HOME | VIW.THUIS |
 

[COÖRDINATEN]

De winkels van Daniël Ost bevinden zich in de Koningstraat 13 te Brussel, een art-nouveaugebouw van Paul Hankar en op het Onze-Lieve-Vrouwplein in Sint-Niklaas. Alle informatie vindt u trouwens ook op www.danielost.be


























































































































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | NOSTALGIE
       
 


 


Zijn werk wordt omschreven als het sculpturaal omgaan met bloemen en planten. Sculpturaal en vaak ook erg flamboyant, Bourgondisch zelfs als de boeketten van de fluwelen Breughel. Niet de kenmerken die men zou associëren met het Verre Oosten en toch heeft hij er de status van god onder de levenden. Hij is Daniël Ost. Bloembinder staat op zijn kaartje maar bloemsierkunstenaar of meester florist zijn beter al dekken ook die benamingen verre van de hele lading. Ost’s florale kunstwerken mogen dan geen lang leven beschoren zijn, dankzij de foto’s van zijn creaties wordt het vergankelijke ruim overstegen. Zijn boeken openden de deuren van het gesloten wereldje van de bloemisten en maakten een wereldwijd gerenommeerd kunstenaar van hem.
 
 


Daniël Ost is de man achter de bloemenpracht op de huwelijken van kroonprins Filip en prins Laurent. Hij fleurde de 60/40 viering van Koning Boudewijn op (60ste verjaardag en 40 jaar koningschap). Eerder dit jaar ontwierp hij op de site van Petra, midden de Jordaanse woestijn, een huwelijk met alles erop en eraan. En eind februari zullen honderden miljoenen mensen zijn werk kunnen bewonderen want dan kleedt Daniël Ost de uitreiking van de Oscars aan: een manifestatie waar Ost zijn vakmanschap maar niet zijn ziel zal tonen.
Momenteel is hij voor de 64ste keer in Japan. Ost heeft er verschillende projecten per jaar maar deze laatste is wel een erg bijzondere opdracht: het aankleden van en de tentoonstelling in Ninnaji is weinigen gegeven. Ninnaji is de tempel in Kyoto waar keizer Hirohito (regerend van 1926 tot 1989) zich schuil hield op het einde van WO II. Door zich als monnik te verkleden verborg hij er zich voor de Amerikanen. Het is een fantastisch mooi tempelcomplex en het is de eerste maal in de geschiedenis dat een dergelijk initiatief wordt toegelaten.


”De chrysant, of kiku in het Japans, is één van de hoofdbestanddelen van het project” vertelt Ost. “Het is het symbool van de eenheid van het Japanse volk, dat belichaamd wordt door de keizerlijke familie. En in tegenstelling tot wat velen denken is het ook de origine van de Japanse vlag. U dacht misschien dat het de zon was maar niets is minder waar.” Voor de meeste Belgen staat de chrysant, en dan vooral de grootbloemige, symbool voor de vergankelijkheid van het leven, de eindigheid en bezinning rond Allerheiligen en Allerzielen. “Het is erg bijzonder om met een bloem te werken die in Japan en China verafgood wordt en in Vlaanderen amper één week aangevoerd wordt en speciaal naar die periode gekweekt wordt. In het Verre Oosten is de bloeiperiode drie weken later en zijn er onwaarschijnlijke wedstrijden aan gekoppeld.”

                              DOOR HET LEVEN GEBOETSEERD


Dit is ongetwijfeld slechts één van de vele verschillen tussen Oosterse en Westerse bloemsierkunst?
Daniël Ost:
Het grote verschil is dat Westerse bloemsierkunst lang een evenementen- en decoratieve functie had. Als verfraaiing van gebouwen en symboliek bij belangrijke gebeurtenissen in een mensenleven zoals geboorte, huwelijk en dood. Ik omschrijf dit als het utilitair gebruik van de bloem waardoor men enkel met het lichaam en de kleur van een bloem laat spreken terwijl men in het Oosten ook met de ziel werkt. Dat brengt ons bij de theorie van wabi-sabi, die de schoonheid van de dingen waardeert, ook al zijn ze verweerd of geconsumeerd. Die schoonheid, die we pas kunnen zien als we voldoende geduld hebben en heel goed kijken hanteert men in de Japanse bloemsierkunst en dat is een wezenlijk verschil met ons. De liefde voor het imperfecte, natuurlijke en essentiële is in de Westerse maatschappij soms ver te zoeken.

U hebt een diepe band met de eilandengroep en de Japanse gebruiken?
Ost:
Inderdaad. Toch schik ik mijn bloemen niet op de Japanse manier, volgde ook geen Ikebana, Ikenobo of Sogetsu (strekkingen en scholen binnen de Japanse bloemsierkunst) maar houd natuurlijk wel mijn ogen open. Japan beïnvloedt mij wel maar nog meer dan beïnvloeden, verbaast het mij. Ik ga weliswaar op zoek naar de eigenheid van de bloem maar het is niet de bedoeling dat ik een Japanner wordt. Mijn ogen zullen pas heel klein worden als ik doodga, maar dat zullen nooit Japanse ogen worden.


Il faut aller voir
zei Jacques Brel ooit. Je doet geen inspiratie op vanuit je woonkamer?
Ost:
Als je heel veel reist, zou je nogal dom of arrogant zijn wil je niet bepaalde invloeden ondergaan en leren van andere culturen. Je wordt door het leven geboetseerd. Door mijn reizen binnen Europa, naar Japan, China, Zuid-Korea, Taiwan, de Verenigde Staten en recent in het Midden-Oosten ben ik een ander bloembinder en mens geworden. Wanneer ik mag werken op de Japanse eilandenarchipel ben ik enorm gelukkig: het respect voor natuur en het individu en de eerbied voor producten zijn er nog in grote mate aanwezig. Mijn voorliefde voor Japan betekent geenszins dat ik mij niet mateloos kan amuseren met westerse bloemsierkunst: het maken van schitterende boeketten met heel veel diversiteit, die zeer eigen zijn aan mijn cultuur maar wel louter decoratief zijn.

U bent een intermediair tussen beide culturen?
Ost:
Sommige mensen in Japan noemen me de brug. Want wat gebeurt er vaak? Nederland is het grootste bloemenexporterende land ter wereld. Duitsers zijn technisch de meest begaafde bloemisten ter wereld. Zij gaan allen naar het Verre Oosten, negeren de lokale, 900 jaar oude, traditie in de bloemsierkunst en introduceren er het snelschikken. Erg hautain vertellen vele Europeanen wat er moet gebeuren, terwijl hun traditie nog niet half zo ver reikt als de Japanse. Ikzelf heb ze aangespoord te blijven wie ze zijn. Gooi het kind met het badwater niet weg... een Japanner moet Kerstmis toch niet vieren?

                                  MIJN GEEST STUURT DE HANDEN VAN ANDEREN

In 1985 was Daniël Ost voor het eerst in het land van de Rijzende zon. De opdracht was toen niet echt zijn ding maar niemand kon weten wat de toekomst zou brengen, dus nam hij de uitdaging met beide handen aan. Wat Japan betreft vindt Ost zichzelf een verwend nest. Bedachtzaam spreekt hij over Ninnaji: “Ik hoop dat de mensen zeggen dat ik het waardig benom het te doen. Ik vind het een hele eer om dat te mogen doen en er zo behandeld te worden. Ik heb ervaringen in Japan die waarschijnlijk slechts weinig stervelingen gegeven zijn. Ik hoop dan ook stilletjes dat mijn verhaal op de archipel nog lang niet afgelopen is.”

Als u in het buitenland werkt, bepaalt u dan zelf van waar de bloemen en planten moeten afkomstig zijn?
Ost:
In Japan koop ik meestal lokaal aan omdat het een zeer moeilijk land is om te importeren. Tenzij het natuurlijk Belgisch materiaal moet zijn en het via steun van de ambassade het land binnen raakt. In het Midden-Oosten, en wanneer het geen Belgisch of Vlaams project is, haal ik meestal mijn bloemen in Nederland. Waarom? Gewoon omdat er niemand in België in staat is dit op een even professionele manier te doen. Het zou ook gek zijn wetende dat het grote merendeel van de bloemen op de Belgische markt uit Nederland komt.

Werkt u met een vaste crew van landgenoten of veelal met lokale mensen?
Ost:
Dat varieert. Er is een groep die ik mijn harde kern noem, waarvan meestal meerdere mensen meegaan. Alles hangt ook af van de grootte en belangrijkheid van het project. De tentoonstelling in Kyoto telde 25 verschillende projecten die moeten begeleid en op elkaar afgestemd worden. Dan is het handig mensen van je zelf te hebben, die kunnen delegeren of de verantwoordelijkheid nemen over vier of vijf items. In totaal werkten een zestigtal mensen mee aan de totale opstelling.

Hoe ziet u zichzelf als u aan zo’n groots project werkt: eerder als een dirigent die met partituur in de hand delegeert of als schrijver die met symbolen een oneindig aantal mogelijkheden heeft?
Ost:
Ik zie mezelf als bloembinder met een heel grote taak op zijn schouders, die tot een goed einde moet gebracht worden. Het zou onnozel of dom zijn om aan een klein bloemstukje te werken. Je moet overzicht behouden en afstand nemen. Dat is de enige en echte manier om fouten te vermijden.

Ik kan met toch inbeelden dat u het soms voelt tintelen in de vingers om zelf deel te nemen?
Ost:
Ik ben veel te nuchter en doelgericht om daaraan toe te geven. Ik participeer wel maar zal me niet permitteren om tijdens zo’n project een aantal uren op één iets gefocust te blijven om nadien te moeten vaststellen dat enkele meters verder de zaak moet afgebroken en heropgebouwd worden. Ik heb ook geleerd uit mijn fouten. De grote kick van wat ik doe is niet alleen het maken op zich maar ook het uitdokteren. Bloemschikken is geen handeling van de handen maar van de geest. Je geest concipieert. Zolang je geest zegt: “Dit moet het worden”, zullen je handen het ook maken want ze worden gestuurd door de geest. En bij zo’n massaal project moet je kunnen zeggen: “Nu gaat mijn geest de handen van anderen sturen.” Er zijn veel dirigenten die piano kunnen spelen maar het zou al te gek zijn moest een dirigent van zijn opstapje komen en zeggen: “Doe maar verder, ik ga even meespelen”.

                                       “MIJN NAAM IS OST EN NIET ONASSIS”

Op uw naamkaartje staat bloembinder. Niettemin wordt u beschreven als bloemsierkunstenaar of floraal couturier.
Ost:
Ik ben niet verantwoordelijk voor al deze titels al zijn ze wel leuk natuurlijk. Mijn optie is nooit geweest kunstenaar te worden. Ik doe wat ik graag doe en hoop dat de mensen er leuke ervaringen bij hebben en kunnen wegdromen. Een bloemenwinkel verkoopt in principe ook geen kunst. Hij zou kunst kunnen verkopen mocht hij daar het talent, het cliënteel en de middelen toe hebben. Mits extra persoonlijke benadering is alles tot kunst te verheffen.
Maar wat is kunst? Veel mensen denken dat je met bloemen mooie dingen moet maken. Dat is niet waar. Bloemen kunnen ook weerzin opwekken of andere stemmingen oproepen die niet noodzakelijk als mooi ervaren moeten worden. Ik ken een kunstenaar die bloembollen laat verdikken, ze vervolgens doet verrotten en beschimmelen, dit natuurlijke proces vastlegt op de gevoelige plaat en de foto Island of death titelt.

Is het ook iets dat u zou overwegen te doen?
Ost:
Aangezien ik nog 50 moet worden, ben ik nog niet zo met de dood en het efemere bezig maar het fascineert me wel. Zoals ik in mijn werk de seizoenen volg, heb ik tot nu toe ook mijn leven gevolgd. Wat ik wil zeggen is dat als ik het huwelijk van de prins aankleed, het geen uiting van kunst is maar van vakmanschap is. Ik kies de kathedraal niet en hang af van voorkeuren van verschillende partijen. Ik ben maar volledig mezelf als ik composities kan maken met plantaardig materiaal, waarbij geen commerciële activiteit gemoeid is en waar ik zelf bepaal wat ik maak, hoe het zal staan en het gefotografeerd wordt. Dat doe ik ook het liefst, maar mijn naam is Ost en niet Onassis. Ik moet af en toe ook dingen om den brode doen om zo de projecten te doen die ik écht graag doen. In mijn geval is dat allemaal zeer nauw verweven. Ik heb mijn bloemenwinkels en decoraties waarmee ik mijn brood verdien. Maar waarmee ik beroemd geworden ben zijn de florale composities. Versta mij niet verkeerd, ik draag mijn vak hoog in het vaandel. En, ik denk, in alle bescheidenheid, dat er weinig bloemenwinkels ter wereld zijn waar er gemaakt wordt, wat er bij ons gecreëerd wordt.

U haalde zonet reeds de belangrijkheid van de seizoenen aan. Welk is voor u het leukste seizoen om mee te werken?
Ost:
Zonder meer de herfst. En niet alleen omwille van de kleuren maar ook om het symbolische. De herfst is één groot feest van de natuur die weet dat hij moet gaan rusten om na enkele maanden het volgende feest voor te bereiden maar eerst wat op retraite en bezinning moet gaan. De lente is ook schitterend natuurlijk in tegenstelling tot de zomer. Ik ben niet zo’n zonneminnend mens. Niets is zo zalig als goed gekleed door de Ardennen te wandelen in de regen... het geluid van de regen die op de bladeren valt vind ik zalig. Voor mij hoeven die hele zwoele hete zomerdagen niet.

Dan treedt de vergankelijkheid van het vegetale nog sneller op natuurlijk?
Ost:
Inderdaad maar ook mijn eigen eindigheid wordt dan in de verf gezet.

Hebt u ook een lievelingsplant of –bloem?
Ost:
Mijn favoriet is de witte lotus, een typisch oosterse bloem. De tweede, de boompioen, is ook oosters. Maar de derde, de papaver of klaproos, is dan weer iets van bij ons. Met name diegenen die gewoon langs de berm staan vind ik fenomenaal.

                        JE KUNT MAAR GELUK GEVEN ALS JE GELUKKIG BENT

Bloemenwinkels zijn niet van alle tijden. Daniël Ost geeft een voorzet naar het mogelijke ontstaan:
”Wanneer je morgen ergens in de Haute-Savoie verblijft op een domein van 40 hectaren en je doet ’s morgens de luiken open en ziet een Alpenwei vol bloemen, dan denk ik niet dat je de behoefte voelt om even te gaan bloemschikken. Je zal kijken en genieten. Op die plaatsen vind je ook geen bloemenwinkels. De mensen leven er zo close met en dicht bij de natuur dat ze er geen nood aan hebben. Bloemenwinkels kennen hun ontstaan in grote steden waar mensen het contact met de natuur verloren en via bloemen de natuur in huis brachten. Net zoals bij vele mensen staan in mijn huis elke week bloemen wat erg aangenaam is. Die bloemen volgen de seizoenen en vertellen me zo zelfs in welke maand ik leef. Ik zie ze zeker niet als kunst maar als het contact met de natuur, wetende dat wij er deel van uitmaken.”

Ik las onlangs dat als men iedere dag een half uur per dag naar bloemen of planten kijkt, men amper nog stress zou kennen. Bent u het ermee eens?
Ost:
Ik kan dat moeilijk beamen omdat bloemen en planten in mijn leven al vaak de oorzaak van stress zijn geweest. Maar ik ben dan ook bevooroordeeld. Dat is net hetzelfde als een kok die anders naar het eten kijkt dan de klanten die in het restaurant zitten te eten. Maar ik kan me natuurlijk levendig inbeelden dat het florale dit effect heeft op mensen die er niet dagdagelijks mee bezig zijn.

De zus van mijn vriendin zegt steeds dat ze jaloers is omdat mijn vriendin vaak bloemen krijgt. Maar die laatste zegt dan steevast: “Hij koopt ze niet voor mij maar voor zichzelf.”
Ost:
Ik vind dat verre van een slechte benadering. Je kunt maar geluk geven als je zelf gelukkig bent. Je kunt niet weggeven wat je niet hebt. Als je ze koopt voor jezelf en je geeft er een ander een goed gevoel mee, dan heb je twee vliegen in één klap, nietwaar?

Koen Van der Schaeghe


     
© Vlamingen in de Wereld