| |
|
|
Té vaak worden té mooie woorden uit de la gehaald
om té middelmatige artiesten te beschrijven. Niet zo
voor De Nieuwe Snaar. Met De Omloop brengt
het viertal totaal entertainment, dat in Vlaanderen noch Nederland
een gelijke kent. Zowel muzikaal, theatraal als acrobatisch
absolute top. Momenteel loopt hun negende tournee op zijn
einde en hebben ze in totaal bijna 3000 optredens op hun palmares.
De titel van de nu drie jaar lopende tournee, De Omloop
van de Lage Landen, vat het goed samen: in haar 22-jarig
bestaan heeft De Nieuwe Snaar op zowat ieder podium
van elk theater, cultureel centrum en iedere concertzaal van
Vlaanderen en Nederland gestaan. Luxemburg behoort natuurlijk
niet tot de Lage Landen, net zomin als Zuid-Afrika
waar ze eind september op de planken stonden: het succes kent
duidelijk geen grenzen. Samen met zanger Jan De Smet sloopt
VIW de muren rondom de Lage Landen, graaft het in
het internationale verleden en achterhaalt waarom Jan De Smet
erg graag met zijn onbekend aantal ukeleles naar Hawaï
wil, al is het Verre Oosten met zijn compagnons een minstens
even goed alternatief.
ONS
OF WIJ
Jullie zijn enkele weken terug uit Zuid-Afrika waar De Nieuwe
Snaar drie voorstellingen bracht. Smaakt het naar meer?
Jan De Smet: Absoluut. Het was voor het eerst dat
we op het Aardklop-festival in Potchefstroom (nabij
Johannesburg) speelden. Drie maal eerder stonden we op het
podium van het Klein Karoo Nasionale Kunstenfees
in Oudshoorn (Kaapprovincie). De mensen beginnen er ons te
kennen en het zou wel leuk zijn om er een echte tournee te
maken met eigen muziekinstallatie en decor. Vooralsnog moesten
we ons echt behelpen en waren de voorstellingen dus beperkt.
Zijn er concrete plannen?
De Smet: Tijdens deze laatste reis hadden we contacten
met de organisatrice van Stef Bos’ tournees en zij bleek
erg enthousiast. Maar het zal ten vroegste iets zijn voor
over twee jaar. Vroeger speelden we wel vaker in de ons omringende
buitenlanden maar dat is fel geminderd. Voornamelijk om economische
redenen: als wij op de baan zijn tellen wij vier muzikanten,
vier technici en een impresario. Vervoer, logies en maaltijden
voor negen mensen is een relatief gigantische onderneming.
Omdat je in het buitenland minder makkelijk kan voorspellen
of je een volle zaal hebt, moet je goed afwegen of een reis
niet meer kost dan ze opbrengt. En omdat we méér
dan ons werk hebben in België en Nederland, staan we
er niet altijd bij stil en stellen er ons bij gevolg ook weinig
vragen bij.
Wat maakt Zuid-Afrika dan anders?
De Smet: In die zin dat Zuid-Afrika een prioritair
land is qua culturele samenwerking voor de Vlaamse regering,
wat reissubsidies mogelijk maakt. We werden er met open armen
ontvangen door de Vertegenwoordiger van de Vlaamse regering,
Yves Wantens, die zelfs een persconferentie belegd had. Erg
fijn naar de toekomst toe. Daarom zien we daar toch een kans.
Het is voor ons onontgonnen gebied en omgekeerd ook. We zagen
er verschillende acts die te vergelijken zijn met onze kleinkunstboom
van eind jaren ’60. Misschien ook logisch dat ons exclusief
muzikaal spektakel zo’n indruk maakte.
Worden de teksten dan ook aangepast aan het Zuid-Afrikaans?
De Smet: Aanvankelijk hebben we dat wel overwogen
maar het is veel moeilijker om een Nederlandse tekst om te
zetten in het Zuid-Afrikaans dan een Nederlandse tekst naar
het Frans of Engels te transformeren. Ondanks dat het Zuid-Afrikaans
vrij dicht bij het Nederlands ligt, zit er ook een hele barrière
tussen. Klanken herken je wel maar ze worden in een compleet
andere context en zinsbouw gebruikt. Wij zijn altijd gewoon
om wij, wij, wij te zeggen maar in Zuid-Afrika wordt
dit ons, ons, ons, wat in het Nederlands een bezittelijk
voornaamwoord is. We vertalen dus niet, maar zijn er wel van
overtuigd dat ze er toch voldoende van begrijpen.
CA
C’EST DU JAMAIS VU
Hoe bereidden jullie zich in het verleden voor op andere talen?
De Smet: De Spaanse teksten leerden we eigenlijk
fonetisch uit ons hoofd… blokken op een tekst met een
melodie gaat nog vrij vlot hoor. Hetzelfde met de bindteksten.
Na een week Barcelona verliep dat erg goed en vielen we enkel
door de mand als Spanjaarden ons na het optreden aanklampten.
Hoe anders dan anders is het optreden voor een buitenlands
publiek?
De Smet: In Vlaanderen en Nederland weet het publiek
waarnaar ze gaan kijken, iets wat over de grenzen veel minder
het geval is. We hadden enkele malen een zeer avontuurlijke
tournee in Frankrijk, georganiseerd door de cultuurdienst
van de Franse gas- en elektriciteitsmaatschappij. Die onderneming
had langsheen de hele kustlijn vakantiedorpen waar de werknemers
aan een democratische prijs een strandvakantie konden houden.
Voor hun cultureel programma kwamen ze op één
of andere vreemde manier bij ons terecht. Voor een zaal staan
waar arbeiders, hun vrouwen en kinderen enkel zitten omdat
er iets te doen was, geeft een vreemd gevoel. Als
je begint met een onvoorbereid of apathisch publiek dan is
het keihard werken om de mensen voor ons te winnen, maar doet
het achteraf ook dubbel zoveel plezier als men zegt ça
c’est du jamais vu!
Dan
zal Luxemburg heel wat anders zijn, jullie concert daar is
geen unicum geloof ik?
De Smet: Inderdaad. Om de vier, vijf jaar spelen
we wel eens voor de Vlaamse
Club in Luxemburg. Dat is een erg aantrekkelijk gegeven.
Luxemburg is nu niet zo ver weg maar de sfeer is toch anders.
We zijn voor het publiek een groepje van bij ons
wat het zowel voor als op het podium voor een aparte sfeer
zorgt.
In 2003 stond Raymond van het Groenewoud op de planken
voor een Vlaams publiek in Singapore, Bangkok en Kuala Lumpur.
Zou ook dat iets voor De Nieuwe Snaar zijn?
De Smet: Persoonlijk vind ik dat zeker het overwegen
waard. Als Raymond het daar doet, kunnen wij het misschien
ook wel. We hebben het nu in Zuid-Afrika met beperkte middelen
gedaan, dus dat moet in het Verre Oosten ook wel lukken, niet?
Jullie toeren nu drie jaar met De Omloop, weinig artiesten
kunnen dat?
De Smet: Kunnen en willen het niet. Het gaat dan
wel om dezelfde voorstelling maar er is wel degelijk een groot
verschil tussen de eerste en de laatste voorstellingen. Er
zijn een hoop extra’s en het loopt heel wat soepeler.
Dat maakt het ook voor ons interessant. Wij doen niet aan
playback. Ten tijde van de eerste uitzendingen van Tien
om te Zien vond onze toenmalige platenmaatschappij het
belangrijk dat we er verschenen. Met slepende voeten gingen
we er naartoe maar nooit meer. We weten dat we er niets missen
buiten mooie gezichten waarvan sommigen hun nummertje kwamen
playbacken dat zelf niet eens hadden ingezongen. Neen, serieus,
De Omloop kende net als onze vorige programma’s
een echt evolutieproces. Het zal beter worden tot de laatste
voorstelling in december. We streven naar de perfectie maar
hopen ze nooit te bereiken want dan kunnen we er evengoed
mee stoppen.
Wat doen jullie net na een optreden?
De Smet: Als wij net gegroet hebben, schieten we
de foyer in en gaan we achter onze platenstand staan. Onze
cd’s zijn in eigen beheer, zonder platenfirma, dus moeten
we voor onze eigen winkel werken. We weten ook dat de verkoop
met de helft zal verminderen als wij niet zelf achter de desk
staan. De kopers krijgen natuurlijk wel een gesigneerd exemplaar
maar ik zeg er hen netjes bij dat de niet-gesigneerde exemplaren
eigenlijk zeldzamer zijn dan deze met een kribbel
erop.
HET
UKULOGISCH MUSEUM
Wat
heeft Jan De Smet met een ukelele?
De Smet: Ik ben eredirecteur van Het Ukulogisch Museum,
wat een virtueel museum is en enkel bestaat als ze optreden.
Het is een groep van de drie zogenaamde conservators: Peter
Van Eyck, Luc Tegenbos (de founding fathers) en ikzelf.
Het Ukulogisch Museum is eigenlijk ons rechtvaardigheidsgevoel
tegenover instrumenten die altijd in het belachelijke worden
getrokken. Zo leggen we ook een fotogalerij aan van beroemdheden
die de ukelele welgezind waren. En dat zijn niet de minsten:
de twee Elvissen (Presley en Costello), Paul McCartney als
eerbetoon aan George Harisson (die een echte ukelele-fanaat
was), Peter Sellers,… De ukelele is een Vaudeville-achtig
instrument en wij zijn eigenlijk verzamelaars en makers van
nieuwsoortige ukeleletypes. Ooit al gehoord van de violele,
passe-vitelele, draailele of telelele?
Hoeveel hebt u er?
De Smet: Samen met het museum hebben we er tussen
de 50 en de 500… Lach maar, elk getal ertussen is correct.
Uit mijn informatie blijkt dat de ukelele komt overgewaaid
van Madeira?
De Smet: Oorspronkelijk is het inderdaad een Portugees
instrument, de cavaquinho. Het werd gebruikt in de fado en
verspreidde zich dankzij de ontdekkingsreizigers tot in de
Caraïben. Op Hawaï is het zelfs het nationale instrument.
Dan moet u er dringend heen?
De Smet: Inderdaad. Zitten daar soms geen Vlamingen?
Koen
Van der Schaeghe
|