| |
|
|
Namen als Marc Van Montagu, Jef Schell en Walter Fiers (Universiteit
Gent), bij het grote publiek misschien niet erg bekend, doen
in de wereld van de biotechnologie méér dan
een belletje rinkelen. Het zijn Vlaamse toponderzoekers die
in de jaren ’70-80 baanbrekend onderzoek leverden naar
het genetisch wijzigen van planten, genen geassocieerd met
bv. hart- en vaatziekten en andere ziekten als kanker of de
ziekte van Alzheimer. Tot ver buiten de grenzen krijgen ze
erkenning. De door hen geïntroduceerde technologie wordt
vandaag nog steeds wereldwijd gebruikt. Ook professor Collen
(KU Leuven) hoort in het rijtje thuis. Midden tachtiger jaren
identificeerde hij welk eiwit in het menselijk lichaam belangrijk
was om een hartinfarct te voorkomen. In het labo liet hij
bacteriën dit eiwit maken en bekwam op die manier een
geneesmiddel. Het Amerikaanse bedrijf Genentech – die
de rechten voor dit geneesmiddel aankocht – haalt er
jaarlijks en wereldwijd
minstens 500 miljoen dollar mee binnen. De Vlaamse overheid
had oog voor de wetenschappelijke
en technologische successen maar zag evenzeer de tekortkomingen
van de separate investeringen aan de
universiteiten van Gent, Leuven, Brussel en Antwerpen:
de technologieën gingen naar de VS en het Verre Oosten
maar zelf hield Vlaanderen er weinig aan over. Vlaamse vindingen
werden elders gecommercialiseerd omdat de intellectuele eigendom
weinig of niet beschermd werd. Na een analyse van dit probleem
hield de Vlaamse overheid in ’96 het Vlaams Interuniversitair
Instituut voor Biotechnologie (VIB) boven de doopvont.
Hoofddoel was enerzijds de excellentie van het Vlaamse onderzoek
in de biowetenschappen te versterken en anderzijds de resultaten
ervan om te zetten in nieuwe economische groei. Net zoals
VIB de technologie in Vlaamse handen wil houden, motiveert
het óók de toponderzoekers om in Vlaanderen
te blijven teneinde komaf te maken met de zogenaamde braindrain.
VIW
zocht wetenschappelijk adviseur dr. Lieve Ongena op en sprak
haar over intellectuele eigendombescherming, braingain en
interactie met Japanse onderzoekers. Met dit laatste heeft
ze ook persoonlijke ervaring. Ze verbleef namelijk anderhalf
jaar in Japan voor haar postdoctoraat en later nog eens 18
maanden in het kader van een bedrijfsstage.
ROL
VAN BIOTECHNOLOGIE
Ondanks de substantiële bijdragen tot de gezondheid en
de weerslag op ons dagelijks leven heeft biotechnologie niet
zo’n goede reputatie. Doembeelden als hordes gekloonde
Hitlers en Frankenstein-voedsel, gretig geventileerd door
bepaalde media, zorgen voor angsten bij lezers en kijkers.
Terwijl men de rol van biotechnologie voor de genees- en plantenkunde
nauwelijks kan overschatten. Successen zijn er genoeg, zo
bleek in het verleden maar ook op het Flanders Alzheimer Forum
dat op 19 november in het Japanse Osaka plaats greep. Vlaanderen
en meer bepaald het Vlaams Interuniversitair Instituut voor
Biotechnologie of kortweg VIB stelde er bij monde van de gerenommeerde
professor Christine Van Broeckhoven haar bevindingen voor.
Het gaat hier dan over resultaten betreffende fundamenteel
hersenonderzoek. Lieve Ongena: wij doen niet aan toegepast
onderzoek of klinische studies maar beperken ons tot dat basis-
of fundamenteel onderzoek. VIB-wetenschappers zullen nagaan
wat er fout loopt in een cel of eiwit. Als we dat weten, vergelijken
we het met een gezonde mens en trachten we te achterhalen
waarom bijvoorbeeld bij een zieke mens een verkeerd eiwit
wordt aangemaakt. Vanuit die kennis wordt er uitgekeken naar
samenwerking met de industrie.”
VIB is een overkoepelend orgaan waarvan de betrokken universitaire
partners onafhankelijke entiteiten zijn en blijven. Wat is
het voordeel hiervan?
Lieve Ongena: Het zorgt voor behoud en creatie van
complementaire onderzoeksgroepen. Een bepaalde expertise die
op de ene campus ontbreekt, is op de andere bijvoorbeeld wel
aanwezig. De kwaliteit moet steeds voorop staan en die stimuleer
je op die manier: onafhankelijk werken op de lokale campussen
met de mogelijkheid gelijk wanneer beroep te kunnen doen op
onze faciliteiten of collega-onderzoekers. In het begin wisten
de universiteiten niet goed wat op hen afkwam. Er was de vrees
dat zij met de minder sterke vorsers zouden blijven
zitten maar intussen is de toegevoegde waarde goed doorgedrongen.
Ze ervaren VIB als een voordeel in de concurrentie met instituten
in het buitenland. Een excellentiecentrum willen we zijn en
worden we ook stap voor stap.
DE BAND MET JAPAN
Is dat ook het beeld dat in het buitenland over VIB
leeft?
Ongena: De output naar toppublicaties, die wereldwijd
erkenning krijgen, is sinds de start meer dan verviervoudigd.
Een wetenschapper die in Nature publiceert, zal altijd
onder twee noemers publiceren: de universiteit én VIB.
De complementariteit en het imago worden daar zeker door versterkt.
Werkt het VIB samen met buitenlandse onderzoekscentra?
Ongena: Jazeker, we hebben momenteel in een zeer
groot aantal landen wetenschappelijke samenwerkingen en overeenkomsten,
maar wij forceren die nooit. Een samenwerking moet wetenschappelijk
zijn en volgen uit twee onderzoekers die elkaar ontmoeten.
Papieren overeenkomsten, soms uit politieke overwegingen,
werken niet. De mensen moeten elkaar op de vloer vinden en
het in eerste instantie ook nuttig achten om eendrachtig te
opereren. Zo werken wij bijvoorbeeld samen met Riken, een
Japans onderzoekscentrum. In Japan is VIB trouwens geen onbekende.
Ik denk dat we in bepaalde Europese landen minder impact hebben
dan in Japan omwille van de vele acties die we er reeds met
het FFIO hadden Dankzij hun uitmuntend werk, moesten wijzelf
slechts weinig inspanningen leveren opdat VIB er een begrip
werd.
Hoe bent u in eerste instantie in Japan terecht gekomen want
echt alledaags is het niet?
Ongena: Na mijn opleiding biologie en de thesis die
eraan verbonden was, besloot ik vier jaar aan een doctoraat
te werken. Tijdens dat laatste jaar stond een uitwisselingsstudente
uit Japan mij bij. Enkele maanden na haar vertrek kwam er
vanuit de Europese Commissie de oproep om in Japan een jaar
lang aan een postdoctoraat te werken. Intussen was mijn interesse
voor Japan natuurlijk gewekt. Ik stelde mij kandidaat en behaalde
de beurs. Deze zogenaamde call was een reactie van
Europa op de vele Japanners die naar Europa komen, onze know-how
opnemen, en teruggaan. De Commissie wou hieraan wederwoord
bieden. Terug in Vlaanderen ging ik aan de slag bij Innogenetics
en het toeval wou dat er toen vanuit de EU opnieuw een oproep
voor Japan kwam maar nu voor een bedrijfsstage. In opdracht
van Innogenetics heb ik daardoor nog anderhalf jaar in Japan
verbleven.
Is er een groot verschil tussen onderzoeksethiek in
Europa en Japan?
Ongena: Toch wel. Stel u nog maar de volgende probleemschets
voor: we staan op punt A en willen naar C. Dan is er een vrij
logische weg of strategie vanuit A via B naar C uit te denken.
Wat doet een Europeaan? Hij begint en geraakt tot op B of
zelfs niet. Hij maakt een omweg en geraakt zo soms tot D,
wat hem veel interessanter lijkt dan C. Dat is een Europese
manier van onderzoek doen. Wat doet een Japanner? Al dient
hij het tien keer te herhalen, hij wijkt van zijn pad niet
af. Hij gaat er van uit dat hij in zijn theoretisch concept
een fout maakte waardoor hij moeilijk of niet aan B geraakt.
Dat is voor een Europeaan enorm frustrerend want die zal zich
gaandeweg nieuwe prioriteiten stellen. Deze twee methodes
samenbrengen is erg moeilijk en kan alleen maar door bij elkaar
te zitten en te achterhalen dat het andere ook een nuttige
weg is. Voor een Europeaan is het heel nuttig om te ondervinden
dat als je volhoudt en je strategie perfect uitlijnt je er
wel zal geraken.
Wat VIB nu beoogt is binnen Vlaanderen een internationale
cultuuroverschrijdende onderzoeksomgeving te creëren
om het beste uit elke cultuur te selecteren om zo tot iets
beters te komen. Als je allemaal Japanners bij elkaar zet,
denken ze net als Europeanen allen op dezelfde manier. Met
een internationale groep en dito aanpak wordt één
en één meer dan twee.
HERSENS
OP DE LOOP?
Was
het voor u niet aanlokkelijk om in Japan te blijven?
Ongena: Niet echt, maar Japan is niet het goede land
om de vraag voor te stellen. Vraag het aan een Vlaming in
de VS en hij zal er anders op antwoorden, dat blijkt ook uit
de statistieken. In Japan krijg je het gevoel dat je nooit
voor 100% tot het land zal behoren. Amerika daarentegen is
historisch een land van immigranten. Het was voor mij bovendien
gewoon interessanter om terug te keren. Met mijn kennis van
het Japanse onderzoeksysteem kan ik veel meer betekenen voor
een Europees bedrijf of instituut dan met mijn Europese visie
voor een Japans bedrijf.
Hoe verhouden de percentages van blijvers en terugkomers
zich dan in de VS?
Ongena: Het aantal blijvers is nog steeds veel groter.
Maar en dat is belangrijk, er keren meer Vlamingen naar hun
roots terug nu er zoiets bestaat als VIB. Waarom? Omdat wij
eenzelfde vergelijkbaar platform aanbieden als ze in de VS
gepresenteerd krijgen: lange termijnprojecten, goede infrastructuur
en een degelijk budget voor onderzoek op topniveau. Wetenschappelijk
vinden ze in Vlaanderen een evenknie. Twee jaar geleden resulteerde
deze aanpak nog in het binnenhalen van drie internationale
onderzoeksgroepen geleid door een Belg in het buitenland.
We plaatsten een internationale wervingsadvertentie in gerenommeerde
wetenschapstijdschriften, waarvoor zich 46 gegadigden aandienden.
Een onafhankelijke jury koos de drie beste teams, die telkens
Belgische groepsleiders bleken te hebben. Erg fijn dat zij
het potentieel in Vlaanderen zagen en mooi meegenomen waren
de extra buitenlanders die zij meebrachten.
Want braingain of hersenwinst stopt niet met Belgen hier te
houden. Buitenlanders moeten ook aangetrokken worden?
Ongena: Correct en daar slagen we ook in, maar niettemin
trekken er dus nog steeds veel meer weg dan dat er binnenkomen.
Doch, en dat kan misschien vreemd klinken, prikkelen wij zelfs
de doctorandi om naar het buitenland of toch minstens naar
en ander labo te gaan. We stimuleren natuurlijk geen definitieve
hersenvlucht. We zeggen: ‘Ga naar het buitenland en
kom terug’. Dit vanuit de gedachte dat ze elders een
extern netwerk kunnen creëren om uiteindelijk met meer
knowhow en versterkt aan te sluiten bij VIB. Als Vlaanderen
interessante mandaten kan aanbieden komen de meesten zeker
terug. We weten dus wat ons te doen staat.
U weet wat u en VIB kan doen maar wat is uw inziens
de opdracht van het onderwijs om dit te ondersteunen?
Ongena: Studenten moeten sneller opgenomen worden
in wetenschappelijke projecten. Bijvoorbeeld door praktijkstages
binnen universitaire opleidingen. Dat universitair wetenschappelijk
onderzoek kan zeker een meerwaarde hebben in een Vlaams onderwijslandschap
waar cursussen nog te weinig praktisch gericht zijn. In optimale
omstandigheden moet daar zelfs vroeger aan gewerkt worden.
VIB tracht dat te doen door het project scientists@work,
waarbij scholieren experimenten uitvoeren in universitaire
en industriële labo’s onder begeleiding van onderzoekers.
Het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek kan niet vroeg
genoeg gebeuren.
Binnen twintig jaar zeggen deze onderzoekers in spe
dan: het is allemaal begonnen toen...
Ongena: ... Jaja, dat is de missionering hé,
die trouwens ook door de biotechbedrijven gebeurt.
Kan u als afsluiter één eigenschap geven die
de toppers van morgen zeker moeten ontwikkelen om boven hun
buitenlandse collega’s te kunnen uitgroeien?
Ongena: Assertiviteit. Fier zijn over het resultaat,
daar hebben wij Belgen duidelijk te weinig kaas van gegeten.
Het internationale karakter lost dat natuurlijk wel wat op:
er waait duidelijk een nieuwe wind door de labo’s nu
er meer internationale onderzoekers werkzaam zijn. Nu komt
iedereen voor zijn mening uit en wordt er niet meer geknikt.
Het braaf zijn moet er uit om op hoger niveau te discussiëren.
Koen Van der Schaeghe
|