| |
|
|
Eerder dit jaar, bij het krieken van de lente, vertoefde Joe
Binard een viertal dagen in zijn vaderland België. Als
alumnus stelde hij op uitnodiging van de Leuvense universiteit
de uitvinding van zijn blaassensor voor. De sensor reageert
op het uitzetten of inkrimpen van de blaas en geeft signalen
en aanwijzingen aan patiënten die onvoldoende in staat
zijn om zelf wijzigingen of drukverschillen in de blaas waar
te nemen. De sensor kan in de toekomst onnodige prostaatoperaties
vermijden en voor verlamden een welgekomen hulp bieden.
Een
opmerkelijk, pretentieloos en aimabel man, die Binard. Geboren
in 1934, afgestudeerd als geneesheer aan de Leuvense universiteit,
stage gelopen in Pittsburgh, teruggeroepen naar België
om de legerdienst te vervullen, gebruik maken van zijn verblijf
in België om zich te specialiseren in de urologie en
aansluitend nog een extra opleiding volgen in Danville, Virginia.
Zijn internationale levensloop gaat daarmee echt van start.
Tussen ’65 en ’75 combineerde hij zijn baan als
uroloog in de Manitowoc Clinic (Wisconsin) met een actieve
carrière als reserve in het Amerikaanse leger. In West-Europa
klinkt dit vreemd in de oren maar over de grote plas is het
doodnormaal dat men naast een civiel ook een militair leven
leidt. Binard trad toe als vrijwilliger bij de reserves, werd
er flight surgeon of copiloot en schopte het tot
kapitein van de US Navy (gelijk aan kolonel in het reguliere
leger). Joe Binard: “De reserves zijn in de VS een actieve
groep binnen het leger. Men dient er één weekend
per maand en wordt jaarlijks minimum veertien dagen opgeroepen
om actief dienst te nemen.” Na tien jaar praktijk mistte
Binard de academische omgeving en ging zich interesseren voor
de destijds sterk opkomende urodynamica als onderdeel van
urologie. “Toen het aanbod kwam om het labo van urodynamica
op te richten in Virginia ben ik vetrokken om assistent professor
urologie aan de Eastern Virginia Medical School te
worden en de leiding te nemen van het nieuwe project. Tegelijkertijd
was ik er diensthoofd van het Veterans Hospital in
Hampton. Amerika heeft een zeer uitgebreid netwerk van hospitalen
voor ex-militairen”, weet Joe Binard.
OP
DE FOTO MET BABY DOC EN JAGEN OP RUSSISCHE ONDERZEEËRS
In ’79 kreeg zijn carrière een nieuwe wending.
Vastroesten zat er bij Binard duidelijk niet in. “Tijdens
een vergadering met militaire urologen werd mij de functie
van diensthoofd van het militair hospitaal en flight surgeon
in Puerto Rico aangeboden. Een niet te versmaden kans, te
meer omdat men ook mijn zeilboot zou verschepen waardoor ik
mijn passie kon blijven beoefenen”, lacht Binard. Dus
trok hij naar de Caraïben, waar hij deelnam aan verschillende
militaire campagnes en ook een huis kocht. Op Haïti bouwde
hij in zijn vrije tijd met Rotary een hospitaal.
Hij ontmoette er zijn echtgenote (zie foto) en moeder van
drie van zijn zes kinderen. Binard kwam er ook in contact
met Jean-Claude Duvalier alias Baby Doc (zie foto),
de voormalige dictator van Haïti. “Na vier jaar
verliep mijn contract maar dat werd gelukkig verlengd met
twee jaar. Maar op een dag werd ik naar Washington geroepen
waar ik te horen kreeg dat ik bevelhebber zou worden van het
US Naval Hospital in IJsland. Ik herinner me nog
dat ik mijn echtgenote
belde en vertelde dat ze in de bibliotheek alvast wat boeken
over IJsland mocht halen want dat we zouden verhuizen. Op
geneeskundig vlak was er in Kelfavic weinig om handen maar
militair was het erg interessant. Alle Russische onderzeeërs
moesten óf ten oosten óf ten westen van IJsland
passeren om de Atlantische Oceaan te bereiken. Als bevelhebber
van het hospitaal was ik er ook medisch raadgever van de Naval
Forces en nam ik geregeld deel aan de jacht op onderzeeërs.
Tijdens dergelijke missies werden sonarboeien gedropt, waarvan
de opgenomen klanken werden verwerkt door militairen in het
vliegtuig.”
Na de IJsland-ervaringen keerde Binard terug naar de States
en brak de drukste periode van zijn leven aan. vanuit Norfolk,
Virginia kreeg Binard verschillende klinieken onder zich.
Vervolgens weigerde hij de overstap naar het Pentagon, die
louter goed was voor zijn carrière, omdat een klinische
omgeving de voorkeur kreeg. Hij bleef wel in Washington als
nationaal directeur van het Spinal Cord Injury Programme
maar pendelde over en weer naar Tampa, Florida waar hij als
dienstoverste urologie klinisch kon voort werken en nog een
academische functie vervulde.” “Als men veel doet,
heeft men altijd veel tijd om meer te doen”, stelt hij
bescheiden als ik hem vraag vanwaar hij zijn drive
bleef halen.
”BRUSSELS,
DAT LIGT MAAR OP EEN BOOGSCHEUT VAN NAMUR”
Na
zijn pensioen in ’96 trekt Binard zich, op enkele academische
functies na, terug in Brussels, Wisconsin, waar hij een boerderij
kocht en die toepasselijk The Binards Belgian Hog Haven
doopte. Helemaal afscheid nemen doet hij trouwens niet want
hij stelt ook vandaag nog zijn urologische kennis nog ter
beschikking van de Oneida-indianen en heeft eindelijk tijd
om zijn uitvinding voor te stellen. De uitwerking ervan heeft
hij uit handen gegeven.
Hij is niet de enige Belg of Amerikaan van Belgische afkomst
in de streek. “Rond 1800 waren het vooral West-Europeanen
die de streek ontgonnen. De eerste Belgen die naar hier emigreerden
kozen zélf de naam van hun dorp. Een zekere Van Dyck,
een Antwerpse reder die veel geld verdiende door Belgen naar
Amerika te verschepen, stichtte Dycksville. Wie er arriveerde,
kreeg een stuk grond dat hij zelf kon ontginnen. Die pioniers
zorgden voor Belgisch getinte plaatsnamen als Brussels, Namur,
Belgium en Luxembourg.” Belgium en Luxembourg kwamen
volgens een legende per vergissing aan hun naam en dat blijkt
nog steeds uit het aantal mensen van Belgische afkomst dat
nu in Luxembourg woont en omgekeerd. “Het verhaal gaat
dat de ambtenaar die de plaatsnamen aanbracht, langsheen de
spoorweg die beide gemeenten verbindt, dronken was en zich
van plaatsaanduiding vergiste” vertelt Binard anekdotisch.
Tijden veranderen en hoewel de meeste van Vlaanderen en België
afkomstige inwoners van Wisconsin geheel veramerikaniseerd
zijn, blijven ze volgens Binard hun afkomst en achtergrond
koesteren. “Onze farm heeft een unieke architectuur:
een echte oude Belgische boerderij volledig uit baksteen opgetrokken.
Ze behoorde eerder toe aan de familie Delcorps. Ik verhuur
ook land aan een Delfosse en een Overbeek. Niet echt Amerikaanse
namen als u het mij vraagt. De namen zijn gebleven maar merendeel
van Vlaamse afkomst verloor wel de taal. De vrienden van onder
de taalgrens daarentegen blijven wel trots Walloon
spreken.”
Het
waren uiteraard niet enkel Belgen die hun sporen lieten. Al
was Antwerpen ook voor vele honderdduizenden Duitsers, Polen
en Russen de poort naar de nieuwe wereld. In het zuiden van
Wisconsin is Manito Walks erg Pools en Duits getint. Sheboygan
is praktisch helemaal Duits. Er worden tot op vandaag nog
eucharistievieringen opgevoerd in het Duits. In Mylissan vindt
je dan weer hele horden mensen afkomstig uit Scandinavië
en Zwitserland. Trekt men richting Michigan, dan stuit men
op nakomelingen van Finse emigranten. “Lokale gewoontes
overleven soms langer in het buitenland dan in het land van
oorsprong. Braadworsten mogen vandaag nog wel erg gegeerd
zijn in Duitsland en de Polka zal in Polen zelf ook nog veel
liefhebbers hebben maar in welk Belgisch café kan men
vandaag nog terecht voor opgelegde eieren? Hier in de VS kan
het nog, ik stuurde onlangs nog het recept van Belgian
pickled eggs door naar mijn schoonbroer. Blijkbaar is
het in Vlaanderen in de vergetelheid geraakt maar over de
plas leeft het nog.”
Koen Van der Schaeghe
|