|
|
| VERTREKKEN
| NATIONAAL
| INTERNATIONAAL
| WERKEN
|
JONGEREN
| NOSTALGIE
|
 |
 |
 |
 |
| |
|
|
|
| |
|
|
| CHINA |
| EEN
VLOEK OF EEN ZEGEN? |
| VLAANDEREN
MOET PROFITEREN VAN EEN CHINA OP SNELHEID |
|
|
| |
|
|

”Als slechts 10 procent van de Chinezen intelligent
is of hard wil werken, hebben we het nog altijd over een populatie
van 130 miljoen mensen. China heeft het voordeel van de grote
getallen dat de markt aantrekkelijk maakt. Ik geloof dat China
in 2030-2040 de nummer 1 van de wereld zal zijn: met ons geld,
onze technologie, hun intelligentie en hun marktkracht. Is
het een mirakel of een voorspelbare evolutie? Feit is dat
Westerse leiders onvoldoende aandacht hebben voor de snelgroeiende
Chinese economie” Aan het woord is Chris Morel,
voorzitter van het China Europe Management Center
en ere-vice-voorzitter van Alcatel Shanghai Bell. VIW brengt
u in deze bijdrage fragmenten en reflecties van Morels ervaringen
en overwonnen problemen maar bovenal een visie over het omgaan
met dé handelsnatie van de toekomst.
Met 25 jaar China-belevenissen weet deze ereburger van Shanghai
waarover hij spreekt. Het land ontwaakte net uit een lange
slaap toen Morel voet aan grond zette in de Volksrepubliek.
Mao was niet meer, de bende van vier opgerold, de Culturele
Revolutie achter de rug en Deng Xiaoping was de grote ster
aan het firmament. De gevolgen zijn op zijn minst gezegd indrukwekkend.
“Wij zien vandaag een China waarvan het BNP op 20 jaar
tijd verviervoudigde. Een China ook dat een onophoudelijke
bouwwoede maar geen slaap kent. En er zijn geen indicaties
dat die groei binnen één of twee decennia abrupt
zou stoppen. Ik geloof in de verdere opbouw van China.”
|
| |
|
|
PIONIERSTIJDEN
|
| |
|
|
In 1978, toen de mogelijkheid van joint-ventures in de Chinese
wetgeving gepland werd, was het voor Morel, als Azië-verantwoordelijke
van Bell-Telephone, opportuun om het potentieel in het immense
land te bestuderen. Een partnership om toegang te krijgen
tot een immense markt en de competitiviteit te vergroten.
“Het was een win-win overeenkomst.
”We
zullen niet minder moeten doen in Vlaanderen
maar wel andere dingen”
Joint-ventures boden een oplossing voor het Chinese tekort
aan deviezen dat importeren onmogelijk maakte. Ze moesten
dus zelf produceren via samenwerking met Westerse bedrijven.
De eerste fase van mijn China-avontuur omvatte vijf jaar van
negotiëren met de overheid. Het akkoord liet lang op
zich wachten omdat de wetgeving nieuw was en heel wat hiaten
bevatte. Een viertal paragrafen van de uiteindelijke overeenkomst,
waren een jaar later terug te vinden in de Chinese wetgeving.”
Morel was een baanbreker, dat bewijst de businesslicentie.
Shanghai-Bell is joint-venture nummer zes. Anno 2004 zijn
er ongeveer 400.000. Morel koestert mooie herinneringen aan
die beginjaren en heeft de Chinezen leren begrijpen. Hoewel
hij niet beweert hun interne keuken te kennen, heeft hij heel
wat opgestoken van hun denkpatroon. “Chinezen zijn doorgaans
trouwe medespelers, ze beseffen immers dat je als investeerder
belangrijk bent. Hun enige obsessie is ernst. Zijn geschiedenis
is voor de Chinees erg belangrijk. Hij zal ook niet aarzelen
om er in gesprekken op te wijzen dat hij reden heeft om westerlingen
te wantrouwen: de Bokseroorlog, Taiwan,… Qua politiek
hebben ze dan ook geen behoefte aan pottenkijkers. Op dat
vlak worden Westerse bedrijven als bedreigend ervaren. “De
Tien-An-Men-tragedie van 1989 is alom bekend. Onze hoofdactiviteiten
waren in Shanghai, weliswaar op enige afstand van Peking,
maar als één van de weinige Westerse maatschappijen
riepen wij toen onze expats niet terug. Niettemin volgden
wij de situatie op de voet en wisten ook wij niet waar het
eindigen zou. Dat schiep vertrouwen omdat wij in Chinese ogen
toen bewezen er te zijn om economische en industriële
redenen en niet om politieke handelingen te stellen.”
Het respect dat de Chinezen voor Morel hadden resulteerde
vele jaren later in het ereburgerschap van Shanghai. Slechts
achttien mensen dragen deze titel. Samen met de topman van
Volkswagen, een Amerikaan en drie Japanners maakte Morel de
eerste lichting uit.
Hoe slaagde China er op korte termijn in de wereldorde mee
te bepalen?
Chris Morel: De huidige groei kent China vooral dankzij
de sterke stroom van buitenlandse investeringen. De Chinese
overheid is erg intelligent in het creëren van een bedrijfsvriendelijk
klimaat wat vandaag resulteert in een jaarlijkse buitenlandse
investering van 80 miljard dollar. Ik geef een voorbeeld uit
mijn eigen sector. China produceert anno 2004 240 miljoen
gsm-toestellen per jaar, waarvan ze er zelf 80 miljoen nodig
hebben. De anderen worden geëxporteerd. Wie produceert
die? Alcatel, Motorola, Nokia, Siemens,… Het zijn allemaal
buitenlandse multinationals die zich in China gevestigd hebben.
En dit om drie redenen. Vooreerst omwille van massale nationale
markt, de koopkracht van de 1,3 miljard Chinezen is erg vlug
aan het groeien. Het is toch evident dat men een nieuwe fabriek
niet in West-Europa bouwt. Anderzijds biedt het jonge bedrijfsklimaat
de mogelijkheden om de modernste productie-eenheden te bouwen.
Alles is er jonger dan twintig jaar. Daarenboven blijkt China
een erg competitief land met van nature zeer intelligente
mensen en lage salarissen.
Met
als neusje van de zalm de huidige delokalisatie van knowhow?
Is dat iets dat in het Westen onvoldoende ingecalculeerd wordt:
dat én met productie én met brains de Chinezen
alles in handen krijgen?
Morel: Het klopt dat China, weerom met steun van
grote multinationals, in ijltempo onderzoeks –en ontwikkelingscentra
opbouwt. De Westerse bedrijven beseffen wel degelijk waarmee
ze bezig zijn maar worden gestuurd door beurzen en aandeelhouders,
de facto een exponent van korte termijndenken.
China denkt a priori op lange termijn met meerjarenplannen
en ministers die doorgaans dertig jaar in het vakgebied zitten
en gedurende een lange periode hun gang kunnen gaan op hun
departement. Aandeelhouders willen dat de resultaten omhooggaan
en zullen daarom in China verkopen én produceren én
ontwikkelen. Sommige stemmen beweren dat grote bedrijven te
weinig gebruik maken van hun sociale macht. Maar we moeten
ook eerlijk zijn: als A en B concurrenten zijn en B is zeer
sociaal door in Europa te blijven terwijl A verhuist naar
China, is het finaal resultaat te voorspellen. A zal aan de
helft van de prijs produceren en B zal op termijn ten onder
gaan. Dat zijn de gevolgen van de markteconomie die in China
enkel in theorie bestaat.
We mogen dus concluderen dat Vlaanderen bepaalde activiteiten
uit handen moet geven?
Morel: Ja. Maar dat is niet de fout van de Chinezen.
Het is een structurele evolutie. Wijzelf beslisten dat we
het ginder beter kunnen doen: goedkoper, efficiënter,
dichter bij de grote markt. Dan zijn we terug bij de wet van
de grote getallen die het Westen mijn inziens onvoldoende
naar waarde schat.
|
| |
|
|
WELDOENER
OF BOOSDOENER |
| |
|
|
China wordt de laatste maanden steeds vaker met de vinger
gewezen als oorzaak van de tanende economische impact van
de VS op wereldvlak. Zorgt dit op termijn niet voor een afhankelijkheid
van China?
Morel: Het is een feit dat een belangrijk deel van
wat in de VS aan dollars circuleert eigenlijk in Chinese handen
is. Rechtstreeks doordat China en andere Aziatische landen
handel voeren in dollar. En indirect omdat er vele dollars
bij Chinese emigranten zitten. Het bewijst het goede inzicht
van de Chinese leiders in de instroom van buitenlandse investeringen
maar ook de inschattingsfouten van Westerse leiders en schatkistbeheerders.
Het staaft ook de opinie van bepaalde analisten dat de Amerikaanse
macht met als basis gezag en niet zozeer economie, tanend
is. Dit duidt op een machtsverschuiving maar hoeft niet noodzakelijk
negatieve effecten te hebben. De Chinese traditie zegt dat
iedere beslissing wederzijdse voordelen moet hebben en dat
passen ze doordacht toe. China heeft het Westen immers nodig,
omwille van de investeringen en de afzetmarkt. Zij beseffen
beter dan wie ook dat wanneer alles in China gebeurt, zij
een probleem hebben met de rest van de wereld. Dan zijn de
handels –en betalingsbalansen niet in evenwicht. China
ontvangt niet enkel 80 miljard dollar aan buitenlandse investeringen
maar investeert zelf ook bijna 10 miljard in het buitenland.
Waarom? Om te vermijden dat West-Europa en de VS op lange
termijn woestijnen worden want dan daalt hun koopkracht en
kampt China met overproductie.
Als China een half miljard dollar in Vlaanderen investeert,
zal het aan de Vlaamse minister-president een goede vriend
hebben?
Morel: Inderdaad. En dat is de discussie die ik momenteel
voer met een aantal mensen in Vlaanderen. We kennen het bedrag
dat de Chinezen investeren in het buitenland. Laat ons uit
onze ogen kijken en vermijden dat ze alles in Noorwegen, Japan
en de VS spenderen. Vlaanderen dient zich te positioneren
als een attractieve partner.
Toch niet door allemaal Chinees te leren
zoals enkele Vlaamse politici onlangs opperden?
Morel: Dat gaat me te ver. Het is aan de Chinezen
om snel Engels en andere talen te leren. Anders kunnen ze
hun grootse plannen opbergen. Maar wij moeten wel met iets
voor de dag komen want ze doen niet aan liefdadigheid. Wij
moeten anticiperen op de noden van China. De grote vooruitgang
ten spijt heeft Rijk van het Midden nog steeds ongelooflijke
noden. Het dient jaarlijks 500 miljard dollar te importeren
om het land verder op te bouwen. Het enige China dat het vandaag
goed stelt, is dat in de kustzone. Op het platteland is er
geen sprake van een omwenteling. Dus wat wil China doen? Investeren
in bedrijven die producten maken en technologieën ontwikkelen
die ze zelf nodig hebben. Ze kopen met andere woorden van
hun eigen bedrijven. Dat is op lange termijn denken en veel
beter doordacht dan wat men ooit in Europa gedaan heeft.
Dit brengt ons automatisch bij het China-Europe Management
Center (CEMC) waarvan u voorzitter bent.
Chinese bedrijven en beslissings nemers
die gesensibiliseerd worden om in Vlaanderen te investeren?
Morel: Dat is één
van onze activiteiten en een steeds groter wordende poot van
onze organisatie maar niet het oorspronkelijke objectief.
Het CEMC is opgericht door een aantal Vlaamse bedrijven met
als doel onze Chinese managers in de joint-ventures de Westerse
systemen en principes bij te brengen. Daarnaast wilden we
vermijden dat we telkens tegen dezelfde muren liepen. Opleiden
en informeren dus. Dé voorwaarde om lid te worden van
het CEMC is dan ook investeerder te zijn in China. Momenteel
zijn er een zestiental leden. De info rmatiefunctie
is inmiddels erg uitgebreid en dankzij de steun van de Vlaamse
overheid voor iedereen toegankelijk.
Later, in 1997, kregen wij tot onze verbazing de vraag van
de Chinese centrale en provinciale overheden om managers van
Chinese bedrijven en openbare instellingen cursussen aan te
bieden. Het grote voordeel is dat de hier verblijvende managers
niet enkel opleidingen volgen maar ook heel wat bedrijven
bezoeken. Zij zien wat Vlaanderen aan troeven heeft en vliegen
met heel wat referentiepunten huiswaarts. Omgekeerd hebben
wij de coördinaten van directeurs-generaal, managers,
kaderleden,… In dat opzicht bouwen we eigenlijk een
wederzijds netwerk uit en is het CEMC uit zijn oorspronkelijke
voegen gegroeid.
|
| |
|
|
MUTUAL BENEFIT
|
| |
|
|
Vroeger zou men zich de vraag stellen: Waarom haalt u hen
naar hier? Ze komen onze
ideeën kopiëren.
Morel: Ik heb liever dat ze hierheen komen dan dat
ze naar Noorwegen of Portugal trekken. Want ergens gaan ze
toch aan wal. Ik denk te mogen stellen dat het CEMC hier een
nuttige rol speelt aangaande de promotie van de reputatie
van Vlaanderen. De Chinese privé-sector wil Vlaamse
investeerders aantrekken en kennis vergaren, maar verkent
ook onze markt met het oog op mogelijke investeringen. Sinds
twee jaar is er daarenboven het nieuwe fenomeen dat ze niet
enkel cursussen volgen en bedrijfscontacten leggen maar Europa
ook beter willen begrijpen. Vorig jaar mochten we een delegatie
ontvangen die kwam kijken hoe wij onze industrieterreinen
runnen. De ogen vielen uit hun kassen en ze zeiden letterlijk:
“Wij hadden geen flauw benul hoe alles hier werkte.
Wij staan nog nergens.” Zij ontdekken hier de wereld.
Wat heeft Vlaanderen daaraan? Zij zullen zich ons herinneren.
En als het erop aan komt, zullen ze met ons willen werken.
Het is niet zo dat we wat we hen vertellen, kwijt zijn. Neen,
het is een basissteen voor een lange termijnrelatie. En zolang
de Chinees overtuigd is dat wij met iets nieuws op de markt
komen, zal hij ons vertrouwen.
Is het vanuit dat standpunt belangrijk dat de Vlaamse
overheid Vlaanderen verkoopt als District of Creativity?
Morel: Zeer zeker want helaas beschikken wij niet
over grondstoffen. Wij bezitten wel een serieuze dosis intelligentie
en die moeten we uitspelen. Het is een feit dat China steeds
vlugger groeit. Ik moet dus maken dat ik deelnemer kan zijn
van dat succes. Maar vergis u niet. De mogelijkheden zien
is één. De kansen benutten veel moeilijker.
Daarom noem ik Flanders DC een godsgeschenk. Een geschenk
dat weliswaar niet uit zichzelf beweegt. Het is de kunst van
het betrokken zijn die we moeten beoefenen. Als ik mij als
Vlaams bedrijf kan associëren met één of
meerdere Chinese bedrijven waardoor een synergie ontstaat
tussen mijn ervaring, mijn relaties en hun producten... dan
spreken we over een win-win situatie. Ik geef een voorbeeld.
”Een machtsverschuiving van de VS naar China hoeft niet
noodzakelijk
negatieve gevolgen te hebben.”
Vlaanderen leeft van de export wat fenomenaal veel relaties
met zich meebrengt. Daartegenover staat China met de modernste
producten tegen de goedkoopste prijs maar zonder reputatie.
Als ik met de Chinezen een akkoord bereik om een aantal zaken
samen te doen en als dusdanig gezamenlijk de toekomst opbouwen,
dan stap ik mee in die langetermijnvisie. Want we moeten realistisch
zijn. Bepaalde producten zal Vlaanderen in de toekomst niet
meer produceren. Maar dat neemt niet weg dat wij de volgende
generatie producten zullen maken. In het zoeken van nieuwe
methodes en technieken behoort Vlaanderen tot de top.
U wil dat Vlaanderen geniet van het Chinese succes
maar wat betekent dit concreet voor onze werknemers?
Morel: Eén zekerheid hebben we. We zullen
de Chinese groeipool niet kunnen stoppen. We hebben dus een
China-strategie nodig. We moeten onze positie valoriseren
en inspelen op de Chinese schrik om in de steek gelaten te
worden. Een economie die 500 miljard dollar importeert is
voor elk land belangrijk. De Chinese investeringen moeten
dus naar Vlaanderen getrokken worden omdat ze bij voorkeur
zullen importeren vanuit een Chinees bedrijf. Wij moeten enkel
de klik maken: Onze baas is geen Amerikaan meer maar een Chinees.
Maar finaal speelt dat geen rol of een Vlaming werkt voor
een Duitser, Amerikaan, Japanner of Chinees. Het aantrekken
van die investeringen zijn een must en daartoe kan het CEMC
bijdragen.
Tot slot nog even terug naar de overheidsinspanning
bij het CEMC. Is dit ook met het doel om de toegang tot China
voor kmo’s makkelijker te maken?
Morel: De subsidie werkt inderdaad drempelverlagend
voor kmo’s en andere belangstellenden. Ook vandaag hebben
reeds heel wat Vlaamse kmo’s succes in China. Maar omdat
dit over een omzet van slechts enkele miljoenen euro’s
gaat, wordt daar weinig inkt aan verbruikt. Dat neemt niet
weg dat het voor hen een succes is. Men moet als ondernemer
wel enkele jaren incalculeren om echt door te breken. In dat
opzicht vind ik het dienstencentrum van Export Vlaanderen
in Shanghai erg belangrijk. We geven China een positieve boodschap
en verlagen de drempel voor onze ondernemers. Handelsmissies
zouden dat ook kunnen maar die zijn erg vluchtig. Elke dag
is er in Peking wel een koninklijke, ministeriële of
presidentiële missie. Een week later zijn er reeds vier
andere geweest en zijn ze u al bijna vergeten. Tenzij u zelf
zorgt voor een goede follow-up. Een missie is niet nutteloos
maar een missie zonder opvolging heeft geen zin.
Koen Van der Schaeghe
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
| |
|
|
©
Vlamingen in de Wereld |
|