HOME | VIW.THUIS |
 

[COÖRDINATEN]


Meer informatie over De Nieuwe Snaar is te vinden op www.denieuwesnaar.be
In 2005 houden de vier muzikanten met de groep wel een sabbatjaar en zullen ze her en der te bewonderen zijn met andere projecten. Tussendoor wordt gewerkt aan nieuw materiaal.

Samen met Arne Van Dongen staat Jan De Smet 66 maal op het podium met het repertoire van Woody Guthrie: een voorstelling voor jonge kinderen waarmee voor het eerst in het Nederlandse taalgebied het immense oeuvre van Guthrie wordt voorgesteld.








































































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | NOSTALGIE
       
 


 





DE NIEUWE SNAAR DOET HET
IN DE LAGE LANDEN, ZUID-AFRIKA & LUXEMBURG


Op 30 november concerteert De Nieuwe Snaar in Luxemburg. Het kwartet bestaande uit Jan De Smet, Kris De Smet, Geert Vermeulen en Walter Poppeliers speelt er op uitnodiging van de Vlaamse Club Luxemburg. Helaas, voor wie nog geen kaartje heeft, het concert De Omloop van de Lage Landen was reeds anderhalve maand voor datum uitverkocht. Wat mogen de gelukkigen die een ticket konden bemachtigen, verwachten? Een aan de perfectie grenzende wervelende show met pieken en dalen: absurde humor geflankeerd door ernst en melancholie.

 
 


Té vaak worden té mooie woorden uit de la gehaald om té middelmatige artiesten te beschrijven. Niet zo voor De Nieuwe Snaar. Met De Omloop brengt het viertal totaal entertainment, dat in Vlaanderen noch Nederland een gelijke kent. Zowel muzikaal, theatraal als acrobatisch absolute top. Momenteel loopt hun negende tournee op zijn einde en hebben ze in totaal bijna 3000 optredens op hun palmares.
De titel van de nu drie jaar lopende tournee, De Omloop van de Lage Landen, vat het goed samen: in haar 22-jarig bestaan heeft De Nieuwe Snaar op zowat ieder podium van elk theater, cultureel centrum en iedere concertzaal van Vlaanderen en Nederland gestaan. Luxemburg behoort natuurlijk niet tot de Lage Landen, net zomin als Zuid-Afrika waar ze eind september op de planken stonden: het succes kent duidelijk geen grenzen. Samen met zanger Jan De Smet sloopt VIW de muren rondom de Lage Landen, graaft het in het internationale verleden en achterhaalt waarom Jan De Smet erg graag met zijn onbekend aantal ukeleles naar Hawaï wil, al is het Verre Oosten met zijn compagnons een minstens even goed alternatief.


                                                              ONS OF WIJ

Jullie zijn enkele weken terug uit Zuid-Afrika waar De Nieuwe Snaar drie voorstellingen bracht. Smaakt het naar meer?
Jan De Smet:
Absoluut. Het was voor het eerst dat we op het Aardklop-festival in Potchefstroom (nabij Johannesburg) speelden. Drie maal eerder stonden we op het podium van het Klein Karoo Nasionale Kunstenfees in Oudshoorn (Kaapprovincie). De mensen beginnen er ons te kennen en het zou wel leuk zijn om er een echte tournee te maken met eigen muziekinstallatie en decor. Vooralsnog moesten we ons echt behelpen en waren de voorstellingen dus beperkt.

Zijn er concrete plannen?
De Smet:
Tijdens deze laatste reis hadden we contacten met de organisatrice van Stef Bos’ tournees en zij bleek erg enthousiast. Maar het zal ten vroegste iets zijn voor over twee jaar. Vroeger speelden we wel vaker in de ons omringende buitenlanden maar dat is fel geminderd. Voornamelijk om economische redenen: als wij op de baan zijn tellen wij vier muzikanten, vier technici en een impresario. Vervoer, logies en maaltijden voor negen mensen is een relatief gigantische onderneming. Omdat je in het buitenland minder makkelijk kan voorspellen of je een volle zaal hebt, moet je goed afwegen of een reis niet meer kost dan ze opbrengt. En omdat we méér dan ons werk hebben in België en Nederland, staan we er niet altijd bij stil en stellen er ons bij gevolg ook weinig vragen bij.

Wat maakt Zuid-Afrika dan anders?
De Smet:
In die zin dat Zuid-Afrika een prioritair land is qua culturele samenwerking voor de Vlaamse regering, wat reissubsidies mogelijk maakt. We werden er met open armen ontvangen door de Vertegenwoordiger van de Vlaamse regering, Yves Wantens, die zelfs een persconferentie belegd had. Erg fijn naar de toekomst toe. Daarom zien we daar toch een kans. Het is voor ons onontgonnen gebied en omgekeerd ook. We zagen er verschillende acts die te vergelijken zijn met onze kleinkunstboom van eind jaren ’60. Misschien ook logisch dat ons exclusief muzikaal spektakel zo’n indruk maakte.

Worden de teksten dan ook aangepast aan het Zuid-Afrikaans?
De Smet:
Aanvankelijk hebben we dat wel overwogen maar het is veel moeilijker om een Nederlandse tekst om te zetten in het Zuid-Afrikaans dan een Nederlandse tekst naar het Frans of Engels te transformeren. Ondanks dat het Zuid-Afrikaans vrij dicht bij het Nederlands ligt, zit er ook een hele barrière tussen. Klanken herken je wel maar ze worden in een compleet andere context en zinsbouw gebruikt. Wij zijn altijd gewoon om wij, wij, wij te zeggen maar in Zuid-Afrika wordt dit ons, ons, ons, wat in het Nederlands een bezittelijk voornaamwoord is. We vertalen dus niet, maar zijn er wel van overtuigd dat ze er toch voldoende van begrijpen.

                         CA C’EST DU JAMAIS VU


Hoe bereidden jullie zich in het verleden voor op andere talen?
De Smet:
De Spaanse teksten leerden we eigenlijk fonetisch uit ons hoofd… blokken op een tekst met een melodie gaat nog vrij vlot hoor. Hetzelfde met de bindteksten. Na een week Barcelona verliep dat erg goed en vielen we enkel door de mand als Spanjaarden ons na het optreden aanklampten.

Hoe anders dan anders is het optreden voor een buitenlands publiek?
De Smet:
In Vlaanderen en Nederland weet het publiek waarnaar ze gaan kijken, iets wat over de grenzen veel minder het geval is. We hadden enkele malen een zeer avontuurlijke tournee in Frankrijk, georganiseerd door de cultuurdienst van de Franse gas- en elektriciteitsmaatschappij. Die onderneming had langsheen de hele kustlijn vakantiedorpen waar de werknemers aan een democratische prijs een strandvakantie konden houden. Voor hun cultureel programma kwamen ze op één of andere vreemde manier bij ons terecht. Voor een zaal staan waar arbeiders, hun vrouwen en kinderen enkel zitten omdat er iets te doen was, geeft een vreemd gevoel. Als je begint met een onvoorbereid of apathisch publiek dan is het keihard werken om de mensen voor ons te winnen, maar doet het achteraf ook dubbel zoveel plezier als men zegt ça c’est du jamais vu!

Dan zal Luxemburg heel wat anders zijn, jullie concert daar is geen unicum geloof ik?
De Smet:
Inderdaad. Om de vier, vijf jaar spelen we wel eens voor de Vlaamse Club in Luxemburg. Dat is een erg aantrekkelijk gegeven. Luxemburg is nu niet zo ver weg maar de sfeer is toch anders. We zijn voor het publiek een groepje van bij ons wat het zowel voor als op het podium voor een aparte sfeer zorgt.

In 2003 stond Raymond van het Groenewoud op de planken voor een Vlaams publiek in Singapore, Bangkok en Kuala Lumpur. Zou ook dat iets voor De Nieuwe Snaar zijn?
De Smet:
Persoonlijk vind ik dat zeker het overwegen waard. Als Raymond het daar doet, kunnen wij het misschien ook wel. We hebben het nu in Zuid-Afrika met beperkte middelen gedaan, dus dat moet in het Verre Oosten ook wel lukken, niet?

Jullie toeren nu drie jaar met De Omloop, weinig artiesten kunnen dat?
De Smet:
Kunnen en willen het niet. Het gaat dan wel om dezelfde voorstelling maar er is wel degelijk een groot verschil tussen de eerste en de laatste voorstellingen. Er zijn een hoop extra’s en het loopt heel wat soepeler. Dat maakt het ook voor ons interessant. Wij doen niet aan playback. Ten tijde van de eerste uitzendingen van Tien om te Zien vond onze toenmalige platenmaatschappij het belangrijk dat we er verschenen. Met slepende voeten gingen we er naartoe maar nooit meer. We weten dat we er niets missen buiten mooie gezichten waarvan sommigen hun nummertje kwamen playbacken dat zelf niet eens hadden ingezongen. Neen, serieus, De Omloop kende net als onze vorige programma’s een echt evolutieproces. Het zal beter worden tot de laatste voorstelling in december. We streven naar de perfectie maar hopen ze nooit te bereiken want dan kunnen we er evengoed mee stoppen.

Wat doen jullie net na een optreden?
De Smet:
Als wij net gegroet hebben, schieten we de foyer in en gaan we achter onze platenstand staan. Onze cd’s zijn in eigen beheer, zonder platenfirma, dus moeten we voor onze eigen winkel werken. We weten ook dat de verkoop met de helft zal verminderen als wij niet zelf achter de desk staan. De kopers krijgen natuurlijk wel een gesigneerd exemplaar maar ik zeg er hen netjes bij dat de niet-gesigneerde exemplaren eigenlijk zeldzamer zijn dan deze met een kribbel erop.

                                                      HET UKULOGISCH MUSEUM

Wat heeft Jan De Smet met een ukelele?
De Smet:
Ik ben eredirecteur van Het Ukulogisch Museum, wat een virtueel museum is en enkel bestaat als ze optreden. Het is een groep van de drie zogenaamde conservators: Peter Van Eyck, Luc Tegenbos (de founding fathers) en ikzelf. Het Ukulogisch Museum is eigenlijk ons rechtvaardigheidsgevoel tegenover instrumenten die altijd in het belachelijke worden getrokken. Zo leggen we ook een fotogalerij aan van beroemdheden die de ukelele welgezind waren. En dat zijn niet de minsten: de twee Elvissen (Presley en Costello), Paul McCartney als eerbetoon aan George Harisson (die een echte ukelele-fanaat was), Peter Sellers,… De ukelele is een Vaudeville-achtig instrument en wij zijn eigenlijk verzamelaars en makers van nieuwsoortige ukeleletypes. Ooit al gehoord van de violele, passe-vitelele, draailele of telelele?

Hoeveel hebt u er?
De Smet:
Samen met het museum hebben we er tussen de 50 en de 500… Lach maar, elk getal ertussen is correct.

Uit mijn informatie blijkt dat de ukelele komt overgewaaid van Madeira?
De Smet:
Oorspronkelijk is het inderdaad een Portugees instrument, de cavaquinho. Het werd gebruikt in de fado en verspreidde zich dankzij de ontdekkingsreizigers tot in de Caraïben. Op Hawaï is het zelfs het nationale instrument.

Dan moet u er dringend heen?
De Smet:
Inderdaad. Zitten daar soms geen Vlamingen?

Koen Van der Schaeghe


     
© Vlamingen in de Wereld