
Sinds
vorig jaar kan hij met een welgemikte lik op een postkaart
of brief gekleefd worden. Zijn naam is Roger De Coster.
De Belgische Post gaf in 2004 immers een beperkte oplage
priorpostzegels van de twaalf Belgische wereldkampioenen
motorcross uit. Een stukje geschiedenis van de Belgische
motorsport, want de belangrijkste motorduivels vanaf de
vijftiger jaren worden afgebeeld. Bij de jongere sportliefhebber
is De Coster misschien niet zo bekend maar de 40-plussers
herinneren hem zeker wel. De Coster domineerde de halfliterklasse
in een groot deel van de jaren ’70. Hij werd vijfmaal
wereldkampioen tussen ’71 en ’76. Alleen in
’74 moest hij de titel overlaten aan Mikkola. Momenteel
en dit sinds ’87 woont hij samen met zijn Finse echtgenote
en hun drie zonen min of meer voltijds in de Verenigde Staten,
meer bepaald in Coto De Caza in de staat Californië.
Een portret van een multi-getalenteerd man en een terugblik
op de carrière van één van de coryfeeën
van de vaderlandse sportgeschiedenis.
Hoe
zou het nog zijn met Roger De Coster? Hij crosst niet meer,
de modder kleeft niet langer aan zijn aangezicht en zijn
laatste wedstrijd ligt bijna vijfentwintig jaar achter ons.
Maar de motorcrosswereld heeft hij nooit vaarwel gezegd.
Meer nog, zelfs zegegebaren maakt hij nog regelmatig. Niet
meer als rijder maar als teamleider. Hij ruilde het motorpak
en de helm voor een maatpak en das. “Ik ben gestopt
aan het einde van het Grote Prijs-seizoen 1980 nadat ik
in mijn laatste Grote Prijs als winnaar over de finish reed.
Een week later stapte ik in het management van het Honda
Motorcross Team op wereldniveau en maakte ook een tijdlang
deel uit van het GP-team met daarin toen André Malherbe,
Eric Geboers en Graham Noyce. Later vroeg Honda of ik mij
wilde focussen op de Verenigde Staten waardoor ik vreemd
genoeg vaak kon reizen tussen Europa, Japan en de VS. Vanaf
’86, toen reeds vader van twee kinderen, bleef ik
hoe langer hoe meer in Californië.” We maken
een sprong in de tijd naar ’95 wanneer De Coster Honda
vaarwel zegt en aan de slag gaat bij Suzuki, de constructeur
waarmee hij al zijn wereldtitels behaalde. Enkel het laatste
jaar van zijn sportieve loopbaan reed hij voor Honda, waar
hij dus na zijn crosscarrière, en dit tot midden
jaren ’90 bleef plakken. Tot op vandaag is De Coster
beheerder van de Amerikaanse Suzuki Motorcross Ploeg waar
hij onder meer helpt bij de ontwikkeling van motors en het
motiveren zowel als richting geven van crossers. De uit
Molenbeek afkomstige ex-wereldkampioen is ook teamleider
van de Amerikaanse ploeg waarmee hij 13 jaar op rij de Motorcross
der Naties, het officieuze wereldkampioenschap voor landenteams,
won. De ideale man op de ideale plaats kan je wel zeggen
want De Coster kan putten uit een brede pool van ervaring.
AF
EN TOE NOG EEN RITJE
”België is een echt motorcrossland maar het Mekka
van de motorcrosssport ligt reeds lang in de Verenigde Staten”,
antwoordt De Coster als ik vraag welke uitdaging hem dreef
om zijn geluk over de grote plas te zoeken. “Wat niet
weg neemt dat ik het crossen wereldwijd volg en erg veel
respect heb voor onze kampioenen Everts en Smets”,
vervolgt hij. Maar zijn leefwereld veranderde wel. Lange
tijd en tot op vandaag rijdt hij als Belg tegen de Belgen.
“Ik startte met mijn Amerikaans landenteam voor de
Motorcross der Naties nadat ik tevergeefs mijn medewerking
aanbood bij de Belgische Motorrijdersbond.” Tijdens
die jaarlijks weerkerende cross werden de jongste decennia
vaak hilarische duels uitgevochten tussen België en
het door De Coster aangevoerde Amerikaanse team.
De Coster heeft het naar zijn zin in de Verenigde Staten.
“Mijn woonplaats Coto de Caza ligt kort bij de kust,
half weg tussen Los Angeles en San Diego. Het is er goed
wonen tussen immigranten afkomstig uit alle hoeken van de
wereld met exotische en minder kleurrijke taalvarianten.
Ik ben hier goed en met heel veel respect ontvangen geweest.
In het milieu van sporters, technici, sportpers en racefanaten
voel ik mij thuis en ik moet toegeven dat mijn leven bijna
helemaal uit motorsport bestaat. Slechts af en toe maak
ik zelf nog eens een ritje om te ontsnappen aan telefoon,
fax, e-mail en andere stressfactoren. Het is eerder mentale
fitness dan sportief bezig zijn.”
”De voldoening van mijn huidige professionele bezigheid
is groot maar zeker niet zo intens dan toen ikzelf nog door
het zand stoof. Klagen doe ik weinig. Alleen wanneer de
zoveelste meeting op het programma staat, een vlucht weer
vertraging heeft of ik wederom moet wachten voor een security
check. Maar je hoort mij niet jammeren: ik heb heel
mijn leven mijn brood verdiend met mijn hobby, wat kan ik
meer wensen? Als mij gevraagd wordt terug te kijken denk
ik vooral aan mijn allereerste GP-overwinning, de eerste
wereldtitel, mijn vierde wereldtitel omdat ik een jaar eerder
slechts tweede was en tot slot mijn afscheid. Men kan er
toch enkel maar van dromen: stoppen met een overwinning.”
Zijn passie, een job kun je het amper nog noemen, leerde
hem verschillende hoeken van de wereld kennen. Als ik vraag
wat er volgt na de motorsport, want eens moet het toch ophouden,
twijfelt hij. “Nieuw-Zeeland is het meest verbluffende
land qua natuur, België is een paradijs om te eten
en de Verenigde Staten zijn het aangenaamste om in te werken.
Wat het juist zal worden, moeten we nog eens uitzoeken.
Mijn jongste zoon is ook nog maar 11, dus ook daar dienen
mijn echtgenote Kaarina en ik rekening mee te houden. Mijn
tweede zoon Christian zit bij de Marines en is
sinds begin februari in Irak gelegerd. De oudste, Nigel,
werkt voor het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington
DC.”
TALENTRIJKE BELGEN
”Ik ben nog steeds Belg maar weet niet goed hoe ik
die band met mijn wortels moet omschrijven. Ik kom er de
jongste jaren ook minder maar als het past schuif ik graag
aan tafel bij vrienden als oud-collega-crosser Sylvain Geboers
of mijn vroegere mecanicien Paul Van der Borght. Maar ook
met Eddy Merckx of Paul Van Himst durf ik wel eens af te
spreken.” De groten zoeken elkaar dus op, zoveel mag
duidelijk zijn: Merckx, Van Himst en De Coster, respectievelijk
nummer één, drie en negentien op de lijst
van Belgische sportman van de twintigste eeuw.
Vandaag is regerend wereldkampioen en levende legende Stefan
Everts dé man maar ooit werd een andere Belg The
Man en zelfs de vader van de motorcross genoemd.
De Coster bekijkt het nuchter en licht toe: “Die naam
kreeg ik omdat ik één van de eerste Europese
rijders was die naast het wereldkampioenschap, bestaande
uit Grote Prijzen vooral in Europa gehouden, jaarlijks naar
de VS trok en er ook mooie overwinningen behaalde. Later
werd die titel nog gekruid omdat ik als manager van het
Amerikaanse team dertien keer de Motorcross des Nations
binnensleepte.”
Wie dus denkt dat er vóór Everts, Smets en
Geboers geen Belgen waren die het motorcross domineerden,
heeft het goed fout. Sinds de jaren 1950 reeds kan België
bogen op zeer talentrijke motorcrossers. De Coster werd
niet enkel vijfmaal wereldkampioen maar won ook zesmaal
de Motorcross der Naties en tussen ’69 en ’78
tien jaar na elkaar de Trofee der Naties. In die tijd bleek
hij zo goed als ongenaakbaar. Zijn toenmalige evenknie in
de 250 cc was Joël Robert die met zes wereldtitels
zijn categorie domineerde. Nog een generatiegenoot was Gaston
Rahier. Zij werden voorafgegaan door René Baeten
en opgevolgd door vader Harry Everts en André Malherbe.
“Begin jaren ’80 moest het tijdperk Geboers
nog maar eerst beginnen en was van Stefan Everts nog lang
geen sprake. Elke generatie heeft zijn toppers en kampioenen.
De millenniumwissel heeft die en de jaren ’70 hadden
die. Niemand deed ooit beter dan Everts en hem evenaren
wordt erg moeilijk zoniet onmogelijk. Periodes en prestaties
blijven echter moeilijk te vergelijken. Ik weet nog dat
wij in onze tijd betrokken waren bij alle facetten van het
team. Piloten van vandaag moeten bovenal fit zijn, de omkadering
wordt hen aangeboden.” Maar dat neemt niet weg dat
De Coster (ooit) de beste was en trots mag zijn op de manier
waarop hij zijn nieuwe carrière invulde. Wanneer
men spreekt over een succesvolle carrière in de motorsport,
vindt je makkelijk rijders die meerdere wereldtitels verzamelde,
teamleiders die hun ploeg verschillende overwinningen bezorgde
of promotors die de sport populaire en memorabele evenementen
bezorgde. Maar geen enkele combineerde die drie zo succesvol
als De Coster dat deed.
Koen
Van der Schaeghe