
KLEIN
BEGINNEN EN MET DOORZICHT GROEIEN
PASCAL ERGO’S SLEUTEL TOT SUCCESVOL
ONDERNEMEN IN SLOVAKIJE
Je
zal in de nadagen van het jaar 1992 maar met een rugzak
vol ambitie en ondernemersdrang in, het op zijn laatste
benen lopende, Tsjechoslovakije belanden. Met lokale maffia,
vrieskou en Slovaaks en Russisch als enige talen om je heen
zou menig 26-jarige voor minder van zijn sokken geblazen
worden. Vlaming Pascal Ergo evenwel stelde zich de opdracht
en droom om investeerders aan te trekken in Slovakije. Een
tocht waarvan hij niet zou afwijken. Vandaag, dertien jaar
later, staat de olijke Vlaming aan het hoofd van een bedrijvengroep
die een kleine 850 werknemers tewerkstelt en een jaarlijkse
omzet heeft van 150 miljoen euro. In Slovakije maar ook
in meerdere voormalige Sovjetrepublieken. Hij heeft de fluwelen
revolutie en de creatie van twee afzonderlijke staten zintuiglijk
en emotioneel beleefd. Hij droeg zijn steentje bij tot de
economische ontwikkeling in de regio en verloor zijn hart
in het jonge EU-land. Treed binnen in de wereld van zakenman
en Harvard-alumnus Pascal Ergo.
AAN DE WEG TIMMEREN
Ik heb afspraak met de entrepreneur in het Belgian Beer
Café De Zwaan in Bratislava. Na het gesprek
en het obligate genieten van Vlaamse karbonaden in Leffesaus
keuvelen we nog even in de knusse en charmante verkeersvrije
binnenstad. De oude stad of Staré Mesto is een pareltje
met mooie pleinen en prachtig gerestaureerde gotische en
barokke gebouwen die vooralsnog niet onder de voet worden
gelopen door hordes toeristen. “De binnenstad is zeer
recent helemaal opgeknapt”, weet mijn gids en gastheer
te vertellen. “Wie het oude Bratislava wil zien, kijkt
best eens naar The Peacemaker, de film met Nicole
Kidman en George Clooney uit 1997. De oude binnenstad moest
toen het Wenen uit vroegere tijden voorstellen. Om een idee
te geven: amper tien jaar geleden verkochten winkeliers
hier één bepaalde jeans of één
variant waspoeder. Men spreekt in Slovakije niet alleen
van voor en na de omwenteling maar ook van voor en na de
foefelaars en die laatste, die zijn nog maar vijf jaar van
het toneel verdwenen. De jaren ertussen hebben de Slovaak
in de straat helaas weinig opgeleverd.”
“Het is in dat oude decor van aftandse gebouwen dat
ik gestaag maar rustig aan de weg timmerde. In eerste instantie
als verdeler voor Janssen Pharmaceutica. West
Export Import was onze naam. Andere farmaceutische
bedrijven zouden dra volgen. De West-group verzorgde ook
de opslag en distributie voor die bedrijven. Later werd
ook een keten van eigen apotheken en optiekzaken opgericht.
Daarenboven hebben we nu een firma die medicijnen levert
aan huis. Dát is de toekomst hoor, ook in West-Europa.
Maak u geen illusies. Het zal wat langer duren omdat de
apothekersverenigingen in België sterker staan, maar
er valt niet aan te ontsnappen. De vooruitgang houd je niet
tegen, zelfs niet in een land als België dat stilaan
vastroest in lobbyorganisaties.” Een mooi en verrassend
parcours dat Pascal Ergo aflegde als u het mij vraagt met
apotheken die luisteren naar namen als Antverpia
in Kosice en Ibiza in Bratislava. En dit is dan
nog maar een voorlopige balans van zijn bedrijvigheid. Zijn
aanwezigheid in de afgescheiden Sovjetstaten geschiedt onder
de naam International Health care Consulting AG
of IHCC.
HET WILDE OOSTEN

“Onze oorspronkelijke uitvalsbasis was het oostelijk
gelegen Presov. Nabij de grens met Hongarije, Polen en Oekraïne
gingen we het zoeken. Correctie, ging mijn vader het zoeken,
want ik verbleef toen nog in Mozambique. Hij liet zijn oog
in eerste instantie op Polen vallen maar dat viel wat tegen.
Toen hij tijdens een vakantie door het oosten van Slovakije
reed, doorkruiste hij het stadje Presov. Voor de inwoners
was hij de eerste westerling die ze zagen en hij werd dan
ook warm ontvangen. De burgemeester hielp hem onmiddellijk
bij het opstarten van een firma.”
Na het afronden van zijn studies vertoefde Pascal Ergo eerst
vier jaar in andere buitenlanden. Hij was in Marokko, Tunesië,
doceerde en adviseerde de onderwijsminister in Jakarta en
werkte voor de voormalige CMB (Compagnie Maritime Belge)
in Mozambique. Toen hij naar Slovakije verkaste, beheerden
vader en zoon Ergo drie jaar lang samen de zaken. Ergo junior
vanuit Presov en Ergo senior in Vlaanderen, tot deze laatste
helaas kwam te overlijden. “We waren net break-even
en de banken nodigden mij toen beleefd uit om te zien of
ze de jonge Ergo konden vertrouwen of de kredietverlening
zouden bevriezen. Gelukkig is het op het vertrouwen uitgedraaid
en dan ben ik alleen verder gegaan.”
En dat vertrouwen heeft hij niet beschaamd. De jonge bedrijfsleider
koos niet om snel veel geld te maken maar om langzaam te
groeien. “De mogelijkheden om vlug rijk te worden,
waren nochtans legio, maar dan moest je ermee kunnen leven
dat je daarna mogelijk gechanteerd werd. Nu lachen we er
onder vrienden soms mee maar liever zo. Er zijn miljardairs
hoor in Slovakije, maar die bang zijn van elke telefoon.
En dat is dan nog niets vergeleken met Rusland. Het was
zaak er je handen van af te houden en je firma normaal op
te bouwen. De foefelaars zaten in de jaren ’90 natuurlijk
overal. Vriendjes van bedrijfsleiders werden van de ene
dag op de andere minister. Het verhaal van een kleine groep
welgestelden die zich alle rijkdom toe-eigende is alom bekend.
Als buitenlander moest ik in de beginperiode rapporteren
aan de Tsjechen (de Slovaken leefden immers onder het juk
van de Tsjechen, kvds). De Tsjechen berichtten aan UCB,
Upjohn,... Maar ik kende hen natuurlijk ook rechtstreeks
en wist vlug dat er op grote schaal gefraudeerd werd. De
geheime dienst luisterde mijn telefoon af en alles wat ik
verstuurde, werd onderschept, gekopieerd. Ik was natuurlijk
ook de enige buitenlander in mijn industrie, een tak waarin
heel veel geld circuleert. Een hele tijd leefde ik low profile,
reed in oude wagens, bleef in de grensstreek en kwam enkel
naar Bratislava als het broodnodig was. Pas later ben ik
gaan beseffen hoe goed ik er eigenlijk zat, ver van de maffia
en de autocraten die aan de macht waren. Ook in het licht
van de uitbreiding konden we strategisch moeilijk beter
gesitueerd zijn”, bekent de West-topman.
VAN IMPROVISATIEKUNSTENAAR TOT RAADGEVER

”Toch, en ik zal niet de eerste zijn die dat zegt,
heb ik de mooiste herinneringen aan die beginjaren. Er was
geen druk en ik leefde in studentenhuizen. Hotels waren
te duur en zaten vol maffia, het concept huren bestond nog
niet en kopen was zeker voor buitenlanders toen niet aan
de orde. Het was een heel aparte tijd. Tijdens wintermaanden
wanneer het buiten –20°C was, moesten de mensen
de ramen openzetten omdat het binnen +30°C was. Ze konden
de temperatuur niet regelen en energie moest toch niet betaald
worden. Alles is ook relatief, als je zoals ik uit Mozambique
komt overgewaaid dat toentertijd in een bloedige burgeroorlog
verwikkeld was. Het was net of de tijd in Slovakije was
blijven stilstaan in het Europa van dertig jaar eerder.
Er waren basisvoorzieningen, wetgeving en sociale zekerheid.
Wat er niet bestond, waren taksen en btw, die moesten nog
ingevoerd worden”, lacht Pascal Ergo. De eerlijkheid
gebied hem er wel bij te zeggen dat bepaalde delen van Slovakije
ook vandaag nog erg achtergesteld zijn. “Bratislava
is zeker niet de maatstaf en vooral de ouderen hebben het
erg moeilijk want de nieuw gecreëerde en relatief goed
betaalde jobs in de stad zijn voorbehouden voor de jongeren.
Er zijn diepe wonden geslagen tijdens de overgang van communisme
naar markteconomie. Wonden die voor 40-plussers maar moeilijk
te helen zijn. Want waar komen zij nog aan de bak?”
”Het was een pionierstijd die uiteraard niet vrij
bleek van problemen, maar tegelijkertijd uitdagend was voor
wie de juiste esprit bezat en van improviseren hield. Niet
zelden zat ik met de handen in het haar: boekhouding, software,...
we moesten alles van nul opstarten. We hebben eigen dienstenfirma’s
opgericht: een computerfirma onder leiding van onze it-man
waardoor hij gemotiveerd bleef en geleidelijk aan zelf andere
klanten aantrok. Hetzelfde deden we met de boekhouding.
Beide entiteiten blijven tot op vandaag voor ons werken
maar hebben daarnaast een grote autonomie. Ik ben ook blij
dat we heel wat Belgische ondernemers konden helpen en bijstaan
in hun opstartfase.” Het past even te onderstrepen
dat Pascal Ergo diverse grote en kleine bedrijven de weg
gewezen heeft in de regio. Tot op vandaag is hij ook raadgever
voor het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken. Gedurende
twee jaar, in 2000 en 2001, was de bedrijfsleider zelfs
adviseur van het gezondheidsprogramma van de Verenigde Naties
in Rusland. “Mijn expertise en ervaring op vlak van
distributie van farmaceutische producten werd er erg geapprecieerd”,
vertelt Pascal Ergo bescheiden. “Een opdracht die
de springplank was naar een eigen firma in de Russische
regio. Dat is IHCC geworden met vestigingen in Rusland,
Wit-Rusland, Oezbekistan, Azerbeidjan, Kazakstan, Oekraïne,
Moldavië en Georgië. Opnieuw gingen we met Janssen
Pharmaceutica in zee. Deze tak van onze groep is vandaag
al goed voor meer dan de helft van de omzet.”
TERUG NAAR SCHOOL

Men is nooit te oud of heeft nooit voldoende ervaring om
niet meer bij te leren. Een manager moet vaak belangrijke
beslissingen nemen die bepaalde risico's met zich meebrengen.
Maar hoe zorgt hij ervoor dat hij de juiste beslissingen
op het juiste moment neemt? “Als je je firma zo ziet
groeien, bijna 850 werknemers en een omzet van 150 miljoen
euro, wordt je sowieso op bepaalde momenten overmand door
twijfels. Ben ik juist bezig? Heb ik alles nog onder controle?
Daarom volgde ik het speciale lesprogramma Owner/President
Manager Program aan Harvard Deze opleiding, één
intensieve maand per jaar en dit gedurende drie jaar, heeft
me geholpen om te delegeren en de groep te organiseren.
Het was werkelijk een bijschaven en upgraden van alle managementtaken:
Controleren van de groei? Stabiliseren van de firma? Eventueel
verkopen of herstructureren? Uitermate boeiend en het heeft
mij niet enkel een nieuwe kijk op de firma maar ook op het
leven gegeven. Ik werk nu heel wat minder dan vroeger maar
twijfel soms nog”, lacht Pascal Ergo. “Overigens”,
zegt hij “Als je helemaal niet meer twijfelt, dan
juist moet je oppassen. Denken dat je de beste bent, is
heel gevaarlijk.”
Recent liet Pascal Ergo de leiding van zijn bedrijvengroep
over aan twee luitenanten die ieder de dagelijkse leiding
over één van de twee bedrijfstakken verkreeg.
De pionier legt zich vandaag toe op de langetermijnvisie
en het uitdokteren van een strategie voor de nieuw aan te
boren regio’s. Hij heeft het basiskamp Presov ook
fysiek verlaten en verhuisde met het gezin naar de onmiddellijke
omgeving van Bratislava. “We kochten een boerderij
op het platteland en we zijn deze nu aan het renoveren.
Nogal wat Slovaken lachten omdat ik de bakstenen muren natuurlijk
liet, in de grond wou ploeteren en mijn eigen groenten zou
gaan kweken. Net datgene wat hun voorouders honderden jaren
deden en waartegen zij zich nu afzetten. Pas op, naar een
baas wordt hier nog echt opgekeken en naar een buitenlandse
baas zeker. Nu wordt er al meer gereisd maar de eerste tien
jaar was ik hun enige contact met het Westen. Je moet je
ergens van die voorbeeldfunctie bewust zijn vindt ik. Want
ze kijken naar hoe ik mij kleed en welke wagen ik koop.
Sommigen waren dan ook openlijk verbaasd dat ik geen grote
auto kocht terwijl een Mercedes toch de droom van iedere
man is”, besluit hij lachend.
OM DE HOEK KIJKEN
Pascal Ergo keek het Afrikaanse, Slovaakse en Russische
avontuur recht in de ogen, maar had het ook in zijn jeugd
niet altijd even makkelijk. “Ik was drie of vier toen
we voor vaders werk naar Frankrijk verhuisden. Mijn broer
en ik werden er gezien als les sales belges. Op twaalfjarige
leeftijd kwamen wij terug naar Vlaanderen. Eindelijk in
ons land dachten we om gauw te beseffen dat we geen Nederlands
spraken. We gingen naar een Nederlandstalige school in Antwerpen
en onze ouders dachten dat we op z’n minst vriend
gingen worden met de Franstalige Belgen. Maar wij spraken
een ander, harder Frans uit Frankrijk. Mijn broer en ik
waren vaak het onderwerp van spot. Wij hebben vlug Nederlands
geleerd, onze studies afgemaakt en zijn nadien onmiddellijk
de wijde wereld ingetrokken. Mijn broer was actief als gezondheidseconoom
in Tsjaad, Mongolië, Laos, Bhutan,... en doet nu een
PhD in Washington maar eens dat achter de rug, is hij er
onmiddellijk weer weg. 
“Ik heb macro-economie gestudeerd en het was heel
boeiend om te beleven hoe heel de Slovaakse samenleving
zich met vallen en opstaan aanpaste. Het was de cursus in
de praktijk. Een weinig ontwikkeld land dat plots begint
te leven: geldcreatie, invoering van taksen,... Het was
heel ingrijpend. Waar België honderd jaar over deed,
gebeurde in Slovakije op dertien jaar. Met alle consequenties
van dien, goed zowel als slecht. Extreme oplichters en eerlijke
mensen, beide dolend en zoekend. Leg het maar eens uit hoor,
hoe je een familieboerderij verenigt met het kapitalisme?
Of dat je plots moet gaan betalen voor energie, als je dat
voorheen nooit moest? Als ik toen geweten had, wat ik nu
allemaal weet over die periode, had ik het misschien niet
gedaan.” Ik heb het moeilijk om hem te geloven en
twijfel luidop. Je ziet immers dat het ondernemen hem in
zijn bloed zit. De uitgeweken Vlaming knikt maar schudt
ook het hoofd. “Ja, maar nu is er eerst mijn familie,
mijn Slovaakse echtgenote Kristina en onze twee spruiten
Sebastien en Sophie. We slapen weinig”, glimlacht
de bedrijfsleider als hij denkt aan de jongste die een half
jaar oud is. “Vroeger was ik misschien grof in het
werken, maar nu respecteer ik de familierust. Dat is het
voordeel van eerst te starten met de business en dan te
trouwen. Ik geloof graag dat het met een gezin veel moeilijker
is om van nul iets op te starten.
Maar ook nu kijk ik verder, zoals ik reeds vertelde. Misschien
wil ik wel altijd om de hoek kijken. De nieuwe landen zijn
boeiend. Er beweegt veel en ik ben nog niet te oud om daaraan
te werken. Anders moet je binnen enkele jaren maar eens
naar een ex-Sovjetstaat komen... er zitten erg mooie landen
tussen... Turkmenistan bijvoorbeeld.”
Koen Van der
Schaeghe