HOME | VIW.THUIS |
 


Publicatiedatum:
10/10/05


















































































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | ZOEKERTJES
       
 


 



Sinds vorig jaar kan hij met een welgemikte lik op een postkaart of brief gekleefd worden. Zijn naam is Roger De Coster. De Belgische Post gaf in 2004 immers een beperkte oplage priorpostzegels van de twaalf Belgische wereldkampioenen motorcross uit. Een stukje geschiedenis van de Belgische motorsport, want de belangrijkste motorduivels vanaf de vijftiger jaren worden afgebeeld. Bij de jongere sportliefhebber is De Coster misschien niet zo bekend maar de 40-plussers herinneren hem zeker wel. De Coster domineerde de halfliterklasse in een groot deel van de jaren ’70. Hij werd vijfmaal wereldkampioen tussen ’71 en ’76. Alleen in ’74 moest hij de titel overlaten aan Mikkola. Momenteel en dit sinds ’87 woont hij samen met zijn Finse echtgenote en hun drie zonen min of meer voltijds in de Verenigde Staten, meer bepaald in Coto De Caza in de staat Californië. Een portret van een multi-getalenteerd man en een terugblik op de carrière van één van de coryfeeën van de vaderlandse sportgeschiedenis.

Hoe zou het nog zijn met Roger De Coster? Hij crosst niet meer, de modder kleeft niet langer aan zijn aangezicht en zijn laatste wedstrijd ligt bijna vijfentwintig jaar achter ons. Maar de motorcrosswereld heeft hij nooit vaarwel gezegd. Meer nog, zelfs zegegebaren maakt hij nog regelmatig. Niet meer als rijder maar als teamleider. Hij ruilde het motorpak en de helm voor een maatpak en das. “Ik ben gestopt aan het einde van het Grote Prijs-seizoen 1980 nadat ik in mijn laatste Grote Prijs als winnaar over de finish reed. Een week later stapte ik in het management van het Honda Motorcross Team op wereldniveau en maakte ook een tijdlang deel uit van het GP-team met daarin toen André Malherbe, Eric Geboers en Graham Noyce. Later vroeg Honda of ik mij wilde focussen op de Verenigde Staten waardoor ik vreemd genoeg vaak kon reizen tussen Europa, Japan en de VS. Vanaf ’86, toen reeds vader van twee kinderen, bleef ik hoe langer hoe meer in Californië.” We maken een sprong in de tijd naar ’95 wanneer De Coster Honda vaarwel zegt en aan de slag gaat bij Suzuki, de constructeur waarmee hij al zijn wereldtitels behaalde. Enkel het laatste jaar van zijn sportieve loopbaan reed hij voor Honda, waar hij dus na zijn crosscarrière, en dit tot midden jaren ’90 bleef plakken. Tot op vandaag is De Coster beheerder van de Amerikaanse Suzuki Motorcross Ploeg waar hij onder meer helpt bij de ontwikkeling van motors en het motiveren zowel als richting geven van crossers. De uit Molenbeek afkomstige ex-wereldkampioen is ook teamleider van de Amerikaanse ploeg waarmee hij 13 jaar op rij de Motorcross der Naties, het officieuze wereldkampioenschap voor landenteams, won. De ideale man op de ideale plaats kan je wel zeggen want De Coster kan putten uit een brede pool van ervaring.

AF EN TOE NOG EEN RITJE

”België is een echt motorcrossland maar het Mekka van de motorcrosssport ligt reeds lang in de Verenigde Staten”, antwoordt De Coster als ik vraag welke uitdaging hem dreef om zijn geluk over de grote plas te zoeken. “Wat niet weg neemt dat ik het crossen wereldwijd volg en erg veel respect heb voor onze kampioenen Everts en Smets”, vervolgt hij. Maar zijn leefwereld veranderde wel. Lange tijd en tot op vandaag rijdt hij als Belg tegen de Belgen. “Ik startte met mijn Amerikaans landenteam voor de Motorcross der Naties nadat ik tevergeefs mijn medewerking aanbood bij de Belgische Motorrijdersbond.” Tijdens die jaarlijks weerkerende cross werden de jongste decennia vaak hilarische duels uitgevochten tussen België en het door De Coster aangevoerde Amerikaanse team.

De Coster heeft het naar zijn zin in de Verenigde Staten. “Mijn woonplaats Coto de Caza ligt kort bij de kust, half weg tussen Los Angeles en San Diego. Het is er goed wonen tussen immigranten afkomstig uit alle hoeken van de wereld met exotische en minder kleurrijke taalvarianten. Ik ben hier goed en met heel veel respect ontvangen geweest. In het milieu van sporters, technici, sportpers en racefanaten voel ik mij thuis en ik moet toegeven dat mijn leven bijna helemaal uit motorsport bestaat. Slechts af en toe maak ik zelf nog eens een ritje om te ontsnappen aan telefoon, fax, e-mail en andere stressfactoren. Het is eerder mentale fitness dan sportief bezig zijn.”

”De voldoening van mijn huidige professionele bezigheid is groot maar zeker niet zo intens dan toen ikzelf nog door het zand stoof. Klagen doe ik weinig. Alleen wanneer de zoveelste meeting op het programma staat, een vlucht weer vertraging heeft of ik wederom moet wachten voor een security check. Maar je hoort mij niet jammeren: ik heb heel mijn leven mijn brood verdiend met mijn hobby, wat kan ik meer wensen? Als mij gevraagd wordt terug te kijken denk ik vooral aan mijn allereerste GP-overwinning, de eerste wereldtitel, mijn vierde wereldtitel omdat ik een jaar eerder slechts tweede was en tot slot mijn afscheid. Men kan er toch enkel maar van dromen: stoppen met een overwinning.”

Zijn passie, een job kun je het amper nog noemen, leerde hem verschillende hoeken van de wereld kennen. Als ik vraag wat er volgt na de motorsport, want eens moet het toch ophouden, twijfelt hij. “Nieuw-Zeeland is het meest verbluffende land qua natuur, België is een paradijs om te eten en de Verenigde Staten zijn het aangenaamste om in te werken. Wat het juist zal worden, moeten we nog eens uitzoeken. Mijn jongste zoon is ook nog maar 11, dus ook daar dienen mijn echtgenote Kaarina en ik rekening mee te houden. Mijn tweede zoon Christian zit bij de Marines en is sinds begin februari in Irak gelegerd. De oudste, Nigel, werkt voor het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington DC.”


TALENTRIJKE BELGEN

”Ik ben nog steeds Belg maar weet niet goed hoe ik die band met mijn wortels moet omschrijven. Ik kom er de jongste jaren ook minder maar als het past schuif ik graag aan tafel bij vrienden als oud-collega-crosser Sylvain Geboers of mijn vroegere mecanicien Paul Van der Borght. Maar ook met Eddy Merckx of Paul Van Himst durf ik wel eens af te spreken.” De groten zoeken elkaar dus op, zoveel mag duidelijk zijn: Merckx, Van Himst en De Coster, respectievelijk nummer één, drie en negentien op de lijst van Belgische sportman van de twintigste eeuw.

Vandaag is regerend wereldkampioen en levende legende Stefan Everts dé man maar ooit werd een andere Belg The Man en zelfs de vader van de motorcross genoemd. De Coster bekijkt het nuchter en licht toe: “Die naam kreeg ik omdat ik één van de eerste Europese rijders was die naast het wereldkampioenschap, bestaande uit Grote Prijzen vooral in Europa gehouden, jaarlijks naar de VS trok en er ook mooie overwinningen behaalde. Later werd die titel nog gekruid omdat ik als manager van het Amerikaanse team dertien keer de Motorcross des Nations binnensleepte.”

Wie dus denkt dat er vóór Everts, Smets en Geboers geen Belgen waren die het motorcross domineerden, heeft het goed fout. Sinds de jaren 1950 reeds kan België bogen op zeer talentrijke motorcrossers. De Coster werd niet enkel vijfmaal wereldkampioen maar won ook zesmaal de Motorcross der Naties en tussen ’69 en ’78 tien jaar na elkaar de Trofee der Naties. In die tijd bleek hij zo goed als ongenaakbaar. Zijn toenmalige evenknie in de 250 cc was Joël Robert die met zes wereldtitels zijn categorie domineerde. Nog een generatiegenoot was Gaston Rahier. Zij werden voorafgegaan door René Baeten en opgevolgd door vader Harry Everts en André Malherbe. “Begin jaren ’80 moest het tijdperk Geboers nog maar eerst beginnen en was van Stefan Everts nog lang geen sprake. Elke generatie heeft zijn toppers en kampioenen. De millenniumwissel heeft die en de jaren ’70 hadden die. Niemand deed ooit beter dan Everts en hem evenaren wordt erg moeilijk zoniet onmogelijk. Periodes en prestaties blijven echter moeilijk te vergelijken. Ik weet nog dat wij in onze tijd betrokken waren bij alle facetten van het team. Piloten van vandaag moeten bovenal fit zijn, de omkadering wordt hen aangeboden.” Maar dat neemt niet weg dat De Coster (ooit) de beste was en trots mag zijn op de manier waarop hij zijn nieuwe carrière invulde. Wanneer men spreekt over een succesvolle carrière in de motorsport, vindt je makkelijk rijders die meerdere wereldtitels verzamelde, teamleiders die hun ploeg verschillende overwinningen bezorgde of promotors die de sport populaire en memorabele evenementen bezorgde. Maar geen enkele combineerde die drie zo succesvol als De Coster dat deed.

Koen Van der Schaeghe

     




© Vlamingen in de Wereld