HOME | VIW.THUIS |
 



















































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | NOSTALGIE
       
 


 

Jan Decleir ontvangt felicitaties van Bernard Catrysse, directeur van het 'Flanders Center in Osaka'
       AMUSEMENT, KUNDE & AMUSEMENT
         JAN DECLEIR MAAKT
           INDRUK IN JAPAN


Als huurmoordenaar Angelo Ledda in De Zaak Alzheimer, priester Adolf Daens in de gelijknamige prent Daens, of als hoofdrolspeler in de Oscar winnende Nederlandse films Karakter en Antonia. Welke rol acteur Jan Decleir ook speelt, hij doet het steeds met erg veel uitstraling en présence. In 1971 trok hij voor het eerst de aandacht wanneer hij in Mira als boerenzoon de tegenspeler was van Willeke van Ammelrooy. Vanaf dan werd het grote publiek met de regelmaat van klok verwend met zijn uitmuntende acteerprestaties. Decleir mag zonder meer de vaandeldrager onder de Vlaamse acteurs genoemd worden. Zowel in binnen- als buitenland brachten zijn vertolkingen hem heel wat onderscheidingen op. Zijn recentste erkenning ontving hij onlangs in Japan waar hij de Prijs van de stad Osaka in ontvangst mocht nemen als eerbetoon aan zijn globale carrière. Zowel in Tokyo als in de havenstad Osaka promootte Decleir De Zaak Alzheimer die in Japanse première ging op het 11e Osaka European Film Festival, waarvan hij naast de belangrijkste gast ook erevoorzitter was. Hij liet het Japanse publiek daarenboven kennis maken met zijn veelzijdigheid: naast het gestalte geven aan een getormenteerde huurdoder kruipt Deleir ook geregeld in de huid van een kunstschilder. Zijn werken werden tentoongesteld in het International House.
 
 


Jan Decleir ontvangt een onderscheiding van de burgemeester van Osaka                   PROTOCOL IS EEN SPEL

Als we Jan Decleir in de lobby van het hotel voor het eerst ontmoeten, lijkt hij wat verweesd. Een monument, letterlijk en figuurlijk, op het scherpst van de snee dat, als hij zijn mond opent, de aandacht van het hele gezelschap trekt. Dat merken we de volgende ochtend. Tijdens de formele ontvangst op het stadhuis ontpopt hij zich voor het eerst als majestueuze eregast. Met gefronste wenkbrauwen en de allure van een groot redenaar en na ettelijk over en weer gebogen te hebben, verzekert hij de burgemeester hoe opgetogen hij wel is dat hij in zijn stad mag verblijven. Jan Decleir: “De ontvangst was erg formeel maar anderzijds ook heel indrukwekkend omdat deze volgens codes, afspraken en protocol ingegeven gebeurtenis toch apart is. De eerste reactie zou kunnen zijn ‘wat een gedoe allemaal’ maar het maakt de plechtigheid tot iets bijzonder. Het had iets van een ritueel. De burgemeester, de man om wie het allemaal draait, drukt uit dat hij u persoonlijk wil ontmoeten en verontschuldigt zich met heel veel woorden dat hij een aantal zaken niet kan bijwonen. Wat het dan weer extra bijzonder maakt als hij het dan weer wel doet. Hij zou niet op de opening van het filmfestival aanwezig zijn maar doet het dan wel. Dan denk ik: hij wil hier écht aanwezig zijn.” Want, vraag ik met alle respect aan Decleir, zelf Antwerpenaar, de burgemeester van een stad als Osaka die zes miljoen inwoners telt, is niet te vergelijken met de burgemeester van Antwerpen? “Inderdaad, hij is bijna meer als een eerste minister bij ons. Dan hebben we het nog niet over deze van Tokyo, die is burgervader van 14 miljoen mensen. Ik speel die dingen dan ook graag mee en beschouw ze dus als een spel”
Enkele dagen later, bij de opening van het filmfestival, gaat het er naar Japanse normen heel wat losser aan toe. Een horde fotografen en gillende Japanse meisjes verwelkomen Decleir en de andere gasten. Na de gebruikelijke speeches beklimt de Vlaamse acteur het podium, neemt zijn prestigieuze prijs in ontvangst en steekt, alvorens het glas te heffen, van wal met het Antwerps versje Hand in hand gaan wij ter feeste. “Mijn functie als erevoorzitter is eigenlijk volledig protocollair, ik voel me een beetje als een prins die zakenmissies begeleidt”, vertelt Decleir over zijn te volbrengen taak.

Met eeen enorme grandeur arriveert Jan Decleir op de gala-opening van het 'Osaka European Film Festival'                              ZOEKEN NAAR HET VERWONDERLIJKE

Het perfecte maatwerk van De Zaak Alzheimer viel bij de Japanse pers alvast in goede aarde, ze zouden nooit geloofd hebben dat België tot enkele jaren gelden te vaak erg stupide films voortbracht. Zou het iets voor Jan Decleir zijn als een Japanse regisseur nood heeft aan een Europese karakterkop en bij hem uitkomt? “Ik zou het zeker overwegen zoals ik met alles doe maar het heeft met tijd te maken. Normaal zou ik reeds in een Japanse film hebben meegespeeld, weliswaar in een Nederlandse productie, maar de tijd ontbrak me. Het was ten tijde van Karakter. Ik had het heel graag gedaan en zou er ook Japans voor moeten leren hebben. Het is jammer natuurlijk want anders had ik die film hier nu kunnen voorstellen.”
Niet enkel De Zaak Alzheimer werd vertoond maar in de oude keizerlijke hoofdstad Nara werd ook Daens gebracht. Ik vroeg me af of het Japanse publiek wel voeling zou hebben met de context, meer bepaald de opkomst van het socialisme en het algemeen stemrecht. De enthousiaste tussenkomsten na de voorstelling logen er echter niet om. Jan Decleir: “Louis Paul Boon vertelde ooit: ‘ Iets echt internationaal doen bestaat erin een onverlichte hoek van een kamer te beschrijven. Hoe gedetailleerder – inclusief stof, insecten en muizen - en eigener je wordt, hoe interessanter het wordt voor buitenstaanders en dan pas wordt het internationaal’. Je kan de wereld vatten in iets heel kleins, in details en dat is iets wat kunst volgens mij ook moet doen.”

                                               JAN ‘OSCAR’ DECLEIR

Met zijn inhoudelijke grandeur en zenuwslopende finale kan De Zaak Alzheimer zeker zijn mannetje staan tegenover een Amerikaanse thriller, is een veelgehoorde reactie die de filmmakers mochten horen in de verschillende landen waar de prent in roulatie kwam. De film heeft al een mooie internationale carrière achter de rug en dat schept natuurlijk ook verwachtingen. De belangrijkste filmmaanden staan immers voor de deur. “Als de productie genomineerd raakt voor de Oscars, zullen nog een aantal deuren opengaan. Stel dat hij wint, dan hebben we het einde nog niet gezien. Een Oscar verandert voor mij echter niets aan de waarde van de film of het kunstwerk maar commercieel kan het voor een extra boom zorgen.” Met welk antwoord de Academy op 27 februari op de proppen komt, is koffiedik kijken. Maar met sleutelrollen in winnende films als Karakter en Antonia, weet Decleir wat belangrijk is. “Je moet in eerste instantie de mensen van de Academy naar de zaal krijgen. Wie voor een prent kiest, moet kunnen aantonen dat hij of zij er geweest is. Je moet er dus voldoende ruchtbaarheid aan geven maar makkelijker is nog als je de film gewoon in roulatie krijgt. Ik heb er een vrij goed gevoel bij, te meer omdat de film in Toronto, één van dé graadmeters, goed ontvangen is. Ik kijk alvast uit naar de nominaties, nadien is alles mogelijk.” Wie denkt dat Decleir na zijn recentste succes wel eens zouden kunnen kwijtspelen aan de Amerikaanse filmmarkt, hoef niet te vrezen. Hij weigerede ooit de rol van slechterik in de Bond-film The World is Not Enough wegens theaterengagementen. Over een man met eerbied voor zijn vak gesproken.

Koen Van der Schaeghe

     
© Vlamingen in de Wereld