KIM
KENNES
MINNARES VAN DE HONGAARSE TAAL
“Zou
je het Hongaars niet als keuzetaal overwegen?”, stelde
men Kim Kennes voor tijdens een infodag aan de Lessius-Hogeschool
in Antwerpen. “Spaans wordt al door zovelen gestudeerd”.
Met het vooruitzicht van de toetreding tot de Europese Unie
zag ze dat wel zitten. Dus, vatte Kim de studie vertaler-tolk
Hongaars-Frans aan. Dat ze het serieus meent met dat Hongaars
mag duidelijk zijn, want momenteel en dit gedurende vijf
maanden verblijft ze bij een Hongaars gastgezin in Csömör,
een voorstadje van Boedapest en studeert ze aan de Technische
Universiteit in de metropool. Tegen de achtergrond van wat
ooit een trotse keizerstad was, wordt Kim’s leerproces
bespoedigd. Een portret van de twintigjarige Hasseltse.
ERASMUS-PROJECT
De Hongaren hebben een zeer eigenaardige taal, behorend
tot de Fins-Oegrische talenfamilie. Verwantschap is er enkel
met het Fins en Estisch, wat wel niet mag geruststellen
want nergens in Europa is er een taal die ook maar een beetje
op het Hongaars lijkt. Typerend voor de taal zijn de vele
accenttekens: á, é, ó, ö, ú
en ü, die het leren van de taal allerminst vergemakkelijken
en de westerse toerist of reporter wel eens in het haar
doen krabben. ‘Nem beszelek magyarul’
of ‘ik spreek geen Hongaars’ had ik uit het
hoofd geleerd, net zoals ‘Beszél angolul?’
of ‘Spreekt u Engels?’ Helaas werd er vaak ‘neen’
of ‘nem’ geknikt op deze vraag. “Tja,
de enige manier om een taal écht onder de knie te
krijgen, is een krachtig taalbad”, lacht Kim. Niet
dat ik ambities heb, maar ze heeft uiteraard wel een punt.
“In 2004 heb ik al eens veertien dagen bij hetzelfde
gezin gelogeerd als waar ik nu verblijf. Op eigen initiatief
en tijdens de vakantie was dat toen en dat beviel zo goed
dat ik steeds mocht terugkomen. Nu ben ik hier voor een
Erasmus-project en erken zeker de voordelen om bij een lokaal
gezin te verblijven. Ik word verplicht om 24 uur per dag
de taal en de cultuur te beleven. Wie op kot zit, spreekt
op school ook wel Hongaars maar wordt vaak aangesproken
door Hongaren die op dezelfde school Nederlands leren en
waarmee onderling Nederlands gesproken wordt.”
HET VOORDEEL VAN KLEINE TALEN
Want er zijn inderdaad nog meer Vlaamse studenten die momenteel
in Hongarije vertoeven. Het Hongaars is een jonge optie
die in de lift zit. “Toen de opleiding drie jaar geleden
van start ging in Antwerpen waren er slechts vier studenten.
In mijn jaar begonnen we met twaalf en dit academiejaar
schreven er zich achttien studenten in.” En ze zijn
er zich in Antwerpen terdege van bewust dat een buitenlandse
ervaring de studenten heel wat kan bijbrengen. “Niet
alleen voor de taal, maar je wordt ook veel zelfstandiger.
De onzekerheid bekruipt me opnieuw als ik denk aan mijn
eerste Hongaarse schooldag toen ik moest achterhalen of
ze mijn inschrijving goed ontvangen hadden. Wonder boven
wonder bleken ze op de hoogte van mijn komst maar voor hetzelfde
geld moet je het daar met handen en voeten uitleggen.”
“Als je de kans hebt, moet je ze grijpen, dat wordt
er duidelijk ingeprent op Lessius. En eenieder die de studie
tot dusver volhield, gaat ook op Erasmus. Dat is natuurlijk
het voordeel van een kleine studierichting te zijn. Iedereen
kan op buitenlands avontuur en we hoefden zelfs geen motivatiebrief
te schrijven. Dat ligt voor andere opleidingen wel eens
anders. Daar wordt beoordeeld op resultaten en kunnen de
besten, diegenen die het het minst nodig hebben, als eerste
gaan, wat ik niet erg logisch vind.” Boedapest is
niet de enige universiteitsstad waar Vlaamse studenten in
het Magyarenland terechtkunnen. “Zoveel grote steden
heeft Hongarije natuurlijk niet maar ook in Gödöllõ
en Pécs zijn er mogelijkheden. Gödöllõ
lijkt mij wel leuk omdat het veel kleiner en misschien gezelliger
is. Maar er valt niet zoveel te beleven of het moet zijn
dat je graag tien keer het paleis van Sisi bezoekt.”
TAALBAD OP HOOG NIVEAU
“Ik heb hier op mijn interimschool de kans om mijn
talencombinatie actief te verbeteren. Voor Frans volg ik
een postgraduaat en Hongaars volg ik voor buitenlanders.
Hongaarse literatuur en muziek zijn dan weer specifieke
vakken voor Erasmus-studenten die in het Engels gedoceerd
worden. Het Frans is vrij hoogstaand maar niettemin hoor
ik hier in Boedapest maar weinig Frans spreken. Wel krijg
ik soms de reactie dat ik na amper twee jaar Hongaars te
volgen, de taal al vlot spreek. Dat is natuurlijk vooral
de verdienste van de twee Hongaren die ons les geven op
Lessius. Zij zijn native-speakers en dat trekt het niveau
omhoog natuurlijk. Het merendeel wat op straat en in de
media gesproken wordt, versta ik dus wel en het is leuk
dat ik mij tussen de Hongaren kan uitdrukken. Maar de weg
naar tolk blijft natuurlijk nog lang.”
Daar waar Kim Kennes lange tijd de voorkeur had om Spaans
te studeren, ontpopte ze zich tot een vurige minnares van
het Hongaars. “Dat Spaans komt er nog wel van. Ik
heb een obsessie dat als ik naar een land ga, ik de lokale
taal ook wil spreken. Spaans zal ik altijd nog wel op m’n
eentje kunnen leren, wat ik me met Hongaars niet onmiddellijk
zie doen.”
KANSEN OP DE ARBEIDSMARKT
Een kleinere en minder populaire taal geeft zeker een meerwaarde
op de arbeidsmarkt. Een gediplomeerde kan er zich mee onderscheiden.
Zowel bij de diverse overheden, in de eerste plaats de Europese
Unie, maar ook in het bedrijfsleven zijn afgestudeerden
met de kennis van het Hongaars nodig. “Zelfstandig
tolken zie ik me niet onmiddellijk doen. Bijsluiters van
geneesmiddelen vertalen al helemaal niet. Ik droom ooit
aan de slag te kunnen bij een Europese instelling, maar
of het haalbaar is, zal de tijd moeten uitmaken. Ik kan
natuurlijk ook nog altijd als gids in Boedapest aan de slag,
met dank aan mijn leraars cultuurgeschiedenis”, lacht
de Hasseltse studente.
Koen
Van der Schaeghe