DE
ENE JOB IS DE ANDERE NIET
Van
jongs af aan heeft Christian Dierckxsens iets met tuinen.
In zijn kindertijd kweekte hij al tomaten in de tuin en
als humaniorastudent kluste hij bij in tuincenters en bij
tuinaannemers. Die ingeslagen weg volgde Dierckxsens toen
hij tuin- en landschapsarchitectuur ging studeren. Na zijn
opleiding vestigde hij zich in het Antwerpse en ging aan
de slag als zelfstandig tuinarchitect. Een succesverhaal
in wording want de opdrachten liepen vlot binnen. Op het
moment dat hij moest kiezen door te gaan met extra personeelsleden
of stagneren, drong zus Sylvie Dierckxsens, werkend in Milaan,
aan om tegen een spotprijs naar Hong Kong te reizen. Hij
twijfelde maar stemde in. Het werd een reis die zijn leven
zou overhoop halen. “Sylvie vond Hong Kong maar niets,
in tegenstelling tot vandaag was Hong Kong toen vrij vuil,
maar ik vond het geweldig en was verliefd op de stad, het
oosten,.... Vroeg of laat moest ik terug, dat wist ik zeker.
Opnieuw in België ging ik weerom aan de slag, nog niet
wetende welke richting het met mijn zaak zou opgaan”,
vertelt Dierckxsens nippend aan een bolleke in
de foyer van de Bourlaschouwburg in Antwerpen. Ik tref hem
er rond de jaarwisseling. De Bourla ademt nostalgie uit,
waar Dierckxsens, hoewel hij het ginds ontzettend naar zijn
zin heeft, toch geregeld nood aan heeft. Ginds? Ja, de uitbreiding
van zijn eigen zaak is er immers nooit gekomen en hij werkt
nu in Hong Kong voor EDAW, de Amerikaanse wereldleider op
vlak van landschapsarchitectuur en urbanisatie.
In elk verhaal speelt toeval een bepaalde rol. Ook hier
want niet lang na zijn aha-erlebnis in het Verre
Oosten had Dierckxsens Chinese klanten, afkomstig uit datzelfde
Hong Kong, tegen wie hij honderduit jubelde over zijn ervaringen.
“Deze klanten moeten waarschijnlijk ervaren hebben
dat het geen bevlieging was en stelden een familielid voor
dat mij bij een volgend bezoek graag zou rondleiden. Ik
heb toen onmiddellijk de koe bij de horens gevat en direct
een nieuwe reis gepland. Vijf trips maakte ik nog en het
begon geleidelijk te dagen dat ik er heel graag werken en
wonen wou. Ik zag mezelf echter niet onmiddellijk veel kans
maken omdat mijn diploma niet zo bijzonder was, dus gooide
ik mijn leven om.”
Iemand die het patroon van metro, boulot, dodo
doorbreekt, voor zover daar sprake van is bij een architect,
begeestert. Christian Dierckxsens heeft daarenboven aan
een halve vraag genoeg om zijn verhaal te vertellen. Een
spraakwaterval pur sang. “Ik ben weer gaan studeren,
in Londen, waar ik een master behaalde, liep vier maanden
stage in Maleisië en volgde ook meteen het Mandarijn,
de voornaamste Chinese taal. Op het einde van de opleiding
informeerde een prof mij over een intership training
programme bij EDAW in de Verenigde Staten. Ik informeerde
me, schreef me in en stuurde mijn portfolio toe. Ik was
bij de laatste twintig finalisten wereldwijd maar niet bij
de beste twaalf en viel dus uit de boot. Amen en uit? Neen,
wie een veldslag verliest, verliest daarom de oorlog nog
niet. Ik vroeg dus of het bedrijf een vestiging had in het
Verre Oosten en ze gaven mij de coördinaten van hun
kantoor in Hong Kong door. Ik contacteerde hen, werd uitgenodigd
en was aangenomen.
IN CHINA IS EEN TEKORT AAN STEDEN
EDAW is een landschapsarchitectuurbedrijf wat inhoudt dat
het woon-, werk-, recreatie- en natuurgebieden inricht.
In China ontwerpt het zelfs hele steden. “Er is een
tekort aan steden. Dat klinkt misschien cru maar het is
zo. Wij zijn daar om ze te ontwerpen: met een juiste balans
tussen kwaliteit, functionaliteit en duurzaamheid. Maar
ook evenwichtig tussen residentieel, sociaal, bedrijven
en natuur.” Men moet van alle markten thuis zijn om
functionele en artistieke elementen samen te brengen: van
tuin tot landgoed, van plein tot park, van kantorengebied
tot recreatieterrein, van stedelijke buitenruimte tot landschappelijke
inpassing van wegen en spoorwegen. “In het jargon
spreekt men van een holistic view. Een correcte
en complete kijk op de buitenruimte. Wat niet wil zeggen
dat je geweten niet in een storm kan terechtkomen. De Chinese
overheid heeft ons bijvoorbeeld gevraagd om enkele onaangeroerde
kustgebieden op het tropische eiland Hainan, nabij Vietnam,
te ontwikkelen. Bij het aanschouwen van de ongerepte landschappen
van Haian vinden sommige mensen ons werk irreëel. Het
heeft een prachtige natuur en witte stranden. De Bounty-reclame
kon er gedraaid zijn. Men kan er inderdaad kanttekeningen
bij maken want het is jammer dat dit nu zal volgebouwd worden.
Maar als ons bedrijf het niet doet, zal een ander het zeker
wel doen. Wij proberen het op een ecologisch verantwoorde
manier uit te voeren: natuurlijke waterlopen integreren
in het landschap, waterzuivering, zonne-energie,... dat
zijn eigenlijk de uitdagingen. Wij hebben een departement
dat zich enkel met dat ecologische aspect bezighoudt. Ecologisch
verantwoorde projecten zijn een must.”
Het is een open deur intrappen om te beweren dat er iets
schort met het Vlaamse landschap. Iedere Vlaming merkt het
als hij of zij de Nederlandse grens oversteekt. De douanekantoortjes
zijn verdwenen, maar je voelt het... niet met je ogen toe,
want dat is het juist. Het landschap in Nederland is zo
anders, zeg maar aantrekkelijker dan in Vlaanderen. Aandacht
voor de inrichting van de buitenruimte is belangrijk. Dierckxsens
ervoer in Vlaanderen lange tijd het gebrek eraan, wat één
van de redenen van vertrek was, en kan er nu aan werken
in het verre China. “China is anders ook geen mooi
land qua inrichting. Er is erg veel werk aan de winkel maar
ze blijven wel niet bij de pakken zitten. Dat is ook de
challenge die ik zocht en vond. De meeste grootschalige
projecten waaraan ik meewerk, bevinden zich op het Chinese
vasteland. Uitzonderingen zijn de laatste nieuwe ontwikkelingen
op Macao, ook wel het Las Vegas van het Verre Oosten
genoemd en Disneyland Hong Kong, wat mijn eerste project
was waaraan ik deelnam. De opening van het park is gepland
voor september 2005. De projecten waaraan ik in China werk,
zijn in Vlaanderen onbestaande. De plannen tekenen voor
een (her) in te richten stad duren in China amper drie à
vier maanden. In Vlaanderen neemt de verlegging van een
tram alleen al meer dan twee jaar in beslag. En dan moet
je weten dat een stad in China al gauw vier à vijf
miljoen inwoners telt. Shenzen, één van de
modernste steden van China, zag haar populatie in twintig
jaar tijd stijgen van twintigduizend tot vijf miljoen inwoners
vandaag. Net als Guangzhou dat nu 10 miljoen inwoners telt,
bestond Shenzen twintig jaar geleden enkel uit rijstvelden.
Af en toe komt er zelfs een project binnen van een stad
waarvan nog nooit iemand op bureau hoorde, maar waar wel
acht miljoen mensen wonen. Het geeft aan hoe groot China
is.”
LONDEN EN PARIJS ALS VOORBEELD
Wie verwachtte dat Dierckxsens professioneel zou bedolven
worden onder Oosterse invloeden, heeft het goed fout. Het
is eigenlijk net andersom. “Onze klanten in China
willen Westerse architectuur. Hun obsessie is zich te meten
aan New York, Londen en Parijs. Alles moet daarvoor wijken.
Oude cultuurwijken zowel als authentieke pagodes. Ons aandringen
voor cultuurbehoud, onder meer als aantrekkingskracht voor
het toerisme, werd in de wind geslagen. Hetzelfde gebeurde
vijftig jaar geleden in België ook: authentieke en
waardevolle oude gebouwen moesten wijken voor nieuwe blokken.
In China gebeurt nu identiek hetzelfde. Ze leren niet uit
onze fouten. Het jammerlijke is dat ze twee maten en twee
gewichten hanteren. Als een blanke meewerkt aan een werf
in the middle of China heeft dat een enorme impact.
Presenteert een Europeaan een meeting, dan komt het geloofwaardiger
over, net omdat zij zich zo spiegelen aan het Westen. Maar
als diezelfde Europeaan hen wil behoeden voor zelf gemaakte
fouten, vindt hij geen klankbord.”
Dierckxsens ervaart dat bijna dagelijks en kan er zich soms
behoorlijk over opwinden. Hij werkt zowel op het terrein
als aan de tekentafel. Dat gaat heel relaxed, soms heeft
hij mensen rond zich, dan weer staat hij in dienst van een
collega. Er is geen sprake van een piramidesysteem. De aanleg
van het terrein doet zijn bedrijf zelf niet, wel de site
provisie. Een functie die Dierckxsens vaak en graag op zich
neemt. “Dit houdt in dat ik met onze plannen naar
het lokale designinstituut stap, geheel volgens de Chinese
traditie kopiëren ze deze voor 95% en zetten hun naam
eronder, en kijk ik wat van ons initieel ontwerp op de uiteindelijke
plannen is terechtgekomen. Vaak blijkt de Europese touch
hilarisch of overdreven en moeten identieke materialen als
in Parijs of Londen gebruikt worden. Daaraan kan ik mij
danig ergeren en dan ga ik met mijn digitale camera als
wapen naar de werf. Op de eerstvolgende vergadering, Chinezen
vergaderen vaak, lang en altijd in rokerige ruimtes, gooi
ik als een Antwerpse furie de foto’s op tafel en vraag:
Waarom? Mooie momenten zijn dat. Vooral als ik de mensen
iets kan duidelijk maken, ondanks mijn gebrekkig Chinees,
wat ze dan nog uitvoeren ook. Dat zijn ervaringen die bijblijven
omdat ik dingen bereik die ik helemaal niet verwachtte.”
Dierckxsens kreeg op zijn minst gezegd een aanlokkelijke
job toebedeeld. De impact van zijn werk is enorm. Iedereen
óf geniet ervan óf neemt aanstoot aan zijn
werk. Niet één gezin of bedrijf maar een hele
bevolking beleeft, ziet en wandelt door de projecten van
een landschapsarchitect. “Tot de verbeelding spreekt
het alleszins maar anderzijds verlies je ook autonomie.
Waar in het Antwerpse een ontwerp míjn ontwerp was,
zal het in China altijd ons werk zijn. De affiniteit met
het werk ligt helemaal anders. Toen ik in Antwerpen tuinen
ontwierp, reed ik in één week wel vier, vijf
keer voorbij die tuin. Om foto’s te trekken, het resultaat
te bekijken. In Hong Kong ontwerpen we vandaag misschien
wel een stadsplein maar dat doe je nooit alleen. Ik heb
er niet zo’n band mee.”
VERZONKEN WEGEN
De vele misbaksels van gebouwen, de oneindige lintbebouwing
en het vroegere gebrek aan bouwrichtlijnen houden Vlaanderen
in een houdgreep. In sommige stadsdelen waan je je in een
sombere grijze woestijn. Vlaanderen is allesbehalve de natte
droom van menig landschapliefhebber. Maar waar komt die
dan wel aan zijn trekken? “Ik ben er nog nooit geweest
maar ik meen dat Japan het summum is. En dan denk ik zeker
niet onmiddellijk aan de zen-tuinen. Ook heb ik veel respect
voor de open ruimtes in Engeland en Nederland. Hoewel ik
helemaal geen fan ben van onze noorderburen, op gebied van
landschappen hebben ze toch een streepje voor. Ze bewijzen
dat een dichtbevolkte regio toch heel wat open ruimtes kan
tellen. Engeland staat nog een trapje hoger, het wordt niet
voor niets steevast als de bakermat van de geïntegreerde
vormgeving betiteld. Wie er van dorp naar dorp rijdt, zal
merken dat de wegen er iets lager liggen dan het landschap,
ietwat verzonken, zodanig dat je amper straten ziet als
je uit het venster kijkt. Prachtig vind ik dat.” Volgens
Dierckxsens is de succesformule even eenvoudig als ingrijpend.
Je kan in de genoemde landen niet zomaar een fermette naast
een Le Corbusier-woning neerpoten. “Er worden architecturale
richtlijnen en allerhande bouwvoorschriften voor materialen,
kleuren, hoogten, beplanting en geveltegels opgelegd. Veel
mensen zullen het niet graag horen maar willen we in België
iets veranderen dan hebben we dat ook nodig. Wat burgemeester
Lippens van Knokke-Heist zijn stad oplegt, is helemaal zo
slecht nog niet. Het stadsbestuur maakte van de nood een
daad. De duizenden toeristen weten wel waarom ze daar willen
wandelen. Ik denk dat wij teveel bedorven geweest zijn.
Alles was mogelijk en nu moeten we daarvoor boeten.”

HONG KONG: OASE VAN GROEN EN VERDREVEN GEESTEN
In vergelijking met het grote China is het kleine Hong Kong
een oase van groen. Waar ze ook in Nederland kaas van gegeten
hebben, kunnen ze in Hong Kong als de besten: een enorme
bevolkingsdichtheid in combinatie met open ruimten. Met
een oppervlakte van 1000 vierkante kilometer is Hong Kong,
de staat met twee systemen dat eigenlijk helemaal geen land
is, goed voor meer dan zeven miljoen inwoners. De erkenning
van Hong Kong als een speciale administratieve regio, waarin
gedurende vijftig jaar niet dezelfde wetten gelden als in
het communistische China is een gevolg van het overdragen
van Hong Kong aan de Volksrepubliek China door het Verenigd
Koninkrijk in 1997. “In Hong Kong zit iedereen dicht
bij elkaar op kleine appartementjes. Eén stuk is
erg dicht bebouwd, terwijl een ander deel volledig natuurlijk
gebleven is. De meest begeerde gronden liggen aan de voet
en op de flank van The Peak, Hong Kongs heuvel
gelegen in hart van de stad. Dat wil zeggen met uitzicht
op zee of het waterfront aan de voorzijde en een heuvel
achteraan. Dit is immers een
ideale feng shui-orientatie. Van benedenuit heeft
het een groene toegegroeide aanblik. In minder dan vijftien
minuten ben ik er, het is er zalig vertoeven.”
Chinezen zijn erg bijgelovig en hebben enorm veel aandacht
voor traditie, filosofische leer en harmonie. De oude Chinezen
geloofden dat er goede en slechte geesten bestaan. Kwade
geesten moesten worden weggejaagd en de goede geesten moesten
juist worden gelokt. Dierckxsens’ vrienden zeiden
dat zijn flat kon ingenomen zijn door slechte geesten aangezien
het een poosje leeg stond vooraleer hij er introk. Opdat
zij zijn flat wilden betreden moest hij die dus verdrijven.
“Ik kocht hiervoor op de markt varkensvlees, negen
appelsienen, peren en wierookstokjes. In elke uithoek van
het appartement moest ik wat varkensvlees leggen met appelsienen
en een peer. De wierookstokjes stak ik erin, liet ze opbranden
en de geest was weg. Ik heb het gedaan, woon er vandaag
nog en heb nooit geesten gezien. Het zal dus wel werken.”
BELGIAN CLUB
Christian Dierckxsens voelt zich thuis in Hong Kong. Het
subtropisch klimaat, de mengelmoes van culturen, het beste
openbaar vervoer ter wereld, de hedendaagse architectuur,
de veiligheid, het bruisende nachtleven, de dynamiek,...
het lijkt wel een paradijs. Daartegenover staat wel het
hard labeur. “In Hong Kong wordt zeer hard gewerkt.
Officieel wordt er vijf op zeven en van 9h tot 18h gewerkt.
Maar zes of zeven op zeven vormen geen uitzondering. Om
18h verlaat bijna niemand het kantoor. Dat is bijna een
schaamte. Vaak vraag ik mij of ik het op dezelfde manier
en aan hetzelfde tempo zou doen in België en dan moet
ik neen zeggen. Zelfs als ik heel laat werk, kan ik nog
altijd een pint pakken. Het leven stopt er niet. Het werk
moet wel een passie zijn en dat is het architectenleven
voor mij echt wel.”
Een noodzaak zou hij het niet noemen maar een aangename
aanvulling zeker wel: de Belgische club in Hong Kong. “Het
is een bende jonge mensen, eind twintig, begin dertig en
enkele senioren met allen een verschillende achtergrond.
De contacten onder Belgen blijven toch anders verlopen.
Met een simpele knipoog begrijp je elkaar. Ik kan mijn plat
Antwaarps nog eens bovenhalen. Het is zeker een
extraatje aan het sociaal leven.” Dierckxsens is webmaster
van de club en organiseerde onlangs nog een rit met een
partytram waar hapjes en Belgische bieren werden geserveerd
gevolgd door mosselen-friet in een Belgisch restaurant.
“Dat Belgisch restaurant moet je wel met een serieuze
korrel zout nemen. De basis is een oud Belgisch receptenboek
dat de uitbater ooit eens ontving. We zijn hem persoonlijk
gaan opdragen hoe hij het best zijn mosselen klaarmaakt.
Mosselen natuur waren hem immers vreemd. Enkel de bereiding
met roomsaus en look was hem bekend.”
Koen Van der
Schaeghe