NIC VANDERMARLIERE & AXEL BUYSE:
ambassadeurs van Vlaanderen
"Zouden jullie iets lekkers willen?" De Vertegenwoordiger van de Vlaamse regering, Nic Vandermarliere (rechts), is duidelijk opgetogen als hij zijn collega uit Den Haag, Axel Buyse (links), en mezelf iets te drinken aanbiedt in Flanders House. Hij heeft dan ook alle redenen om tevreden te zijn. De officiële opening van het Huis van de Vlaamse Vertegenwoordiging in Londen een dag eerder door minister-president Bart Somers is vlekkeloos verlopen. Na Den Haag (1999), Berlijn (2000) en Parijs (2002) heeft nu ook Londen zijn huis waar de Vlaamse bevoegdheden onder één dak behartigd worden.
SITUERING
In het kader van de staatshervorming, het zogenaamde Sint-Michielsakkoord, kregen de deelstaten in 1993 volwaardige bevoegdheden inzake buitenlands beleid, inclusief het sluiten van verdragen. Sindsdien treedt Vlaanderen als deelstaat van het federale België naar buiten als internationale partner binnen zijn respectieve bevoegdheidsdomeinen als daar zijn: economie, landbouw, wetenschapsbeleid, onderwijs, cultuur, toerisme,…
De Vertegenwoordigers van de Vlaamse regering, waaronder dus Nic Vandermarliere en Axel Buyse vormen één van deze netwerken, het diplomatieke ankerpunt als het ware. Daarnaast zijn er onder meer de wereldwijd gestationeerde Vlaams Economische Vertegenwoordigers (Export Vlaanderen) en de Toeristische Promotors van Vlaanderen (Toerisme Vlaanderen). Om de structurele samenwerking tussen de verschillende netwerken in het buitenland te versterken, werd overgegaan tot het samenbrengen van deze diensten onder één dak in een geïntegreerde Vlaamse Vertegenwoordiging, de zogenaamde Vlaamse Huizen. En nu, tien jaar na Sint-Michiels blijkt Vlaanderen verankerd in de diverse internationale domeinen.
EEN TRAGISCH KOPPEL
Heren, is jullie liefde voor Nederland en het Verenigd Koninkrijk ouder dan jullie aanstelling als Vertegenwoordiger van de Vlaamse regering?
Axel Buyse: In mijn vorig leven als buitenlandjournalist had ik automatisch veel aandacht voor de hele buitenlandse omgeving. Vooral de band tussen Vlaanderen en dat buitenland sprak me erg aan. In de eerste jaren kreeg ik de kans om Nederland van nabij te volgen. Nederland heeft altijd mijn specifieke aandacht gewekt omwille van de talloze historische, praktische, commerciële en culturele banden die er zijn met Vlaanderen. In mijn ogen zijn Vlaanderen en Nederland een tragisch koppel… tragisch omdat er in de geschiedenis zoveel fout gelopen is en omdat ik persoonlijk liever gezien had dat de twee gebiedsdelen zich in één staatsverband hadden verbonden. Feit is dat er vandaag binnen het Europese bestel een steeds grotere aandacht vanuit Nederland voor Vlaanderen groeit. Ons land, en Vlaanderen specifiek, is de meest aangewezen partner voor Nederland. Als we in het Europa van morgen nog iets willen te zeggen hebben, zullen we samen meer banden moeten aangaan en de bestaande moeten uitbreiden. Nic Vandermarliere: Mijn liefde voor Londen is recenter dan mijn liefde voor Groot-Brittannië. Ik ben opgegroeid in een vrij anglofiel gezin. De banden zijn oud en familiaal. Mijn grootvader raakte gewond tijdens WO I en heeft een tijd lang voor verzorging over Het Kanaal verbleven. Recenter waren er contacten met de Britten en Canadezen toen ze hier in '40-'44 tijdelijk logeerden. Die ervaringen hadden tot gevolg dat mijn ouders vaak de overtocht maakten en ik gedurende mijn jeugd bijna heel Groot-Brittannië doorkruist heb. Als kustbewoners kwamen wij ook vroeg in contact met de Britse televisie. Ik ben voor een deel opgegroeid met de BBC en Channel 4.
IDEE-FIXE
Voor mijnheer Buyse is het een grote stap, maar ook voor u is het geen alledaagse carrièrewending (Nic Vandermarliere werkte voordien als woordvoerder en medewerker op het kabinet van Vlaams minister voor Onderwijs, Vanderpoorten.)
Vandermarliere: Ik hield mij de laatste drie jaar reeds bezig met internationale aangelegenheden op het kabinet en heb ook het Europees voorzitterschap behartigd toen Marleen Vanderpoorten voorzitter was van de Europese ministerraad. Het internationale heeft mij altijd geboeid. Vooral het Europese internationale en specifiek de Britse ambiguïteit binnen dát Europese kader. Het is een bijzonder land dat erg gehecht is aan tradities. Wat Uderzo en Goscinny ook over Frankrijk mogen beweren, Groot-Brittannië is hét land van de idee-fixe. Dat in Frankrijk plaatsen, is je reinste onzin. Zelfs als wij, Vlamingen, de grootste cultuur ter wereld zouden hebben, blijven wij altijd de boring Belgians. Dat is een imago dat we sinds de 19e eeuw meedragen. Hetzelfde geldt voor de Belgian chocolate: geef een Brit geen Franse of Engelse,… hij moet Belgische hebben omdat het in zijn idee-fixe de beste is.
Is ook dát een betrachting van de Vlaamse vertegenwoordiging, de beeldvorming rond Vlaanderen?
Vandermarliere: Jazeker. En hét grote voordeel is dat Vlaanderen vooral emotioneel gekend is o.m. doordat vele families verwanten verloren in Flanders Fields. Een imago dat kan bijdragen tot de globale beeldvorming die wij hier willen opkrikken. Er is nog veel werk aan de winkel maar Vlaanderen op de kaart plaatsen is zeker een prioriteit. We moeten een merk vestigen.
Een full-time job mij dunkt, vele buitenlanders zien Vlaanderen als een minderheid binnen België?
Vandermarliere: Toch moeten we dat bewerken. Voordelen zijn de historische en culturele context. Vlaanderen is ouder dan België. Charles De Gaulle zei ooit: "België is een artificieel land, gecreëerd door de Britten om het de Fransen lastig te maken". Misschien sloeg hij wel de nagel op de kop. Maar Vlaanderen is anders. Bij de Britse elite staat Vlaanderen symbool voor Vlaamse kunst en een hoog academisch niveau. Dat is anders in Frankrijk, waar men ons in de loop van de geschiedenis steeds in een slecht daglicht stelde omdat wij de steen in de schoen van de ambities van de Franse koningen waren.
WAAROM DOEN DE BELGEN HET BETER?
In Nederland zal het anders liggen, daar moet Vlaanderen zich minder verkopen?
Buyse: Ondanks de begripsverwarring kent inderdaad bijna elke Nederlander Vlaanderen. Als een Nederlander het over België heeft, heeft hij het in praktijk vaak over Vlaanderen. Het begrip op zich heeft in tegenstelling tot vroeger een heel positieve connotatie.
Vanwaar die ommekeer?
Buyse: De reden ligt voor de hand. Tot de recente opdoffers (de moord op Pim Fortuyn, de slechtere economische situatie dan in de buurlanden) geloofde de modale Nederlander in de maakbaarheid van de samenleving. Vandaag is men realistischer geworden. Ze merken dat hun onderwijs absoluut niet dezelfde prestatiekracht heeft als het Vlaamse. De permissiviteit is in de jaren '70 en '80 wellicht iets te ver doorgeschoven. Hetzelfde met de hele zorgsector. Men kijkt dan over de grenzen en komt dan automatisch bij ons terecht. In september wordt bijvoorbeeld in Vlaanderen een studiedag georganiseerd voor topambtenaren van het Nederlandse ministerie van binnenlandse zaken onder het motto: "Waarom doen de Belgen het beter?"
SLECHTS ÉÉN DOEL
Hoe verdedigt u zich tegen critici dat Vlaamse huizen weinig meer zijn dan economische huizen?
Buyse: Vooreerst zou het een grote fout zijn om de economische functie van de Vlaamse Vertegenwoordiging te onderschatten. Eén van de opdrachten die wij met dat geïnvesteerde overheidsgeld moeten vervullen, is het creëren van een synergie tussen de verschillende Vlaamse diensten. Bij toerisme denkt men niet automatisch aan economie maar feit is dat het natuurlijk een heel belangrijke economische activiteit in constante groei is. Mensen samen zetten om tot een kruisbestuiving te komen met slechts één doel: Vlaanderen een dienst bewijzen. Waar we naar streven is dat alle activiteiten binnen de Vlaamse Vertegenwoordiging kaderen in een overkoepelende visie. Vandermarliere: Wat mij betreft is het welslagen afhankelijk van het team van mensen die ieder vanuit hun opdracht en elk op hun niveau de tentakels uitslaan. Naambekendheid krijgen, aanvaard worden in onze respectieve milieus. Mijn persoonlijke opdracht als politiek -en diplomatiek vertegenwoordiger is het zoeken naar een gemeenschappelijk beleid tussen Vlaanderen en Groot-Brittannië. En zoals Axel ook reeds aanbracht: de politieke contacten die wij zullen hebben, kunnen deuren openen voor onze economische -en toeristische collega's.
Een heikel punt om te eindigen. In de toespraak van de ambassadeur naar aanleiding van de opening hoorde ik een lichte argwaan omtrent de bevoegdheden. Zullen de Vlaamse en federale vertegenwoordigers elkaar geen stokken in de wielen steken?
Vandermarliere: Als iedereen zich aan de federale loyaliteit houdt, kan er geen probleem zijn. De vrees van de ambassadeur zal bewaarheid worden indien hij zich op mijn terrein waagt en vice versa. Ik heb geen enkel plan in die richting maar laat mij duidelijk zijn: Vlaanderen heeft grondwettelijk exclusieve competenties waar de federale ambassadeur van België geen enkele bevoegdheid heeft. Als er een billateraal akkoord gesloten wordt, zal de ambassadeur als hoofd van de Belgische ambassade uitgenodigd worden en zullen wij ten volste respect opbrengen voor zijn functie. Maar inhoudelijk, functioneel heeft hij daar niets aan toe te voegen. Ik hang af van minister Patricia Ceysens en níet van de heer Louis Michel. België is een gefedereerde staat en daar moeten ook ambtenaren met dertig jaar ervaring mee leren leven. Buyse: Mijn contacten met de Belgische ambassadeur in Den Haag verlopen heel behoorlijk. Maar de basis is zoals Nic correct expliceerde die federale loyaliteit. Ik zal me niet bezig houden met defensie…