KINDEREN IN HUISARBEID Is dit de 21ste eeuw in India?
Jeanne Devos, auteur van deze tekst, trok 40 jaar geleden naar Mumbai. De 67-jarige ontwikkelingshelpster uit het Brabantse Kortenaken probeert er mee het leven van kinderen in huishoudhulp draaglijker te maken en het kindermisbruik tegen te gaan. Voor haar mateloze inzet kreeg zij onder andere erkenning van de KU Leuven: sinds 2000 mag zij zich doctor honoris causa noemen.
Huisarbeid is in India een traditionele vorm van werken, verwant met het kastensysteem. Meestal zijn het vrouwen van de laagste kaste die werken in de huizen van de hoogste kaste. De vrouwen brengen hun kinderen mee naar het werk, en die worden mee tewerkgesteld. De vraag naar kinderen stijgt, aangezien ze voorrang genieten boven volwassenen: ze zijn onderdanig en kunnen nog gekneed worden naar de wensen van de werkgever. Ze zijn goedkoper en bieden minder problemen. Maar bovenal: ze kunnen hun rechten nog niet opeisen.
In India wordt huisarbeid voor kinderen aangezien als een ongevaarlijke vorm van tewerkstelling. Ook bij ngo's was dit lange tijd de maatstaf. Daar zijn een aantal mythes verantwoordelijk voor: huisarbeid zou geen arbeidsrisico's inhouden. De kinderen vinden een thuis weg van hun thuis, krijgen eten, onderdak en kledij. Zeker voor meisjes zou het een veilige plaats zijn. In realiteit is dit helemaal niet het geval. De toestand van een kind in huisarbeid leunt heel dicht aan bij die van een slaaf. De meeste kinderen worden verplicht om zware taken op zich te nemen. Ze hebben extreem lange werktijden en worden blootgesteld aan een hoog risico van fysisch, psychologisch en seksueel misbruik. Ze worden weggestopt achter gesloten deuren van de huizen. Door de privacy van de particuliere huizen worden ze gezien noch gehoord.
Kastelozen te koop
Gezinnen in stedelijke gebieden zoeken vaak kinderen uit landbouwgebieden via familie, vrienden of aanverwanten. Ze lokken die kinderen onder het voorwendsel dat ze in een betere situatie zullen terechtkomen. Loze beloftes, als zouden ze verzorgd worden als waren ze hun eigen kinderen, zijn schering en inslag. Andere kinderen worden meegestuurd als bruidsschat bij een huwelijk, samen met kookpotten en ander huishoudmateriaal. Soms zenden families in achterwijken hun kinderen uit als huishoudhulp. Kinderen die van huis weglopen, wacht hetzelfde lot. Er zijn ook tussenpersonen, die kinderen rekruteren. Maar onveranderlijk zijn het kastelozen, waarvan de jongsten reeds op vijfjarige leeftijd beginnen. Meestal zijn het meisjes, omdat huishoudelijk werk gezien wordt als de verantwoordelijkheid van het vrouwelijk geslacht. Een contract wordt niet aangeboden, ze krijgen alleen een voorschot. De kinderen verdienen minder dan 300 roepies per maand, een hongerloon dat helemaal niet in verhouding staat tot het zware werk dat ze verrichten: afwassen, kledij wassen, vloeren vegen en dweilen, water halen, helpen bij het koken of zelf koken. De kinderen van de baas naar school brengen, babysitten of op ouderen, zieken of huisdieren passen, boodschappen doen of naar de markt gaan en massages geven, horen er ook bij. Ze moeten 24 uur per dag paraat staan om hun baas op zijn wenken te bedienen, en kunnen bovendien ieder moment ontslagen worden. Ontspanningsmogelijkheden of deelname aan sociale gebeurtenissen bestaan niet.
CIF als beschermengel
Er zijn wetten die de tewerkstelling van kinderen onder 14 jaar verbieden, maar die gelden enkel voor kinderen in fabrieken en mijnen. De laatste wet reglementeert ook kinderarbeid in andere sectoren. Alleen wordt huisarbeid niet aangezien als werk, waardoor er hieromtrent geen wetgeving bestaat.
Een overheidsbesluit dat goedgekeurd werd door én de centrale overheid én sommige staatsoverheden is een begin. Het voegt een amendement toe aan de dienstregels van alle medewerkers: geen enkele ambtenaar mag in zijn huis kinderen jonger dan 14 jaar tewerkstellen. Maar zolang deze wet niet in de praktijk wordt afgedwongen, haalt het niet veel uit.
Het recent afgesloten 93ste amendement bij de Grondwet maakt van onderwijs een fundamenteel recht en kan dus gebruikt worden bij het streven naar een betere reglementering voor kinderen in huisarbeid. Als de overheid onder druk wordt gezet, zouden er bij referendums details kunnen gevraagd worden over de kinderen die in het huishouden werken.
De enige hulp voor deze kinderen is de "Child Line India Foundation", kortweg CIF, dat in het hele land werkzaam is. Het is een netwerk van kinderbescherming dat ontstond uit een samenwerking van de Indiase regering, de minister van sociale zaken, ngo's en particulieren. Het CIF, twee jaar geleden opgericht, is een telefoondienst die 24 uur op 24 openstaat voor kinderen met problemen. Het probeert een gepaste oplossing voor die problemen aan te reiken. Het CIF krijgt oproepen vanuit alle lagen van de bevolking.