel. KBC, dat toch een Vlaamse bankinstelling is, heeft bewust (dat heeft niets met politiek te maken) gekozen om niet als buitenlandse, in casu Belgische of Vlaamse, bank actief te zijn maar als een Tsjechische, Slowaakse of Hongaarse bank.

Waar zou u persoonlijk de voorkeur aan geven?
Moens: Dat is een bedrijfsstrategie waarover ik niet te oordelen heb. Een bedrijf moet winst maken en zal dus wel weten wat het doet. Ik zeg enkel dat de ene aanpak gevolgen heeft voor de globale zichtbaarheid van een land en de andere minder. De Tsjechische en Slowaakse filialen van KBC zullen wij nooit identificeren met België of Vlaanderen. Het enige waarmee wij wel als expliciet Belgisch naar buiten treden is ons bier. Interbrew manifesteert zich duidelijk als Belgisch bedrijf met in het kielzog de Belgian Beer Cafés.
Maar zoals gezegd, we hebben vanuit Vlaanderen zoveel meer expertise te bieden aan de nieuwe lidstaten, ik vermeld nog ons sociaal model, de zorg voor gehandicapten, de organisatie van de welzijnszorg, de kwaliteit van het (talen)onderwijs enz. Wat we zélf als Vertegenwoordiging daar nog aan doen: via e-mail een nieuwsbrief versturen met Vlaamse actualiteiten in de Tsjechische Republiek en in Hongarije én een goede cultuurkalender verspreiden in de drie landen.
     

MORAVIË
     
Kremsier Tot slot een totaal andere vraag. Het groeiend reisgemak dat de hereniging tot gevolg heeft, zal veel West-Europeanen ertoe brengen de charmes van Centraal-Europa te ontdekken? Welke regio zou u hen aanraden?
Moens: Ongetwijfeld Moravië. Het is het kleine broertje in de Tsjechische Republiek naast Bohemen en relatief onbekend. Reizigers gaan naar Praag en naar het zuiden. Voor Moravië moeten ze de heuvels over en dat ligt al wat ver. Brno, de hoofdstad van Moravië, ligt amper op een uur rijden van Wenen. Het is een prachtige heuvelachtige streek met erg veel bezienswaardigheden en dromerige dorpen. De glooiende hellingen zijn de excellente bodem voor een zeer goede wijn, vergelijkbaar met de Oostenrijkse. De vele kastelen halen een architecturaal hoog niveau. Vooral het paleis van de bisschoppen van Ollmütz in Kremsier is een absolute aanrader. Het heeft ook een kleine maar prachtige collectie Vlaamse kunst: Van Dijck, Rubens,…
     
Koen Van der Schaeghe
       
     
© Vlamingen in de Wereld