HOME | VIW.THUIS |
 


Publicatiedatum:
23/09/05



[COÖRDINATEN]

www.pondok-pantai.com

















































































































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | ZOEKERTJES
       
 


 

“Als ik mijn huis uitkom, moet ik welgeteld dertig stappen doen en ik sta in zee. Ik ontwaak in een heuse fata morgana met mijn voeten in de Oceaan en omringd door een rijke botanische omgeving terwijl de zon het hele landschap omarmt.” Oost-Vlaming Jo Gyselinck weet warm te vertellen over zijn stek op het Indonesische eiland Lombok. Een erg idyllische plek in de schaduw en als kleine broer van het meer bekende en toeristische Bali. Voor Jo, zijn echtgenote Etty en hun dochtertje Eleene is Pondok Pantai echter ook een oord waarin ze moeten zien te overleven. Toeristen in hun gastenverblijf zijn daarvoor een must en de terroristische aanslagen op Bali en in Jakarta waren in die zin letterlijk en figuurlijk dooddoeners. Een ontsluierend portret over status, mondiaal leven, islamperceptie en dromen.

ECHTGENOTE UIT HOOGSTE KASTE

Als zoon van één van de leidende figuren van de BMW-motorclub in Vlaanderen was Jo’s jeugd en omgeving niet erg sedentair. Ook hijzelf heeft het avontuur nooit geschuwd. Als jonge snaak van achttien trok hij al met zijn gemotoriseerd stalen ros naar de Ardèche in Frankrijk. Gauw zou de Noordkaap volgen, toen enkel bereikbaar via onverharde paden en in niets vergelijkbaar met de geasfalteerde en bewegwijzerde wegen van vandaag. “Mijn droom was de wereld zien. Ik werkte die tijd eerst als sportfotograaf maar dat lag mij niet. Ik hou wel van lopen en zwemmen maar dat wil niet zeggen dat ik graag naar een loop- of zwemwedstrijd ga kijken. Later werkte ik keihard als zelfstandige voor allerhande opdrachtgevers. Te veel en te druk, dus op een dag ben ik met alles gestopt. Ik zei mijn handelsregister op en zou vertrekken voor een jaar maar ik kon evengoed na een maand alweer thuis staan.

Mijn eerste stop was Jakarta en vandaar ging het naar Kalimantan, Borneo waar ik de jungle pur sang beleefde. Het waren maffe tijden met niet altijd even verantwoord gedrag. Ik reisde naar Nieuw-Zeeland, Australië, Cambodja en Laos en telkens had ik een rustpunt in Lombok waar een vriend woonde met zijn lokale echtgenote. Haar tweelingzus Etty zou mijn latere vrouw worden. Beide zussen zijn afkomstig uit het voormalige sultanaat van Bima. Tot aan de onafhankelijkheid in 1945 was Indonesië namelijk opgedeeld in Sultanaten en mijn schoonvader was de laatste eerste minister of vice-sultan van het sultanaat. Mocht deze opdeling en traditie vandaag nog gangbaar zijn, had ik haar zelfs nooit kunnen huwen zonder dat ze haar rang verloor. Eén van haar tantes huwde iemand van de gewone bevolking en diende het sultanaat te verlaten.

Tot op vandaag, 60 jaar onafhankelijkheid werd onlangs gevierd, heeft de familie veel aanzien in de regio. Als wij het sultanaat bezoeken, mag ik niet zeggen wie mijn echtgenote is want ze zou vast en zeker vereerd worden. Toen mijn schoonvader nog leefde werd hij er vervoerd met draagstoelen omdat hij de grond niet zou moeten raken. Van het kasteverschil is geen sprake meer. Als vreemdeling werd ik erg vlug kind aan huis in de familie.”

I’M LEAVING ON A JETPLANE

Na een jaar reizen trachtte Jo nog wel terug in België te werken maar het zou niets worden. Hij vertrok opnieuw maar drastischer deze keer want zelfs zijn huis ging onder de hamer. “I’m leaving on a jetplane van John Denver was toen ons nummer. When I come back I'll bring your wedding ring zei ik en zo geschiedde ook. Ik ben wel blijven reizen, ook nadat Etty en ik trouwden en een stuk grond kochten, want ik kon het moeilijk van me afzetten. Veel reizen kost echter veel geld en na enkele jaren droogde de financiële bron op. Ik verloor de smaak niet maar kon op die manier niet blijven leven. Ik moest hoe dan ook geld verdienen.

Toen kwam het idee om de reizigers naar mij te brengen in plaats van mezelf naar allerhande bestemmingen. Van het huis voor onszelf, maakten we een gastenverblijf. We stelden een budget op, berekenden wat we er konden uithalen en dat liep vanaf de eerste maand fantastisch.” Pondok Pantai, wat zoveel wil zeggen als hutjes op het strand, situeert zich in het noordwesten van Lombok in het dorpje Gondang. De hoofdstad Mataram en de luchthaven liggen op 43 km. “De ongerepte omgeving doet je denken aan een soort paradijseiland. We zitten echt op het einde van de wereld, volledig weggestoken in een kokosnootplantage. Een intieme plek, enkel te bereiken via een hobbelig parcours. De stad is bijna anderhalf uur rijden en van de hoofdweg zijn we anderhalve kilometer verwijderd. Onze dichtste buren, arme vissers, wonen 500 meter verder.

BALI-BOM EN ANDER ONHEIL

”De eerste maand zat het al snor en de maanden daarna nam het aantal bezoekers een enorme vlucht. Een verkwikkende vaststelling was dat en we zagen het dan ook echt zitten want vele reizigers wisten het comfort van de grote steden te weerstaan. Maar als donderslag bij klaarlichte hemel zorgde de bom op Bali in oktober 2002 voor een koude douche. Het was halfweg de maand. Ik weet het nog omdat de opbrengsten die maand amper nog de helft waren. Niemand kwam de maanden erop over de vloer. Geen mens durfde nog naar Indonesië te reizen. Daar bleef het helaas niet bij. Na de bom was er de oorlog in Irak die de kleine heropleving onmiddellijk weer in de kiem smoorde. Later volgde nog de uitbraak van SARS en de vogelpest.” Tussendoor ontplofte nog een bom in Jakarta. Zo heeft Jo’s gezin en met hen de hele toeristische industrie de ene kwaal na de andere doorworsteld. Nu ze bijna hun vierde Belgische zomer achter de rug hebben, kruipen ze langzaam uit een dal. “Het is broodnodig want een nieuwe tegenslag zou ons zeker nekken. Meerdere gastenverblijven in de ruime omgeving hebben hun deuren reeds moeten sluiten. Er is ongelooflijk veel werkloosheid en leegstand in wat ooit toeristische trekpleisters waren.”

JOEKEL VAN EEN LAND

Hoewel er recent geen aanslagen op Westerse doelen meer waren, is het algemene gevoel over Indonesië erg negatief. Landen als Groot-Brittannië, Nieuw-Zeeland, Australië en de Verenigde Staten geven tot op vandaag een negatief reisadvies voor Indonesië. Ook ons land geeft de raad om drukke plaatsen te vermijden. Dat schrikt af en maakt dat mensen die oorspronkelijk geneigd waren naar Indonesië te reizen hiervan afzien. Daarenboven is de perceptie over het land heel negatief. “Over Indonesië wordt steeds bericht als het grootste moslimland ter wereld, wat helemaal niet zo is. Saoedi-Arabië is een moslimland maar Indonesië niet. Moskee en staat zijn in Indonesië immers volledig gescheiden. Een dubbelzinnige betiteling die doet vermoeden dat de moskee aan de macht is terwijl het land vijf wettelijke godsdiensten kent. Een juistere benaming zou zijn dat het het land is met de grootste populatie moslims. En waarom? Omdat het een joekel van een land is natuurlijk.” De onbekendheid bij het grote publiek van het voormalige Nederlands Indië is groot en dat ondervindt Jo geregeld. “Ik krijg vragen als: ‘Moet ik daar een boerka dragen?’ of ‘Mag ik mij in een rok bewegen?’ Ga in Indonesië naar een bank of een supermarkt, iedereen draagt inderdaad een uniform. En waarom? Omdat ze anders in hun lompen zouden komen. Sommigen dragen een lange rok, anderen een korte,… Je ziet natuurlijk wel hoofddoeken in het straatbeeld maar een boerka is nog iets anders… Uitzonderlijk enkele Arabieren misschien maar zelfs hoofddoeken zijn in de minderheid. Als Westerse vrouw kan je je met gemak bewegen tussen deze potpourri. Je moet natuurlijk weten waar je halfnaakt en gekleed rondloopt. In toeristische centra zie je toeristen in hun bikini naar de supermarkt, voor zover die bestaat, gaan. Dat doe je toch niet? In Vlaanderen ga je toch ook niet in je bikini naar de Delhaize of lunchen in je zwembroek. Wat je in Vlaanderen niet doet, doe je elders ook niet.”

HEIMWEE NAAR HUIS


Ondanks de mooie setting weegt, vooral in het regenseizoen, de 15.000 km tussen Lombok en Vlaanderen. Euforie en ontheemdheid liggen soms dicht bij elkaar. “Ik word helemaal niet verteerd door een overdreven verlangen naar Vlaanderen maar wanneer er weinig gasten over de vloer komen, voor het merendeel Nederlanders, is de nood om een Vlaamse stem te horen het grootst. Dan durf ik wel eens naar de Wereldomroep te luisteren in de hoop dat de muzieksamensteller niet Ik heb zo’n heimwee naar huis van Will Tura in zijn achterhoofd had… In het buitenland wonen en in het buitenland wonen is ook verschillend. Ik heb overal in de wereld gezeten. Australië is bijvoorbeeld niet bijster moeilijk: je hebt er alles bij de hand en het is vergelijkbaar met Vlaanderen met het enige verschil dat je aan de andere kant van de wereld woont. Of zit je in een stad als Jakarta of Kuala Lumpur, dan heb je de Westerse wereld eigenlijk nog bij de hand. Het is onze eigen keuze natuurlijk maar om een idee te geven: drie kilometer voor mijn deur stopt de telefoonlijn en om mijn e-mail te checken ben ik 2h30 onderweg.

Hoewel het Nederlands in Indonesië (het is een voormalige Nederlandse kolonie) nog steeds een belangrijke taal is, valt de generatie die de taal echt onder de knie heeft stilaan weg. Er zitten natuurlijk ook wel Belgen op Lombok maar zij zijn niet onmiddellijk mijn slag. Sommigen zijn wel erg koloniaal, het omgaan met hen heeft dan wel veel weg van een surrogaatrelatie. Af en toe moet ik wel naar Vlaanderen want zoals bijna iedereen heb ik een reispas met een geldigheid van vijf jaar. Ik heb er zelfs twee, wat wettelijk kan, maar na twee jaar staan die boordevol… stempel hier, stempel daar. Om de zes maanden moet ik immers het land uit om mijn sociaal visum te regelen. Of ik nu getrouwd ben of niet, dat maakt geen verschil. Zolang je geen businessvisum hebt, moet je het land uit. Voor mij betekent dat minstens naar Singapore reizen, wat nog altijd een kleine drie uur vliegen is. Ik vind het natuurlijk aangenaam om tijdelijk in Vlaanderen te vertoeven en een pint te pakken met enkele kameraden. “Ik blijf Belg, al wordt ik ook één met het volk en de gewoonten: beleefdheidsvormen, buigingen, aansprekingen,...

KONINKLIJKE SERRES


“Wat zal de toekomst brengen? We zitten echt wel gewrongen over wat we gaan doen. Mijn echtgenote had de mogelijkheid om in British Guinea aan de slag te gaan, wat we wel overwogen maar uiteindelijk naast ons neer legden. Achteraf gezien was dat misschien een verkeken kans maar ik ben zeker niet bitter. In Indonesië kan één van ons misschien voor een werkgever werken maar op vlak van fotografie kan ik hier niets doen en in de toeristische industrie moet ik me geen werk zoeken, want er is geen. Als regenwouddeskundige en schrijfster heeft Etty lang goed geld verdiend, maar dan zal dit ook niet op Lombok zijn. En, moesten we bijvoorbeeld naar België komen? Wat kan zij er doen met haar tropisch diploma? In de koninklijke serres werken? Tja, hopen maar dat ons lange wachten op de heropleving zal beloond worden.”

Koen Van der Schaeghe

     




© Vlamingen in de Wereld