Prof. dr. Wesley De Neve

Prof. dr. Wesley De Neve met UGent over de grenzen in Zuid-Korea

afbeelding van Josine Buggenhout
Josine Buggenhout

Prof. dr. Wesley De Neve kwam in het najaar van 2007 via zijn postdoctoraal onderzoek in de computerwetenschappen aan de UGent terecht in een land dat voor de buitenwereld nog sterk tot de verbeelding spreekt. Zuid-Korea, of het Gesloten Koninkrijk, zit Amerika’s Apple-imperium op digitaal vlak nipt op de hielen en is ook op economisch vlak niet te stuiten. Het is een dynamisch land waar werken en functionaliteit op de eerste rij zitten, en zo ook een land vol van mogelijkheden voor zij die een handje weg hebben van de digitale wereld. Wesley De Neve leidt als hoofdonderzoeker en adjunct-professor Informatica en Bio-Informatica aan de UGent-campus in Zuid-Korea de nieuwe generatie wereldveranderaars op.

“Ik werkte van september 2007 tot augustus 2011 als postdoctoraal onderzoeker in Zuid-Korea en keerde op vraag van mijn voormalig promotor en huidig rector van UGent, professor Rik Van de Walle, in september 2011 deeltijds terug naar de UGent om de sterke groei van de informatica-onderzoeksgroep in België mee in goede banen te leiden. Ik verbleef zo negen maanden in België en drie maanden in Zuid-Korea. In mei 2014 contacteerde Thomas Buerman, projectleider van de uitbouw van de UGent-campus in Zuid-Korea, me met de vraag of ik vanaf 1 september 2014 één semester het vak Informatica wilde doceren binnen het biotechnologieprogramma van de Ghent University Global Campus in Zuid-Korea. Gezien mijn beroepsmatige en persoonlijke band met Zuid-Korea – mijn vrouw is Zuid-Koreaanse – zegde ik toe.”

Eén semester werden er meerdere en ook nu blijft hij verbonden aan de UGent-campus in Zuid-Korea, waar hij jaarlijks negen maanden verblijft met een onderbreking van drie maanden in België. “Ik doceer Informatica en Bio-informatica, en ik ben verantwoordelijk voor het uitbouwen van onderzoeksactiviteiten rond de analyse van biotechnologische data met behulp van diep machinaal leren. In die context begeleid ik vier doctoraatsstudenten. Verder draag ik bij tot de goede administratieve werking en de promotie van de UGent-campus in Zuid-Korea.”

Academische wereld

Net zoals het land zelf, kan ook de academische wereld in Zuid-Korea als relatief gesloten beschouwd worden. Niet enkel de culturele barrières of taalbarrières, maar ook de hiërarchische maatschappij, zowel binnen het bedrijfsleven als het academische leven, maken dat professoren doorgaans optreden als micromanagers, waardoor studenten weinig vrijheid kennen om buiten het kader te denken. “Onderzoek volgt hier over het algemeen de markt op de voet en moet een economische finaliteit hebben. Dat is in lijn met de ‘snel, snel’-mentaliteit die heel sterk ingebakken zit in de Koreaanse maatschappij, vooral dan bij de oudere generaties, als een direct gevolg van de ambitie om het land na de verwoestende Koreaanse oorlog in de jaren 50 in een recordtempo herop te bouwen. Dat ‘snel, snel’-handelen rijmt echter niet met de trage en foutgevoelige aard van onderzoek, wat de kwaliteit van de resultaten en het communiceren van deze resultaten kan beïnvloeden.”

Wat de Gentse professor wel opvalt, is de tendens om meer aandacht te besteden aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. “Zuid-Korea ijvert naar een Nobelprijs in de harde wetenschappen. Het is een nationale frustratie dat een sterk ontwikkeld land zoals Zuid-Korea het op dat gebied moet afleggen tegen ‘aartsvijand’ Japan. Door de grote werkethiek en de inzet denk ik wel dat dit in de nabije toekomst goedkomt, misschien wel via wetenschappelijk onderzoek van een van onze studenten.”

UGent over de grenzen

​Zuid-Korea werkt met een nationaal examen voor scholieren, de Suneung-test, die bepaalt aan welke universiteit men kan verder studeren. In het verlengde daarvan beslist de test ook in welk sociaal netwerk een student terechtkomt, wat een grote invloed uitoefent op de toekomstige arbeidsmogelijkheden. “De conglomeraten in Zuid-Korea, de chaebol, durven de instroom van kandidaat-werknemers te beperken tot alumni van enkele hoogstaande Zuid-Koreaanse universiteiten. De test is erg competitief en studenten tasten diep in hun zakken voor dure bijlessen aan hagwons, wat in essentie avondscholen of privéscholen zijn.”

Studenten die niet binnenraken in de prestigieuze universiteiten van Zuid-Korea voelen zich bijna verplicht om naar buitenlandse universiteiten te trekken, vaak in Amerika en Canada, wat financieel en familiaal een zware tol eist. “De UGent-campus biedt daarop een goed alternatief: een Europees diploma tegen een relatief lage financiële kost, dat in Zuid-Korea zelf behaald kan worden. Net zoals België heeft Zuid-Korea geen natuurlijke hulpbronnen. Het beschikt met andere woorden, net zoals België, enkel over breinkracht. Toch worstelt Zuid-Korea met het aanbieden van hoogkwalitatief onderwijs tegen een aanvaardbare kost, wat de waardering voor het hoogkwalitatief en goedkoop onderwijs in België alleen maar doet toenemen. We werken met een toelatingsproef en bieden een voorbereidend semester en zomerprogramma aan.”

Zuid-Koreaanse studenten trekken na het behalen van hun bachelorsdiploma vaak al naar de industrie en halen dan op latere leeftijd nog een masterdiploma. Verder onderbreken mannelijke studenten hun studie vaak in het tweede jaar om hun legerdienst van twee jaar te vervullen. De tendens lijkt wel dat ze daarna terugkeren om hun diploma te behalen. En dat is dan een volwaardig diploma van de UGent mits een verplicht semester aan de thuiscampus in België. “We zetten hier in op studiebegeleiding met open kantooruren, een mentorprogramma waarbij elke professor een groep studenten onder de vleugels neemt, een studiebegeleider. De voorbije jaren trachtten we vooral de studie-ervaring te verbeteren. In de toekomst mikken we echter ook op het verbeteren van de algemene studentenervaring met meer aandacht voor sociale en culturele activiteiten.”

Leven in Zuid-Korea

​De Gentenaar woont met zijn vrouw en twee dochters in een appartement op de campus van de UGent aan de rand van Songdo. “Ik heb mijn vrouw ontmoet tijdens een wetenschappelijke conferentie in Zuid-Korea. Het geheim van een goeie internationale of multiculturele relatie zit, denk ik, in de communicatie. Veel praten is de sleutel, zeker wanneer je elkaar net kent, om spraakverwarring te vermijden. In de computerwetenschappen volgen we het principe ‘be strict when sending and tolerant when receiving’, dat probeer ik ook in het dagelijkse leven toe te passen, als echtgenoot en vader.” 

De Zuid-Koreaanse maatschappij is na de Koreaoorlog (’50-‘53) aan een razend tempo herschapen. Men staat open voor ingrijpende veranderingen met een ‘we gaan ervoor’-mentaliteit. “De snelheid waaraan Zuid-Koreanen werken is ongezien. Het gebouw voor onderzoek en onderwijs van de UGent stond er op één jaar tijd. Het telt elf verdiepingen en heeft een oppervlakte van 18.000 m². De constructie van Songdo, een Smart City, en een internationale campus met vier Amerikaanse en een Europese universiteit zijn letterlijk uit het water verrezen. Maar het is er wel ‘werk eerst, leven erna’. Zo telt de zomervakantie voor velen nog steeds drie tot vijf verlofdagen en heeft men lange werkdagen.”

Ook het waardengevoel is er anders. “In Zuid-Korea is loyaliteit onder invloed van het confucianisme in het algemeen belangrijker dan eerlijkheid, terwijl dit in België door het christendom omgekeerd is. De Zuid-Koreaanse maatschappij is erg digitaal en jong en oud volgen de laatste digitale trends op de voet. Samsung en andere grote bedrijven gebruiken Zuid-Korea dan ook vaak als een soort digitale proeftuin. Om in deze maatschappij te aarden raad ik aan een basis van het Koreaans te leren. Het alfabet, Hangul, maakt je bewust van je omgeving, terwijl woordenschat en grammatica inzicht geven in de cultuur.” Nog een laatste tip om een leven in Zuid-Korea te beginnen? “Installeer KakaoTalk op je gsm, een app om onder meer tekstberichten te versturen. In Zuid-Korea is KakaoTalk is een must.”

Wat de toekomst brengt voor deze computerwetenschapper blijft een open vraag. “Tot nu toe heb ik het leven steeds kunnen nemen zoals het komt, en dat hoop ik nog even te mogen doen.”