"Da ze hier den Geuze nog brouwen.
Da's fijn, maar dat 't in 't Frans moet zijn.
Da vin'k een groot sjagrijn."
(Pieter Breughel den Ouwe in Pieter Breughel te Brussel van Wannes Van De Velde)
Begin januari van dit jaar was in De Standaard te lezen dat kinderen die naar een Franstalige school in Brussel gaan, straks geen Nederlands meer moeten leren. De drie (!) Franstalige ministers voor Onderwijs willen die verplichting afschaffen. De taalwetten van 1963 verplichten immers alle Brusselse scholen de andere landstaal als tweede taal aan te leren. Meerdere gerespecteerde Vlamingen lieten hun stem horen om deze plannen een halt toe te roepen. Gevreesd werd dat duizenden Nederlandsonkundigen het tweetalige Hoofdstedelijke Gewest zullen overspoelen. Maar de soep wordt nooit zo heet gedronken als ze opgediend wordt. Een grote protestmars Brussel Vlaams! is er niet gekomen. Evenmin werden de Brusselse taaltoestanden een thema in de jongste parlementsverkiezingen. Gevolg: niet alleen in de media maar ook in mijn hoofd verzeilde dit snode plan van onze Waalse vrienden naar het achterplan. Tot onlangs, net na de kiesstrijd, een stoelendans op alle niveaus plaats vond. Ook in het Hoofdstedelijk Gewest werd men rusteloos. In de kleinste, maar belangrijkste, politieke constructie van ons land werd de perfect tweetalige François-Xavier De Donnéa opzij geschoven ten voordele van de Franstalige Daniel Ducarme.
HOFFELIJKHEID
Beschikt een uitsluitend Frans politicus over voldoende taalbewustzijn… om Brussel van een blijvende tweetaligheid te voorzien? Of stel ik de verkeerde vraag? Wil hij dat wel? Ducarme is de 50 nabij en heeft dus verschillende decennia de tijd gehad zich de Nederlandse taal eigen te maken. Nu belooft hij om binnen de zes maanden tweetalig te worden. Ja dus, hij wil, al begint hij pas in de aarde te wroeten nadat hij weet wat de hemel te bieden heeft. Verscheidene politici wordt verweten dat zij zich in alle mogelijke opzichten inzetten om een postje te verkrijgen. Maar dat mag je dus bij Ducarme als oude politieke cultuur klasseren. De nieuwe politieke cultuur bestaat erin zich pas in te zetten na het verkrijgen van de gewenste portefeuille. Men kan zich dan ook zonder schroom afvragen welke zijn positie wordt in een tweetalig gewest als hij geestelijk geen twee talen wil spreken? En niet te vergeten, en daarmee zijn we terug bij het begin van ons verhaal, wat wordt zijn houding in de 2e taal op school-strijd? We hoeven niet wanhopig te zijn natuurlijk, want misschien leert Ducarme bij het lezen van Van Istendael en het luisteren naar Verminnen wel een ander Brussel kennen. Toch is voor mij één ding duidelijk: de Brusselse bestaanservaring met culturele en morele wortels die tot diep in de Belgische geschiedenis reiken, worden met de aanstelling van Ducarme al te overmoedig gerelativeerd. Brussel en eigenlijk onze hele natie begeeft zich hiermee op glad terrein.
AAN DE OEVERS VAN DE ZENNE
In hoeverre een uitsluitend Nederlandstalige of Franstalige een echte Brusseleir is, is een andere vraag. Een vraag die ongetwijfeld een antwoord krijgt in ons volgende nummer. Dan staan onze hoofdstad, Vlaams- Brabant en de Europese instellingen centraal. Op zondagmorgen zullen we ons graag laten onderdompelen in de kleurrijke markt aan het zuidstation om nadien af te zakken naar het Vossenplein waar de volksaard nog gedijt. Langs de antiek -en brocantemarkt snuiven we in de lokale brasseries de echte Brusselse sfeer op, genietend van een kop Oxo of een Geuze. En of Brussel pareltjes kent… Vertoef je de volgende maanden in Brussel? Verlaat dan eens de grauwe en glazen kantoorwijken en ontdek de quartiers waar Brussel écht leeft. Op loopafstand maak je kennis met zuiderse expressies, volwaardige cultuurhuizen en tot eind dit jaar wordt je vast en zeker naar Brussel gezogen. Jacques Brel is magneet van dienst. 25 jaar na zijn dood brengt Brussel hulde aan de grootste chansonnier die ons land ooit kende.
Koen Van der Schaeghe