HOME | VIW.THUIS |
 
[DE AUTEUR]

Hugo De Clercq is Oost-Vlaming van afkomst en verliet Vlaanderen in 1997
























































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN | JONGEREN | NOSTALGIE
       
 


 
EEN NIEUW LEVEN IN VILLAGUAY:
VLAAMSE PIONIERS
IN ARGENTINIË


In de tachtiger jaren van de negentiende eeuw weken duizenden Vlamingen uit naar Argentinië, op zoek naar betere levensomstandigheden. Vandaag is over de belevenissen van de gewone immigrant niet zoveel meer bekend. De lotgevallen van de moeders en vaders, van hun zoons en dochters, zijn wel hier en daar terug te vinden in brieven aan familieleden, voor zover die brieven bewaard bleven en flarden uit hun leven werden opgetekend door reizigers en andere tijdgenoten.

 
 
Een eeuw of meer geleden was die emigratie actualiteit en in de kranten en tijdschriften van toen werd regelmatig geschreven over het voor en tegen van de landverhuizing. Over bijna heel Europa werd propaganda verspreid door diverse promotoren en ook in ons land hadden zij succes: soms waren het gratis reisbiljetten derde klasse, soms de belofte van gratis grond, dikwijls de uitzichtloze armoede in Vlaanderen, die hele gezinnen deed inschepen naar Argentinië. Sommige katholieken zagen de Vlaamse mensen liever naar een “katholiek” land vertrekken dan naar het protestantse Amerika. De socialisten van hun kant waren zodanig bekommerd om de uittocht dat in hun pers en op hun meetings het volk gewaarschuwd werd voor de Argentinië-ronselaars die hun meer miserie, erger uitbuiting en een verre dood zouden brengen.
Maar het einde van de burgeroorlogen, de onderwerping van de laatste Indianen, de uitbouw van het spoorwegennet en een generatie vooruitziende leiders zorgden ervoor dat gunstige voorwaarden ontstonden voor de ontwikkeling van de landbouw. Wat men nu meest nodig had waren talrijke en goedkope arbeidskrachten, want het land had nauwelijks 2 miljoen inwoners of minder dan 1 per Km2.

Het spreekt vanzelf dat de meeste emigranten in groepen reisden. Zonder af te doen aan de figuur van de initiatiefnemer van een emigratieproject- dat dikwijls met kolonisatie en ontginning werd gelijkgesteld – was de samenhang van de groep belangrijk. De emigrant kende niet de taal of de gewoonten van het nieuwe land en buiten zijn groep van mede-emigranten was er geen houvast van familie, kerk of school.
Een voorbeeld van geslaagde emigratie is de groep, die vertrok uit Antwerpen in November 1881.
Dit waren vooral mensen uit de streek van Oudenaarde, bijeengebracht door Eugeen Schepens uit Welden. Schepens, die een jaar tevoren met een vriend Argentinië bezocht had om de grondslag te leggen voor zijn kolonisatieproject, zou de groep vergezellen en zich met hen in de Argentijnse provincie Entre Rios vestigen.

Om meer te weten over wat er zo met die migranten gebeurde, kunnen we terecht bij het boek van Eriberto W. Devetter, kleinzoon van één van de pioniers die in januari 1882 in Villaguay, in het Argentijnse Mesopotamia, aan het grootste deel van hun leven begonnen. Het boek dat we pas ontvingen en dat hier in Argentinië gepubliceerd werd , Que fue de ellos: Hechos protagonizados por inmigrantes Belgas llegados a Villaguay a partir de 1882, vertelt ons het wedervaren van de pioniers, zoals het door mondelinge overlevering of door brieven aan een paar familieleden in België bewaard bleef. Villaguay heeft vandaag rond de dertigduizend inwoners, waarvan de helft één of meerdere Belgische voorouders hebben. Toen de eerste groep migranten aankwam was de nederzetting van een paar honderd criollos pas in stad omgedoopt. De eerste families die met Eugeen Schepens reisden ontvingen provinciaal land: hoe eerder men kwam, hoe dichter bij het stadje. Een gezin kreeg 32 hectaren, een ongehuwde man de helft. De allereerste groep, die in Buenos Aires van de boot stapte op 5 december 1881, bleef daar meer dan een maand tot ze in volle Argentijnse zomer, per rivierschip naar de haven van Colón, aan de Rio Uruguay, konden reizen. Vandaar ging het anderhalve dag verder in tien ossenwagens en zo kwamen de eerste zeven families op 13 januari 1882 in Villaguay aan: Berra, De Clercq-Van Hauvart, Dubinsson, Devetter-Couples, Vandevelde, Lagneau, Van Hauvart-Aelvoet. Bij die eerste groep weet men dat twee families uit Schorisse kwamen en één uit Ronse; voor de anderen geeft men geen geboorteplaats. Bij de volgende reis van de ossewagens en bij latere immigranten vinden we opnieuw een Zuid-Oost-Vlaamse herkomst bij velen: Willems-Creteur (Maarke-Kerken), Van Cauwenberghe,Van den Brande, Van Haezevelde en Verbauwede (Mater), Van Derdonckt (Schorisse), Hoet (Nukerke). Er waren dan ook verschillende West-Vlamingen, waaronder pastoor Hoflack uit Staden, wiens parochie maar 70 km verder lag, in Villa Elisa, en die heel wat Vlaamse huwelijken inzegende, een paar Kempenaars en wat Luxemburgers.

Het succes van Villaguay is voor een deel aan de aanvankelijke samenhang van de groep te danken. De gronden lagen dikwijls samen, kinderen groeiden samen op en op zondag vielen de kerkgangers samen, in de “almacén de ramos generales”, de commercie van een landgenoot, ten minste voor zover de kerk bereikbaar was, want mettertijd geraakten de families meer uitgezaaid. Het stuk land dat hun toegewezen werd lag natuurlijk niet gebruiksklaar en het rooien was zwaar werk, maar daar kon pas aan begonnen worden nadat de “rancho” van adobe gebouwd was. Bij de groep waren er niet alleen landbouwers; er waren ook een metselaar en een paar schrijnwerkers. Zelfs een scheikundig ingenieur, Oscar Van Humbeecq, een ondernemend man, die uiteindelijk rijk werd in Paraguay. Van Humbeecks beweegreden was een liefdesgeschiedenis, voor anderen was het ontsnappen aan het leger, maar in de meeste gevallen was het ontkomen aan een uitzichtloos bestaan van kleine pachter in een land waar men niet kon vooruitkomen. Frédéric Devetter was eenentwintig toen hij met zijn vrouw en twee dochtertjes van twee en drie jaar uitweek, als schrijnwerker, meubelmaker en klompenmaker. Ze deden het goed en hij werd niet alleen één van de medestichters van de locale landbouwcoöperatief, hij was ook hoofd van de kolonie en ere-vice-consul van België in Villaguay. In Villaguay werden er hen nog acht kinderen geboren : de meeste van die gezinnen waren kinderrijk. Niemand echter had meer kinderen dan Judocus Van Derdonckt, die na zijn twaalf kinderen met Marie-Odile Aelvoet, er nog dertien had met María Lalanda. Er waren ook tragische geschiedenissen: Ivo van Haezevelde was in 1882 gearriveerd met zijn vrouw Monica Amelia Van den Brande en hun tweejarig zoontje Jan Baptist. Kort na aankomst werd hen een tweede zoon Carlos Luis geboren. Op een middag, terug van het rooien, vond hij zijn vrouw vermoord. Wanneer hij aangifte deed en de politie een huiszoeking verrichtte, werd ten onrechte besloten dat de echtgenoot de schuldige was. Hij kende nauwelijks Spaans en werd gearresteerd. De rechter veroordeelde hem tot een lange gevangenisstraf. Vier jaar later werd de echte dader toevallig gepakt, omdat hij in een zatte bui in een dorp, zeventig kilometer verder, had gepocht over zijn moord op een “gringa” in Villaguay. Van Haezevelde is nooit hertrouwd, maar heeft gewerkt en gewerkt en werd een rijk man. Het noodlot trof ook de veekoopman Evarist Ghyselink, die de mooiste paarden in België ging verkopen en die einde 1913 besloot op de reis naar België zijn gezin mee te nemen . Toen de oorlog uitbrak, was er geen schip terug nog te vinden. Zijn in Argentinië geboren zoon Remi werd gemobiliseerd, overleefde de loopgraven, maar stierf van ziekte en ontbering langs de weg terug. Hij werd nooit gevonden en na een jaar zoeken gaven de ouders Evarist Ghyselink en Cedonia Gequiere alle hoop op en keerden weer naar Villaguay. Bij hun terugkeer in 1919 zorgden de “paisanos” voor een goede opvang.

Eriberto Devetter heeft ons een dienst bewezen met de getuigenissen van zijn generatie, kleinkinderen van de emigranten te boek te stellen. Eriberto is 78 en één van de jongste van de groep. Het boek vond zijn weg naar Amerikaanse en Australische universiteiten als een document over de migratie van tientallen families. Wij kunnen alleen maar hopen dat ook België, en in het bijzonder Vlaanderen, Villaguay niet helemaal vergeten.

Auteur:
Hugo De Clercq
Pilar, Argentinië

 

     
© Vlamingen in de Wereld