| |
|
|
Als handelsgebied is de Japanse archipel nauwelijks
te overschatten. De enorme financiële markt en de gigantische
export maken van het land één van de voornaamste
actoren binnen de wereldeconomie. Het spreekt dan ook voor
zich dat het westerse bedrijfsleven zich richt op het land
van de rijzende zon en graag een graantje wil meepikken van
de successtory. Zo ook Vlaanderen, dat stevige contacten onderhoudt
met Japan en lokale bedrijven tracht te overtuigen om te investeren
in Vlaanderen. Het doet dit via het Flanders Foreign Investment
Office of kortweg FFIO dat opereert vanuit Tokyo. Drie
Vlaamse japanologen en twee Japanse medewerksters maken er
de dienst uit. Een gesprek.
”Er
is op de Japanse markt meer dan voldoende interesse om te
investeren in Europa. Het is onze taak Vlaanderen voor te
stellen als place to be binnen Europa”, steekt FFIO-investeringsprojector
Jan De Bock van wal. Net als zijn collega Dirk De Ruyver leerde
hij zijn stiel in privésector en stelt hij zijn ervaring
nu ter dienste van de Vlaamse Gemeenschap. Marketing manager
Malik Kusters kent dé succesfactor: “Japan is
een land van veel uitleggen en aantonen. Communicatie is een
vitaal aspect om adequaat om Japanse bedrijfsmensen te benaderen.
Vanuit Japan Europa situeren en Vlaanderen daarin kaderen
is niet evident en wordt nog bemoeilijkt door de enorme concurrentie
vanuit Oost-Europa.”
ÉÉN
AANSPREEKPUNT
Een
buitenlandse investering, wat is dat eigenlijk? Investeren
is een woord waarmee men slechts weinig voeling heeft. “Het
is vaak niet fysiek waarneembaar maar niettemin van onschatbare
waarde”, vertelt De Ruyver. “Een buitenlandse
groep die geld stopt in de Vlaamse economie door bijvoorbeeld
een satellietbedrijf, distributiecentrum of magazijn op te
zetten is op zich nog te begrijpen, maar dergelijke type-investeringen
waarbij een bedrijf een vastgoed koopt en zich als dusdanig
voor verschillende decennia engageert, krijg je steeds minder.
Wat je wel hebt, zijn buitenlandse bedrijven die bijvoorbeeld
een logistieke operatie willen opstarten. Een activiteit die
ze dan uitbesteden aan een toeleverancier. Je komt dan bij
een soort dienstencontract waarbij een buitenlands bedrijf
een verbintenis afsluit met een Vlaamse logistieke partner.”
Wat De Ruyver wil zeggen is dat investeringen erg flexibel
worden. Feitelijk gezien komt het FFIO dan ook geregeld in
het vaarwater van Export Vlaanderen.
Het investeringsklimaat is de jongste jaren sterk veranderd.
Dat is iets wat het FFIO-Japan goed merkt. Het is aanpassen
of verdrinken. In Japan zijn ze dan ook erg opgetogen over
de integratie van het FFIO in het overkoepelende orgaan Flanders
Investment & Trade (FIT), waarin ook Export Vlaanderen
en de Dienst Investeren Vlaanderen hun onderkomen
vinden. Jan De Bock: “Er wordt vaak gesproken over synergie
en samenwerking, mogelijkheden die er zeker zijn. Binnen FIT
zullen de investerings- en exportluiken sowieso blijven bestaan
maar de wisselwerking tussen de verschillende entiteiten wordt
groter. Met één aanspreekpunt wordt het eenvoudiger
voor onze klanten, maar ook intern zorgt het netwerk onder
één gezamenlijke paraplu voor een versterking.
Automatisch wordt er meer gecommuniceerd, vereenvoudigt het
werk en kunnen we gerichter werken als één economisch
kantoor.” (v.l.n.r. op de foto: Malik Kusters, Dirk
De Ruyver en Jan De Bock)
Dirk De Ruyver bevestigt en vult aan: “Historisch gezien
kent Export Vlaanderen natuurlijk een ander vertrekpunt.
Het start vanuit de Vlaamse firma’s die allen kunnen
aankloppen om zich te laten begeleiden bij hun exportplannen.
Onze opdracht is anders, namelijk het focussen op buitenlandse
investeerders binnen bepaalde sectoren (voor Japan zijn dat
automotive, ICT, chemie, levenswetenschappen en logistiek).
Het is niet dat wij andere projecten niet zullen aannemen
maar wij concentreren ons en richten onze mediacampagnes op
deze vijf sectoren omdat Vlaanderen er sterk in staat. Bij
Export Vlaanderen kunnen alle bedrijven aankloppen.
FLANDERS-JAPAN ALZHEIMER FORUM
”Japan is een vrij groot land, waarvan de economie constant
verandert. Wij steken dan ook veel energie in marketing. De
vernoemde sectoren worden onder de aandacht gebracht door
seminaries, beurzen en advertenties. In een ander land zijn
seminaries misschien niet doeltreffend maar in Japan zeker
wel”, weet Malik Kusters. “De traditionele kanalen
van communicatie blijven hier gelden.” Dirk De Ruyver:
“Laat ons het voorbeeld van de biotechnologie nemen.
We voerden hier de jongste drie jaar sterke campagnes rond.
Zo’n grootscheepse actie begint steevast met een persmissie:
de Japanse gespecialiseerde pers wordt in Vlaanderen uitgenodigd
om kennis te maken met wat onze regio te bieden heeft. In
geval van de biotechnologie wordt het VIB (Vlaams Interuniversitair
Instituut voor Biotechnologie, zie ook www.viw.be/vib.htm)
als rode draad gebruikt. Bij ICT neemt IMEC (Interuniversitair
Micro-Elektronica Centrum) die plaats in. Dat levert
makkelijk 15 à 20 artikels op in de vakbladen. Daarin
wordt ook de beurs aangekondigd die we anderhalve maand later
organiseren waarop we afgevaardigden van Vlaamse onderzoekscentra
en farmaceutische bedrijven in Japan inviteren. Zij brengen
hun verhaal voor een publiek van Japanse biotechnologen en
farmacologen. Een week later gevolgd door een seminarie of
werkcollege waarbij diezelfde Vlaamse delegatie concrete cases
voorlegen en vragen beantwoorden. Een erg belangrijk trefpunt
die de tweezijdige communicatie, die in Japan wel eens moeilijk
ligt, bevordert. Waarom werken we op deze, voor sommigen misschien
omslachtige, manier? In Japan moet je eerst aantonen wat je
in je mars hebt. En vooral in de biotechnologie is men geïnteresseerd
in de technologie op zich en minder in havens of fiscale stimuli.
Je kan hier dossiers winnen puur op de aanwezige technologie
in Vlaanderen.” “Gedurende twee à drie
maanden krijgt de Japanner in de biotechsector het gevoel
dat er echt iets leeft in Vlaanderen/België. Op die manier
plaats je Vlaanderen op de kaart in het verre buitenland”,
vervolledigt Malik Kusters die als marketing manager de concrete
uitwerking van het Japan-Flanders Alzheimer Forum
op zich nam. “Voor dit forum (november 2004), gelinkt
aan de ve rtoning
van De Zaak Alzheimer en kaderend in de campagne
A Taste of Flanders, nodigden wij een aantal Vlaamse
bedrijven en onderzoekers uit.” Dirk De Ruyver: “Het
was de eerste maal dat we ons focusten op één
topic binnen biotechnologie, namelijk het onderzoek naar Alzheimer.
Er waren 75 mensen aanwezig die echt iets betekenen in deze
business, die op zoek gaan naar en willen investeren in intellectuele
eigendom. Het VIB neemt deel aan dit forum om te tonen welke
onderzoeksresultaten zij hebben, in de hoop dat een Japans
bedrijf zegt: ‘Als dat onderzoek in Vlaanderen gebeurt,
interesseert me dat om het mee te financieren en om er bepaalde
rechten van te kopen. Het is niet tastbaar, het hangt net
in de lucht maar er komen enorme bedragen bij kijken.”
DE SNELSTE LINK MET
EUROPA
Het FFIO weet duidelijk waar de klepel hangt en benadrukt
in onderhandelingen subtiel waar de meerwaarde van hun kantoor
ligt. Dirk De Ruyver: “Als FFIO en binnenkort FIT zijn
wij een go-between tussen Vlaamse en Japanse bedrijven. VIB
en IMEC zijn allebei reeds erg groot in hun sector én
toch kunnen wij hen nog helpen. Niet in het minst omdat de
Japanse cultuur zó anders is. Dat werkt in twee richtingen,
Japanse bedrijven kennen die problematiek ook. Communicatie
is de basis van alles. Als je het niet kan uitleggen, sta
je nergens. Onze meerwaarde wordt hierdoor misschien meer
ervaren dan bijvoorbeeld in de VS (het FFIO heeft onder meer
kantoren in Chicago, San Francisco, Dallas), waar cultuur
en taal minder een barrière vormen. De manier waarop
een investeringsdossier wordt voorbereid binnen de meeste
Japanse bedrijven vergt evenzeer een grote input vanwege investeringsmaatschappijen
zoals wij en daarbij is de winnaar niet zelden dát
agentschap dat er in slaagt om te blijven antwoorden op de
massa’s vragen die er vanuit het bedrijf komen.”
“Om een project binnen te halen mogen we vooral niet
de fout maken te denken vanuit Vlaanderen of België”,
weet Jan De Bock. “We vertrekken vanuit de wereld. Een
ICT-bedrijf wil een fabriek in Amerika, Europa, Azië
en Japan, dan ben ik in eerste instantie al blij dat ze Europa
erbij vernoemen want soms valt het weg. Europa is voor een
Japanner soms te veel versnipperd. Dan is het zaaks die focus
naar België te krijgen. Eens men in België zit,
komt men bijna vanzelf in Vlaanderen. In theorie heb je minstens
50% kans, in praktijk is de kans erg groot dat als men België
zegt, Vlaanderen bedoelt. Onze slogan is dan ook The Gateway
to Europe. Een investeerder komt niet naar Vlaanderen
voor Vlaanderen maar voor Europa.
Koen Van der Schaeghe
|