HOME | VIW.THUIS |
 


Publicatiedatum:
02/11/05




































































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | ZOEKERTJES
       
 


 
GENEESKUNDE KRIJGT NIEUW GEZICHT

Als zieke harten en levers, beschadigd kraakbeen of beenmerg binnen een aantal jaren of enkele decennia kunnen genezen worden, dan mogen we trots zijn op Dr. Catherine Verfaillie. Dat moeten we eigenlijk vandaag al. Onze landgenote leidde tot voor kort in het Amerikaanse Minnesota het beroemde Stem Cell Institute. Nu staat ze aan het hoofd van een nieuw Stamcelinstituut in Leuven. Als leading lady kent ze enorme faam in het land dat zich de bakermat van het stamcelonderzoek mag noemen. Ik had het genoegen aanwezig te zijn toen Verfaillie op 3 februari 2003 in Leuven, waar ze studeerde, gelauwerd werd. Ze ontving er het eredoctoraat van de plaatselijke Katholieke Universiteit en mag zich sindsdien doctor honoris causa noemen. Verfaillie: “Het is niet mijn eerste onderscheiding en misschien volgen er nog maar dit is toch iets extra’s. Telkens als ik de universiteit bezocht in functie van een uitwisselingsprogramma was het even thuiskomen wat maakte dat deze waardering echt ontroerend was. Mijn geluk kon niet op.”

KAPOTTE KNIE

Nochtans begon alles met een ongeluk. Verfaillie, afkomstig uit het West-Vlaamse Ieper, was een buitengewone atlete. Als Belgisch kampioene vijfkamp stond ze op de rand van deelname aan de Olympische Spelen. Een kapotte knie belette die afspraak met de sportgeschiedenis maar werd tevens de oorzaak van haar rendez-vous met de geschiedenis van de mens. Ze liet haar geplande licentiaatstudie lichamelijke opvoeding vallen en koos, al weet ze nog steeds zelf niet waarom, voor geneeskunde. Misschien bleef die kapotte knie haar dwars zitten.
Haar opleiding tot arts volgde ze in Kortrijk en Leuven waar ze gefascineerd raakte door hematologie. Op dertigjarige leeftijd waagde dokter Verfaillie de sprong over de plas en ging aan de slag als leukemieonderzoekster aan de vermaarde Universiteit van Minnesota. Dan ging het erg snel want in geen tijd bouwde ze een briljante onderzoekscarrière uit. Haar belangstelling verlegde zich in de richting van de stamcellen. Verfaillie werd er achtereenvolgens hoogleraar en professor en in 1999 stichtte ze er het Stem Cell Institute.
”Acht jaar zijn we nu bezig met dit specifieke onderzoek. De eerste twee jaar bleken we af en toe wel op onverwachte resultaten te stuiten. Gaandeweg zagen we vorderingen en uiteindelijk ontdekten we vier à vijf jaar geleden dat die cellen meer vermogen dan we ooit vermoedden.” Die doorbraak kwam er uiteraard niet op één dag. Het waren een aantal signalen langsheen de bewandelde weg die de onderzoekers duidelijk maakten dat er iets uitzonderlijk kon achterhaald worden. “Elke keer opnieuw deden we proeven en testen waarvan we uitgingen dat ze niet konden slagen maar die tot onze verbazing steeds goed uitvielen. Onderzoek is doelgericht experimenteren, testen en opnieuw toetsen. Het was een heel proces en finaal duurde het bijna zeven jaar vooraleer we de paper in het prestigieuze wetenschappelijk tijdschrift Nature schreven.”

Natuurlijk werd toen in het labo de champagne ontkurkt. Verfaillie was uitermate trots op de realisaties van haar onderzoeksgroep. “Ik ben directeur en dirigent maar het zijn wel de jonge mensen die het doen. De jonge vrouw die toen die eerste paper schreef, zet momenteel haar eigen labo op. Ze is nog maar eind in de twintig en een echte ster voor de toekomst. Ik vind het heel aangenaam mensen te kunnen opleiden die later mijn eigen concurrenten worden. Zo stak iemand in Spanje ons de loef af met een experiment waar ook een vorser van mijn labo mee bezig was. Dat is het leven en zo moet het ook zijn. Als het alleen maar mijn labo zou zijn, dat iets kan verwezenlijken, biedt dat allerminst continuïteit voor de toekomst. Vooral wanneer iemand, die ik persoonlijk opleidde, het beter doet dan mezelf maakt mij dat gelukkig.

WAT ZIJN STAMCELLEN?

Stamcellen zijn eigenlijk de bouwstenen van ons lichaam. Het zijn veelzijdige cellen die meerdere functies kunnen aannemen. Gehoopt wordt dat deze minuscule deeltjes in de toekomst zieke weefsels en beschadigde organen zullen kunnen genezen. “Dankzij een bepaalde manipulatie is het mogelijk dat één volwassen stamcel zich omzet in meerdere bloedcellen, zenuwcellen, levercellen en aanleiding kan geven tot hart-, darm-, bot-, en hersenweefsel”. Met deze ontdekking, die door vele collega’s eerst sceptisch werd onthaald, leverde Verfaillies team het bewijs voor het bestaan van de zogenaamde stamcel-plasticiteit en wordt het misschien mogelijk om ziekten als Parkinson, Alzheimer en diabetes te genezen. En dit zonder gebruik te maken van embryonale stamcellen, die vanzelf verschillende functies aannemen, waar heel wat ethische bezwaren tegen zijn. In alle euforie nuanceert Verfaillie ook: “Dit kan een eerste stap zijn naar een nieuwe vorm van geneeskunde maar wij zijn pas zeker van wat de gemanipuleerde stamcellen zullen uitrichten na inspuiting in het menselijk lichaam.” Het onderzoek is nog lang en zal nog veel energie en onderzoekers vergen. Vlaamse vorsers bijvoorbeeld. ”Ik leidde in Minnesota verschillende Vlaamse studenten en onderzoekers wat zeer plezierig is. Niet in het minst omdat ik weet wat ik van hen kan verwachten. Ze zijn allen erg hoog geschoold.” Nederlands spreken ze vrijwel nooit tegen elkaar. Het zou natuurlijk niet eerlijk zijn tegenover de andere aanwezigen in het labo. “Aan Aziaten vraag ik ook hun eigen taal niet te spreken omdat het onbeleefd is een taal te spreken die de mensen rondom u niet verstaan. Als het over koetjes en kalfjes ging daarentegen schakelden we wel makkelijk over op het Nederlands. Ook als ze bij mij thuis komen, was een mengeling tussen Nederlands, Vlaamse dialecten en Engels de voertaal.”

”Ik denk dat Belgische doctorandi moeten geprikkeld en gesteund worden om andere onderzoeksoorden op te zoeken. Elk land heeft een andere onderzoekscultuur. Een combinatie van die verschillende visies en complementaire knowhow brengt ongetwijfeld completere onderzoekers voort.” In de VS is die mobiliteit meer ingebakken. Een onderzoeker zal er vlugger afwegen waar hij of zij inhoudelijk het meest kan betekenen. “In België kijkt men al vreemd op als iemand van de KU Leuven naar de Universiteit Gent verhuist. Dat heeft dan ook wel met de zogenaamde verzuiling te maken.” Verfaillie wil allerminst pleiten voor definitieve hersenvlucht of braingain maar legt wel de nadruk op het belang van een buitenlands netwerk. “Ik heb altijd gezegd dat, als de goede gelegenheid zich voordoet in Europa en dan vooral België, ik zou overwegen om terug te komen. Ik ben nog altijd Belg, heb weliswaar een groene kaart of verblijfsvergunning maar in de eerste plaats toch een Belgisch paspoort.” Dat geschikte terugkommoment blijkt dus nu aangebroken want Verfaillie is terug in België en staan aan het hoofd van een nieuw onderzoeksinstituu: ze leidt het stamcelonderzoek aan de Leuvense Univeristiet. “Ik heb me nooit écht Amerikaanse gevoeld en die band is de jongste jaren nog verminderd omwille van de politieke situatie. St.-Paul, Minneapolis, waar ik woon, is lange tijd een erg democratisch bastion geweest. Alle grote democraten hebben er hun thuisbasis. De verrechtsing ook daar stoot tegen de borst.” Toch heeft haar komende vertrek weinig te maken met dat onzekere klimaat. “Het is nu of nooit om nog iets uit te bouwen in eigen land. Zeventien jaar Verenigde Staten is ook niet niks. Als ik nog eens zo lang wacht, ben ik misschien al gepensioneerd. Ik zie ook meer en meer de voordelen van België. Vandaag meer dan tien of vijftien jaar gelden. Toen was mijn carrière prioritair. Als je die min of meer gemaakt hebt, dan zijn ook andere zaken van belang. Ik durf te zeggen dat mensen in Europa dag in dag uit een beter leven hebben. Minder jachtig en belangrijk, een zondag is er nog een zondag.”

CEL VAN DE 21STE EEUW

De hoop wordt gekoesterd dat adulte stamcellen het leven van miljoenen mensen zullen beïnvloeden. Toch zal het nog een tijdje duren vooraleer stamcellen daadwerkelijk als therapie zullen fungeren. “Binnen vijf à tien jaar verwachten we te kunnen starten met de eerste studies voor ziekten als Parkinson. Vooraleer we effectief instructies zullen kunnen geven aan cellen in ons lichaam, denk ik aan een termijn van dertig jaar.” Sommigen vragen zich ook af of stamcellen veroudering zullen kunnen tegenhouden over vertragen. Maar voor Verfaillie is het echter erg voorbarig daarover uitspraken te doen. Patiënten krijgen maar al te vaak valse verwachtingen voorgeschoteld.
Wat mij na het interview nog bezighoudt, is die kapotte knie. Zou die ook kunnen gemaakt worden? Want ik heb er zelf ook een paar die wel wat herstelwerk kunnen gebruiken.
     




© Vlamingen in de Wereld