Klaar voor de grote stap. Paul heeft
een opdracht voor vier jaar in Nicaragua, en na jaren apart
leven (hij in Guatemala, de jongens en ik in Leuven) willen
we nu toch allemaal meegaan. Ik ben blij dat we weer vertrekken,
de heerlijke tijd in Costa Rica ligt me nog vers in het geheugen.
De verhalen over universitairen-expatpartners die thuis ongelukkig
wegkwijnen terwijl de partner carrière maakt zijn niets
voor mij. Het lukt mij wel!
Mijn
enthousiasme is al snel bekoeld: Matagalpa blijkt niet de
middelgrote stad waarover ik gedroomd heb. De mensen zijn
er straatarm en er is maar af en toe drinkwater. Ik vind
geen degelijke school voor de kinderen, en wat vooral frustrerend
is: volstrekt uitgesloten om daar een job te vinden die
ik ook op mijn CV zou durven zetten. Na amper twee maanden
besluiten we dat Paul zal blijven en ik met de jongens in
buurland Costa Rica zal gaan wonen. De trip naar Costa Rica
is toch heel wat korter dan naar België.
Daar
werk vinden kan geen probleem zijn. Een werk- en verblijfsvergunning
(vaak hét probleem) krijg ik probleemloos omdat Rik
hier 10 jaar geleden geboren is. Wat heb je meer nodig?
Dus wanneer ik na vier maanden mijn vergunning heb - de
administratieve molen van dit prachtige land maalt zéér
langzaam - begin ik ijverig de krantenadvertenties af te
lopen.
Kleine
hinderpaal bij heel wat interessante jobs: om in aanmerking
te komen moet je aangesloten zijn bij het Colegio, het beroepscollege
van je vak. Dat is minder evident dan het lijkt, want het
kan slechts nadat je diploma gelijkwaardig is verklaard
met dat van hier, en geloof het of niet maar dat lukt niet
zomaar. Zeventien jaar na afstuderen nog je dossier samenstellen
is een heksentoer. Na een eerste mislukte poging tien jaar
geleden en een tweede nu, heb ik de hoop opgegeven mij aan
te sluiten bij het Colegio de Economistas.
Dan
maar op de rest van de jobmarkt vissen. Talenkennis is in
Costa Rica zonder meer een topargument. Vijf talen spreekt
nagenoeg niemand, en hoewel vele scholen tweetalig Spaans-Engels
zijn, valt zelfs die tweede taal in de praktijk erg tegen.
Aanbiedingen om taallessen te geven in één
of andere avondschool stromen dan ook vlot binnen, vooral
Frans is erg in trek. Maar voor andere jobs betekent talenkennis
vaak ook reizen. Heerlijk, maar niet echt haalbaar als je
man al voortdurend rondreist en je met twee kinderen alleen
zit.
Europeaan
zijn helpt ook, je wordt al snel geacht je vak te kennen,
na een paar maanden met risicoanalyse en -beheer bezig geweest
te zijn, word ik al als expert erkend en zelfs gevraagd
om seminaries te geven. Maar anderzijds wordt je als Europeaan
onvermijdelijk een exclusief prijskaartje opgekleefd, en
in een relatief arm land met hoge scholingsgraad zijn de
goedkopere alternatieven legio.
Kortom:
je kan wel werk vinden, maar zoekt best niet te hoog en
niet te specifiek. Aan het rustigere Costaricaanse ritme
wennen is misschien nog het moeilijkste. Wie in Europa gewoon
is met een goed gevulde agenda te werken, moet het even
anders aanpakken; het is echt niet ongewoon dat je afspraak
van twee uur pas rond drie uur komt opdagen – en nee
hoor, niet alleen voor de barbecue - evengoed voor een zakelijke
vergadering! Afspraken worden ook regelmatig gewoon vergeten,
maar wanneer je daar dan aan herinnert wordt met een brede
glimlach een prachtig excuus bovengehaald en verdwijnt ook
je boze bui snel.
Dan
is er nog de familiale kwestie. Als je kinderen hebt, ben
je verwittigd. Raf moet amper vier uren per dag naar school,
afwisselend in de voor- en namiddag. Het is dus kiezen:
iemand voltijds in huis halen en leren leven met het schuldgevoel
dat je krijgt omdat je je kinderen uit hun omgeving hebt
gehaald en er ook niet voor hen bent, of zelf bij je kinderen
blijven en proberen “losse opdrachten” te doen.
Als consultant lukt dat soms, maar zekerheid heb je niet.
Paul
is intussen voor 2,5 maanden naar El Salvador. Ik zit hier,
met drie diploma’s en twee jonge tieners. Af en toe
een opdracht en zoveel mogelijk genietend van het klimaat
en het landschap probeer ik de steeds luider wordende lokroep
van het vaderland te negeren.