volleybalvlamingen

Smashen in Parijs: volleybalvlamingen vertellen

Anne Cruyt

Volleybalclub Paris Saint-Cloud (bijnaam “Les Mariannes”) mag zich gelukkig prijzen: ze hebben enkele Belgische topspeelsters in hun team en ook de coach komt uit ons land. Een gesprek met drie volleybalvlamingen in Parijs.

Stijn Morand (42) is bezig aan zijn vijfde seizoen als coach bij Les Mariannes. Hij was assistent bondscoach tot 2010 in het nationale mannenteam, coach van VDK Gent tot 2014 en werd al vier maal verkozen tot coach van het jaar. Els Vandesteene (31) speelde eerder in Gent, Hamburg en Nantes voor ze naar Parijs verhuisde. Voor Valérie Courtois (28) is Parijs de vijfde club na eerder passages in Gent, Oudegem, Lodz en Dresden. De drie kennen elkaar al lang en kunnen het goed met elkaar vinden.

Stijn: ik heb zowel met Els als met Valérie al gewerkt tijdens hun studies in Gent. Valérie studeerde bio-ingenieur en Els studeerde lichamelijke opvoeding, beiden hadden ze het statuut van topsporter waardoor we zo’n vijf jaar hebben samengewerkt. Ik merk dat je in het buitenland een nauwere band creëert, want als er maar twee of drie Belgen zijn, trek je automatisch nog iets meer naar elkaar toe. Onze paden hebben elkaar al veel gekruist, we speelden vroeger regelmatig tegen elkaar.

Les Mariannes​

Valérie: er zijn elk jaar wel al Belgen in de ploeg geweest, maar het team is sowieso vrij internationaal. Dit jaar hebben we bijvoorbeeld een Kroatische, een Litouwse en twee Amerikanen. Daarnaast zijn er ook een paar Fransen die de dubbele nationaliteit hebben: Frans-Pools en Frans-Servisch. Dikwijls zijn dat dochters van internationals (ex-volleybalspelers) die na hun carrière in Frankrijk zijn blijven wonen.

Stijn: normaal zijn de trainingen in het Frans, maar dit jaar trainen we in het Engels. De voertaal hangt een beetje af van de samenstelling van de ploeg, maar we hebben enkele Amerikaanse speelsters die geen letter Frans spreken. De Litouwse en Kroatische spreken wel Frans, maar hebben allebei in de Verenigde Staten gewoond dus ook voor hen is Engels geen probleem. Normaal organiseert de club lessen Frans om de integratie te vergemakkelijken, maar dit jaar is dat niet gebeurd. Engels is dan gewoon makkelijker, het belangrijkste is dat je elkaar begrijpt.

De club zorgt voor een heel aantal voorzieningen voor de speelsters. Zo wonen de meisjes samen in Versailles (elk in een eigen studio) of in een appartement dichter bij het centrum (voor de speelsters die er al het langste zijn) en er zijn drie auto’s beschikbaar. De profploeg is een structuur binnen de grootste club uit Frankrijk met +-500 leden. Alles rond de profploeg van de club wordt grotendeels gerund door vrijwilligers en is dus veel groter dan enkel de 12 speelsters en hun coach. Er is een staf, medische ondersteuning, een talentscout, een stagiair-assistent en een groot aantal vrijwilligers.

Els: zonder vrijwilligers zouden we het niet draaiende kunnen houden. Zij regelen alle administratie, sociale zekerheid, helpen de speelsters die verhuizen met papierwerk, boeken de verplaatsingen, … Zo moeten wij ons enkel op de sport concentreren. Het loopt niet altijd perfect, maar de intrinsieke motivatie is er en onze vrijwilligers hebben een groot hart voor de club. We hebben niets dan respect voor die passie.

Een gewone week

Stijn: we trainen ongeveer vier uur per dag. De meisjes worden een halfuur voor de training al verwacht en blijven na de training voor medische zorg. Op vrijdag trainen we tot rond één uur ’s middags, aansluitend vertrekken we met TGV of minibusjes voor de match van zaterdag als die op verplaatsing is. We proberen als het kan op zaterdagavond al terug naar Parijs te komen, meestal is het pas op zondag. Maandagnamiddag begint de nieuwe trainingsweek alweer. Zes op zeven, soms zeven op zeven in dezelfde groep, het is een intensief programma. Daarnaast zijn er ook individuele besprekingen met de speelsters en zijn er ook clubgerelateerde promoactiviteiten. Dit jaar spelen we niet Europees, andere jaren komen er ook nog verplaatsingen naar het buitenland bij.

Valérie: we hebben ook enkele sociale engagementen. Zo gaan we bijvoorbeeld naar een ziekenhuis met kankerpatiëntjes, naar scholen om een initiatieles te geven, soms is er een sponsoravond waar we een volleybaldemonstratie geven, …  

Stijn: in sommige clubs is er elke week wel iets te doen, maar hier hebben we ervoor geopteerd om dat na het seizoen te doen. De speelsters moeten normaalgezien tot eind mei op de club zijn. Omdat de competitie al iets eerder stopt, gebruiken we de maand mei om zoveel mogelijk van die sociale activiteiten te doen. Zelf ben ik vorig jaar op de Paralympics het startschot gaan geven voor een loopwedstrijd op de Place de la Défense.

Een internationale volleybalcarrière​

Valérie: in de volleybalwereld zijn profcontracten normaliter voor één jaar. Ieder jaar is het opnieuw kijken in welke ploeg je gaat spelen, waar jouw positie wordt gevraagd en het moet dus passen dat  zowel de club als de speelster op zoek zijn naar elkaar. Er zijn altijd wel een paar opties, maar daarom is het niet altijd je droomclub.

Els: ik neem de beslissing op basis van de sport en niet de locatie van de club. Daarbij kijk ik eerder naar hoe de club in elkaar zit en welke coach er is aangesteld. Het avontuur dat erbij komt is mooi meegenomen, maar beïnvloedt mijn beslissingen nauwelijks. Het feit dat we Stijn al kenden als coach, hielp wel.

Stijn: voor anderen maakt onze locatie wel een verschil, het maakt onze club interessant. Er zijn altijd wel speelsters die eens een jaar in Parijs willen wonen. Niet alleen de Amerikanen hoor, ook voor de Franse speelsters is leuk om eens een jaar in de hoofdstad te wonen. Als trainer kijk ik naar clubs met een goede reputatie en gezonde ambitie. Alle factoren samen worden afgewogen, ook de contractvoorwaarden zijn belangrijk. Omdat het onze job is, zijn dat factoren die zwaarder doorwegen dan de locatie. Mijn contracten als coach waren trouwens altijd voor drie jaar. Dat is lang want er zijn wel extra risico’s om in overweging te nemen als coach: je team kan zakken in de rangschikking of de club kan failliet gaan. Daardoor kiezen de meeste coaches ook voor een contract van een jaar, maar ik had er wel vertrouwen in en ik ben van nature niet iemand die snel aan jobhopping doet en vrij trouw is aan mijn club.

Naar integratie toe heb ik wel een groot voordeel hier: doordat mijn vader Fransman is, ben ik tweetalig opgevoegd en woont er ook familie van ons in Parijs. Dat maakte de beslissing wel iets eenvoudiger.

Leven na de Yellow Tigers

Els en Valérie speelden allebei voor het Belgische nationale team en haalden historisch brons op het EK van 2013. Missen ze de Yellow Tigers niet?

Els: nee, nu niet meer. Als je ouder wordt, is het echt wel vermoeiend, die combinatie van profvolleybal en internationale competities. Nu kunnen we de zomer gebruiken om te recupereren.

Valérie: onderschat niet hoe zwaar dat is. De competitie in je club is gedaan begin mei, maar in plaats van een zomervakantie start je al een week later met de trainingen met de nationale ploeg. Tot eind september zijn er wedstrijden, waarna je direct terug naar je club vertrekt want daar start de competitie al half oktober en resten je maar twee weken om je snel in te werken. Zonder nationale ploeg heb je wel vakantie in juni, juli en half augustus.

Els: het voordeel aan de nationale ploeg is dat je door al die trainingen wel veel beter wordt. Voor jongere speelsters is het interessant om aan veel tornooien deel te nemen en zo ervaring op te doen. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer je naar je lichaam moet luisteren en je rust moet respecteren.

Stijn: we hebben geen 9-to-5 job natuurlijk; je hebt geen verlofdagen en je weekends worden ingenomen door wedstrijden. In clubverband is het al het hele jaar door druk, soms ook met internationale competitie. Als je dan nog voor je nationale team speelt, ben je 12 maanden per jaar bezig met volleybal. Het wordt echt wel zwaar als je een paar jaar in die molen zit, dan heb je toch wel eens nood aan wat rust of een familievakantie. Op den duur heb je trouwens ook alles al eens gezien en meegemaakt. De druk in je eigen club ligt soms zelfs hoger, want zij zijn je werkgever en betalen je loon.

Sociaal leven in Parijs​

Stijn: we gaan eigenlijk niet zo vaak terug naar België, ook al wonen we vrij dichtbij. Afhankelijk van de wedstrijdkalender carpoolen we soms wel eens samen terug naar Gent in het weekend. Andere jaren gebeurt het dat ik tijdens het seizoen enkel met de feestdagen naar België terugkeer. Anderzijds maken mijn Belgische vrienden graag gebruik van feit dat ik hier woon en ik krijg regelmatig bezoekers over de vloer. Ik hou enorm van deze stad; na vijf jaar kan ik nog altijd rondwandelen in Parijs en nieuwe plekjes ontdekken die ik supermooi vind. Ik ken het bijna als mijn broekzak en toch zijn er nog altijd nieuwe delen die ik nog niet gezien had. Daar kan ik op vrije momenten echt van genieten.

Els: je sociaal leven hier draait meestal wel rond de ploeg, die elk jaar van samenstelling wijzigt. Omdat ongeveer de helft van de speelsters jaarlijks verandert, leer je automatisch ieder jaar nieuwe mensen kennen. Investeren in vriendschappen in de ploeg brengen meer op dan nieuwe mensen leren kennen daarbuiten. Verder voel ik me nogal verbonden met het thuisfront doordat ik vaak videochat met mijn vriend, daardoor heb ik minder de behoefte om nieuwe mensen te leren kennen of de toerist te gaan uithangen.

Valérie: ik neem regelmatig deel aan activiteiten van Frederik (Boriau, VIW-vertegenwoordiger in Parijs) en heb via die weg ook een Vlaamse leren kennen waar ik ondertussen zeer goed bevriend mee ben. Maar verder ken ik niet zoveel mensen buiten de volleybalwereld, het blijft toch vooral terugplooien op de ploeg en we vragen elkaar mee voor externe evenementen. Ik trek er trouwens ook wel graag op uit in mijn eentje.

Stijn: we organiseren elke maand een thema-avond omdat we zoveel verschillende nationaliteiten hebben in de ploeg. We hebben al een Amerikaanse en een Franse avond gehad, de Litouwse en Poolse staken samen een Oostblokavond in elkaar en binnenkort volgt nog de Belgische avond en de Balkanavond. Uiteraard draaien zo’n avonden vooral rond eten. Dit jaar hangt de ploeg heel hard aan elkaar en er heerst een uitzonderlijk goede sfeer. Hoewel ik als coach wat meer afstand neem, voel ik dat toch wel. Het voordeel van de goede sfeer dit jaar is dus dat ik heel vaak mag komen eten (lacht).