| |
|
|
Werken
is voor de tot baron betitelde arts en professor Peter Piot
een beroep. Een term waarin het woord roeping verborgen zit.
Een roeping móét het ongetwijfeld ook zijn,
wil hij zijn job aan het hoofd van UNaids volhouden. Dat sommige
landen oogkleppen dragen als het over aids gaat, is voor Piot
een doorn in het oog. Onaanvaardbaar en frustrerend is ook
de recente toename van hiv-besmettingen in de westerse wereld,
waar de bevolking nochtans op de hoogte is van de gevaren
en kennis heeft van preventiemiddelen. Maar Piot bijt door
en haalt kracht uit de geboekte vooruitgang van de voorbije
jaren maar vooral uit het contact met zieken en seropositieven.
“Ik ben van nature nogal ongeduldig, doch ik besef dat
een mentaliteitswijziging veel tijd vergt. Het voornaamste
is dat we vorderingen maken. Als ik in functie van UNaids
op reis ben en de met hiv besmette mensen ontmoet, hun levensstrijd
te horen krijg, hun problemen hoor aankaarten, dan weet ik
waarom ik werk. Dan besef ik ook dat we moeten volharden.”
En doorzetten mag hij want de secretaris-generaal van de Verenigde
Naties, Kofi Annan, verlengde eind januari 2005 de benoeming
van de Vlaamse arts aan het hoofd van UNaids met vier jaar.
Tevens blijft hij voor dezelfde periode ondersecretaris-generaal
van de Verenigde Naties.
JULES
VERNE ACHTERNA
Na
als een van de eersten te hebben ondervonden wat ebola teweeg
bracht, ging medeontdekker Piot zich specialiseren in seksueel
overdraagbare aandoeningen (soa’s). “We schrijven
1976 wanneer collega’s en ikzelf in het toenmalige Zaïre
de allereerste ebola-epidemie opmerkten en tot staan trachtten
te brengen. Het was een waar detectivewerk, we wisten weinig
of niets van het virus noch over de besmettingsgraad. Behalve
de ebola-slachtoffers zagen we toen vooral hoeveel mensen
er leden aan soa’s. Terug in Europa, bleek dat er maar
weinig over soa’s bekend was terwijl die ziekten toch
al zo oud zijn als de mensheid zelf. Daar en in de sociale
dimensie van deze ziekten situeert zich de oorsprong van mijn
belangstelling voor de seksuele gezondheid. Een vanzelfsprekende
en populaire optie was het destijds zeker niet, maar mij leek
het toen een logische keuze.” Piot studeerde in Gent
en Antwerpen en trok ook over de grote plas om zich te vervolmaken.
“Aan de Universiteit van Washington legde ik mij voornamelijk
toe op onderzoekswerk inzake infectieziekten. Indertijd was
het zeer goed voor een wetenschappelijke carrière om
een tijdje in de Verenigde Staten door te brengen.”
Piot droomde altijd al van een actief leven in het buitenland.
“Ik heb altijd de drang gehad om weg te gaan, zowel
in positieve als negatieve zin. Ik wilde de wereld zien en
met name mijn interesse in de problematiek van de ontwikkelingslanden
was erg groot. Als kleine jongen was ik een grote fan van
Jules Verne. Dat was zelfs één van de hoofdredenen
om geneeskunde te studeren. Met zulk diploma dacht ik overal
ter wereld aan de slag te kunnen.”
Van 1980 tot 1992 is Piot als professor microbiologie verbonden
aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.
Hij kwam er voor het eerst in contact met aids. “Het
moet 1981 geweest zijn wanneer er vanuit de Verenigde Staten
de eerste berichten over aids gepubliceerd werden. Een aantal
patiënten in het tropisch instituut leek aan soortgelijke
aandoeningen te lijden. Wij begrepen toen niet echt dat het
om deze geheel nieuwe ziekte ging. In oktober ’83 begon
ik voltijds te werken op aids. Ik leidde onder meer een team
naar Kinshasa waar we voor het eerst aids documenteerden en
aantoonden dat er ook een heteroseksuele epidemie was. Tot
dan bestond het dogma dat het virus enkel door homoseksuelen
werd overgedragen.” De oorsprong van aids zullen we
volgens Piot nooit helemaal achterhalen. Hoogstwaarschijnlijk
is het afkomstig van chimpansees maar dat blijven speculaties.
UNAIDS
MOEST MODERNE PLAAG HALT TOE ROEPEN
Tussen
’92 en ’94 is Piot werkzaam bij de Wereldgezondheidsorganisatie
in het aidsprogramma
leidde. Wanneer de VN in ’94 UNaids, een overkoepelend
orgaan dat op wereldniveau de strijd aanbindt met de ziekte,
opricht wordt Piot de eerste directeur. Dat is hij tot op
vandaag en dus zeker nog de komende vier jaar. Sinds ’94
en vooral sedert begin jaren ’80 is er heel wat veranderd.
Deprimerend zowel als hoopgevend. Dat aids een wereldwijde
epidemie zou worden, was vijfentwintig jaar geleden niet geweten.
En dat anderzijds aidsremmers vrij succesvol konden zijn,
bleef zelfs tot voor enkele jaren een groot vraagteken. Dr.
Peter Piot: “De visie op aids is helemaal omgeslagen.
In eerste instantie door de proporties die de epidemie aannam.
Bij aanvang van mijn eerste termijn had ik dan ook drie objectieven
om aids in te dijken. Vooreerst moest de aidsproblematiek
op de politieke agenda komen. Met politieke steun en engagement
van wereldleiders bereikt
men veel meer, krijgt men makkelijker fondsen los en kunnen
moeilijke beslissingen zoals condoompromotie,
die vaak tegen de publieke opinie ingaan, beter verkocht worden.
De eerste bijzondere Algemene Vergadering van de VN in 2001
gewijd aan de aidsproblematiek was wat dat betreft een hoogtepunt.
Ten tweede moesten we aids heroriënteren van een medische
curiositeit naar een probleem van sociale en economische ontwikkeling.
Dat lukte want aids is momenteel één van de
zogenaamde millenium development goals. Daarmee is
aids/hiv erkend als obstakel voor de ontwikkeling. Aids raakt
immers aan alle facetten van het leven en is veel meer dan
een puur medisch probleem. Een derde objectief was financieel
gekleurd. Bij de oprichting van UNaids was er tweehonderd
miljoen dollar voorhanden om de strijd tegen aids in de ontwikkelingslanden
te organiseren. In 2004 was dit bedrag opgelopen tot zes miljard
dollar. Een laatste, wel verhoopt maar niet vooropgesteld,
element is de komst van aidsremmers. Die veranderden de dynamiek
rond aids compleet en betekenden veel meer dan een sprankel
ijdele hoop.”
GEEN
PUUR MEDISCH PROBLEEM
Een aspect dat opvalt en zeker wat meer aandacht verdient,
is de mate
waarin aids uit het vakje van de gezondheidsproblemen springt.
Dr. Peter Piot benadrukt dat dan ook: “Omdat het om
een ziekte gaat die via seks wordt overgedragen, heb je meteen
met een heel culturele, ideologische en dogmatische context
te maken. Er bestaat nog heel wat hypocrisie over seks. Wie
over aids en hiv praat, moet er van uit gaan dat niet iedereen
zijn leven lang monogaam is. Ik heb dit aspect met het Vaticaan
en heel wat religieuze verantwoordelijken van verschillende
strekkingen besproken en ik durf te zeggen dat er een hele
evolutie is. Veel kerken, waaronder de katholieke zijn erg
actief bezig met aidspreventie. Er bestaan meningsverschillen
over het condoomgebruik in dit verhaal maar wij bekijken het
als één pakket en dat evolueert in de goede
richting. Of ons werk veel makkelijker zou worden als de paus
zich positief uitspreekt over het condoom? Ik weet het niet.
Niet iedereen zal luisteren naar de paus. En belangrijker
dan zijn standpunt is dat puriteinen niet massaal tegen het
condoom prediken.” Daarenboven beklemtoont Piot dat
aids, voornamelijk in Afrika dan, ook een economisch probleem
is. “Vooreerst is één van de voornaamste
redenen dat er in Zuid-Afrika zoveel aids/hiv voorkomt, het
feit dat mannen die in de mijnen werken soms tien maanden
van huis weg zijn. Tijdens die periode hebben zij meerdere
seksuele contacten. We moeten ook realistisch zijn. Waarom
zouden deze mensen hun seksueel gedrag in 1, 2, 3 veranderen?
Iets dat zo’n fundamentele drijfkracht in het leven
is. Ten tweede is er de impact op de maatschappij, het sociale
weefsel en de economische stabiliteit: stervende leerkrachten,
miljoenen wezen en steeds meer straatkinderen.”
Vanuit zijn post als hoofd van het centrale bureau voor kennis
van aids, juicht Piot toe dat er een trend is om de aandacht
meer dan vroeger toe te leggen op patiëntenzorg. “De
tijd dat men besmette mensen opgaf of uitsloot, is voorbij.
De taboesfeer rond aids is gelukkig afgenomen en de ziekte
is meer en meer bespreekbaar. Een strategisch offensief mag
en kan gevoerd worden.De specifieke focus op zorg is de jongste
jaren natuurlijk makkelijker te leggen, wetende dat de prijs
van geneesmiddelen voor de behandeling van aids met negentig
procent gedaald is. Dat hebben wij vanuit UNaids persoonlijk
genegotieerd met de farmaceutische industrie. Een enorme voldoening
geeft dat omdat je op die manier echt iets kan betekenen voor
de hiv- en aidslijders. Anderzijds zorgt de medicalisering
in het Westen voor een verminderde aandacht aan preventie
waardoor dat we net daar een opflakkering van besmetting en
ziekte vaststellen. Dat is mijn inziens onaanvaardbaar omdat
vóóral de westerse wereld over alle communicatiemiddelen
beschikt.”
WGO
& ABC
In zijn huidige functie is Piot meer diplomaat dan microbioloog.
Hij wordt ontvangen door wereldleiders en ceo’s van
farmaceutische bedrijven en spreekt voor (inter)nationale
congressen bij wie hij de boodschap Aids als ‘de
zwarte dood’ van ons tijdperk overbrengt. Daarvoor
gebruikt hij zijn aanzien als hoofd van UNaids en als lid
van het Institute of Medicine van de Amerikaanse
Academie voor Wetenschappen. Voor het overige hecht Piot weinig
belang aan titels, onderscheidingen en eerbetuigingen. “Ik
hanteer ze eerder om druk te zetten op bepaalde partijen en
om van man tot man te spreken met gerenommeerde wetenschappers.”
Zoals voormalig directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie
(WGO) Gro Harlem Brundlandt haar gewicht in de schaal wierp
tegen tabak, zou Piot aids nog hoger op de agenda kunnen geplaatst
hebben, ware het niet dat hij in 2003 nipt naast de hoogste
post van de overkoepelende Wereldgezondheidsorganisatie greep.
“Verliezen is nooit makkelijk, zeker niet als het slechts
met één stem is. Het was een moment dat het
leven anders kon uitvallen, maar zoals ik reeds verduidelijkte
hebben we nog heel wat werk voor de boeg. We werken trouwens
heel goed samen met de Wereldgezondheidsorganisatie die nu
geleid wordt door Lee Jong-Wooh, de man die mijn belangrijkste
tegenkandidaat was.” Volgens Piot is dat ook typerend
voor de Verenigde Naties, meer dan in welke organisatie ook,
heerst er eenheid tussen nationaliteiten en mensen. Uiteraard
hebben ze daar een voorbeeldfunctie. “Als je culturen
respecteert, bouw je een team. Dat is en blijft een grote
uitdaging. Er is een enorme diversiteit tussen mensen maar
er blijven veel meer gelijkenissen dan verschillen. Wij exploiteren
dat misschien niet voldoende. Dat wil niet zeggen dat ik Belgen
minder waardeer. Ik denk dat ik België meer apprecieer
sinds ik binnen de VN werk. Met mijn ervaring in het buitenland
kan ik onze sociale zekerheid en gezondheidszorg bijvoorbeeld
erg goed vergelijken. Ook het feit dat België een multiculturele
en multi-etnische maatschappij kent, kan ik erg naar waarde
schatten. Dan heb ik het nog niet over de gastronomie, mijn
beste Belgische vriend.
Nog een slotbedenking om af te sluiten. Afhankelijk van het
feit of u al dan niet een snelle lezer bent, zijn er tijdens
het lezen van dit portret meer of minder hiv-geïnfecteerden
bijgekomen. Niet minder dan tien per minuut. Om even bij stil
te staan, niet? En, neen hoor, aids is helemaal geen ver-van-uw-bedshow,
integendeel. De bestrijding ervan begint tussen uw en mijn
lakens. Eén van de voornaamste voorlichtingsslogans
luidt dan ook ABC: Abstain, Be faithful or use a Condom
oftewel Onthou, wees trouw of gebruik een condoom.
Koen Van der Schaeghe
|