| |
|
|
Vlaanderen profileert zich meer en meer als Europese draaischijf
inzake transport. Multinationals planten hier hun distributiecentrum
neer en logistieke platformen schieten als paddestoelen uit
de grond. De troeven zijn alom bekend: de centrale ligging,
het uitgebreid (spoor)wegennet en de inlandse ligging van
de Antwerpse haven. Vooral het hinterlandtransport van en
naar de Antwerpse haven stijgt nog jaarlijks in belangrijkheid.
De driehoek Brussel-Gent-Antwerpen krioelt dan ook van transportbedrijven
om de verdeling optimaal te laten gebeuren. Logistiek en transport
zijn anno 2004 niet alleen hot topics maar zijn ook
bron van ergernis voor pendelaars die zich dagelijks doorheen
de files murwen. Vaak wordt er dan gerepliceerd: laat alles
over het water gaan maar dat er heel wat komt kijken bij bootje
varen wordt veeleer vergeten.
De snelle ontwikkelingen in de maritieme sector, de zeehavens
en het landvervoer veroorzaakten een stijgende behoefte aan
verbreding en verdieping van kennis en inzicht in de transportwereld.
Om aan deze complexe behoefte tegemoet te komen werd begin
1996 het Institute of Transport and Maritime Management
Antwerp of kortweg ITMMA opgericht. ITMMA biedt als autonoom
instituut van de Universiteit Antwerpen postacademische opleidingen
aan.
Ik heb afspraak met directeur Frank Van Laeken in het ITMMA-house
in de Keizerstraat 64. Enkele panden verder, aan het nummer
56, leefde en werkte in de 16e eeuw de Middelnederlandse dichteres
Anna Bijns. De Scheldestad was toen het epicentrum van de
wereld vooral dankzij haar ideale ligging. Transport betekent
beschaving, zowel tijdens de Antwerpse gouden eeuw
als vandaag in Afrika. “Zonder transport is er amper
economisch weefsel voorhanden. In de wereldgeschiedenis en
de ontwikkeling van de globalisering spelen transport, maritieme
en havengerelateerde ontwikkelingen een essentiële rol.
Zonder het transporteren van goederen en mensen over verschillende
contreien en de organisatie ervan was de welvaartscreatie
veel minder groot”, aldus Frank Van Laeken
THE BEST OF BOTH WORLDS
Kwam de vraag tot oprichting van ITMMA vanwege professoren,
studenten of de maritieme bedrijfswereld?
Frank Van Laeken: Het was eigenlijk een kruisbestuiving.
Zowel bij verschillende actoren binnen de toen nog separate
Antwerpse universitaire instellingen als bij het (inter)nationale
bedrijfsleven bleek een leegte en de vraag naar een doorgedreven
Engelstalige voortgezette opleiding op masterniveau te bestaan.
Een lacune die wij wilden aanvullen.
Voor
welk niveau zijn de opleidingen bestemd?
Van Laeken: We richten ons voornamelijk op middelmanagementniveau.
We willen mogelijk maken dat onze cursisten een verdere stap
in hun carrière zetten en kunnen doorgroeien tot senior
en uiteindelijk executive niveau. Een voorbeeld. Vorig jaar
bezocht ik Concepcion in Chili om er een memorandum af te
sluiten met de lokale universiteit. Ik had toen de gelegenheid
om Felipe Barison, ITMMA-alumnus van het eerste jaar, te bezoeken.
Hij is momenteel CEO van de haven van San Vicente, nabij Concepcion.
Hij is alumnus van ons eerste en oudste programma, Master
of Science in Transport and Maritime Management (MTMM).
Dit programma is een master na masteropleiding. De cursisten
hebben minimum drie jaar relevante werkervaring en beschikken
over de nodige diploma’s. De gemiddelde leeftijd schommelt
rond de 30 jaar. Om de interactiviteit tussen docenten en
studenten te optimaliseren worden er maximaal 30 studenten
per klas toegelaten. Tijdens het academiejaar 2003-2004 werden
er, gezien het succes, voor de eerste maal twee parallelle
MTMM-programma’s ingericht.
Later volgde nog een tweede programma?
Van Laeken: Inderdaad. Om uit te groeien tot een
volwaardig internationaal maritiem instituut bieden wij sinds
twee jaar ook het doctoraal programma Master of Science in
Transport and Martitime Economics (MTME) aan. Professionele
ervaring is er minder doorslaggevend en het doelpubliek bestaat
uit studenten die een carrière beogen als consultant,
researcher of universitair onderzoeker. Het eigenlijke doctoraat
op proefschrift inclusief openbare verdediging is toegankelijk
mits het behalen van onderscheiding. Daarenboven wordt op
uitdrukkelijke vraag van het bedrijfswereld vanaf het academiejaar
2005-2006 gestart met een post-graduaat Integrated Logistics.
Een derde programma waarmee we verder innoveren. Dat is ook
nodig. Daar waar we acht jaar geleden nog uniek waren op het
vasteland, zien we vandaag heel wat kapers op de kust. Ook
kortlopende tailor-made programma’s passen in dezelfde
strategie. Ze worden gevraagd tot in Iran.
Hoewel ITMMA ingebed is in de Universiteit Antwerpen
blijft tot op vandaag het bedrijfsleven een belangrijke functie
vervullen?
Van Laeken: Het bedrijfsleven is binnen ITMMA steeds
belangrijk geweest omdat wij de structuur van onze programma’s
zo hebben opgesteld dat er enerzijds gewerkt wordt met academici
maar dat er anderzijds ook lesgevers en cursuscoördinators
worden aangetrokken die rechtstreeks uit het bedrijfsleven
komen. Dat is een doelbewuste keuze: onze slagzin is niet
voor niets Academic Rigour and Practical Assessment. De studenten
zijn er, blijkens de evaluaties, zeer tevreden over omdat
ze daadwerkelijk case-studies krijgen. Daarenboven is er onze
Council of Patrons (het derde bestuursorganisme naast het
directiecomité en de raad van bestuur). In deze raad
zit iedereen die naam en faam heeft in de maritieme- en transportwereld
en het Antwerpse veld. De beleidslijnen worden er afgetoetst
op de vragen en wensen van het veld.
ANTWERPEN ALS VOORBEELD
Het internationale karakter is belangrijk. ITMMA kiest doelbewust
voor een beperkte internationale doelgroep met een spreiding
inzake geografische herkomst. Vallen hierdoor geen Vlaamse
kandidaat-cursisten uit de boot?
Van Laeken: Die internationale focus neemt geenszins weg dat
er geregeld Vlaamse studenten onze programma’s volgen.
De verschillende opleidingen staan open voor éénieder
die de nodige kwalificaties en natuurlijk de wil en de motivatie
heeft om op iets latere leeftijd een masterprogramma aan te
vatten. Momenteel is Azië de grote slokop met 38 % van
de cursisten, voornamelijk afkomstig uit China. Europa volgt
met 34%. Afrika en Amerika blijven eerder bescheiden met respectievelijk
16 en 12%.
Is een ITMMA-getuigschrift noodzakelijk om bepaalde
specifieke/technische functies in de maritieme- of transportwereld
te verkrijgen? Is de vraag naar dergelijke diploma’s
groot?
Van Laeken: Ondernemingen vragen inderdaad, voor
bepaalde jobs, naar een diploma van ITMMA. De nood aan het
diploma wordt in grote mate gedefinieerd door het bedrijfsleven.
Als een organisatie de investering wil doen om de betrokken
werknemer vrij te geven, de lessen te laten volgen en het
diploma te laten behalen, weerspiegelt dit de nood in het
bedrijfsleven. De vraag tot vorming van experts middels doorgedreven
maritieme en transportopleidingen bestaat wereldwijd. Ook
in de derde wereld beseft men maar al te goed dat welvaart
erg nauw verweven is met transport en maritieme aangelegenheden.
In dat opzicht is het ook belangrijk dat wij op de steun van
de Vlaamse overheid kunnen rekenen via de Administratie Buitenlands
Beleid, die jaarlijks tien beurzen ter beschikking stelt.
Studenten die de capaciteiten en het profiel hebben maar over
onvoldoende financiële middelen beschikken, krijgen als
dusdanig toegang tot de scholing. Op die manier is ITMMA een
katalysator die kan helpen bij het vergroten van welvaart
en krijgt het ook een sociaal-maatschappelijke functie.
Voor westerlingen lijkt het een normale zaak: een
schip komt aan in de haven, de goederen worden gelost en vervoerd
over land. In Afrikaanse en bepaalde Aziatische landen zal
dit minder vanzelfsprekend zijn. Heeft de aanwezigheid in
de Antwerpse haven met haar doolhof aan spoorwegen een meerwaarde
voor de cursisten?
Van Laeken: Inderdaad. De verschillende transportmogelijkheden
en hoe ze efficiënt met elkaar verbonden kunnen worden,
vormt een belangrijke factor. Ieder land of iedere havenregio
heeft zijn eigenheid en eigen infrastructuur maar Antwerpen
fungeert bij velen als basis. De belangrijke elementen worden
eruit gehaald.
Merkt u dan ook dat de alumni ons land hoog in het
vaandel voeren?
Van Laeken: De studenten zijn laaiend enthousiast.
Het merendeel hoorde nooit eerder van Vlaanderen maar na hier
acht maanden vertoefd te hebben, zijn ze in hun respectieve
landen net ambassadeurs van Vlaanderen.
Durft u concluderen dat ITMMA en haar alumni een hulp zijn
bij het bestendigen van de Antwerpse positie in de maritieme
wereld?
Van Laeken: Dankzij onze internationalisatie worden
we ook in het buitenland erkend als experts. Geregeld worden
wij benaderd met de vraag naar contacten van alumni in bepaalde
landen. Zodoende wil ITMMA een centre of excellence worden
dat de internationale naambekendheid en reputatie van de Universiteit
Antwerpen en de Antwerpse maritieme wereld maximaal wil ondersteunen.
Dat heeft natuurlijk ook gevolgen voor de samenwerking met
het havenbedrijf voor wie wij geregeld consultancyopdrachten
uitvoeren.
En deze werken dan ook bevruchtend?
Van Laeken: Ja, want vele onderzoeksprojecten gebeuren
op vraag van het bedrijfsleven. De expertise die wij hiermee
verwerven wordt doorgegeven. Dat straalt dus af op de haven
en heeft een positieve invloed op de competitiviteit van Antwerpen.
Onze events, de derde en kleinste pijler naast onze onderwijs-
en consultancyactiviteiten, hebben ook dit doel voor ogen.
Door interactie en vanuit internationale expertise en ervaringen
worden tijdens colloquia, paneldiscussies en symposia oplossingen
en strategieën voor de toekomst van de maritieme-, haven-,
en transportsector aangebracht. Het event met onze grootste
internationale exposure is zonder twijfel ITMMAPS. De tweede
editie zal plaatsvinden in het najaar van 2005.
Meer
info: www.itmma.com
Koen Van der Schaeghe
|