HOME | VIW.THUIS |
 
[COÖRDINATEN]

Mark Van Hoye
Vlaamse economische vertegenwoordiger Athene

c/o Ambassade van België
Sekeri 3
106 71 Athens
Greece

Tel.: +30 210 3611308
Fax.: +30 210 3611353

E-mail: athens@
exportvlaanderen.com




Het verblijf van Vlamingen in de Wereld in Wenen kwam tot stand in samenwerking met de Griekse Nationale Dienst voor Toerisme.
Louizalaan 172, B-1050 Brussel
Tel.: +32 2 6475770
www.gnto.gr


Met dank aan:



























































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN | JONGEREN | NOSTALGIE
       
 


 
MARK VAN HOYE
IS WEG VAN GRIEKENLAND
 
 
Mark Van Hoye, Vlaams Economisch Vertegenwoordiger in Athene, is goed geplaatst om ons een blik toe te staan achter de Griekse economie, de lusten van Europa, de impact van de Olympische Spelen, de exportmogelijkheden van Vlaams/Belgische bedrijven en de merkwaardige toeristische sector van de Griekse eilandengroep. Vijf onbekende facetten van een land en een stad waarop in augustus alle ogen gericht zullen zijn.
     

Wat moet ik doen om uw post te krijgen?”

      Mark Van Hoye: ”Men wordt Vlaming in het buitenland en men heeft de neiging Vlaanderen te idealiseren. Alles lijkt mooier: een Vlaming is toch zo vriendelijk, open en joviaal. Maar na een week of tien dagen vakantie in Vlaanderen moet je die mening helaas herzien. Ondanks de pollutie, de onverstaanbare taal en de drukte waarmee iedereen Athene mee identificeert, voel ik mij hier thuis.”Sinds 1979 helpt Van Hoye Belgische/Vlaamse producten verkopen op de Griekse markt. Zo eenvoudig is de omschrijving van zijn job. Een job in the field. Hoe minder men hem op kantoor ziet, hoe beter vindt Van Hoye. De functiebenaming is in de loop der jaren enkele malen gewijzigd maar de inhoud bleef identiek. Zijn passie voor de bakermat van onze beschaving blijkt nog 15 jaar ouder te zijn. “In 1964 verloor ik tijdens een vakantie mijn hart aan Griekenland. De daaropvolgende negen jaar kwam ik telkens terug. Het tiende jaar ben ik gebleven. Eén jaar slechts want toen ging mijn Belgische werkgever failliet. Ik klopte aan bij hetzelfde kantoor waar ik jullie vandaag, een kleine dertig jaar later, ontvang. Ik sprak er met Luc Carbonez (de voormalige Belgische ambassadeur in Canada en de ex-handelsprospector, zoals dat toen nog heette, voor Athene) en vroeg hem of hij mij aan een job kon helpen. Hij antwoordde mij net zoals ik anno 2004 op gelijkaardige vragen reageer: ‘Het is beter dat u uitgestuurd wordt door een bedrijf dan dat u hier voor een hongerloon moet werken’. Tussen twee vragen door liet hij mij evenwel weten dat hij zich voorbereidde op zijn diplomatiek examen. ‘Waardoor uw post vrij komt?’, vroeg ik stoutmoedig. Hij knikte en ik anticipeerde onmiddellijk: ‘Mijnheer Carbonez, wat moet ik doen om uw post te krijgen?’ Hij legde mij de procedure uit en zo ging de bal aan het rollen. In februari ’79 kreeg ik de post. Ik was gebeten om hier te zijn en toch maakte ik twaalf jaar later, in ’91 de fout om mijn mutatie naar Zuid-Afrika aan te vragen. Na één dag Johannesburg wou ik alweer weg en negen maanden later zat ik hier terug in ditzelfde kantoor en ik ben er nooit meer weggeweest.”
     

“Op een zichtrekening ontvingen wij 14% rente.”

     
Samen met Portugal is Griekenland het zorgenkind van Europa. Een benijdenswaardige positie, omwille van de vele miljarden Europese steun, die ze weldra gedeeltelijk zullen verliezen aan de voormalige Oostbloklanden. Naast de immense sommen, het fameuze cohesiefonds en structuurfondsen waarvan de Grieken genieten, profiteert het land ook van het pakket Prodi. Dit houdt in dat het tussen 2000 en 2006, 22,6 miljard euro krijgt toegeschoven met als verplichting er net zoveel zelf te genereren. Geld voor grote infrastructuurwerken, waar ze na 2006 niet meer op moeten hopen.
Het gemiddelde jaarinkomen per capita van de Europese bevolking bedraagt 22.500 euro. Met 15.100 bengelen de Grieken helemaal onderaan. Dat zijn natuurlijk de officiële, en voor interpretatie vatbare, cijfers want Griekenland kent een enorme parallelle economie. “Hier krijg je geen btw-bonnetje als je uit eten gaat en een huis bouwen kan grotendeels in het zwart. De Hellenen zijn dus heel wat rijker dan de officiële cijfers doen vermoeden. Niettemin was Griekenland economisch een zwak broertje met een immense inflatie, een enorme overheidsschuld, een hoge werkloosheid en een ieder jaar zwakker wordende drachme.” Maar dankzij de steun van Europa kende Griekenland een heropleving. Sinds hun lidmaatschap in 1981 werkten zij hard aan de Europese doelstellingen en slaagden zij erin om tot de Eurozone toe te treden. “Pas in 1996 daalde de Griekse inflatie onder 10%. Voordien bedroeg deze makkelijk 15 tot 20%. Op een zichtrekening ontvingen wij 14% rente. De economie slabakt in heel Europa maar met een groei van 4,2% leveren de Grieken stevige prestaties.” De Spelen maken natuurlijk veel mogelijk. Vele infrastructuurwerken (moderne luchthaven, nieuwe snelwegen, uitbreiding metronet,…) waren sowieso nodig, dus die gaan niet verloren. De Spelen zijn de oorzaak waardoor alles in een stroomversnelling komt en bepaalde sectoren furore maken. “ATHOC, het organiserend comité voor Athene 2004, heeft een budget senso stricto van 1,8 miljard euro. Voor infrastructuurwerken is het nu of nooit want wat in augustus 2004 niet af is zal in 3004 nog niet af zijn”, zegt Van Hoye. Wie door de buitenwijken van Athene rijdt, kan hem bijtreden. Langs de invalswegen telt men tientallen onafgewerkte gebouwen, sommigen staan er al enkele decennia.
     

Een secretaresse, een tweede en een derde.

     
Vele Grieken hebben nog de levensfilosofie van de antieken. Als je praat, zie je altijd levensvreugde en pijn.
De Griek is sterk en trots, zó trots dat hij niet wil werken voor een baas. 45% van het commerciële leven is in handen van zelfstandigen. De Griek wil zijn eigen firmaatje hebben en neemt de pijn van het zware leven er graag bij. Zelf baas zijn, een secretaresse hebben, een tweede, een derde. Voor een buitenstaander lijkt het melancholisch maar triest is het niet. De armoede wordt met fierheid gedragen. Die instelling kennen, is belangrijk voor iedere potentiële investeerder, weet Van Hoye. “Delhaize is meerderheidsaandeelhouder van de Griekse supermarktketen Vasilopoulos. De topfuncties worden allemaal bekleed door Grieken. Zij willen het management niet delen en verdragen geen pottenkijkers. Het dagelijks bestuur in handen laten van de Grieken is de enige goede manier van investeren in dit land.”
14 miljoen toeristen bezoeken jaarlijks de bakermat van de Olympische Spelen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het toerisme dé economische motor van Griekenland is. Wat u vermoedelijk wel de wenkbrauwen doet fronsen is dat de toeristische sector zich vooral in staatshanden bevindt. “De Griekse staat is eigenaar van een patrimonium van niet minder dan 8,8 miljard euro. Op last van Europa moet ze dat geleidelijk aan verkopen. Een landgenoot met aardig wat spaarcentjes kan mijn inziens dus best een hotel kopen in Griekenland. Gerund op een Europese basis betekent dat een bijna verzekerd succes.”
     

Belgian of Flemish beer

     
Nog een slotwoordje over Van Hoye’s functie als economisch vertegenwoordiger. Ik probeer te achterhalen of hij erkend wordt als afgevaardigde van de Vlaamse bedrijven. “Eerder als Belgische dan als Vlaamse vertegenwoordiger. De Griek kent België en Brussel uiteraard, een zakenman ook. Maar Vlaanderen? Het is jammer dat ik het moet zeggen maar een Vlaams imago bestaat er niet in Griekenland.” Dat lijkt mij mede een taak voor de Vlaamse Economische Vertegenwoordiger, vraag ik verwonderd aan Mark Van Hoye. “Het is nochtans Belgian beer en het zijn toch Belgian chocolats. We spreken toch niet van Flemish beer?”, repliceert hij. “Wat is het nut daarvan?”, gaat hij verder. “Als ATHOC mij ontvangt is dat als handelsattaché van de Belgische ambassade in Athene, dan gaan alle deuren open, tot in de hoogste regionen. Daarvoor zijn de instanties nog steeds gevoelig. Als vertegenwoordiger van de Belgische ambassade word ik ontvangen door de top, de grote directeur of zijn adjunct. Dat moet ik als Vlaams vertegenwoordiger niet proberen.”

Koen Van der Schaeghe
     

© Vlamingen in de Wereld