Op
televisie verschijnen regelmatig reportages over Aziatische
landen. Opvallend daarbij is dat de beelden meestal
op dezelfde plaatsen worden opgenomen. Men kiest altijd
de meest bekende en toeristische plaatsen om beelden
te schieten. De filmcrew blijft ook zo kort mogelijk.
Alles moet snel gaan om de kosten te drukken. Zo krijgt
men natuurlijk een verkeerd beeld van dat bepaalde land
en worden clichés versterkt, die op toeristische
plaatsen, ten behoeve van de toerist, gespeeld worden.
Iedereen denkt bijvoorbeeld dat in heel Oost-Azië
gegroet wordt met gevouwen handen. Niets daarvan. Meestal
word je uitgelachen als je iemand op traditionele wijze
groet. Chinezen die honden eten: niets van gemerkt.
Het is een rariteit zoals men in België slakken
eet. Karel pakt het anders aan. Hij reist meestal rond
in een boog rond de toeristische plaatsen, bezoekt scholen,
gaat actief op zoek naar lokale contacten en bezoekt
dus meestal plaatsen waar de modale reiziger nooit komt.
Karels motivatie
Het
is allemaal begonnen toen een Belgische kennis op de
Filippijnen Karel in 1999 schreef over sommige feiten
en anekdotes. Uit nieuwsgierigheid zakte hij naar ginder
af. Alhoewel Karel 4 jaar geografie gestudeerd had en
al van jongsaf de actualiteit volgt trok hij toch grote
ogen op over wat hij zag: een fundamentalistisch katholicisme,
een vrije markt waarvan zelfs Thatcher, in haar wildste
fantasieën, nog niet had durven dromen, maar bovenal
de reële confrontatie met de talloze echte krottenwijken
en daklozen stonden op zijn netvlies gebrand. Karel
besloot dat de schooldocumentatie onvoldoende bleek
en begon, zonder enige reporters- of filmervaring aan
zijn eerste uitdaging. Doel: niet toespitsen op één
enkel thema maar ook de landelijke context, op alle
maatschappelijke vlakken, weer te geven. Met zijn eerste
consumentencamera, 3 reizen, geduldig montagewerk was
zijn eerste documentaire Good Morning, Sir –
de Filippijnen in 2000 klaar en in 4 talen. De
distributie bleek echter nog meer energie te vergen
maar een jaar later waren er toch in Europa zo’n
750 stuks van verkocht. Op enkele extremistische of
bange reacties na was de respons heel positief maar
van lagere scholen kwam wel de vraag om aangepaster
materiaal te maken voor jonge kinderen. De media maken
vooral materiaal voor volwassenen, internationale hulporganisaties
maken enkel materiaal als publiciteit voor hun projecten
en reizende leerkrachten hadden toen dikwijls nog geen
kaas gegeten van computermontage. De verdere evolutie
kon zich dus al raden. Met Kinderen van Azië
geeft hij een mix van het dagdagelijkse leven van kinderen
in India, Thailand, Vietnam en Z-China. Hierbij poogt
Karel aan te tonen dat het kinderleven, toekomstwensen
of wat ze bezighoudt, weinig verschilt dan dat van bij
ons. Ze willen, net zoals bij ons, allemaal leraar,
piloot, zangeres, dokter, … worden.
Na een investering in meer professioneel, maar toch
handelbaar, materiaal begeeft Karel zich naar Centraal-Azië,
een meer islamitische regio en soms vrij moeilijk om
te werken maar komt toch naar huis met Kinderen
van Centraal-Azië en Kazakstan 2030 –
Naar de volgende generatie en nog steeds met hetzelfde
doel: denk de huidskleur of de spleetogen weg en je
ziet mensen die enkel hetzelfde doel hebben als iedereen:
onderdak, eten, drinken, zich voortplanten en kinderen
opvoeden. Het woord “cultuur” wordt volgens
Karel nogal dikwijls misbruikt om bestaande toestanden
te vergoeilijken. Armoede, leven in hutten, wassen in
de rivier, … is geen cultuur maar gewoon een creatieve
noodzaak om aan zijn basisbehoeften te kunnen voldoen.
Karel ergert zich dus dood aan de toeristische exploitatie
van zogenaamde minoriteiten. Zoals bvb. de Long Necks
meisjes in Thailand die beter op school zouden zitten
in plaats van de clown uit te hangen voor de toeristen.
De toeristen zouden dus beter de scholen zelf bezoeken.
De Chinese vooruitgang
Met
een goede herinnering aan Zuid-China begon Karel in
2004 aan 2 documentaires over China, en zoals ondertussen
een gewoonte geworden, één voor volwassenen
China – Naar de volgende generatie en
één voor kinderen Kinderen van China.
De hele wereld ligt tegenwoordig wakker van de Chinese
economische opmars. Maar is die vrees terecht? Een jarenlange
economische groei van 8% en een geringe bevolkingstoename.
Dat is echt voelbaar voor de bevolking. Het lijkt wel
of het welvarende westen geen vooruitgang gunt voor
de achtergebleven landen. Hoe is het Westen zelf aan
zijn rijkdom gekomen: Europa door de koloniën,
De Verenigde Staten door slavenhandel. Milieu –
en sociale bescherming is bij ons ook niet altijd geweest
wat het nu is. Protectionisme en subsidiering zijn nog
altijd schering en inslag. Sho what? De Chinezen nemen
gewoon hun rechtmatig deel van de wereldkoek, en dat
is 22%. De Chinezen concurreren door hard te werken
met arbeidsvoorwaarden die vergelijkbaar zijn met het
Europa van na de oorlog. Ze doen het bovendien zonder
wat toegestoken aalmoezen. Een wijze zet want het voorkomt
een economische kolonisatie zoals Karel bij zijn eerste
documentaire over de katholieke Filippijnen een schrijnend
voorbeeld van heeft gezien. De Filippijnen worden massaal
gesteund door de Amerikanen, de multinationals doen
er wat ze willen, tienduizenden, grot
endeels
religieuze, organisaties die er projecten hebben lopen,
bijna 10 miljoen buitenlands werkende Filippinos die
geld naar huis sturen, … . Toch leeft 90% van
de bevolking in schrijnende armoede. Logisch, de bevolkingstoename
is meer dan 3 % per jaar en de economische groei is
er quasi nihil.
Zelfs een kind kan er met de regel van drie mee berekenen
dat er dus steeds meer kinderen geboren worden
voor wie er niks meer is. In die zin is Karel dus een
supporter geworden van de één-kindpolitiek
die China in de jaren tachtig begonnen is, alhoewel
dat moet gerelativeerd worden. Op het platteland
kunnen boeren 2 of meer kinderen krijgen en het gemiddelde
is 2,1 kinderen per vrouw. Maar een grotere economische
groei dan de bevolkingsgroei betekent wel een effectieve
vooruitgang, iets wat men de Filippijnse beleidsmakers
eens zou moeten duidelijk maken. China profiteert nu
ook van het vroegere verbod om vrij te verhuizen, vooral
naar de steden dan. Meer dan de helft van de bevolking
woont nog steeds op het platteland en dus vindt men
in het huidige China nauwelijks schrijnende toestanden
zoals in de metropolen van India en de Filippijnen met
hun talloze enorme sloppenwijken en miljoenen daklozen.
Karel besluit hieruit, alhoewel hij dictaturen verfoeit,
dat kordate,
en voor ons ondemocratisch lijkende, maatregelen soms
noodzakelijk kunnen zijn om achtergebleven landen er
bovenop te helpen. De
modale
Chinezen keken trouwens met afgrijzen toe hoe enkele
jaren geleden in Europa miljoenen kippen en koeien verplicht
werden afgeslacht. De Chinezen zagen geen enkel verschil
met drastische maatregelen die er in China soms genomen
worden. En zo komt Karel op het thema van de democratie
in China. De modale Chinezen vergelijken hun democratisch
gehalte niet met het Westen maar vooral met omliggende
landen, vooral dan met Noord-Korea. De Chinezen zijn
heel goed op de hoogte van wat zich daar afspeelt en
vergelijken Noord-Korea met het China van de jaren zestig.
De Chinezen zijn dus niet weinig trots op hun verbeterde
situatie. De Chinese jeugd, die binnen enkele decennia
de dienst zal uitmaken, maakt nog maar recent kennis
met het Westen en hoe zij hun democratie later zullen
invullen laten we beter aan henzelf over. Elke buitenlandse
bemoeienis zal hier alleen maar averechts werken. Trouwens,
momenteel zijn de Chinezen vooral druk bezig met hun
plaats in de consumptiemaatschappij te verwerven. De
Chinese bevolking beseft heel goed dat het leven cyclisch
is, zeven vette en zeven magere jaren. Die redenering
hebben zij in elk aspect van hun leven. Ze blijven dus
bescheiden en weten maar al te goed dat het ook weer
achteruit kan gaan.
Het platteland
Het
Chinese platteland is inderdaad achtergebleven ten opzichte
van de steden. De overheid erkent dit ook en in haar
nieuwe beleidsplannen wordt er beterschap beloofd. Karel
ziet wel tekenen van vooruitgang. Niet het feit dat
kinderen met een mobieltje in het rijstveld rondlopen
maar wel de massale wegenwerken en betere studiekansen
van de plattelandsbevolking. Rond zowat elk Chinees
dorpje wordt er aan de weg gewerkt en overal tegelijk.
Ergerlijk voor de toeristen maar een goed wegennetwerk
is wel de eerste voorwaarde voor een goede economie.
Opvallend is ook dat veel meisjes betere studiekansen
krijgen dan vroeger. Door het tekort aan bruiden zijn
ongewenste meisjes dan ook verleden tijd geworden. Bij
een bezoek aan het Medisch Instituut van Wuhan bleek
dat een groot deel van de studenten afkomstig was van
het platteland en bijna 20% studeerde met een studielening.
Niet alleen in de steden wordt er massaal Engels geleerd
maar ook op het platteland want het toelatingsexamen
voor de hogeschool is voor heel China hetzelfde en dus
is er niet te ontkomen aan het Engels. Het voordeel
voor een buitenlander is dus dat je overal heel welkom
bent en zonder problemen elke school binnenkomt.
Gevolgen van
de vooruitgang
Het
Westen vreest dat de Chinezen de arbeidsmarkt zullen
overspoelen. Karel denkt eerder het omgekeerde. Als
de Chinese consumptie blijft stijgen zullen de Chinezen
in de eerste plaats alle arbeidskrachten nodig hebben
om hun 1,3 miljard Chinezen zelf te onderhouden. Meer
nog, door de één-kindpolitiek krijgt ook
China af te rekenen met een vergrijzing. China zal dus
op een dag, net zoals in het Westen, massaal arbeidskrachten
moeten invoeren en dan zullen ze moeten concurreren
met onze hogere salarissen. Een concurrentieel evenwicht
zal hoe dan ook wel bereikt worden.
China is momenteel in de ban van de Olympische Spelen
van 2008 in Beiïng waardoor o.a. de Hutongs zullen
afgebroken worden. De Hutongs zijn de oude volkse wijken
die ook als toeristische attractie dienen. De buitenlandse
kritiek op deze aanslag op de cultuur kan Karel al evenmin
delen. De Hutongs zijn niet meer dan veredelde krottenwijken
zonder de elementairste basisuitrusting en dus is Beiïng
2008 een goede aanleiding om rotte plekken weg te snijden.
Wij lopen toch ook niet meer rond in klompen om de toeristen
te plezieren en Bokrijk is wel leuk om te zien maar
wie zou er nog in willen wonen.
Verloren jeugd?
De studiedruk op de Chinese jeugd is
zwaar. De concurrentie tussen de ouders is enorm. Hun
dikwijls enige kind moet en zal slagen in het leven.
Karel besluit: misschien is deze deels verloren jeugd
wel het beste cadeau dat zij aan de volgende generatie
kunnen doorgeven. Karel blijft de Chinese evolutie op
de voet volgen en plant de komende jaren nieuwe documentaires.
Jo Demeyere-Dekeyser