EEN WERELDBURGER VAN FORMAAT
Idealisme,
oprechte nieuwsgierigheid en een stevige dosis leergierigheid
zijn maar enkele eigenschappen waarover Portocarero ongetwijfeld
in overvloed moet beschikken. Een kwarteeuw diplomatie heeft
de man er ondertussen al opzitten. In mijn ogen lang niet
de meest makkelijke en attractieve job die er bestaat: allerminst
benijdenswaardig wanneer je weet dat een ambassadeur om
de vier jaar een andere post krijgt toegewezen. Je moet
niet alleen continu blijven investeren in het leggen van
sociale contacten, je moet ook in staat zijn deze contacten
op tijd en stond los te laten! Een vaste, vertrouwde stek
is er voor hen dus niet bij. Herman Portocarero lijkt er
weinig moeite mee te hebben. Althans… Een man die
schijnbaar moeiteloos deze functie combineert met het schrijverschap,
daarnaast nog exposities met eigen tekeningen verzorgt én
meermaals Cubaanse salsa CD’s voorziet van liner
notes, voornamelijk van de groep Azucar Negra
zijn ‘huisorkest’.
Of zien we het verkeerd en bestaan deze beide ‘luiken’
dankzij elkaar? Is het ene een aanvulling op het andere?
Portocarero verwoordt het als volgt: “Ik streef naar
resultaatgericht werken. In de diplomatie gaat het er meestal
heel anders aan toe en blijf ik te lang op mijn honger zitten.
De ellenlange discussies zijn hier typerend. Mijn creatieve
kant stelt mij in staat wél snel een bevredigend
resultaat te creëren. Het brengt evenwicht in mijn
leven”.
…over zijn leven als diplomaat-schrijver
“Van opleiding ben ik advocaat maar in 1978 verliet
ik doelbewust mijn geboortestad Antwerpen om mijn geluk
elders te beproeven. Ik wou de wereld zien. Had absoluut
geen zin om in de privé-sector terecht te komen en
belandde zodoende bij Unesco in Parijs. Dit ‘verblijf’
maakte deel uit van mijn diplomatieke stage. Ik was zevenentwintig
toen ik in Addis Abeba in Ethiopië toekwam. Mijn eerste
diplomatieke post in veruit het méést exotische
en zinnelijke land in heel Afrika!
Het heeft me sindsdien ook nooit meer los gelaten. Niet
toevallig dus dat ik Ethiopië koos als setting voor
mijn nieuwste boek, Goud!. Nostalgie in combinatie
met de scherpe politieke toestand die er heerst, ik heb
dit meermaals aan den lijve ondervonden, maakte dat dit
hét land moest zijn. (hij voegt hier onmiddellijk
aan toe) Kijk, ik ben in de eerste plaats schrijver! Dat
is mijn temperament. Ik oefen ook mijn diplomatieke werk
uit op een intuïtieve en subjectieve manier. Maar natuurlijk
zou ik geen verhalen te vertellen hebben als ik mijn beroepservaringen
niet had. Er is dus een grote interactie tussen de twee.
Ik ben altijd allergisch geweest voor schrijvers die schrijven
over het schrijven. Ik heb ervaringen nodig om iets te vertellen”.
Aan
ervaringen heeft Portocarero geen tekort. Integendeel! Zijn
loopbaan als diplomaat is even indrukwekkend als de vijftien
boeken die hij tot nu toe schreef. Fictieverhalen met duidelijke
aanwezigheid van politieke structuur, eigen aan het land
waar het verhaal zich afspeelt. Zijn boeken, alhoewel geen
turven van vierhonderd pagina’s, zijn niet altijd
even makkelijk om lezen. Zijn feilloze accuraatheid waarmee
hij met gemak geschiedkundige gebeurtenissen aanhaalt en
verwerkt, in verband brengt met de realiteit van het moment,
doet de lezer soms twee tot drie keer bepaalde passages
herlezen. Als geen ander is hij een meester in het beknopt
verhalen. Een belezen man met een enorme bagage wereldervaring.
Gestart in Ethiopië, daarna Jamaica, New York en Cuba
om nu opnieuw zijn post te hervatten in Kingston/Jamaica!
Portocarero over dit, toch wel, wisselend leven:
“De verplaatsingen zijn telkens een avontuur en een
uitdaging. Dat is het positieve aspect. De negatieve kant
is dat je telkens vrienden en relaties verliest. Je raakt
ook 'ontworteld'. Vandaar dat je toch een bepaalde levensvisie
moet hebben om dit vol te houden. Ik heb anderzijds een
zekere logica in mijn verplaatsingen kunnen leggen, zodat
ik het gevoel heb binnen een eigen wereld te reizen. Dat
is belangrijk: ik denk dat je in mijn beroep maar goed functioneert
als je de maatschappij in dewelke je werkt, ook van binnenuit
begrijpt. Zoniet beperk je de draagwijdte van het beroep
tot louter formele relaties- wat je eigen leven uitholt,
maar ook weinig toegevoegde waarde heeft voor je contacten,
je informatie en je lobbying. Of ik voldoening heb van mijn
werk? (peinzend) Op persoonlijk vlak krijg je de gelegenheid
mensen en gebeurtenissen van heel nabij te zien én
te begrijpen! Wanneer je dit beroep op de juiste manier
uitoefent, krijg je een enorme brede kijk op de wereld.
Professioneel gezien ben je af en toe als een deelnemer
betrokken bij onderhandelingen die een verschil maken voor
de wereld. Ik heb een lijstje: het opstarten van het verdrag
tegen de anti-persoonsmijnen; de discussies over HIV/AIDS,
het opzetten van UNAIDS en van het Global Fund, de discussie
over de prijs van AIDS-medicijnen... Op wat kleinere schaal
zijn er commerciële contacten waarin je een rol speelt,
is er internationale samenwerking inzake onderwijs, en consulaire
dienstverlening die je vaak toelaat heel concrete problemen
op te lossen. Het is dus al bij al een beroep dat een hele
waaier van persoonlijke en professionele voldoeningen kan
bieden, maar nogmaals: je moet het met de nodige betrokkenheid
uitoefenen!” Een luchtige anekdote misschien om af
te sluiten? Het is me al een aantal keren overkomen dat
landgenoten zich aanbieden op de ambassade met de wanhopige
vraag of iemand niet een pakje Belga heeft? Misschien behoort
dat weldra tot het verleden, zoals andere rokersverhalen.
Tussen de verschillende
ambassadeursposten door beslist Portocarero een zijsprong
te maken naar het ‘echte’ ontwikkelingswerk.
Als adviseur voor Artsen zonder Grenzen verricht hij twee
jaar veIdwerk in Soedan en vertoeft hij even in Brussel
als directeur van de dienst Verenigde Naties bij Buitenlandse
Zaken. Alhoewel ‘even’ al gauw zo’n slordige
vijftien jaar van zijn beroepsleven beslaat in dienst van
de Verenigde Naties. Waarom deze keuze?
“Nadat ik de eerste keer voor de VN in New York gewerkt
had (1985-1988), vond ik dat daar in veel te abstracte termen
over ontwikkelingsproblemen en de stand van de wereld in
het algemeen gepraat werd. Ik had er op dat moment al jaren
terreinwerk in ontwikkelingslanden opzitten. Het irriteerde
me mateloos dat zoveel collega's bij en in de VN alsmaar
definitieve waarheden verkondigden over zaken die ze vaak
niet kenden. Ik vroeg regelmatig: kent U de geuren en de
geluiden van een vluchtelingenkamp? Nee? Waarover praat
U dan? Na vier jaar in New York vond ik het absoluut nodig
om terug naar de realiteit van die problemen te gaan. Soedan
was een bewuste keuze. Het land was (en is) zowat een staalkaart
van alle problemen in het 'zuiden': oorlog en burgeroorlog,
etnische en religieuze conflicten, vluchtelingen en verplaatste
personen, droogte etc. Darfur, één van de
streken die ik toen bezocht, staat niet toevallig weer in
de belangstelling.”
…een moment van bezinning
 |
|
“Al mijn posten zijn belangrijk geweest op persoonlijk
vlak. Havana is waarschijnlijk de stad die me het meest
geraakt heeft. (peinzend) Ik probeer zo onthecht mogelijk
te zijn van al het materiële. Dat is geen verdienste
want na 26 jaar on the road zijn de meeste materiële
dingen die je wel moet meeslepen vaak een ondraaglijke last.
Herinneringen zijn de momenten van grote intensiteit: ontmoetingen,
landschappen, historische plaatsen... Ik herinner me bijvoorbeeld
mijn aankomst in Lalileba/ Ethiopië, een erg mysterieuze
plaats hoog in de bergen met tientallen ondergrondse kerken.
Of een trekking naar de Tissisat-watervallen op de Blauwe
Nijl; of nog, het landschap rond Awash in oost-Ethiopië;
of ijskoude, kristalherdere winterdagen in Manhattan; mijn
eerste dag in Havana (een ware visuele schok); een ontmoeting
met Nelson Mandela, de man heeft werkelijk een aura rond
zich, en zo kan ik nog wel even doorgaan… (denkt even
na) Ik besef ten volle dat ik praktisch geen vrije tijd
heb. Goed, ik speel gitaar en rijd met mijn mountain bike,
maar het tekenen is (wanneer ik er zo over nadenk) veruit
het meest ontspannende”.
Bij het dergelijk ‘meer-dan-goed-gevuld-leven’
stel ik me altijd de vraag wat zo iemand drijft en hoe of
wat die persoon nog gelukkig kan maken? Voor iedereen een
andere inkleuring…
“Vooreerst, ik geloof niet in geluk op zich, volgens
mij is dat een illusie. Wat telt zijn geïsoleerde momenten
van intensiteit die je toelaten te geloven dat je leven
de moeite loont. Mijn innerlijke drijfkracht is om diverse
levens trachten te verzoenen. Veeleisend en het vraagt discipline,
terwijl ik van nature eerder een chaotisch iemand ben. Ik
omschrijf mezelf dan ook graag als een zeer onvolmaakte
perfectionist! Mijn levensmotto… ik gebruik een variant
van mijn naam: POR TOCAR ERRO. Je kunt dat in een soort
prive esperanto interpreteren als: ik zwerf om alles aan
te raken; maar het kan ook betekenen: ik dwaal omdat ik
geraakt heb. De motto's van anderen waar ik me het meest
kan in terugvinden zijn: Plus Est En Vous van de Gruuthuuse-familie;
en Per Non Dormire van de Medici.
Goud! van Herman Portocarero bij uitgeverij Van Halewyck
Inge
Roggeman