| |
|
|
Meerdere
maanden zijn voorbij gegaan sinds onze laatste berichtgevingen
en het kan uiteraard niet anders dan dat we intussen weer
de nodige belevenissen achter de rug hebben. Hele fijne, dat
spreekt. Maar we hebben ook onze eerste grote heimweeaanval
achter de kiezen. Heimwee hoort bij zo’n grote verhuis,
wist ik. In het verleden hadden we af en toe wel een steekje
gehad. Vooral bij grote mijlpalen die je moet missen zoals
geboortes, huwelijken en sterfgevallen. Maar al bij al bleek
het vlotten en waaide het na een dagje of twee wel weer over.
Een zestal maanden na de emigratie blijkt berucht moment te
zijn voor grote heimwee-dippen. Het is immers het moment waarop
het nieuwe van je kersverse thuisland er wat af is, waarop
eindelijk doordringt dat dit niet één grote
vakantie is, maar dat ook hier sleur zijn plekje in het dagelijkse
leven heeft. Ik had erover gelezen en moest eigenlijk voorbereid
moeten zijn. Maar toen het zo ver was, overviel het ons toch.
Zes maanden na aankomst bleek onze financiële rekening
zwaar negatief door te slaan. Kiwi’s worden in de regel
heel wat minder betaald dan hun Europese tegenvoeters. Van
migranten wordt daarenboven nog extra dankbaar gebruik gemaakt
als goedkope werkkrachten , want die hebben de baan broodnodig.
Het wordt je grondig ingepeperd dat je geen marktkennis hebt
en dat het dus meer dan verantwoord is om je carrière
een paar stappen terug te laten nemen. Het loon is vaak ook
lager dan dat van de natives, want ze hebben geen
aanwijzing van wat je wel waard mag zijn. We hadden deze verhalen
meermaals gehoord voor ons vertrek en hadden onze verwachtingen
er ook op ingesteld. Bart was bereid terug de baan op te gaan,
na in Belgie zelf de scepter gezwaaid te hebben en ook financieel
wilden we terugschroeven. Maar de shock was groot toen we
ons na zes maanden realiseerden hoe ingrijpend dat terugschroeven
wel was. Ja, we hadden spaarcenten en ja, we waren bereid
tijdelijk te bufferen. Maar de cijfers op onze spaarrekening
daalden wel pijlsnel. Na een paar weken van heel erg zielig
zijn en ons gevangen voelen aan de andere kant van de wereld,
was de tijd rijp voor actie. We realiseerden ons dat dit deel
uitmaakte van het zoeken van onze weg aan het andere eind
van de wereld en dat terugkeren naar ons dierbaar België
voorlopig niet tot de opties behoorde. Tanden erin en doorbijten,
werd ons motto. En ja…de mist klaart zowaar op, nu we
weer een paar maanden verder zijn. Bart heeft een andere baan
gevonden en ikzelf ben ook een meer dan aanwezige persoon
in de wereld van de jobzoekers. Het zal nog wel even duren
eer we in de comfortzone zitten die voor ogen hebben, maar
de weg is ten minste zichtbaar en de beweging voelbaar.
Heimwee heeft natuurlijk meer dan één gezicht.
Zes maanden Nieuw-Zeeland viel voor ons ook samen met Kerst
en Nieuwjaar in een blakende zon. Geen sneeuw op de daken
en zeker geen intiem feestje bij een knapperend haardvuur
met familie en vrienden om je heen. Maar luidruchtige, overbevolkte
barbecues aan het strand en knallende christmascrackers
overal waar je kijken kon. Wij stonden erbij en keken er naar.
Met meer dan een open mond , moet ik zeggen. Liters bier en
worst werden aangesleurd.Onze haren gingen stijl rechtop staan
bij de luidruchtige boeren die hier ongegeneerd gelaten werden,
om van de wind van achteren nog te zwijgen. 2004 ging voor
ons z’n eerste uren in, in een vieze, naar urine stinkende
cabine op het Zuidereiland,onder luid gesnurk van een overmaatse
Kiwi aan de andere kant van de muur. Dit was het andere gezicht
van de no-nonsense kant van de Kiwi’s, die ik zo dacht
te waarderen. Ik miste mijn familie en vrienden als nooit
tevoren, wist wel zeker dat het Engels een eeuwige frustratie
zou blijven en had lak aan alle ongeschreven regeltjes waar
ik, als domme migrant, geen flauw benul van had. Heel even
wist ik wel zeker dat ik het eerste vliegtuig terug naar België
zou nemen.
En op 1 januari reden we verder naar Kaikoura, wat onverwacht
de mooiste plek op aarde bleek te zijn. We stapten op een
boot (na nog een extra gat in onze portefeuille geslagen te
hebben) en zagen zowaar walvissen op een paar meters van ons
de helderblauwe diepte in verdwijnen…. Op slag wist
ik weer wat me in de eerste plaats naar hier gebracht had.
We slaakten verrukte kreten bij de salto’s van een groep
speelse dusky dolphins en vingen kreeften en krabbetjes
in de poeltjes tussen de rotsen. Zo diep als ik de dag tevoren
zat, zo hoog boven de wolken zweefde ik toen.
Terugkijkend op onze eerste zomervakantie in het land van
de lange witte wolk, weet ik dat migreren heftig is, dat heimwee
je doodziek kan maken als je niet oplet. Maar ook dat het
er bij hoort, dat het je sterker maakt en dat zowel pieken
als dalen uitdeinen tot wat inmiddels weer een algemeen tevreden
gevoel is. Ik zing weer de lofzang van de Nieuw –Zeelandse
tomaten en alle andere groenten en fruit in mijn tuintje die
vanzelf lijken te groeien. Ik gooi mijn hengel uit om zowaar
een kanjer van een vis binnen te halen, zonder eerst te moeten
nadenken of hij wel eetbaar is wegens vervuiling. En na een
collectief genegeerd wandelpaadje ingeslagen te zijn , komen
we oog in oog te staan met een waterval die regelrecht uit
een tekening van De Tuin van Eden komt. Op school
is een nieuwe lading migranten toegekomen, die nu uitgebreid
gekeurd wordt, terwijl wij naar het laatje horende bij
het meubilair verhuisd zijn. Terwijl onze kinderen nog
eventjes in het helderblauwe water van een paradijselijk baaitje
liggen te spartelen, bereiden we ons voor op onze tweede winter
bij de Kiwi’s.
We zijn in elk geval gewaarschuwd voor de heimweeaanval
van één jaar, maar weten inmiddels dat
we die ook wel het hoofd zullen bieden. Twee jaar moet je
rekenen om je echt thuis te voelen, wordt ons ingefluisterd.
Wij knikken en denken stiekem dat het eerste jaar vast het
ergste is. Een mens moet positief blijven, toch?
Veel groetjes van ‘down under’
Machteld |