HOME | VIW.THUIS |
 


Publicatiedatum

30/01/06

[COÖRDINATEN]

www.boedapest-plus.hu

 

























































































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | ZOEKERTJES
       
 


 


Een Nederlandstalige gids in het moeilijk te doorgronden voormalige Oostblokland Hongarije is zeker geen overbodige luxe. Samen met zijn Hongaarse vrouw Szilvia woont Kris Vanheusden al een tiental jaar in een buitenwijk van Boedapest. Sinds drie jaar verdeelt hij zijn tijd tussen het gidsen van vooral Nederlandstalige toeristen, een handje toesteken bij de sociale projecten van zijn echtgenote en het amuseren van hun zoontje Áron. Een gesprek met Kris Vanheusden over het gidsen van toeristen in zijn van littekens voorziene stad. Het zijn net twee tegengestelde postkaarten die Kris en Szilvia verenigen in hun onderneming Fe-Van Szolgáltató Bt. Een niet-alledaagse ouverture op Boedapest.

ARBEIDSMIGRANT IN BELGIË

Twaalf jaar geleden leerden Kris Vanheusden en Szilvia Fehérvári elkaar kennen tijdens een congres voor jongeren en jongerenwerkers in Spanje. “De vonk sloeg over en van het één kwam het ander. We schreven vaak, zochten elkaar op maar een lange-afstandsrelatie was niet zo makkelijk en op een zeker moment, ik werkte toen als hulpbibliothecaris in Leuven, ben ik met al mijn spaarcenten naar Boedapest verhuisd.” Voor Kris betekende dit nog maar het begin van een waar avontuur. “Het was een sprong in het onbekende en ik heb mij onmiddellijk ondergedompeld in het lokale leven. Dat was noodzakelijk om de taal te leren en mij te bewegen in de kennissenkring van Szilvia.”
”Toen mijn spaarcenten almaar slonken, besloot ik jaarlijks een drietal maanden naar België te trekken om er in de bouw te werken. Ik zette alles opzij en reisde terug naar Hongarije. Daar konden wij dan weer een jaar van leven. En op die manier kon ik ook nog genieten van de Belgische sociale zekerheid. Zo heb ik zes jaar heen en weer gereisd. Vandaag zou het minder renderen omdat het loonverschil minder groot is. Dat was ook één van de redenen om later zelf iets op te starten. Maar dat was niet de enige drijfveer, want intussen werd gezins- en huisuitbreiding gepland. Omdat ik werkervaring in de bouw heb, kon ik veel zelf doen.”

Toen in 2003 hun zoontje Áron werd geboren, volgde Kris een cursus om te gidsen. Vandaag is hij zelfstandig en beëdigd gids maar dat had toch wel wat voeten in de aarde. “Ik moest mijn diploma erkend krijgen door de staat en daarvoor moest ik onder meer mijn diploma van middelbaar onderwijs uit België laten vertalen door het officiële Hongaarse vertaalbureau, wat erg kostelijk was. Dat eigenlijk enkel om te bewijzen dat ik Nederlandstalig was.” Kris mag gidsen in heel Hongarije maar in praktijk beperkt zich dat meestal tot de hoofdstad Boedapest en haar ommelanden. Hij kent de hoofdstedelijke regio ook het best. “Het historische centrum van Boedapest is heel uitgestrekt, te meer omdat de voormalige keizerstad oorspronkelijk uit drie steden ontstaan is. Eind 19e eeuw is de stad geëxplodeerd en de meeste statige gebouw dateren van die periode. Boedapest is net een taart, een concentrisch plan eigenlijk, in navolging van Wenen. Het is een restant van de Habsburgers die hier huis hielden. Men zegt wel eens dat Hongarije een waterhoofd heeft. Met een grote hoofdstad waar alle wegen en de grote Donau doorheen lopen en die het land in tweeën snijdt. De eerste, en nog altijd het merendeel van de bruggen, over de stroom bevinden zich in Boedapest met de Kettingbrug als bekendste.”

DE KLOOF TUSSEN RIJK EN ARM

Kris en Szilvia zijn bescheiden en menslievend. Ze zijn ook bescheiden over hun menslievendheid. Geen tierlantijntjes voor hen. Enerzijds helpt Kris toeristen genieten van de vele kolossale monumenten, warmwaterbronnen, koffiehuizen,... die Boedapest telt. En anderzijds steken Szilivia en Kris de handen uit de mouwen voor de behoeftige kinderen van Boedapest. Kris vertelt als we een avondlijke wandeling maken doorheen de stad: “Ferencváros, het stadsgedeelte waarin we ons nu bevinden, niet onbekend bij voetballiefhebbers trouwens, is het district waar mijn vrouw actief is. Ontzettend veel armen, zigeuners en bedelaars zal je hier niet zien omdat de armoede meer en meer geweerd wordt uit het stadsbeeld. Niettegenstaande spelen er zich achter de muren vaak schrijnende situaties af. In deze wijk is men al vijf jaar met omstreden renovatieprojecten bezig. Oude gebouwen werden gesloopt en kwamen in handen van projectontwikkelaars. Oud en nieuw staan naast elkaar. Je onderscheidt hen aan de gevels met respectievelijk hoge en lage plafonds. Vooral in de nieuwbouwprojecten leven gezinnen op erg kleine oppervlakten. Het is hier dat onze kleinschalige organisatie actief is.”

“Szilvia leidt hier een project van naschoolse opvang en bijscholing voor kinderen van zes tot tien jaar. Bijscholing blijkt nodig want vaak hebben kinderen reeds op zeer jonge leeftijd een grote maatschappelijke achterstand. “Het aantal analfabeten is erg groot en vele jongeren worden dan nog eens omwille van hun etnische afkomst gediscrimineerd. In ons pand vinden kinderen de rust die ze nodig hebben, kunnen ze echt kind zijn, spelen, knutselen, lezen,… Het is een vicieuze cirkel die zijn oorsprong kent in de omwenteling die het land meemaakte. Een land dat een bocht van 180° neemt, moet aandacht geven aan de neveneffecten. Voor vele mensen is de kapitalistische maatschappij ontzettend hard. Bij een bepaalde klasse is het dynamisme om die bocht te nemen zeker aanwezig, maar bij de meerderheid van de bevolking niet. Het is een lange mars geweest sinds 1989 en de euforie die toen overheerste, ebde vlug weg. Hongarije is vandaag een stuk vrijer maar veel minder vrolijk.”

VAN PICKNICK TOT REVOLUTIE

Er klinkt weemoed in mijn oren als ik Kris hoor vertellen. Nochtans was het allemaal heel mooi begonnen. Het meer marktgerichte goulash-communisme onder leiding van János Kádár gaf de Hongaren iets meer bewegingsruimte dan de inwoners van de andere Oostbloklanden. Hongarije was de vrolijkste barak van het Oostblok geworden en het Balatonmeer was dé plaats bij uitstek waar de inwoners van de twee Duitslanden elkaar konden ontmoeten. In de jaren ’80 vonden in Hongarije heel wat (tijdelijke) familieherenigingen plaats rond dat befaamde meer. In 1989 werd de droom dan eindelijk werkelijkheid. “Zoals in vele revoluties waren het ook toen, in de zomerse nadagen van het communisme, de jongeren die het initiatief namen. Veel jonge Oost-Duitsers wikten en wogen in Boedapest of ze de vlucht naar Oostenrijk zouden wagen. Een groep van enkele honderden jonge Oost-Duitsers wachtte niet langer af en organiseerde een picknick nabij Oostenrijk. Later kreeg deze bijeenkomst de naam pan-Europese picknick. Vandaag wordt deze gezien als één van de meest mythische naoorlogse bijeenkomsten. Als eerste, samen met de Polen, voerde de Hongaarse regering in die tijd gesprekken met de oppositie en in opdracht van de Hongaarse communistische leiders lieten de grenswachters begaan toen Oost-Duitsers vreedzaam de grens overstaken om naar Oostenrijk en het Westen te vluchten. Niemand kon vermoeden dat dit het begin van het einde was. Amper enkele maanden later zou de muur vallen.”

Dat het kapitalisme zo snel en drastisch het communisme zou innemen, had echter niemand gewenst. Het staat haaks op het gedroomde aangepaste democratisch-socialistisch systeem. Geen enkele Hongaar had notie van de hoge prijs die democratie en markteconomie zouden vergen. “De Hongaar die zolang geïndoctrineerd geweest is: gedurende de wereldoorlogen, tijdens het interbellum, onder het Kádár-regime,... wordt vandaag blootgesteld aan een enorme consumptiehonger. Geld wordt massaal besteed aan Westerse snufjes maar ook aan boeken. Van de Europeanen hebben de Hongaren altijd het meeste geld uitgegeven aan boeken, vijf keer meer dan een Vlaming, maar deze werden plots veel duurder. Het probleem is natuurlijk dat de lonen helemaal niet meegroeien, maar daar stopt het niet. Leerkrachten, wiens loon volledig uitgehold werd, weten helemaal niet meer hoe ze de wereld moeten interpreteren. De leraren Russisch bijvoorbeeld, vroeger kreeg iedereen Russisch, hebben afgedaan. Dat is een erfenis van het Kádár-bewind. Er was een degelijk onderwijs, maar geen talenonderwijs, uitgezonderd het Russisch. Nu zeggen veel mensen vandaag wel dat ze Russisch nooit hebben willen leren uit patriottisme maar het kan evengoed uit luiheid geweest zijn want ook dat is een moeilijke taal”, lacht Kris uitbundig.

BUREAUCRATIE

De werking van de pedagogische organisatie, die ook de renovatie van de locaties inhoudt, wordt mee gefinancierd met geld van de Europese Unie. “Het is echter wel dankzij de goodwill en financiële steun van mijn en Szilvia’s ouders dat we de zaak draaiende houden. Het is namelijk vaak lang wachten op het geld uit Brussel. En soms wordt het geld omwille van futiliteiten nog tijdelijk achtergehouden door de Hongaarse autoriteit. Dat de overheid hier niet altijd even coöperatief is, hebben we ook mogen ondervinden bij de geboorte van Áron die helaas niet de dubbele nationaliteit heeft.
(Normaliter zou hij de dubbele nationaliteit hebben tot de leeftijd van 18 jaar, wanneer hij dient te kiezen tussen de twee, kvds) Nochtans draagt Áron mijn naam, niet de meest voorkomende in Hongarije (sic), en ik heb een vaderschapsverklaring afgelegd op de gemeente van Ferencváros, waar hij geboren is. Maar omdat papieren pas onlangs in orde gebracht zijn, wou ik dus pas recentelijk voor hem de dubbele nationaliteit bekomen. Hiervoor heb ik echter de originele vaderschapsverklaring nodig en deze bevindt zich in het archief van Ferencváros. En de wet zegt dat deze niet kunnen opgevraagd worden, zelfs niet door de ondertekenaar van de verklaring. Het is nu hopen dat de ambassade meer geluk kent.”
“Ikzelf ben nu helemaal wettelijk en officieel in Hongarije. Ik betaal bijdragen in Hongarije, zelfs met terugwerkende kracht. Toen we ons bedrijf in 2003 boven de doopvont hielden, diende ik sommige bijdragen nog niet te betalen maar omwille van een nieuwe wet moet ik ze nu zelfs met terugwerkende kracht betalen. Ik was dus al langer wettelijk gedekt dan ik dacht en had dus eigenlijk naar de tandarts kunnen gaan...”, lacht Kris Vanheusden.

Koen Van der Schaeghe
 
 



     
© Vlamingen in de Wereld