| |
|
|
PROTOCOL
IS EEN SPEL
Als
we Jan Decleir in de lobby van het hotel voor het eerst ontmoeten,
lijkt hij wat verweesd. Een monument, letterlijk en figuurlijk,
op het scherpst van de snee dat, als hij zijn mond opent,
de aandacht van het hele gezelschap trekt. Dat merken we de
volgende ochtend. Tijdens de formele ontvangst op het stadhuis
ontpopt hij zich voor het eerst als majestueuze eregast. Met
gefronste wenkbrauwen en de allure van een groot redenaar
en na ettelijk over en weer gebogen te hebben, verzekert hij
de burgemeester hoe opgetogen hij wel is dat hij in zijn stad
mag verblijven. Jan Decleir: “De ontvangst was erg formeel
maar anderzijds ook heel indrukwekkend omdat deze volgens
codes, afspraken en protocol ingegeven gebeurtenis toch apart
is. De eerste reactie zou kunnen zijn ‘wat een gedoe
allemaal’ maar het maakt de plechtigheid tot iets bijzonder.
Het had iets van een ritueel. De burgemeester, de man om wie
het allemaal draait, drukt uit dat hij u persoonlijk wil ontmoeten
en verontschuldigt zich met heel veel woorden dat hij een
aantal zaken niet kan bijwonen. Wat het dan weer extra bijzonder
maakt als hij het dan weer wel doet. Hij zou niet op de opening
van het filmfestival aanwezig zijn maar doet het dan wel.
Dan denk ik: hij wil hier écht aanwezig zijn.”
Want, vraag ik met alle respect aan Decleir, zelf Antwerpenaar,
de burgemeester van een stad als Osaka die zes miljoen inwoners
telt, is niet te vergelijken met de burgemeester van Antwerpen?
“Inderdaad, hij is bijna meer als een eerste minister
bij ons. Dan hebben we het nog niet over deze van Tokyo, die
is burgervader van 14 miljoen mensen. Ik speel die dingen
dan ook graag mee en beschouw ze dus als een spel”
Enkele dagen later, bij de opening van het filmfestival, gaat
het er naar Japanse normen heel wat losser aan toe. Een horde
fotografen en gillende Japanse meisjes verwelkomen Decleir
en de andere gasten. Na de gebruikelijke speeches beklimt
de Vlaamse acteur het podium, neemt zijn prestigieuze prijs
in ontvangst en steekt, alvorens het glas te heffen, van wal
met het Antwerps versje Hand in hand gaan wij ter feeste.
“Mijn functie als erevoorzitter is eigenlijk volledig
protocollair, ik voel me een beetje als een prins die zakenmissies
begeleidt”, vertelt Decleir over zijn te volbrengen
taak.
ZOEKEN
NAAR HET VERWONDERLIJKE
Het perfecte maatwerk van De Zaak Alzheimer viel
bij de Japanse pers alvast in goede aarde, ze zouden nooit
geloofd hebben dat België tot enkele jaren gelden te
vaak erg stupide films voortbracht. Zou het iets voor Jan
Decleir zijn als een Japanse regisseur nood heeft aan een
Europese karakterkop en bij hem uitkomt? “Ik zou het
zeker overwegen zoals ik met alles doe maar het heeft met
tijd te maken. Normaal zou ik reeds in een Japanse film hebben
meegespeeld, weliswaar in een Nederlandse productie, maar
de tijd ontbrak me. Het was ten tijde van Karakter.
Ik had het heel graag gedaan en zou er ook Japans voor moeten
leren hebben. Het is jammer natuurlijk want anders had ik
die film hier nu kunnen voorstellen.”
Niet enkel De Zaak Alzheimer werd vertoond maar in
de oude keizerlijke hoofdstad Nara werd ook Daens
gebracht. Ik vroeg me af of het Japanse publiek wel voeling
zou hebben met de context, meer bepaald de opkomst van het
socialisme en het algemeen stemrecht. De enthousiaste tussenkomsten
na de voorstelling logen er echter niet om. Jan Decleir: “Louis
Paul Boon vertelde ooit: ‘ Iets echt internationaal
doen bestaat erin een onverlichte hoek van een kamer te beschrijven.
Hoe gedetailleerder – inclusief stof, insecten en muizen
- en eigener je wordt, hoe interessanter het wordt voor buitenstaanders
en dan pas wordt het internationaal’. Je kan de wereld
vatten in iets heel kleins, in details en dat is iets wat
kunst volgens mij ook moet doen.”
JAN ‘OSCAR’ DECLEIR
Met zijn inhoudelijke grandeur en zenuwslopende finale kan
De Zaak Alzheimer zeker zijn mannetje staan tegenover
een Amerikaanse thriller, is een veelgehoorde reactie die
de filmmakers mochten horen in de verschillende landen waar
de prent in roulatie kwam. De film heeft al een mooie internationale
carrière achter de rug en dat schept natuurlijk ook
verwachtingen. De belangrijkste filmmaanden staan immers voor
de deur. “Als de productie genomineerd raakt voor de
Oscars, zullen nog een aantal deuren opengaan. Stel
dat hij wint, dan hebben we het einde nog niet gezien. Een
Oscar verandert voor mij echter niets aan de waarde
van de film of het kunstwerk maar commercieel kan het voor
een extra boom zorgen.” Met welk antwoord de Academy
op 27 februari op de proppen komt, is koffiedik kijken. Maar
met sleutelrollen in winnende films als Karakter
en Antonia, weet Decleir wat belangrijk is. “Je
moet in eerste instantie de mensen van de Academy
naar de zaal krijgen. Wie voor een prent kiest, moet kunnen
aantonen dat hij of zij er geweest is. Je moet er dus voldoende
ruchtbaarheid aan geven maar makkelijker is nog als je de
film gewoon in roulatie krijgt. Ik heb er een vrij goed gevoel
bij, te meer omdat de film in Toronto, één van
dé graadmeters, goed ontvangen is. Ik kijk alvast uit
naar de nominaties, nadien is alles mogelijk.” Wie denkt
dat Decleir na zijn recentste succes wel eens zouden kunnen
kwijtspelen aan de Amerikaanse filmmarkt, hoef niet te vrezen.
Hij weigerede ooit de rol van slechterik in de Bond-film The
World is Not Enough wegens theaterengagementen. Over
een man met eerbied voor zijn vak gesproken.
Koen Van der Schaeghe
|