Een
tête-à-tête tussen JOHAN
VERMINNEN en JARI DEMEULEMEESTER
in een authentiek Brussels café, een frisse pint
en een gratis portie gezelligheid.
Voldoende ingrediënten voor een ode aan bruisend
Brussel:
BRUSSEL
IN ONZE BINNENZAK
27
augustus 2003. Het Spanjeplein nabij het Centraal station in
hartje Brussel. Johan Verminnen heeft er net een gratis concert
opzitten in het kader van Boterhammen in de Stad, een
initiatief van zijn vriend en directeur van de Ancienne
Belgique (AB), Jari Demeulemeester. Verminnen trad op na
Tram 33, een ABJacques Brelproductie
die een mooie mélange van de meester bracht. Brel die,
hoe kan het anders, 25 jaar na zijn dood, niet uit het straatbeeld
te bannen is.
Verminnen was zichtbaar ontroerd als hij op vraag van de AB-paus
zijn optreden startte met een lied van de grote mijnheer. Door
vervolgens zijn eigen Brussel te zingen, bewoog hij het talrijk
opgekomen publiek tot tranen toe. “Het is mijn lijflied.
Het geeft perfect het dubbele gevoel weer dat ik heb voor deze
stad. Ik ben er geboren en getogen, woonde lange tijd in de
Dansaertstraat, maar ben er zestien jaar geleden, na de geboorte
van mijn dochter, toch uit vertrokken. Want helaas let Brussel
te weinig op haar kinderen. Maar dat doet niets af aan de liefde
voor die stad”, aldus Verminnen. “Voor kinderen
zou Brussel een groene tuin moeten hebben. Ouderen zoals Johan
en ik hebben daar minder problemen mee. Voor ons is de stad
een paradijs”, vervolledigt Demeulemeester.
HET GEZICHT VAN DE STAD VERANDERT ALS BIJ HET LICHT
VAN MONET
Mag ik zeggen dat hier twee rasechte Brusselaars tegenover
mij zitten?
Verminnen: Ik ben en blijf een echte Brusselaar. Wat
men in het algemeen een Bourgondiër noemt is een Brusselaar
in het bijzonder. De stad is een echte metropool op mensenmaat
met prachtige initiatieven zoals Boterhammen in de Stad,
het KunstenFESTIVALdesArts, de AB,…
Ze blijft de stad van mijn jeugd, heeft mij geïnspireerd
en ik zal haar in mijn liederen blijven beminnen. Demeulemeester: Brussel heeft nu wel een strand
maar had een haven moeten hebben. Want die mentaliteit hebben
ze hier. Maar ik ben eigenlijk een Vlaming in Brussel. En met
de idee van sommige Vlamingen die doen alsof ze met Brussel
niets te maken hebben, kan ik niet leven.
Verminnen: De Brusselaar die ik gekend heb toen ik in Brussel
leefde is niet meer dezelfde als de Brusselaar van nu. De zó
typische talenmengelmoes van de Marollen is verdwenen. Intussen
zijn hier veel jonge mensen komen wonen omdat de prijzen nog
betaalbaar waren. En voor mij is een in Brussel geboren Marokkaan
ook een Brusselaar. Hebben Brusselaars een bepaalde band met elkaar?
Demeulemeester: Meer dan vroeger vermoed ik. Verminnen: De mensen zijn inderdaad veel vriendelijker
voor elkaar. Maar Brusselaars hebben toch een soort minderwaardigheidscomplex.
In tegenstelling tot Antwerpenaren die zich gedragen als sinjoren,
in dit geval seigneurs. Wij zijn niet fier genoeg op onze stad. Demeulemeester: Er is ook een andere band.
En dat zie ik niet louter politiek: we mogen de binding tussen
Brussel en de Vlamingen niet doorsnijden. Want het blijft onze
hoofdstad. Solidariteit is er meer dan vroeger. De Vlaamse Brusselaars
worden niet aan hun lot overgelaten. Verminnen: Jari heeft veel meer gedaan voor
Brussel dan de mensen weten. Hij deed het op artistiek gebied
maar realiseerde het politiek. Geert Van Istendael fulmineert tegen iedereen die de
ziel van Brussel aantast. Hebben jullie ook die drang om tegen
ongenuanceerde Brusselcritici in te gaan?
Verminnen: Van een onwetende kan ik dat accepteren
al heb ik er een trieste bijgedachte bij. Maar betweters die
met dédain over onze hoofdstad spreken, duld ik evenmin
als Van Istendael. Hebben zij dan geen oog voor het culturele,
gastronomische en architecturale Brussel? Demeulemeester: Brussel is een stad op mensenmaat,
vergelijk het met een wijk uit New York maar dan met een extra
dosis gezelligheid. Mensen vragen mij soms naar de geest van
Brussel. Maar welke is dat? Die van vandaag of morgen? Er gebeurt
zoveel in Brussel dat je het binnen tien jaar niet meer herkent.
BRUSSEL WEERT ZICH
Is het dan niet jammer dat zo weinig Vlamingen Brussel
zien als een poort tot de culturele wereld? Foto: Toerisme Vlaanderen | J. De Brie Demeulemeester: Wat moeten we verwachten? Een pendelaar
die om 6 uur ’s morgens opstaat om in een overvolle trein
naar Brussel te sporen en zich ’s avonds haast om met
diezelfde trein naar huis te gaan, zie je in het weekend niet
terug. Je kan dat spijtig vinden maar het hem zeker niet kwalijk
nemen. Verminnen:Mijn thuis is waar mijn Stella
staat. Dat is het probleem van deze stad. Te weinig Vlamingen
voelen zich hier thuis. Pas op! Er wordt aan gewerkt! Dat hoor
je mij niet ontkennen. Je kan hier de meest fantastische dingen
beleven. Maar wanneer komen de mensen naar Brussel? Als er iets
exceptioneels plaats vindt! En waar vinden ze dat? Onder meer
bij mijn goede vriend hier… Demeulemeester: 70% van het AB-publiek
bestaat uit Vlamingen. Zij komen van Oostende tot Hasselt. Maar
zij komen voor de grote namen. Wij zijn met artiesten bezig
van heel de wereld, dat kan een Bretoen, een Amerikaan of een
Tunesiër zijn. Maar we streven naar een volle zaal, want
we zijn zelfbedruipend. Zit het Vlaamse publiek nog te wachten op Vlaamse artiesten
die in het Nederlands zingen?
Verminnen: Ik geef een voorbeeld : Kommil Foo zingt
op de Gentse feesten en speelt een week lang in het NTG (Nieuwpoort
Theater Gent). Wellicht staan ze volgend seizoen in de AB. Persoonlijk
vind ik dat wij in het Nederlands heel wat te bieden hebben.
Maar vergeten we niet dat daar jarenlang hard werken aan vooraf
is gegaan. Demeulemeester: Johans verwijt, als artiest,
naar de AB toe is het te vaak ontbreken van een Vlaams accent.
Maar, en daarover verschillen Johan en ik van mening, als je
30 culturele centra doet vollopen in Vlaanderen, dan hoef je
niet meer in de AB te staan. Johan trekt geen 700 mensen meer
omdat iedere belangstellende hem op 10 km van zijn deur kan
aanschouwen. Niet alleen bij de Vlaamse culturele centra maar ook
binnen de talrijke Vlaamse/Belgische clubs in het buitenland
staat uw naam steevast bovenaan als ze een Vlaamse artiest willen
uitnodigen. Wat is de reden hiervoor? Verminnen: Omdat ik over Vlaanderen zing. Die
mensen zijn blij als ik een stukje van hun eigen heimat breng.
Als ik Brussel of Rue des Bouchers zing, voelen
zij een band. En tegelijkertijd begrijp ik hen ook want ik heb
iets exotisch in mijn bloed, ik wil zelf de wereld zien. Dat
recept met die twee ingrediënten maakt dat Vlamingen zich
verbonden voelen met mijn muziek als ze in het buitenland zijn.
Als in het Paleis voor Schone Kunsten een Braziliaans
artiest optreedt, komen de Belgische Brazilianen daar ook op
af.
BREL LEEFT
Hoe voelt het om in het herdenkingsjaar 2003 Brel te
mogen aantreffen op elke hoek van de straat ?
Verminnen: Ik heb daar geen woorden voor. Voor mij
is hij de grootste artiest die ik ooit ben tegengekomen. Niemand
heeft ooit zo mooi gezongen over Vlaanderen en dan nog in het
Frans.
Net als Toots Thielemans is hij een wereldburger waar ik met
het grootste respect naar opkijk. Demeulemeester: Als je ziet wat er in heel
het land rond Brel gebeurd is. Het massale enthousiasme van
hetpubliek deed mij echt veel plezier. Meer
nog omdat er van overheidswege, en dat is een gemiste kans,
zo weinig initiatief genomen is.