Georges
Gérin werd in 1994 het slachtoffer van een volledige
plundering van zijn bezittingen in Ruanda tijdens de burgeroorlog.
Hoewel door bepaalde politici beloofd, bleven al zijn pogingen
om van de Belgische Staat een vergoeding te bekomen, vruchteloos.
Georges leidt hieruit af at slachtoffers van deze gebeurtenissen
door gekozenen als tweederangsburgers beschouwd worden. Georges
wil via deze open brief druk uitoefenen op de bewindsleden omdat
iedere uitgeweken Belg hetzelfde kan overkomen. Lees meer
Eventuele reacties mogen verstuurd worden naar
Het is absoluut nodig dat de ongeveer 250.000 Belgen die in
het buitenland leven en die onlangs stemrecht verkregen, zich
rekenschap geven van het feit dat de meeste politieke formaties
vijandig staan tegenover elke vorm van vergoeding voor het verlies
van hun goederen in geval van catastrofe, oorlogsfeiten of schade
ingevolge van opstand of plundering waarvoor de verzekeringsorganismen
van het land waar ze verblijven weigeren tussen te komen. (Het
weze terzake aangestipt dat schade geleden door natuurrampen
in België gedekt is door de Staat als de verzekeringen
niet of onvoldoende vergoeden).
Een
politieke partij die, tijdens de oorlog in Ruanda van 1994,
in de oppositie was, maakte zich toen sterk om druk uit te oefenen
op de in België regerende coalitie, om een financiële
vergoeding te doen toekennen aan de Belgen die het slachtoffer
werden van plundering of vernieling van hun goederen. Dit edelmoedig
voornemen is natuurlijk uit het programma van die partij verdwenen
sedert ze aan de macht kwam.
Het
is dus noodzakelijk dat de Belgen die in het buitenland verblijven
blok vormen om van hun land te eisen dat, in geval van ernstige
troebelen of natuurrampen die niet door de verzekeringen gedekt
zijn, België hen onmiddellijk ter hulp zou komen, mits
nadien de nodige druk uit te oefenen op de betrokken regeringen
om de toegekende vergoedingen terug te vorderen.
Het
is ontoelaatbaar dat men voortgaat zeer hoge bedragen uit te
keren, in het kader van de ontwikkelingssamenwerking, aan regeringen
die verantwoordelijk zijn voor de plunderingen van de goederen
van Belgische onderdanen of die oogluikend dulden, dan wanneer
België weigert tussen te komen in de vergoeding van de
geleden schade, zoals dat het geval was in Ruanda.
Tijdens
de komende verkiezingen moeten we van de Belgische politieke
partijen een klaar en duidelijk standpunt eisen in deze kwestie.
Het
gaat er natuurlijk niet om geloof te hechten aan de verkiezingsbeloften
van zekere minderheidspartijen die zich voornemen al de slachtoffers
van de Ruandese oorlog te vergoeden, met inbegrip van de niet-Belgen,
zoals men het in een zekere pers kan lezen. Dat is natuurlijk
zuivere utopie.
De
Belgen die in het buitenland verblijven, alvorens te stemmen,
moeten weten welke partijen hen in de toekomst in bescherming
willen en kunnen nemen.
Opdat
hun rechten ooit geëerbiedigd en verzekerd zouden worden
moeten al die Belgen (en hun families die in België gebleven
zijn) uitsluitend stemmen voor hen die zich er toe verbinden
hun belangen te verdedigen.
250.000
stemmen, aangevuld met deze van de in België vertoevende
families, dat kan in ons land een politieke
aardschok teweegbrengen. Vergeet het niet !