| |
|
|
“Eigenlijk ben ik heel toevallig in het toerisme gerold.
Ik genoot een regentaatsopleiding en gaf les van eind jaren
’70 tot ’85. Het reizen zat toen reeds in mijn
bloed en mijn echtgenote en ikzelf zijn daarop vrijwillig
reizen gaan begeleiden. Om dat mogelijk te maken namen wij
enkele malen gedurende zes maanden loopbaanonderbreking. We
hebben die reisbegeleidingen altijd heel serieus opgenomen
en informeerden de reizigers heel goed. Door mond-tot-mondreclame
kregen we meer en meer aanbiedingen. Op een bepaald moment
hadden we zoveel belangstellenden die mee op reis wilden,
dat we beslisten om zelf een bedrijfje op te richten. Ondertussen
hebben we de onderneming overgelaten en zijn we verhuisd naar
Indonesië. Daar hebben we dan de nieuwe reisorganisatie
Indonesiatravelplan opgestart.”
Was
het gemakkelijk om uw familie en vrienden ervan te overtuigen
dat u effectief in Indonesië ging wonen?
Marc Jacobs: Met de vrienden verliep dat iets gemakkelijker
dan met de familie. Vooral onze ouders maakten bezwaar. Ze
zagen het helemaal niet zitten dat wij voorgoed zouden verhuizen
en geloofden niet dat we ginder een succesvolle organisatie
zouden kunnen opbouwen. Zeker van je toekomst in het buitenland
ben je natuurlijk nooit, toch niet in ons geval. Wij zijn
niet uitgezonden door een grote organisatie of een groot bedrijf
maar wij zijn min of meer op ons eentje begonnen. Achteraf
hebben onze ouders ons wel gesteund, ze waren gewoon bezorgd
omdat Indonesië niet direct bij de deur ligt. Het was
niet zomaar verhuizen naar een Europees land, nee, het was
meteen de andere kant van de wereld.
Er is een groot verschil tussen de Vlaamse en Indonesische
mentaliteit. Was het moeilijk om u aan de cultuur van Indonesië
aan te passen?
Jacobs: Voor we, tien jaar geleden, de stap zetten
om definitief naar Indonesië te verhuizen, hadden we
al 12 jaar rondgereisd in het land. We verbleven er jaarlijks
vier tot zes maanden. Maar desalniettemin keken we toch wel
even op toen we daar echt woonden. De aanpassing heeft voor
ons toch nog een half jaar geduurd: we moesten een bankrekening
openen, telefoonrekeningen betalen en een elektriciteitsaansluiting
aanvragen. Toch denk ik dat onze aanpassing gemakkelijker
verliep dan voor iemand die dezelfde stap zou zetten zonder
enige ervaring.”
Had u iemand nodig uit de overheid of de lokale bevolking
om het project op te starten in tegenstelling tot grote bedrijven?
Jacobs: Jazeker, in Indonesië staat men zeker
niet te wachten op mensen zoals wij, je hebt absoluut hulp
nodig van consultingbureaus die je papieren in orde brengen.
Een andere optie is je te laten ondersteunen door een sponsor
bij het opstarten van de zaak, die dan de verantwoordelijkheid
op zich neemt.
Heeft u vooral Europese of Belgische klanten? En hoe maken
jullie publiciteit voor jullie activiteiten?
Jacobs: Als Belg richten we onze pijlen in eerste
instantie op de Belgische markt. Maar ondertussen is dat wel
wat geëvolueerd. We hebben nu klanten uit Nederland,
Duitsland, Zwitserland, Zuid-Afrika, de Tsjechische republiek
en een paar uit de Verenigde Staten. We promoten onze reizen
voornamelijk via het internet en op vakantiebeurzen zoals
hier in Brussel.
Bleek het belangrijk dat u als Belg meerdere talen
spreekt?
Jacobs: Je moet uiteraard al goed Engels kunnen spreken
om andere markten dan de Belgische te kunnen bestrijken. De
Franse taal is ook heel belangrijk en die wordt nogal gauw
uit het oog verloren. Maar de lingua franca blijft het Engels,
die moet je gewoon onder de knie hebben om te kunnen omgaan
met mensen uit Europa en elders.
U woont nu in een prachtig land, maar hebt u genoeg
tijd om daarvan te genieten?
Jacobs: Er bestaat een beeld van reisorganisatoren
en -begeleiders dat ze zwemmen in de vrije tijd. Maar niets
is minder waar. Mijn kantoor staat niet links van de derde
palmboom op het strand. Men kan ons helaas iedere dag terugvinden
op kantoor in de stad en dit van 9 uur ’s ochtends tot
vaak late uurtjes om alles in goede banen te leiden. Een groot
verschil met België is dat echt niet.
Wat mist u het meest van België?
Jacobs: Dat is een klassieke maar belangrijke vraag.
Ik praat daar vaak over met mijn vrouw. Echt iets missen doen
we niet meer na tien jaar Indonesië, maar toch zouden
we maar al te graag onze kazen en een frisse Duvel hebben…
Friet met mosselen zijn ook altijd welkom. Je kan al die dingen
hier wel kopen maar ze zijn erg kostelijk. Anderzijds zijn
er hier heel veel andere culinaire hoogtepunten die je in
België niet hebt. Maar wat ik vooral mis zijn de hoogtechnologische
zaken zoals highspeed en draadloos internet. Wat dat betreft
staat Indonesië nog in zijn kinderschoenen en dat zie
ik de volgende vijf jaar niet veranderen. Je kan natuurlijk
wel leven zonder maar het is toch erg gemakkelijk als je het
hebt.
Wat
verwacht u te missen uit Indonesië moest u terug naar
België verhuizen?
Jacobs: Dat is een minder klassieke vraag. Alleszins
het klimaat. We zijn nu hier in België, eind januari,
en het is koud. Daar hebben mijn echtgenote en ikzelf niet
alleen over gezucht maar ook over gevloekt. Het is een echte
opdoffer als je hier aankomt. In de zomer is dat natuurlijk
minder, maar we beseffen ook dat de periode mooi weer in België
zeer beperkt is. In Indonesië heb je het hele jaar door
temperaturen boven dertig graden, ook tijdens het regenseizoen.
Dat zouden we alleszins het meest missen als we ons terug
in België settelen.
Hoe komt u op de hoogte van de Belgische actualiteit?
Jacobs: Natuurlijk via de fantastische uitvinding
internet. Op dit ogenblik kan je al heel veel nieuwsprogramma’s
downloaden via de computer. VRT heeft ook prachtige projecten
lopen zoals bijvoorbeeld een internetradio waarbij je nu ieder
station van de Vlaamse radio kan ontvangen via een livestream.
Daar maken we heel veel gebruik van. Vlaamse kranten en dagbladen
daarentegen zijn nagenoeg niet te vinden, wel grote Amerikaanse
publicaties zoals Newsweek en International Herald
Tribune.
Bestaat uw vriendenkring in Indonesië uit Belgen,
Europeanen of plaatselijke bewoners?
Jacobs: Het mentaliteitsverschil speelt hier een
grote rol. We hebben veel Indonesische vrienden, maar ik moet
er eerlijk aan toevoegen dat de meeste van onze vrienden zich
onder de Europese gemeenschap van Bali bevinden. Echte vrienden
uit de plaatselijke bevolking hebben we amper.”
Wat is de meest positieve eigenschap van Indonesiërs?
Jacobs: Veel mensen leven hier onder de armoedegrens
en de meeste anderen hebben net genoeg om te overleven. Toch
leggen ze tegenover ons, rijke westerlingen, steeds weer die
gastvrijheid aan de dag. De positieve kijk op het leven en
hulpvaardige ingesteldheid van de inheemse bevolking zijn
heel bijzonder.
Ondervond u zelf veel hinder van de vloedgolf die
het land teisterde?
Jacobs: Persoonlijk helemaal niet. We waren in het
land tijdens de zeebeving en hebben niet één
trilinkje gevoeld op die bewuste ochtend van de tweede kerstdag.
Het enige deel van Indonesië dat de tsunami getroffen
heeft, is het Noordwestelijke deel van Sumatra. Ik wil dat
allemaal niet minimaliseren want er vielen veel slachtoffers,
maar geografisch gezien is de getroffen regio maar een heel
klein deel van het land. Men vergeet vaak dat Indonesië
ontzettend groot is: de afstanden van oost naar west lopen
op tot 5000 km. De zakelijke gevolgen van de tsunami zijn
voor ons merkwaardig genoeg zelfs positief geweest. Er waren
heel veel reisgroepen die planden om hun vakantie in Sri Lanka
en Phuket door te brengen. Maar aangezien de grote ravage
ter plaatse, werden de groepen naar Bali gestuurd. Dit is
helaas een mooi voorbeeld van ‘de een zijn dood is de
ander zijn brood’.
Jullie blijven in Indonesië tot aan jullie pensioen?
Jacobs: Daar moet ik een voorzichtig antwoord op
geven. Wij doen heel graag wat we nu doen. Het is ook onze
eigen zaak wat betekent dat we er voluit voor gaan. Maar als
Indonesië op een gegeven ogenblik zo instabiel of onveilig
wordt dat de klanten wegblijven, zullen we vergenoodzaakt
zijn om naar iets anders te zoeken. Ik denk dat we dat ook
zouden kunnen, we hebben na al die jaren toch al bewezen dat
we een grote flexibiliteit aan de dag kunnen leggen. Maar
als het van ons afhangt en als de situatie in Indonesië
‘normaal’ blijft dan blijven we dit gedurende
heel onze actieve loopbaan doen.”
Jo
Demeyere - Dekeyser
|