Maandagavond 27 oktober, rond de klok van zeven. Twee mannen in smoking flaneren op hun paasbest over de Parijse Champs Elysées Naast Jozef Deleu, stichter van het Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift Ons Erfdeel wandelt de officiële vertegenwoordiger van de Vlaamse regering, Jos Aelvoet, voor wie dit een hoogdag is. Aelvoet en zijn Waalse collega Roger Hotermans mogen hun benen onder tafel schuiven tijdens het staatsdiner op het Elysée. Ja en… hoor ik u denken. Nochtans is het niet zo vanzelfsprekend dat de president van een gecentraliseerde republiek de regio’s binnen een federale staatsstructuur in die mate bij een officieel programma betrekt. Aelvoet: “Enkele jaren geleden had ik mij dat toch anders voorgesteld. Het is de Koning der Belgen die wordt uitgenodigd voor een officieel staatsbezoek. Dat wil dus zeggen dat de Franse president zélf gastheer is, uitnodigt en volledig instaat voor het programma. Dat President Chirac hierbij rekening houdt met de permanente diplomatieke aanwezigheid van Vlaanderen en Wallonië in Parijs is een enorme erkenning.”

EEN HAND IS MEER DAN VIJF VINGERS


Voor Aelvoet is dit hét bewijs dat critici, die beweerden dat diplomaten van onze deelstaten nooit officieel erkend zouden worden, ongelijk hebben. “Niet enkel formeel maar vooral inhoudelijk geven wij Frankrijk een duidelijk signaal dat voor sommige bevoegdheden de deelstaten zeggenschap hebben en voor andere zaken de federale regering bevoegd is. Dit betekent onder meer dat Vlaanderen grensoverschrijdende afspraken maakt met de regio Nord-Pas de Calais.”

Nochtans moet u bekennen dat ons land nooit de schoonheidsprijs zal krijgen wat betreft onze instellingen?
Aelvoet:
Exact. Opmerkingen als “Die Belgen daar, zo’n klein landje en dan moeten ze alles nog in drie doen” zijn legio. Maar mijn opdracht is net aan te tonen hoe ons systeem werkt en meer nog duidelijk te maken dat dit democratisch gewenst is. Het is geen gril van enkele flaminganten. Neen, dit is iets wat de overgrote meerderheid van de Belgen gewild heeft.

En de Vlaamse Vertegenwoordigingen zijn daar om onze staatsstructuur aanschouwelijker te maken?
Aelvoet:
Onder andere. Want de roeping van dit huis is zowel een diplomatieke instantie evenals een aanspreekpunt voor Fransen die zaken willen doen met ons, Vlaanderen. Zaken doen in de brede betekenis van het woord en dat houdt onder meer een platform in voor Fransen die Vlaanderen als toeristen willen ontdekken. De vijf vingers die dit huis telt (Export Vlaanderen, Toerisme Vlaanderen, Vlaams Promotiecentrum voor Agro-en Visserijmarketing, de Vlaamse Landbouwraad en de Diplomatieke Vertegenwoordiging) zijn voelhoorns en vormen een synergie. Wij zijn één hand.

Een culturele dienst is er niet. Toch doen jullie meer dan werkloos aan de kant staan?
Aelvoet:
Wij verspreiden elektronisch een Vlaamse activiteitenkalender waarop iedereen zich kan inschrijven. Daarenboven bieden wij bij uitzonderlijke gelegenheden een meerwaarde. Het is niet onze opdracht om Vlamingen in Parijs op een interessante manier bezig te houden. Maar eraan meewerken, gaarne! De afgelopen twee weekends mocht ik een zestigtal Vlamingen ontvangen die met een voettocht naar Parijs de dood van Jacques Brel herdachten. Na een korte voorstelling van onze activiteiten in dit huis, gaf ik een goede pint en gingen zij weer verder. Dat is natuurlijk uitzonderlijk maar al onze activiteiten zijn dat. Zo organiseerden wij in aanwezigheid van minister Paul Van Grembergen een grote avond rond Josse De Pauw, toen hij voor het eerst met zijn theaterstuk Übung op de Parijse planken stond.

Mijnheer Aelvoet, Parijs telt heel wat internationale organisaties. Bent u ook daar Vlaams ambassadeur?
Aelvoet:
Naast mijn bilaterale functie vertegenwoordig ik inderdaad Vlaanderen bij de UNESCO, de OESO en de Raad van Europa. Zo vindt hier in Parijs tweejaarlijks een algemene conferentie plaats die de grote lijnen van de UNESCO uitzet. Bij toerbeurt is het de Franssprekende en de Vlaamse Gemeenschap die namens België de conferentie toespreekt. In september nog sprak Vlaams minister Van Grembergen, in het Nederlands, de vergadering toe.

EST-CE QUE VOUS PARLEZ LE BELGE?


Welk beeld hebben de Fransen van ons Belgen/Vlamingen? In Groot-Brittannië spreekt men van The boring Belgians. Maar de Vlamingen worden er eerder als exotisch getypeerd.
Jos Aelvoet:
Op recepties krijg ik wel eens de vraag: “Est-ce que vous parlez le belge?” Dan antwoord ik: “Non je ne parle pas le belge. Et je peux vous rassurer que personne au monde parle le belge.” “Alors, vous parlez le flamand?” Non, je ne parle pas le flamand. Et je peux vous rassurer qu’il n’ y a personne qui parle le flamand parce que nous parlons le néerlandais.” En om de genadeslag aan die persoon te geven, sluit ik als volgt af: “Je ne parle ni le belge, ni le flamand mais je suis belge et je suis flamand.”
De Fransen vinden de Belgen niet saai. Zij hebben het soms wel moeilijk om Belgen en Vlamingen te situeren. De Fransen beschouwen ons soms als een kleine broer, een prettige aanvulling aan hun diverse grenzen. En exotisch is een term die ook hier wel eens durft te vallen. Als zij het hebben over onze dans of ons theater bijvoorbeeld. Toch blijf ik het één van de merkwaardigste kenmerken vinden die ik ooit over Vlaanderen gehoord heb. De dag nadat ik het voor het eerst hoorde, keek ik in de spiegel en dacht: “Tiens, ik ben exotisch.”

U verkiest steevast de formulering Nederlandse taal boven Vlaamse taal. Is het noodzakelijk dat Vlaanderen en Nederland zich cultureel en binnen Europa samen profileren door in de eerste plaats één taal te spreken?
Aelvoet:
Dat geloof ik zeker. In Europa hebben wij momenteel de zesde taal maar na de uitbreiding wordt onze plaats ingenomen door Polen. In Europese context hebben wij er alle belang bij om te benadrukken dat wij eenzelfde taal spreken. Bovendien is het in Frankrijk verwarrend om over de Vlaamse taal te spreken. Men zou het onmiddellijk associëren met Frans-Vlaanderen en de voor Fransen onmogelijk uit te spreken dorpsnamen in de grensstreek.

Mijnheer Aelvoet, u hebt reeds een mooie internationale carrière met heel wat dito contacten achter de rug. Hoe zou u de Vlaamse emigrant/expat typeren?
Aelvoet:
Vlamingen die naar het buitenland vertrekken zijn heel direct, in tegenstelling tot vele andere nationaliteiten. Een Nederlander zal zich eerst duizendmaal bevragen bij de ambassade van bestemming, in het gemeentehuis en allerlei andere instanties. Een Vlaming vertrekt en ziet wel. Eens op bestemming stelt hij zich vragen natuurlijk en dan zijn jullie er gelukkig nog.

Informeren doen wij zeker. Ziet u nog een andere opdracht voor onze organisatie?
Aelvoet:
Als drukkingsmiddel natuurlijk en dat heeft het verleden al meermaals bewezen. Door een organisatie als Vlamingen in de Wereld is de situatie van landgenoten in het buitenland gevoelig verbeterd. Ik denk aan het stemrecht, aan de identiteitskaarten die teruggekomen zijn. Het belang van dit laatste kan ik moeilijk overschatten. Het is als schoolgaand kind van 14 jaar onmogelijk om altijd met een paspoort op zak te lopen om je te kunnen legitimeren. Ook inzake de dubbele nationaliteit is er al heel wat werk verzet.

Vertegenw. v/d Vlaamse regering in Parijs
6, rue Euler, FR- 75008 Paris
Tel.: +33 1 56891431
E-mail: josaelvoet@delegationflamande.org

Koen Van der Schaeghe