|
|
| VERTREKKEN
| NATIONAAL
| INTERNATIONAAL
| WERKEN
| JONGEREN
| NOSTALGIE
|
 |
 |
 |
 |
| |
|
|
|
| |
|
|
EEN
PIONIER IN HET NIEUWE EUROPA
Vlaamse manager kijkt terug op 10 jaar bruisend
ondernemen |
| |
|
|
Op 1 mei breidt de Europese Unie uit. Tien nieuwe lidstaten
en 75 miljoen kersverse EU-burgers
zullen zich bij ons voegen. Oude grensgebieden maken plaats
voor nieuwe. De botsing tussen
‘oost’ en ‘west’ schuift op. ‘Ossies’
worden ‘wessies’. Illegale Polen worden legale
Polen.
Verloedering wordt ingenomen door economisch reveil en defaitisme
maakt plaats voor nieuwe hoop. Hoop dat de uitbreiding voor
elkeen voordelen zal opleveren. Oost-Europees optimisme dat
de offers op het altaar van de markteconomie hun vruchten
afwerpen.
|
| |
|
|
Glossy magazines verleiden de westerling met beelden van bruisende
Oost-Europese steden. Maar hoe liggen de kaarten er voor de
ondernemers? Welke evoluties kende het voormalige Oostblok de
jongste tien jaar? Hoe is het gesteld met het investeringsklimaat?
Wij nemen een kijkje in een huidige EU-uithoek en trekken met
Bruggeling Bruno Demol, general-manager van Eurofoam
Centraal-Europa, symbolisch de Koude-Oorloggrens over.
Beware of your dreams, they may come true. Demol heeft
altijd internationaal willen werken en had reeds een jaar Australië
achter de rug toen hem een nieuwe opdracht in Oostenrijk werd
aangeboden. De bedoeling was er twee tot drie jaar te blijven.
Hij is er echter nooit meer weggegaan en dus treffen we hem
vandaag, tien jaar later, nog steeds in de Oostenrijkse hoofdstad
Wenen. Recticel, zijn werkgever, ging in 1992 een joint-venture
aan met het Oostenrijkse Greiner. Een schot in de roos
zo blijkt: Oost-Europa opende de poorten en de lange, met hervormingen
geplaveide, weg naar de vrije economie werd ingeslagen. Recticel
en Greiner, beiden actief in de polyurethaan -of schuimindustrie
en leveranciers voor de meubel- en matrassennijverheid, zagen
de opportuniteiten van de nieuwe markt. “Zij waren toen
reeds overtuigd dat de vooruitgang die West-Europa na de oorlog
kende, Oost-Europa versneld zou ondervinden. Omdat schuim een
licht product is, werd besloten het lokaal te produceren”,
aldus Demol. Eerst werd begonnen in Polen, waarna Hongarije
volgde. Intussen werd in Roemenië een immense fabriek opgericht
en volgden een twintigtal verwerkingsbedrijven. Bruno Demol:
“In tien jaar tijd is onze business constant gegroeid
en kent ze tot op vandaag een groot succes. Eén van de
hoofdredenen is uiteraard de enorme ontwikkeling van de meubelindustrie
in Oost-Europa. De reden is bekend: westerse bedrijven verhuisden
hun productie om goedkoper te produceren.” |
| |
|
|
”HET IS ALTIJD EEN BEETJE TE VROEG TOT HET TE LAAT IS”
|
| |
|
|
Nochtans was dát volgens Demol geen doorslaggevend element
voor zijn bedrijf. De onkosten bleven nagenoeg gelijk. Vooral
de nabijgelegen nieuwe afzetmarkt was de bepalende factor. “Wij
zijn natuurlijk erg snel geweest, wat een enorm voordeel bleek.
Toen wij zeven jaar geleden in Roemenië investeerden, waren
er amper gelijken maar sinds enkele jaren wordt het land overspoeld
door vooral Italiaanse bedrijven. Het probleem in onze industrie
is: ‘Het is altijd een beetje te vroeg tot het te laat
is’. Je moet er op tijd bij zijn, want eens dat de kaarten
verdeeld zijn, is het moeilijk om er nog binnen te komen.”
Landen als Polen en Roemenië worden omwille van hun recente
verleden achter het IJzeren Gordijn vaak in één
adem genoemd. Nochtans liggen ze verder van elkaar dan hun intrinsieke
afstand doet vermoeden. Een andere geschiedenis, christenen
tegenover orthodoxen, democratie ten opzichte van absolutisme.
Een vergelijking maken is niet makkelijk. “In het begin
was ik vaak in Polen en ik heb er zeer graag zaken gedaan. Het
Poolse bedrijf draait erg goed en is momenteel het grootste
van de hele groep. Roemenië was erg interessant omdat de
verschillen met West-Europa zó groot zijn.”
Mentale geografie en The Clash of Civilisations
zijn modebegrippen geworden. Die oude denkbeelden blijven voelbaar
in de houding van de voormalige communisten tegenover westerse
investeerders. “De bevolking kende een hiërarchisch
en star systeem waarbij de staat alles regelde: op de werkvloer
moest minder hard gewerkt worden en de verantwoordelijkheid
was beperkt. Eigen beslissingen of initiatieven werden niet
gevraagd. Het was een totaal ander systeem dat voor ons veel
nadelen heeft maar voor de lokale bevolking schijnbaar erg veel
profijt inhield. Zij kenden niets anders. Die vertrouwde omgeving
werd dan ingenomen door de zogenaamde markteconomie met professionele
esprit, creativiteit en winst maken als pijlers. Een klein aantal
mensen werd snel rijk maar voor de grote meerderheid van de
bevolking bleef het moeilijk leven. Onmiddellijk na het wegschuiven
van het IJzeren Gordijn in 1989 waren er vooral nadelen.
Hun zekerheid verdween zonder dat er echt iets in de plaats
kwam. Maar geleidelijk aan groeide de tevredenheid en wetende
dat de Polen midden jaren ’80 nog écht honger leden,
dan hebben zij het vandaag veel beter.
Als buitenlands bedrijf kunnen wij niet zeggen dat wij ons niet
welkom voelden. Onze medewerkers werkten steeds liever in buitenlandse
en in casu westerse dan in lokale ondernemingen. De omstandigheden
zijn beter, de investeringen nieuwer en de lonen hoger. Het
is te vergelijken met wat de Verenigde Staten ons na WO II brachten:
eerst was er heel wat argwaan, meermaals werd ons vertrouwen
geschokt maar op middellange termijn was de balans positief.” |
| |
|
|
”ANNO 2004 KRIJGEN ZIJ ALLES OP HUN DAK”
|
| |
|
|
Het c-woord is hierboven reeds gevallen en voor sommigen is
dat nog erg actueel. Voor hen is er heel wat pragmatisme nodig
om dit (gearrangeerde) huwelijk tussen kapitalisme en ex-communisme
binnen het juiste perspectief te zien. Maar ook believers vragen
zich af of communistische tradities de ondernemingsvreugde niet
enigszins in de weg staan. “Het verschil in de manier
van werken was groot en dat is meteen ook één
van de redenen van de slechte economische situatie die Oost-Europa
kende. Het hele leven was er erg statisch: bedrijven waren er
wel, produceren deden ze ook maar verandering en vernieuwing
waren niet aan de orde. Omdat er ook weinig of geen druk van
bovenaf kwam taande het enthousiasme van de werknemers zienderogen.
Een kennis vatte het mij ooit als volgt samen: ‘Oost-Europa
heeft enkele crises niet gekend: de concurrentie van Japan die
het Westen wakker schudde en de energiecrisis omdat ze zelf
over voldoende olie beschikten. Daarenboven voelden zij nooit
de druk van de vakbonden en de groene beweging.’ Een schijnbaar
comfortabele werkomgeving die toch niet erg vruchtbaar bleek.
En anno 2004 krijgen ze plots alles op hun dak.”
Arbeidsattitudes. Voor westerlingen zijn ze vanzelfsprekend.
Maar voor de 1.200 werknemers waar Demol als general manager
in Centraal-Europa verantwoordelijk voor is, is het efficiënt
werken een hele verandering. De West-Vlaming is wekelijks onderweg
en het contactmanagement, de voeling met de werknemers in Hongarije,
Tsjechië, Oekraïne,… is één van
de hoofdbetrachtingen van zijn job geworden. “Ik spreek
veel met de mensen en merk dat de jongeren vandaag vrij makkelijk
de overstap maken. Ze staan open voor de nieuwe manier van werken
en zijn uiteindelijk ook blij met de verantwoordelijkheid die
hun wordt opgelegd. Respect en een manager die dicht bij hen
staat zorgen voor enthousiasme en vergemakkelijken het werken.”
Einde verhaal? Neen. Deze gunstige evolutie bij jongeren is
niet zaligmakend. De generatiekloof is groot: het percentage
ouderen dat zegt teleurgesteld te zijn in het nieuwe systeem
neemt toe. “Bewoners van industriële gebieden passen
zich het snelst aan en ontdekken ook het vlugst de voordelen
van de vrije markteconomie. Jongeren die Engels en/of Duits
spreken en een vak leerden hebben betere kaarten in handen en
vinden relatief makkelijk een goedbetaalde job. Dieper op het
platteland laten de baten langer op zich wachten. Vooral qua
onderwijs, gezondheid en pensioenvoorzieningen krijgt de rurale
populatie het hard te verduren. Het is wachten op een dermate
economische stimulans dat de onderbouw groeit en iedereen de
vruchten kan plukken.”
Moeten we dáár de sluimerende populariteit van
de oud-communisten zoeken bij de jongste verkiezingen in enkele
voormalige Oostbloklanden? Wat rest er nog van de artificiële
Homo Sovieticus? Feit is alvast dat ouderen zich enkel
de voordelen van het oude systeem herinneren en nadelen van
de hervormingen met een vergrootglas bekijken. “Er werden
en worden vaak te hoge verwachtingen gesteld. Ook vanuit het
westen. Regeringen in Roemenië of Bulgarije kunnen uiteraard
niet alles in één legislatuur oplossen. Maar als
de bevolking dit verwacht of wordt voorgespiegeld dan eindigt
de volgende stembusslag op een aardverschuiving met nieuwe leiders
doch met identieke problemen als gevolg. Dat maakt een consequent
beleid onmogelijk.” |
| |
|
|
”DE TOETREDING IS HET KROONSTUK
MAAR ZAL VOOR ONS NIET ZOVEEL VERANDEREN”
|
| |
|
|
Sinds de pionierjaren is er heel wat veranderd in het postcommunistische
Europa. De oostwaartse
uitbreiding van de Unie zal voor bedrijven van het eerste uur,
zoals Eurofoam, dan ook geen grote
veranderingen meer teweegbrengen. “De hervormingen gebeurden
niet de laatste maanden maar zijn een jarenlange evolutie. De
administratie en wetgeving werden het jongste decennia stapsgewijs
aangepast om aan de Europese eisen te voldoen. Als bedrijf ondervinden
wij reeds jaren de gevolgen van de geïmplementeerde Europese
voorschriften. De eigenlijke toetreding is het kroonstuk op
het werk maar we verwachten niet dat het feit van de uitbreiding
op zich grote veranderingen zal brengen.”
En dan is er nog de discussie dat de nieuwelingen ons handenvol
banen zullen kosten. Of zoeken bedrijven bij het openen van
de poorten niet halsoverkop hun heil over de grens? Volgens
Bruno Demol mag men hierin geenszins doemdenken. De trend dat
de meubelindustrie, die aan zijn sector gelieerd is, naar het
Oosten oprukt, mag op korte termijn dan wel niet om te buigen
zijn, op middellange termijn is een evenwicht zeker geen utopie.
“De loonkosten in Polen, Hongarije, Tsjechië,…
zijn de laatste tien jaar vrij sterk gestegen. Hoewel ze amper
een vijfde van ons bedragen zijn ze sinds ’94 verviervoudigd.
We zullen de uitbreiding voelen in het oude Europa
maar de effecten zullen elkaar gedeeltelijk opheffen: in het
nieuwe Europa zal de vraag naar auto’s, telefonie,
informatica en Belgische pintjes nooit gekende hoogten bereiken.”
Een goede manager kijkt natuurlijk verder dan 1 mei 2004, tast
nieuwe markten af, zoekt zijn final frontier. Volgens
Van Dale ligt die grens wat Europa betreft aan het Oeralgebergte.
De voormalige Sovjetrepublieken Estland, Litouwen en Oekraïne
mochten reeds Eurofoam-vestigingen verwelkomen. Moedertje Rusland
staat op het verlanglijstje. Want ook in wat binnenkort onze
dichtste buur wordt, beweegt er iets. De tijd dat Checkpoint
Charlie het eindpunt was ligt gelukkig achter ons. |
| |
|
|
Koen Van der
Schaeghe |
| |
|
|
|
| |
|
|
©
Vlamingen in de Wereld |
|