| |
|
|
Dubai, 30 april 2005. Ik neem plaats in de van luchtkoeling
voorziene 4x4 van Paul Vliegen. We passeren tientallen hijskranen,
een dozijn bouwputten, halfafgewerkte businesstowers
en instapklare flatgebouwen. Misschien wel de helft van alle
voertuigen in de oliestaat zijn terreinwagens. Slechts een
klein percentage van deze voertuigen verlaat af en toe de
biljartvlakke en prachtig aangelegde wegen. Vliegen rijdt
het zand in en een werf van zijn werkgever Besix op. Het Belgische
bouwbedrijf werkt aan een verkeerswisselaar die de toegang
tot één van de prestigieuze Palm Islands
moet mogelijk maken. De naam refereert naar de vorm: vanuit
de lucht bekeken lijkt het eiland een palmboom. De hele boom
is bijna 5 kilometer lang en er zullen flats, villa’s
en hotels op gebouwd worden. Een doorsnee appartement zal
ongeveer 500.000 euro kosten. Wat verderop wordt nog een gelijkaardig
reusachtig eiland gebaggerd door Jan De Nul, een ander Belgisch
bedrijf dat actief is in de regio. Het derde staat op stapel.
De achterliggende strategie van deze landwinning is het creëren
van extra kustlijn. Een missie waar vastgoedbedrijf Nakheel
met 120 kilometer extra zeezicht voor de twee palmeilanden
goed in slaagt.
“We
bevinden ons nu bij het begin van Palm Jumeirah, tussen twee
projecten die op elkaar aansluiten, de toegangsbrug tot het
artificiële eiland en de verkeerswisselaar, allebei door
onze firma gebouwd.” Besix is prominent aanwezig in
het straatbeeld en Paul beaamt dat je als bedrijf in de kijker
loopt als je aan zo’n prestigieus project kan deelnemen.
“Besix is in de Verenigde Arabische Emiraten een sterk
aanvaarde maatschappij die al mooie dingen realiseerde, soms
op recordtijden. Wij hebben onze strepen al verdiend, bijvoorbeeld
met de 309 meter hoge Emirates Hotel Tower in Dubai maar ook
met veel minder spectaculaire maar elementaire ontwikkelingsprojecten.
De VAE zijn op dat vlak heel verrijkend want niets is onmogelijk.
Het land is volop in ontwikkeling, de hele infrastructuur
moet nog gecreëerd worden en financieel hebben ze het
erg ruim. Het zijn volumes en afmetingen die je in Europa
niet makkelijk zal tegenkomen of waar op het minst heel wat
jaren debat aan vooraf gaat. Leg een luchtfoto van dertig
jaar geleden naast het huidige Dubai en je gelooft je ogen
niet. Wat hier gebeurt is verbluffend. Het is misschien vergelijkbaar
met wat in Europa tijdens de gouden jaren ’60 gerealiseerd
werd. Als ingenieur schept dit erg veel voldoening.”
BETON MET IJSBLOKKEN
De
28-jarige Paul Vliegen is binnen Besix actief op de werfvoorbereiding,
het zogenaamde technical office, waar de plannen
gemaakt, methodes geselecteerd en materialen gekozen worden.
Met andere woorden: hier gebeurt de echte voorbereiding die
leidt tot de uitvoering van het project. Paul is van opleiding
industrieel ingenieur bouwkunde. Zeer vroeg reeds, op zijn
zestiende, was het zijn intentie om ingenieur te worden met
slechts één doel voor ogen: in het buitenland
grote projecten verwezenlijken. Hij heeft al kunnen meewerken
aan de bouw van twee tunnelprojecten en een maritiem LNG-laaddok.
Momenteel is hij net gestart met de bouw aan een bruggencomplex.
Hij is bij Besix kennelijk aan het juiste adres. “Besix
is al bijna 40 jaar actief in het Midden Oosten en begon zopas
ook aan de bouw van de Burj Dubai, een toren die met 705 meter
de hoogste ter wereld wordt. Het gebouw zal niet alleen kantoorruimten
maar ook appartementen en een hotel omvatten. Plaats van verrijzing
is het Burj Dubai District, waarvan ook ’s werelds grootste
shoppingcenter deel zal uitmaken.” Als ik hem vraag
naar de manier waarop deze constructie wordt opgetrokken,
moet hij een sluitend antwoord schuldig blijven. “Hoe
wordt beton tot op 500m en hoger gebracht? Het is voor velen
nog een vraagstuk. Nog nooit heeft iemand beton tot op deze
hoogte geduwd. Duwen ja, want beton moet men persen en pompen
door stalen buizen tot op een hoogte van een halve kilometer.
We zullen dingen moeten doen die nog nooit eerder zijn klaargespeeld.
Dat is al een
eerste uitdaging. Maar moest iedereen alles al hebben voorgedaan,
was er natuurlijk minder kunst aan. Wij houden van dergelijke
opdrachten.” Een ander niet te onderschatten probleem,
de hoge temperatuur, bekampte Besix al eerder. “De omgevingstemperatuur
in Dubai kan oplopen tot 50 °C, dus wordt het beton
onder meer met ijsblokken gemaakt. Er is namelijk het risico
dat het beton te snel uitdroogt en net zoals in België
moet het beton dan besproeid worden om het volgens kwaliteitseisen
te laten harden. Om risico’s uit te sluiten laten we
het beton op een zo laag mogelijke temperatuur aanvoeren.”
Hoewel het om de hoogste constructie ter wereld gaat, wordt
deze in een recordtempo gebouwd. Eind 2008 wordt de Burj Dubai
opgeleverd. Elke vier dagen wordt een verdieping gestegen.
De billboards in Dubai die de Burj aankondigen liegen er niet
om: History is rising en The most prestigious
square kilometre in the world is in de maak. Als geen
ander weten de Emirati hun staat te verkopen. Een succesvol
marketingverhaal is bijvoorbeeld het hotel Burj Al Arab, dat
zichzelf zeven sterren toemeet en de wereldpers haalde wanneer
Federer en Agassi op de helihaven een paar honderd meters
boven de begane grond een tennisballetje sloegen.
De grootste, het hoogste, het duurste, wie van superlatieven
houdt, komt in Dubai zeker aan zijn trekken. Niet minder dan
twaalf procent van het globale aantal hijskranen staat momenteel
in de kleine oliestaat gestationeerd. “Nochtans zijn
niet alle projecten even prestigieus. De uitbouw van een haven
bijvoorbeeld is heel vitaal voor een economie. Niet het meest
zichtbare maar wel cruciaal voor een land. De aandacht gaat
natuurlijk naar wat mooi, kleurrijk, hoog en groot is. De
projecten die Besix graag aanneemt zijn ook deze die net dat
tikkeltje uitdagender zijn. De torenkranen bij de Burj Dubai
bijvoorbeeld zullen als een blokkendoos in een lift omhoog
gaan, bepaalde delen misschien met een helikopter. Ook het
transport van arbeiders naar een hoogte van 600 meter is geen
sinecure. Je haalt bovendien niet zo makkelijk iets van de
grond op wat je vergeten bent.”
EMIGREREN
IN TIEN DAGEN
Paul’s
job is in vele opzichten verschillend dan in België.
De werkweek is helemaal anders, enkel op vrijdag is hij thuis.
“Je moet goed kunnen balanceren tussen je familiaal
leven en je job. Het is een erg smalle koord, want alles weegt
toch zwaarder door dan in eigen land. Niet alleen ikzelf maar
ook mijn partner en ons dochtertje van net geen jaar oud zijn
ver weg van de familie. Mensen met wie je dagelijks in contact
bent, komen uit verschillende culturen, hebben andere nationaliteiten
en ideeën. Voor een expat is dit een leerrijke ervaring,
juist omdat je je moet aanpassen aan die verschillende mentaliteiten.
En uiteindelijk hebben we allen dezelfde doelstelling: het
project op tijd, kwalitatief en tegen de juiste prijs gerealiseerd
krijgen.”
Het is een komen en gaan van werknemers. Voor Besix werken
momenteel 8000 werknemers, waarvan 120 westerlingen in de
VAE, verdeeld over wel meer dan twintig verschillende projecten.
Paul Vliegen: “Heel regelmatig worden mensen op erg
korte termijn naar andere sites gestuurd, in buurlanden of
Europa. Er zijn weinig mensen die al vier, vijf jaar op dezelfde
locatie werken. Ook ikzelf was tussen twee projecten vijf
maanden in Egypte geposteerd, waarop ik terug naar Dubai kwam.
Niets zegt trouwens dat ik binnen dit en een jaar niet ergens
anders kan zitten. Dat is totaal in functie van de noden van
de firma. Dat weten we ook en dat is uiteindelijk ook niet
zo erg want dat maakt de job tot een echte challenge.
Als ze mij morgen zeggen dat ik naar Qatar moet, zal dat weinig
verschillen met Dubai maar als ze mij
naar Marokko sturen, is dat een totaal andere omgeving en
moet je opnieuw die sociale en professionele
balans trachten te vinden. Toen Besix mij twee jaar geleden
vertelde dat ze zeer dringend
iemand met mijn capaciteiten nodig hadden in Egypte, had ik
zeven dagen tijd om in Dubai mijn valiezen te pakk en.”
De beslissing om te verkassen naar een nieuwe bestemming wordt
snel genomen. Bij zijn definitief vertrek uit België
naar Dubai had Paul amper tien dagen de tijd om de meest noodzakelijke
regelingen te treffen. Het hoort bij de bedrijfscultuur maar
anderzijds heerst binnen de onderneming een ethiek die maakt
dat de mensen blijven. Het zou niet waar zijn als er niet
naar de familie gekeken werd. “Wij komen naar hier om
hard te werken maar de firma verzorgt ons ook goed. De offers
die de firma vraagt, blijven realistisch. Een toekomst plannen
blijft bij Besix sowieso koffiedik kijken maar als ik mag
kiezen, mogen ze mij wel eens naar het Verre Oosten sturen.”
Koen Van der Schaeghe
|