HOME | VIW.THUIS |
 
[COÖRDINATEN]

Indonesië ontdekken via indonesiatravelplan.com























































































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | NOSTALGIE
       
 


 


LEVEN ALS EEN INDONESIËR

VIW liet de 47ste editie van de vakantiebeurs in Brussel niet zomaar voorbijgaan. We grepen de kans om contact op te zoeken met Marc Jacobs. Marc is wonende in Indonesië (Bali) en startte in het fabelmooie land een reisorganisatie op. We vroegen hem hoe hij daar terecht kwam en welke moeilijkheden hij moest overwinnen om zich te integreren in die vreemde cultuur.
 
 



“Eigenlijk ben ik heel toevallig in het toerisme gerold. Ik genoot een regentaatsopleiding en gaf les van eind jaren ’70 tot ’85. Het reizen zat toen reeds in mijn bloed en mijn echtgenote en ikzelf zijn daarop vrijwillig reizen gaan begeleiden. Om dat mogelijk te maken namen wij enkele malen gedurende zes maanden loopbaanonderbreking. We hebben die reisbegeleidingen altijd heel serieus opgenomen en informeerden de reizigers heel goed. Door mond-tot-mondreclame kregen we meer en meer aanbiedingen. Op een bepaald moment hadden we zoveel belangstellenden die mee op reis wilden, dat we beslisten om zelf een bedrijfje op te richten. Ondertussen hebben we de onderneming overgelaten en zijn we verhuisd naar Indonesië. Daar hebben we dan de nieuwe reisorganisatie Indonesiatravelplan opgestart.”

Was het gemakkelijk om uw familie en vrienden ervan te overtuigen dat u effectief in Indonesië ging wonen?
Marc Jacobs:
Met de vrienden verliep dat iets gemakkelijker dan met de familie. Vooral onze ouders maakten bezwaar. Ze zagen het helemaal niet zitten dat wij voorgoed zouden verhuizen en geloofden niet dat we ginder een succesvolle organisatie zouden kunnen opbouwen. Zeker van je toekomst in het buitenland ben je natuurlijk nooit, toch niet in ons geval. Wij zijn niet uitgezonden door een grote organisatie of een groot bedrijf maar wij zijn min of meer op ons eentje begonnen. Achteraf hebben onze ouders ons wel gesteund, ze waren gewoon bezorgd omdat Indonesië niet direct bij de deur ligt. Het was niet zomaar verhuizen naar een Europees land, nee, het was meteen de andere kant van de wereld.

Er is een groot verschil tussen de Vlaamse en Indonesische mentaliteit. Was het moeilijk om u aan de cultuur van Indonesië aan te passen?
Jacobs:
Voor we, tien jaar geleden, de stap zetten om definitief naar Indonesië te verhuizen, hadden we al 12 jaar rondgereisd in het land. We verbleven er jaarlijks vier tot zes maanden. Maar desalniettemin keken we toch wel even op toen we daar echt woonden. De aanpassing heeft voor ons toch nog een half jaar geduurd: we moesten een bankrekening openen, telefoonrekeningen betalen en een elektriciteitsaansluiting aanvragen. Toch denk ik dat onze aanpassing gemakkelijker verliep dan voor iemand die dezelfde stap zou zetten zonder enige ervaring.”

Had u iemand nodig uit de overheid of de lokale bevolking om het project op te starten in tegenstelling tot grote bedrijven?
Jacobs:
Jazeker, in Indonesië staat men zeker niet te wachten op mensen zoals wij, je hebt absoluut hulp nodig van consultingbureaus die je papieren in orde brengen. Een andere optie is je te laten ondersteunen door een sponsor bij het opstarten van de zaak, die dan de verantwoordelijkheid op zich neemt.

Heeft u vooral Europese of Belgische klanten? En hoe maken jullie publiciteit voor jullie activiteiten?
Jacobs:
Als Belg richten we onze pijlen in eerste instantie op de Belgische markt. Maar ondertussen is dat wel wat geëvolueerd. We hebben nu klanten uit Nederland, Duitsland, Zwitserland, Zuid-Afrika, de Tsjechische republiek en een paar uit de Verenigde Staten. We promoten onze reizen voornamelijk via het internet en op vakantiebeurzen zoals hier in Brussel.
Bleek het belangrijk dat u als Belg meerdere talen spreekt?
Jacobs:
Je moet uiteraard al goed Engels kunnen spreken om andere markten dan de Belgische te kunnen bestrijken. De Franse taal is ook heel belangrijk en die wordt nogal gauw uit het oog verloren. Maar de lingua franca blijft het Engels, die moet je gewoon onder de knie hebben om te kunnen omgaan met mensen uit Europa en elders.

U woont nu in een prachtig land, maar hebt u genoeg tijd om daarvan te genieten?
Jacobs:
Er bestaat een beeld van reisorganisatoren en -begeleiders dat ze zwemmen in de vrije tijd. Maar niets is minder waar. Mijn kantoor staat niet links van de derde palmboom op het strand. Men kan ons helaas iedere dag terugvinden op kantoor in de stad en dit van 9 uur ’s ochtends tot vaak late uurtjes om alles in goede banen te leiden. Een groot verschil met België is dat echt niet.

Wat mist u het meest van België?
Jacobs:
Dat is een klassieke maar belangrijke vraag. Ik praat daar vaak over met mijn vrouw. Echt iets missen doen we niet meer na tien jaar Indonesië, maar toch zouden we maar al te graag onze kazen en een frisse Duvel hebben… Friet met mosselen zijn ook altijd welkom. Je kan al die dingen hier wel kopen maar ze zijn erg kostelijk. Anderzijds zijn er hier heel veel andere culinaire hoogtepunten die je in België niet hebt. Maar wat ik vooral mis zijn de hoogtechnologische zaken zoals highspeed en draadloos internet. Wat dat betreft staat Indonesië nog in zijn kinderschoenen en dat zie ik de volgende vijf jaar niet veranderen. Je kan natuurlijk wel leven zonder maar het is toch erg gemakkelijk als je het hebt.

Wat verwacht u te missen uit Indonesië moest u terug naar België verhuizen?
Jacobs:
Dat is een minder klassieke vraag. Alleszins het klimaat. We zijn nu hier in België, eind januari, en het is koud. Daar hebben mijn echtgenote en ikzelf niet alleen over gezucht maar ook over gevloekt. Het is een echte opdoffer als je hier aankomt. In de zomer is dat natuurlijk minder, maar we beseffen ook dat de periode mooi weer in België zeer beperkt is. In Indonesië heb je het hele jaar door temperaturen boven dertig graden, ook tijdens het regenseizoen. Dat zouden we alleszins het meest missen als we ons terug in België settelen.

Hoe komt u op de hoogte van de Belgische actualiteit?
Jacobs:
Natuurlijk via de fantastische uitvinding internet. Op dit ogenblik kan je al heel veel nieuwsprogramma’s downloaden via de computer. VRT heeft ook prachtige projecten lopen zoals bijvoorbeeld een internetradio waarbij je nu ieder station van de Vlaamse radio kan ontvangen via een livestream. Daar maken we heel veel gebruik van. Vlaamse kranten en dagbladen daarentegen zijn nagenoeg niet te vinden, wel grote Amerikaanse publicaties zoals Newsweek en International Herald Tribune.

Bestaat uw vriendenkring in Indonesië uit Belgen, Europeanen of plaatselijke bewoners?
Jacobs:
Het mentaliteitsverschil speelt hier een grote rol. We hebben veel Indonesische vrienden, maar ik moet er eerlijk aan toevoegen dat de meeste van onze vrienden zich onder de Europese gemeenschap van Bali bevinden. Echte vrienden uit de plaatselijke bevolking hebben we amper.”

Wat is de meest positieve eigenschap van Indonesiërs?
Jacobs:
Veel mensen leven hier onder de armoedegrens en de meeste anderen hebben net genoeg om te overleven. Toch leggen ze tegenover ons, rijke westerlingen, steeds weer die gastvrijheid aan de dag. De positieve kijk op het leven en hulpvaardige ingesteldheid van de inheemse bevolking zijn heel bijzonder.

Ondervond u zelf veel hinder van de vloedgolf die het land teisterde?
Jacobs:
Persoonlijk helemaal niet. We waren in het land tijdens de zeebeving en hebben niet één trilinkje gevoeld op die bewuste ochtend van de tweede kerstdag. Het enige deel van Indonesië dat de tsunami getroffen heeft, is het Noordwestelijke deel van Sumatra. Ik wil dat allemaal niet minimaliseren want er vielen veel slachtoffers, maar geografisch gezien is de getroffen regio maar een heel klein deel van het land. Men vergeet vaak dat Indonesië ontzettend groot is: de afstanden van oost naar west lopen op tot 5000 km. De zakelijke gevolgen van de tsunami zijn voor ons merkwaardig genoeg zelfs positief geweest. Er waren heel veel reisgroepen die planden om hun vakantie in Sri Lanka en Phuket door te brengen. Maar aangezien de grote ravage ter plaatse, werden de groepen naar Bali gestuurd. Dit is helaas een mooi voorbeeld van ‘de een zijn dood is de ander zijn brood’.

Jullie blijven in Indonesië tot aan jullie pensioen?
Jacobs:
Daar moet ik een voorzichtig antwoord op geven. Wij doen heel graag wat we nu doen. Het is ook onze eigen zaak wat betekent dat we er voluit voor gaan. Maar als Indonesië op een gegeven ogenblik zo instabiel of onveilig wordt dat de klanten wegblijven, zullen we vergenoodzaakt zijn om naar iets anders te zoeken. Ik denk dat we dat ook zouden kunnen, we hebben na al die jaren toch al bewezen dat we een grote flexibiliteit aan de dag kunnen leggen. Maar als het van ons afhangt en als de situatie in Indonesië ‘normaal’ blijft dan blijven we dit gedurende heel onze actieve loopbaan doen.”

Jo Demeyere - Dekeyser

     
© Vlamingen in de Wereld