”Mijn
roots liggen in de Marollen. In d’Uugstroêt numero
241 hielden mijn ouders stammenei, ’t Trapken af heette
dat. Daar is het begonnen toen ik een jaar of drie was. ’t
Schijnt dat ik destijds vol bewondering de accordeonist imiteerde
die er iedere zondag kwam spelen. Ik heb toen mijn eerste
accordeon gekregen. Vijftien jaar later kocht ik een mondharmonica.
Nog later ben ik gitaar beginnen spelen en uiteindelijk greep
ik terug naar mijn mondmuziekske.”
Foto:
Jos Knaepen
Het
harmonicaspelende ketje heeft met de allergrootste jazzmuzikanten
ter wereld gespeeld maar behield zijn leven lang de soul van
een Marollien. Die van een veramerikaniseerde Marollien zoals
hij zichzelf noemt. Ik ontmoet Jean-Baptiste Thielemans, want
zo heet Baron Thielemans voluit, in zijn huis even ten zuiden
van Brussel. Hij ontvangt me erg hartelijk alsof ik reeds tien
jaar over de vloer kom. Midden in de leefruimte staat een piano
waarop Toots na ons gesprek enkele melodieën zal spelen.
Verder heel veel foto’s: foto’s van zijn leven,
portretten maar ook actieshots, van het heden tot de jaren ’50…
herinneringen aan éénentachtig jaar Toots. Een
bijnaam die als muziek in de oren klinkt en zijn oorsprong kent
bij de muzikanten Toots Mondello en Toots Camarata.
Op het Vossenplein, in het hartje van de volkswijk de Marollen,
waar sinds 1873 dagelijks een rommelmarkt plaats vindt, was
jean-Baptiste Thielemans in de vroege jaren ’30 al een
vedette. (“Foto: Toerisme Vlaanderen
| A. Kouprianoff”)
BLACK-AMERICAN POSITIVE
”De muziek heeft mij ontdekt”, zegt Thielemans.
“Het begon als kleine jongen maar het heeft mijn hele
verdere leven bepaald. De eerste maal dat ik de stem van Louis
Armstrong uit een oude grammofoonspeler hoorde komen, raakte
ik in vervoering. Het jazzvaccin had mij te pakken. Ik weet
niet hoeveel ik er momenteel heb maar ik heb altijd wel een
mondmuziekske op zak.” Als ik niet speel dan
denk ik, filosofeer ik, improviseer ik. Jazz en het spelen van
jazz vormen het middelpunt van leven. I am contaminated by the
African-Americans. I am Black-American positive. Ik kan het
niet beter omschrijven.
Hebt u nooit gedacht: verdorie, ik ben aan de verkeerde
kant van de Oceaan geboren?
Toots Thielemans: Neen, ik ben wel blij dat ik als
een gevoelige jongen ben geboren, als iemand die de Afro-Amerikaanse
muziek aanvoelt. Mijn Amerikaanse vrienden vinden het fantastisch.
Quincy Jones zei mij ooit: “I think your mother must have
spoken to one of our brothers.” Ik kan in geen woorden
uitdrukken hoeveel respect ik heb voor mijn zwarte broeders. Hebt u niet een beetje een zwart hart?
Thielemans: Ik weet het niet. Ik vraag het mezelf ook
soms af. Maar dan denk ik: I do not play like black man. Because
nobody can play or sing like black man. Er is iets in hun touch…
de manier waarop een African-American zijn handen op
een piano plaatst of op een saxofoon blaast…
Jazz is een taal en iedereen heeft het recht die taal te spreken
maar probeer als blanke geen zwarte te zijn. Dan ben je niet
meer dan een kloon en kloon lijkt net iets te veel op clown.
Dat is ook mijn wapenspreuk: Be yourself, no more, no less!
28 SECONDEN
Veel van uw helden zijn niet meer. Hoe kijkt u terug
op de jaren ’50 en ’60?
Thielemans: Ik heb mijn goeroes aan het werk gezien
en stond naast mijn zwarte bopgoden op het podium. Gedurende
die vijftig jaar in de States heb ik al mijn helden
mogen ontmoeten en ben één van hen geworden. Maar
ik heb het succes niet op een blaadje gekregen. Als ik aan de
zijde van de groten in de jazzmuziek gestaan heb, was dat niet
omdat ik het vroeg. Ik werd door hen of hun manager gevraagd.
Met Ella Fitzgerald, Dizzy Gillespie, Charly Parker,…
heb ik opgetreden. Zelfs 28 seconden lang heb ik met de aansteker
van dit alles, Louis Armstrong, achter de microfoon gestaan.
U bent naar Amerika geëmigreerd, wat vandaag niet
en vroeger zeker geen makkelijke opdracht was? Ze zaten waarschijnlijk
niet op Thielemans te wachten?
Thielemans: In het begin deed ik alles in Amerika.
Ik heb voor 15 dollar opgetreden in maffiarestaurants en bar
mitswa’s. Dat was slechts per uitzonderling jazz.
Ik speelde er sentimentele deuntjes en muziek waarop de gasten
dansten. Maar ook toen ik mijn plaatsje in de jazzmuziek veroverd
heb, maakte ik uitstapjes naar de filmmuziek (Midnight Cowboy,
The Gataway, Jean de Florette,...), televisie
(het motief van Sesamstraat, de intro van Baantjer,...)
en het populaire genre. Zo stond ik op het podium met Paul Simon,
Billy Joel,…
In
1957 bent u Amerikaans staatsburger geworden. Was het
gemakkelijk om de band met het vaderland door te knippen?
Thielemans: Emotioneel was het niet moeilijk,
neen. Ik had geen enkele reden om terug te gaan. Ik had ook
weinig contacten met de Belgische ambassade. Ik was doorbloed
van jazz en had voldoende aan mijn eigen activiteiten. Ik
had enkel belangstelling voor en van mijn Amerikaanse collega’s.
De laatste tijd is dat anders. Misschien omdat ik baron geworden
ben. Ik heb nu de dubbele nationaliteit en vertoef ook veel
meer dan vroeger in België.
EEN WEEK: IS DAT NIET TE LANG?
Heel de wereld veroveren maar België bleek het moeilijkste,
dat hebben we nog gehoord.
Thielemans: In de beginjaren was er geen belangstelling
vanuit mijn geboorteland. Ook niet toen in 1950 met de legendarische
Benny Goodman België aandeed tijdens een Europese tournee.
Veel later pas, in de jaren ’70 denk ik, is dat veranderd.
In 1986 was ik toevallig in de rtbf-studio als België
na verlengingen Rusland versloeg op het WK voetbal in Mexico.
Ik werd toen gevraagd de Brabançonne te spelen op tv.
Op slag was ik wereldbekend in Wallonië. Op een eerbetoon
voor Jacques Brel bracht ik ook eens Ne me quitte pas. Ik
herinner het me nog alsof het gisteren was. Dat nummer zit
vol blues en beweegt me elke keer weer tot tranen toe. Je
proeft de liefde en voelt de pijn in elke noot. Vandaar dat
ik steeds weer zeg: I feel best in that little space between
a smile and a tear.
”Respect is belangrijk voor mij. Maar uiteindelijk
telt alleen het kippenvel” is een citaat dat ik vond
op de website van Jazz Middelheim, waarvan u peter bent. Hoeveel
moeilijker is het daar op te treden dan zeg maar in Tokyo
of Los Angeles?
Thielemans: I still have to put my head on the block
at each engagement. Maar Middelheim is telkens weer een extra
uitdaging waar ik toch met enige schrik naartoe kijk. Was
ik niet goed op Middelheim (13 tot 17 augustus 2003), zij
zouden beleefd geweest zijn maar er mij er later toch op gewezen
hebben. Maar ik had een heel goede dag en trad er op met alle
straffe vogels. Ik speelde op de eerste dag van het festival
en later hoorde ik dat collega’s de derde dag vroegen:
“We heard about Toots’ performance. Where is he?”
Maar ik zat alweer op het vliegtuig naar Taiwan.
U blijft maar optreden, vanwaar die onophoudelijke
drive?
Thielemans: Van de muziek natuurlijk. Een muzikant
is nooit volleerd. Music gives everything en takes everything.
Er zijn steeds nieuwe invloeden, waarvoor ik opensta. Ik wil
geen oud meubelstuk worden, dat je af en toe afstoft als een
monumentje. Zolang ik me keurig in het peloton van de hedendaagse
jazzmusici voel, wil ik doorgaan. Ik word natuurlijk wel fantastisch
omringd. Eigenlijk moet ik enkel maar rusten, op het stoeltje
zitten, mijn ogen sluiten en spelen… (lacht uitbundig)
Als mijn manager zegt: “Toots, je mag gerust een week
rusten.” Dan zeg ik: is dat niet te lang?
In 1962 componeerde Toots Bluesette, een combinatie van volks
gefluit en gesofistikeerd gitaarspel.
(“Foto: Jos Knaepen”)
BLUESETTE
Vooral in België identificeren veel mensen u met uw mondharmonica.
Weinigen weten dat u ook een begenadigd gitaarspeler bent?
Thielemans: Veel van mijn oudere kameraden zeggen:
“You should play more guitar!” Maar dan moet ik
bekennen:”Yes, but my left hand is to slow. It takes
me too much time”. In 1980 had ik een trombose en sindsdien
is mijn linkerhand niet meer wat ze moet zijn om goed gitaar
te kunnen spelen. Ik speel nochtans graag en in de jaren ’50
was ik één van de goei Amerikaanse gitaristen.
Met Bluesette werd u onsterfelijk. Zegt die compositie
wie u echt bent: de artiest die volks gefluit vermengd met
gesofistikeerd gitaarspel?
Thielemans: Misschien wel. Voor de ene ben ik een
virtuoos en voor de andere een flierefluiter. Maar na één
noot fluit iedereen mee. Het spreekwoord zegt less is more.
Vele virtuozen spelen honderd noten en slechts drie worden
onthouden. Hetzelfde met iemand die lang en vlug babbelt waarna
een ander drie woorden zegt en je plat ligt van het lachen.
Dat is echt kunst hé! Less is more!