HOME | VIW.THUIS |
 


Publicatiedatum
21/02/06










































































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | ZOEKERTJES
       
 


 

               EEN WERELDBURGER VAN FORMAAT

Idealisme, oprechte nieuwsgierigheid en een stevige dosis leergierigheid zijn maar enkele eigenschappen waarover Portocarero ongetwijfeld in overvloed moet beschikken. Een kwarteeuw diplomatie heeft de man er ondertussen al opzitten. In mijn ogen lang niet de meest makkelijke en attractieve job die er bestaat: allerminst benijdenswaardig wanneer je weet dat een ambassadeur om de vier jaar een andere post krijgt toegewezen. Je moet niet alleen continu blijven investeren in het leggen van sociale contacten, je moet ook in staat zijn deze contacten op tijd en stond los te laten! Een vaste, vertrouwde stek is er voor hen dus niet bij. Herman Portocarero lijkt er weinig moeite mee te hebben. Althans… Een man die schijnbaar moeiteloos deze functie combineert met het schrijverschap, daarnaast nog exposities met eigen tekeningen verzorgt én meermaals Cubaanse salsa CD’s voorziet van liner notes, voornamelijk van de groep Azucar Negra zijn ‘huisorkest’.
Of zien we het verkeerd en bestaan deze beide ‘luiken’ dankzij elkaar? Is het ene een aanvulling op het andere? Portocarero verwoordt het als volgt: “Ik streef naar resultaatgericht werken. In de diplomatie gaat het er meestal heel anders aan toe en blijf ik te lang op mijn honger zitten. De ellenlange discussies zijn hier typerend. Mijn creatieve kant stelt mij in staat wél snel een bevredigend resultaat te creëren. Het brengt evenwicht in mijn leven”.


…over zijn leven als diplomaat-schrijver

“Van opleiding ben ik advocaat maar in 1978 verliet ik doelbewust mijn geboortestad Antwerpen om mijn geluk elders te beproeven. Ik wou de wereld zien. Had absoluut geen zin om in de privé-sector terecht te komen en belandde zodoende bij Unesco in Parijs. Dit ‘verblijf’ maakte deel uit van mijn diplomatieke stage. Ik was zevenentwintig toen ik in Addis Abeba in Ethiopië toekwam. Mijn eerste diplomatieke post in veruit het méést exotische en zinnelijke land in heel Afrika! Het heeft me sindsdien ook nooit meer los gelaten. Niet toevallig dus dat ik Ethiopië koos als setting voor mijn nieuwste boek, Goud!. Nostalgie in combinatie met de scherpe politieke toestand die er heerst, ik heb dit meermaals aan den lijve ondervonden, maakte dat dit hét land moest zijn. (hij voegt hier onmiddellijk aan toe) Kijk, ik ben in de eerste plaats schrijver! Dat is mijn temperament. Ik oefen ook mijn diplomatieke werk uit op een intuïtieve en subjectieve manier. Maar natuurlijk zou ik geen verhalen te vertellen hebben als ik mijn beroepservaringen niet had. Er is dus een grote interactie tussen de twee. Ik ben altijd allergisch geweest voor schrijvers die schrijven over het schrijven. Ik heb ervaringen nodig om iets te vertellen”.

           Aan ervaringen heeft Portocarero geen tekort. Integendeel! Zijn loopbaan als diplomaat is even indrukwekkend als de vijftien boeken die hij tot nu toe schreef. Fictieverhalen met duidelijke aanwezigheid van politieke structuur, eigen aan het land waar het verhaal zich afspeelt. Zijn boeken, alhoewel geen turven van vierhonderd pagina’s, zijn niet altijd even makkelijk om lezen. Zijn feilloze accuraatheid waarmee hij met gemak geschiedkundige gebeurtenissen aanhaalt en verwerkt, in verband brengt met de realiteit van het moment, doet de lezer soms twee tot drie keer bepaalde passages herlezen. Als geen ander is hij een meester in het beknopt verhalen. Een belezen man met een enorme bagage wereldervaring. Gestart in Ethiopië, daarna Jamaica, New York en Cuba om nu opnieuw zijn post te hervatten in Kingston/Jamaica!

Portocarero over dit, toch wel, wisselend leven:
“De verplaatsingen zijn telkens een avontuur en een uitdaging. Dat is het positieve aspect. De negatieve kant is dat je telkens vrienden en relaties verliest. Je raakt ook 'ontworteld'. Vandaar dat je toch een bepaalde levensvisie moet hebben om dit vol te houden. Ik heb anderzijds een zekere logica in mijn verplaatsingen kunnen leggen, zodat ik het gevoel heb binnen een eigen wereld te reizen. Dat is belangrijk: ik denk dat je in mijn beroep maar goed functioneert als je de maatschappij in dewelke je werkt, ook van binnenuit begrijpt. Zoniet beperk je de draagwijdte van het beroep tot louter formele relaties- wat je eigen leven uitholt, maar ook weinig toegevoegde waarde heeft voor je contacten, je informatie en je lobbying. Of ik voldoening heb van mijn werk? (peinzend) Op persoonlijk vlak krijg je de gelegenheid mensen en gebeurtenissen van heel nabij te zien én te begrijpen! Wanneer je dit beroep op de juiste manier uitoefent, krijg je een enorme brede kijk op de wereld. Professioneel gezien ben je af en toe als een deelnemer betrokken bij onderhandelingen die een verschil maken voor de wereld. Ik heb een lijstje: het opstarten van het verdrag tegen de anti-persoonsmijnen; de discussies over HIV/AIDS, het opzetten van UNAIDS en van het Global Fund, de discussie over de prijs van AIDS-medicijnen... Op wat kleinere schaal zijn er commerciële contacten waarin je een rol speelt, is er internationale samenwerking inzake onderwijs, en consulaire dienstverlening die je vaak toelaat heel concrete problemen op te lossen. Het is dus al bij al een beroep dat een hele waaier van persoonlijke en professionele voldoeningen kan bieden, maar nogmaals: je moet het met de nodige betrokkenheid uitoefenen!” Een luchtige anekdote misschien om af te sluiten? Het is me al een aantal keren overkomen dat landgenoten zich aanbieden op de ambassade met de wanhopige vraag of iemand niet een pakje Belga heeft? Misschien behoort dat weldra tot het verleden, zoals andere rokersverhalen.


       Tussen de verschillende ambassadeursposten door beslist Portocarero een zijsprong te maken naar het ‘echte’ ontwikkelingswerk. Als adviseur voor Artsen zonder Grenzen verricht hij twee jaar veIdwerk in Soedan en vertoeft hij even in Brussel als directeur van de dienst Verenigde Naties bij Buitenlandse Zaken. Alhoewel ‘even’ al gauw zo’n slordige vijftien jaar van zijn beroepsleven beslaat in dienst van de Verenigde Naties. Waarom deze keuze?
“Nadat ik de eerste keer voor de VN in New York gewerkt had (1985-1988), vond ik dat daar in veel te abstracte termen over ontwikkelingsproblemen en de stand van de wereld in het algemeen gepraat werd. Ik had er op dat moment al jaren terreinwerk in ontwikkelingslanden opzitten. Het irriteerde me mateloos dat zoveel collega's bij en in de VN alsmaar definitieve waarheden verkondigden over zaken die ze vaak niet kenden. Ik vroeg regelmatig: kent U de geuren en de geluiden van een vluchtelingenkamp? Nee? Waarover praat U dan? Na vier jaar in New York vond ik het absoluut nodig om terug naar de realiteit van die problemen te gaan. Soedan was een bewuste keuze. Het land was (en is) zowat een staalkaart van alle problemen in het 'zuiden': oorlog en burgeroorlog, etnische en religieuze conflicten, vluchtelingen en verplaatste personen, droogte etc. Darfur, één van de streken die ik toen bezocht, staat niet toevallig weer in de belangstelling.”

…een moment van bezinning




 


“Al mijn posten zijn belangrijk geweest op persoonlijk vlak. Havana is waarschijnlijk de stad die me het meest geraakt heeft. (peinzend) Ik probeer zo onthecht mogelijk te zijn van al het materiële. Dat is geen verdienste want na 26 jaar on the road zijn de meeste materiële dingen die je wel moet meeslepen vaak een ondraaglijke last. Herinneringen zijn de momenten van grote intensiteit: ontmoetingen, landschappen, historische plaatsen... Ik herinner me bijvoorbeeld mijn aankomst in Lalileba/ Ethiopië, een erg mysterieuze plaats hoog in de bergen met tientallen ondergrondse kerken. Of een trekking naar de Tissisat-watervallen op de Blauwe Nijl; of nog, het landschap rond Awash in oost-Ethiopië; of ijskoude, kristalherdere winterdagen in Manhattan; mijn eerste dag in Havana (een ware visuele schok); een ontmoeting met Nelson Mandela, de man heeft werkelijk een aura rond zich, en zo kan ik nog wel even doorgaan… (denkt even na) Ik besef ten volle dat ik praktisch geen vrije tijd heb. Goed, ik speel gitaar en rijd met mijn mountain bike, maar het tekenen is (wanneer ik er zo over nadenk) veruit het meest ontspannende”.
Bij het dergelijk ‘meer-dan-goed-gevuld-leven’ stel ik me altijd de vraag wat zo iemand drijft en hoe of wat die persoon nog gelukkig kan maken? Voor iedereen een andere inkleuring…
“Vooreerst, ik geloof niet in geluk op zich, volgens mij is dat een illusie. Wat telt zijn geïsoleerde momenten van intensiteit die je toelaten te geloven dat je leven de moeite loont. Mijn innerlijke drijfkracht is om diverse levens trachten te verzoenen. Veeleisend en het vraagt discipline, terwijl ik van nature eerder een chaotisch iemand ben. Ik omschrijf mezelf dan ook graag als een zeer onvolmaakte perfectionist! Mijn levensmotto… ik gebruik een variant van mijn naam: POR TOCAR ERRO. Je kunt dat in een soort prive esperanto interpreteren als: ik zwerf om alles aan te raken; maar het kan ook betekenen: ik dwaal omdat ik geraakt heb. De motto's van anderen waar ik me het meest kan in terugvinden zijn: Plus Est En Vous van de Gruuthuuse-familie; en Per Non Dormire van de Medici.

Goud! van Herman Portocarero bij uitgeverij Van Halewyck

Inge Roggeman

     

© Vlamingen in de Wereld