|
|
| VERTREKKEN
| NATIONAAL
| INTERNATIONAAL
| WERKEN|
JONGEREN
| ZOEKERTJES |
 |
 |
 |
 |
| |
|
|
|
| |
|
|
Wie exportplannen heeft, richt zich hoogstwaarschijnlijk
niet meteen op Latijns-Amerika en al helemaal niet op
een land als Peru, dat met een bescheiden aandeel van
0,02 procent slechts plaats 84 inneemt op de Vlaamse
exportladder. De Peruaanse markt biedt evenwel interessante
perspectieven en Tom Van Daele kan dat weten. Voor Vlaamse
bedrijven legt hij al zeven jaar lang de loper uit naar
Peru en Ecuador. Een batterij grote en een hele rist
kleinere ondernemingen maken gebruik van zijn kennis
en ervaring om voet aan wal te krijgen in de regio,
om een weg uit te laten stippelen op de lokale markt
of om valkuilen in het Peruaanse economische landschap
te ontlopen. Vanuit Brussel coördineert zijn collega
Catherine Van Ransbeeck de activiteiten en het actieprogramma
van Flanders Ivestment and Trade (FIT) voor Latijns-Amerika.
FIT is het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen
en is ontstaan uit de fusie van Export Vlaanderen en
de Dienst Investeren in Vlaanderen. Het is een krachtig
netwerk met armen en benen: de armen zijn het netwerk
binnen Vlaanderen en het brein in Brussel en de vertegenwoordigers
zijn de benen in de rest van de wereld. VIW zat met
Tom en Catherine rond de tafel en sprak over succesvol
zakendoen in Peru en met uitbreiding in de hele regio.
Een gebied dat een gemengde socio-economische ontwikkeling
kent. |
 |
NEGATIEF
DISCOURS MAAR MOOIE MARGES
“Gezien de omvang van de interne markt, met name het
consumentenaantal, mag je besluiten dat de landen van Latijns-Amerika
héél krachtige economieën kunnen worden,
maar dat ze dat op dit moment niet echt zijn”, oordeelt
Tom. “Frequente muntdevaluaties, groeiende drugsproblematiek,
massale volksopstanden en het twijfelachtig neoliberaal
beleid belemmeren de opgang, luidt het klassieke negatieve
discours. Het potentieel is aanwezig maar de gemiddelde
koopkracht is erg klein.” Onbekend is onbemind, stelt
Catherine bijna dagelijks vast. “Het continent is
niet het meest mediagenieke handelsgebied waardoor de regio
bij Vlaamse ondernemers vaak onbekend blijft. Onze eerste
taak is de regio op de kaart zetten binnen ondernemersmiddens
door het organiseren van seminaries, het opstellen van studies,
onderzoek naar afzetmogelijkheden,...”
Tom Van Daele werkt sinds midden ’98 als handelssecretaris
in Lima. Er was toen geen handelsvertegenwoordiging, noch
van Vlaanderen, noch van Wallonië. “Voor ik in
de Peruaanse hoofdstad aan de slag ging, had ik reeds in
Chili voor Export Vlaanderen gewerkt. Toen er in ‘98
een grote missie naar de regio gepland werd, werd ik gevraagd
om er een kantoor te openen. Het was de eerste missie in
jaren op het continent maar niettemin een succesverhaal.
Het was een trein die in Brazilië begon en langsheen
Argentinië, Chili, Peru en Venezuela reed. Voor een
land als Peru hadden de deelnemers geen te hoge verwachtingen
omwille van de verhalen van het Lichtend Pad en
de hoge armoede in het bergachtig land, maar ter plaatse
beseften ze wel dat er mooie marges kunnen gemaakt worden.
Dat is tot op vandaag zo, ten minste als je lokaal produceert
en zo de dure euro omzeilt. Peru is voor de meeste consumptiegoederen
een prijzenmarkt en met moderne Europese procédés
is het mogelijk onder de lokale prijs te gaan. En de dure
euro is ook niet voor elk bedrijf een onoverkomelijk probleem,
bijvoorbeeld als de rechtstreekse concurrenten ook Europese
bedrijven zijn.”
GELIBERALISEERD
IMPORTREGIME
”Meer dan de helft van de Vlaamse export voor Latijns-Amerika
heeft Brazilië als bestemming, veruit de grootste regionale
economische speler. Het is ook het land waar ondernemers
hun eerste stappen zetten op het continent. Het merendeel
van de Vlaamse bedrijven met een Peruaanse vestiging, vond
ook een onderkomen in één of meer van de omringende
landen want ze beperken hun operaties meestal niet tot één
land.” En ondanks het soms sombere economische klimaat
telt Peru dus een mooi aantal Belgische bedrijven. Bedrijven
zochten en vonden in het Andesland de mogelijkheid om hun
groei te waarborgen. Onder meer dankzij een open importregime,
in tegenstelling tot de protectionistische jaren ’80,
probeert de overheid aanzienlijke buitenlandse investeringen
aan te trekken en de economie zuurstof te geven. De Peruaanse
wetgeving op buitenlandse investeringen is een van de meest
liberale ter wereld en maakt dat een Vlaams bedrijf niet
gediscrimineerd wordt ten opzichte van de Peruaanse.
“Met twee thermo-elektrische- en één
hydro-elektrische centrale en een gasdistributienet is Tractebel
zonder twijfel de grootste Belgische speler maar ook Etex,
Bekaert, Puratos en Umicore staan hun mannetje. Het zijn
bedrijven die soms al decennia actief zijn op de Latijnse
markt en wiens lokale vestigingen een eigen rechtspersoonlijkheid,
juridische en economische structuur hebben. Beginnende Vlaamse
bedrijven passeren langs mij om een deur te openen maar
zeggen dat bovengenoemde grote bedrijven dat ook doen, is
een stap te ver. Ze zullen hun investeringen zeker niet
laten afhangen van mijn opinie.”
TOT 35% SUPERSUBSIDIES
Ter ondersteuning van de export naar minder ontwikkelde
landen bestaat er in ons land Finexpo (een adviescomité
met als doelstelling het verzekeren van de financiële
steun aan de export van Belgische uitrustingsgoederen en
aanverwante diensten) dat over vier types van instrumenten
beschikt waaronder interestbonificaties of supersubsidies.
Tom Van Daele: “Ik sta er dikwijls paf van dat deze
tegemoetkoming slechts in een erg kleine mate bekend is.
Er zijn uiteraard verschillende voorwaarden aan verbonden
maar ondernemers zijn te weinig op de hoogte van het bestaan.
Concreet komt het erop neer dat een bedrijf tot 35% van
een contract gesubsidieerd kan krijgen met een plafond van
250.000 euro en voor een contract dat in totaliteit niet
meer dan 740.000 euro omvat. Het gaat om een beperkte enveloppe
en voor slechts een beperkt aantal landen (volgens Oeso-consensus)
maar de dure euro kan daarmee opgeheven worden, wat al cruciaal
gebleken is in prijs- en contractonderhandelingen.”
Naast deze bijstand van het Vlaamse gewest beschikt FIT
zelf over diverse ondersteuningsmogelijkheden, weet Catherine:
“De gedeeltelijke subsidiëring van prospectiereizen,
tussenkomst in de aankoop van een lastenboek, in de huur
van een stand voor deelname aan een beurs en de oprichting
van een prospectiekantoor.”
 KLEINSCHALIGE
INITIATIEVEN
Ook Vlaamse zelfstandigen, hoteliers of melkinvoerders kunnen
aan de slag in Peru. “Echt moeilijk is dat niet. In
die zin, dat iedereen er kan investeren. Er zijn geen barrières,
alleen een verplichte minimuminvestering die wel oploopt
tot 25.000 dollar, waar deze tien jaar geleden nog slechts
10.000 dollar bedroeg. Dat is geen geld dat je moet neertellen
voor je papieren maar een bedrag dat je wel degelijk in
je eigen zaak investeert. Hebt u concrete plannen? Tom Van
Daele zal u graag ontvangen, al staat hij in eerste instantie
ten dienste van exporteurs pur sang. “Maar ik ben
ter plaatse, dus waarom zou ik niet helpen, als ik de informatie
toch voor handen heb.” “Ook bij ons in Brussel
of via de provinciale kantoren, kunnen belangstellenden
met vragen terecht”, vult Catherine aan.
”Steeds
meer ondernemingen zien kansen op de Latijns-Amerikaanse
markt, met joint-ventures of lokale productie. Wij zijn
natuurlijk geen economische profeten en hebben geen alomvattend
zicht op de politieke weersverwachting. Sommige economieën
kelderen op enkele jaren van een hoogconjunctuur naar een
virtueel faillissement. Maar er zijn voldoende voorbeelden
die illustreren dat de handelsvrijheid in Latijns-Amerika
durvers geen windeieren oplevert. Het al dan niet vanaf
afstand verkennen van de Latijnse markt is zeker de moeite
waard”, vatten Tom en Catherine hun kijk op Peru samen.
Koen Van der
Schaeghe
|
| |
|
|
|
|