HOME | VIW.THUIS |
 



publicatiedatum:
09/09/05



[COÖRDINATEN]

Universiteit van Ibagué: www.cui.edu.co

IAESTE: www.iaeste.org




























































































































































VERTREKKEN | NATIONAAL | INTERNATIONAAL | WERKEN| JONGEREN | ZOEKERTJES
       
 


 

De directeur internationalisering van de universiteit van Ibagué, Colombia, is een Vlaming. Bernard Baeyens is zijn naam en hij is er tevens nationaal secretaris van de International Association for the Exchange of Students for Technical Experience (IAESTE). Hij woont en werkt in Ibagué, zo’n 200 kilometer van de hoofdstad Bogotá. Een klein stadje naar Colombiaanse normen, met zo’n 500.000 inwoners. Baeyens is al sinds midden jaren ’70 kind aan huis in Colombia en veel complicaties bracht dit niet mee, integendeel. Een portret.

Wie vertelt dat hij naar Colombia wil verhuizen of er misschien gewoon enkele maanden Spaans wil leren tijdens zomerklassen, veroorzaakt beslist een angstscheut bij zijn familieleden. Probeer het maar eens uit. Het idee dat mensen in Europa over Colombia hebben is erg eenzijdig: men kent het land als een reusachtige schiettent of als de speeltuin van Pablo Escobar, de bekende drugsbaron die in de jaren ’80 de stad Medellin en bij uitbreiding het hele land eigenhandig bestuurde. Maar wat blijkt in realiteit volgens Bernard Baeyens: “Er zijn niet minder dan 900 Belgen ingeschreven op de ambassade in Bogotá. Enige nuancering over het leven in Colombia is dus wel op zijn plaats. Want ondanks de negatieve berichtgeving koesteren velen het land.”

VALS BEELD

Toen de West-Vlaamse burgerlijk ingenieur Bernard Baeyens in de jaren ’70 het perspectief kreeg om ervaring op te doen in een ontwikkelingsland, zei hij niet neen. Vooral niet toen Colombia ter sprake kwam. Zijn verloofde en latere echtgenote, een voormalige buitenlandse sociologiestudente in Leuven, deelde in de vreugde want ze was zelf van Colombiaanse afkomst. “Drie jaar Colombia, aanvankelijk voor een ondernemingsmaatschappij en later bij een elektriciteitsmaatschappij. Echt ontwikkelingswerk is dat niet zeker?”, lacht Bernard. “Ik durf ook toe te geven dat ik er destijds zelf meer van opstak dan dat ik aanbracht. We hadden het er erg naar onze zin en mijn echtgenote had er zelfs een eigen zaak opgestart.”
En toch kwamen jullie terug naar Vlaanderen?
Bernard Baeyens: Ja, omwille van gezondheidsproblemen bij mijn echtgenote. In Colombia kon men haar niet helpen. En in België werden vervolgens onze drie kinderen geboren en zo bleven we uiteindelijk elf jaar in het land. Tot ik op een dag het vooruitzicht had om voor VVOB (Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand) in hetzelfde Colombia aan de slag te gaan. Een mogelijkheid die ik niet afsloeg en zo gebeurde het dat we met ons vijven, de kinderen voor het eerst, opnieuw naar Colombia verkasten.
Vonden jullie kinderen makkelijk hun weg in het Colombia van hun moeder?
Baeyens: We waren er al geregeld met vakantie geweest, dus dat was niet zo moeilijk. Ze zagen ook enkel de goede ervaringen van de beide landen. Menig verslaggever kan er nog wat van leren. Colombia is een grotesk misdaadverhaal als je bepaalde media mag geloven maar het Latijns-Amerikaanse land heeft ook iets magisch. Of denk je dat Garcia Marquez alleen maar een fantast is? Kinderen blijven kinderen en dromen heus niet allemaal van uniformen, wapens en macht.
Het zal toch niet vanzelfsprekend zijn om Colombiaanse jongeren op de shoolbanken te krijgen, laat staan te houden? Velen zullen de aantrekkingskracht van de straat toch niet kunnen weerstaan?
Baeyens:
Colombia is grosso modo onderverdeeld in zes klassen. De laagste twee kunnen (hoger) onderwijs sowieso niet betalen. Zij zijn slecht of niet opgeleid en hebben weinig toegang tot informatiebronnen. De lokroep van de straat is voor deze kinderen natuurlijk heel sterk. Hun situatie lijkt uitzichtloos: straatschooltjes van diverse ngo’s proberen de kinderen weliswaar vanuit hun eigen denkkader te benaderen maar het is erg moeilijk.
Het grote probleem van Colombia is dat bijna niemand Colombia kent. Linkse rebellen en rechtse paramilitairen bestaan wel degelijk, de teloorgang van de jeugd door drugs is ook niet helemaal fout maar wel schromelijk overdreven. En je wordt als buitenlander in de gegeven omstandigheden goed ontvangen. Colombia is misschien het Chicago van rond 1920 of te vergelijken met het Italië ten tijde van de Rote Armee Fraktion: berucht maar als je er niets mee te maken hebt, loop je ook geen enkel risico. Mensen die het land niet kennen, worden aangeraden een gids onder de arm te nemen en dan kan je met een dosis gezond verstand overal heen.
Men hoeft niet achter de hoek van elke straat gluren uit schrik dat men overvallen wordt?
Baeyens:
Het land is zo groot als Spanje, Portugal en Frankrijk samen. Als er iets voorvalt in Malaga en zelf zit je in Normandië, dan ondervind je er toch geen last van? De guerrilla bijvoorbeeld zit voornamelijk op het platteland en in de bergstreek... maar dit is slechts een klein percentage, waarmee we helaas veel te vaak de wereldpers halen.

UNIVERSIDAD DE IBAGUE

De universiteit bestaat dit jaar een kwarteeuw en werd opgericht als reactie op de staatsuniversiteit waar niet iedereen zijn gading vond. De instelling heeft onder meer een intensieve samenwerking met de Universiteit Gent en de Katholieke Universiteit Leuven en de talenschool van de Universiteit van Bristol. Na zes jaar voor VVOB gewerkt te hebben, verbond Bernard zich aan de universiteit. “VVOB kreeg nieuwe partnerlanden en Colombia was er niet meer bij. Sinds 11 jaar ben ik nu de enige Belg die voltijds aan de universiteit verbonden is. Ik werd er bevoegd voor de internationalisering.”

Wat houdt die functie precies in?
Baeyens: Colombia heeft niet zo’n lange traditie in onderwijsland maar we hebben de betrachting afstuderende studenten klaar te stomen om in een internationale samenleving te kunnen werken en wonen. Studenten moeten dus multicultureel gevormd worden en tegelijkertijd moet de kwaliteit zo hoog mogelijk liggen opdat ze inderdaad overal terechtkunnen. Daarnaast moet de structuur binnen de universiteit hierop gericht zijn. Dat organisatorisch getover valt ook onder mijn bevoegdheid. Daarenboven is er nog de praktische kant betreffende regelgeving, visa en werkvergunningen die ik opvolg. Informatie en procedures die me trouwens helpen bij mijn opdrachten voor het uitwisselingsprogramma IAESTE.
Tot welke bevolkingsklassen richt de universiteit zich?
Baeyens: Tot de middenklasse. We vragen een relatief hoog inschrijvingsbedrag van 800 euro per semester maar als we minder vragen, kunnen we de docenten niet meer betalen of gaan alleszins de beste weg. Vragen we meer, dan hebben we geen studenten meer. Het is wat schipperen. Het idee is de regio te ontwikkelen en de beste mogelijkheden te bieden aan de omgeving. De investeringen aan de universiteit gebeuren met steun van de lokale industrie. Werkingskosten moeten wij opbrengen via onderzoek en studiegeld. De universiteit moet zeker niet winstgevend zijn. Zelfbedruipend zonder winstoogmerk maar ook zonder verliesoogmerk.

IAESTE

Flexibele, gemotiveerde en jonge ingenieursstudenten, daarvoor is IAESTE in de jaren ’40 in het leven geroepen. Ondertussen is het uitgebreid en kunnen studenten wetenschappen, techniek en andere opleidingen via het project technische kennis verwerven op een groot aantal gebieden. Hen de kans geven buitenlandse ervaring op te doen, is de doelstelling. “De werking van IAESTE is gestoeld op een uitwisseling in de strikte zin van het woord. Voor elke Colombiaanse student, het is identiek voor België, die naar het buitenland wil, moeten we hier in Colombia een stageplaats vinden voor een buitenlands student. Als een Belgisch bedrijf een Colombiaanse student een stage aanbiedt, geeft die onderneming onrechtstreeks een Belgisch student de mogelijkheid een stage in buitenland te doen, in Colombia of waar ook ter wereld. Eenmaal per jaar worden dan de plaatsen verdeeld. Mijn taak is onder meer dit te coördineren voor Colombia. In België is de Gentse universiteit daarmee belast.”

Komt elke student hiervoor in aanmerking?
Baeyens: In principe wel. Het project staat tegenwoordig ook open voor een brede schaal aan richtingen. Tijdens de ingenieurstudie bijvoorbeeld is een stage voorzien. Meestal vindt deze plaats bij de lokale industrie maar het kan dus ook anders.
En dat wist men zestig jaar geleden ook al?
Baeyens:
Vandaag is de wereld één groot dorp maar ook indertijd, net na de Tweede Krieg, stond verbroedering al hoog in het vaandel. Zo werd er toen reeds geopperd om een stageplaats bij Krupp in te vullen met een Brit en één bij Rolls Royce een Duitser ervaring te laten opdoen. Vandaag de dag is het grootschaliger en ziet de organisatie het ruimer natuurlijk met Iranezen, Australiërs, Senegalezen,... door elkaar. De stagiairs onderling hebben een gevoel van verbondenheid die je niet snel elders zal terugvinden.
Wat hebben bedrijven hierbij te winnen?
Baeyens:
Een ideale potentiële werknemer voor het bedrijf mét een pak buitenlandse ervaring en concrete vaardigheden. Het kan ook een interessante kennismaking zijn met een kandidaat uit een land waar het bedrijf nieuwe activiteiten voorziet. En de ervaring geeft het bedrijf alleszins een idee van het niveau van buitenlandse universiteiten.
Vinden veel Vlaamse studenten de weg naar Colombia?
Baeyens:
De banden via IAESTE verlopen zeer vlot maar we zouden graag meer studenten uit het buitenland verwelkomen. Studenten die zich bij IAESTE aansluiten hebben reeds het idee om naar het buitenland te gaan, hebben vaak al wat meer ervaring en zullen zich minder laten beïnvloeden door wat men vertelt. Andere studenten zijn natuurlijk veel moeilijker hier te krijgen. Als Colombia vaak in het nieuws zit (negatief uiteraard), daalt de belangstelling en stijgt de argwaan. Worden andere landen of regio’s belicht, zoals Irak en Afghanistan, dan mogen we stilletjes hopen dat de interesse stijgt.
Maar de vraagtekens zullen wel altijd blijven?
Baeyens:
Vermoedelijk wel. Ook over de kwaliteit van de studies stelt men zich wel eens vragen maar ik durf te zeggen dat deze relatief goed is. Het is ook niet echt kostelijk om hier te studeren. Kom je via een uitwisselingsproject, dan is er geen extra inschrijvingsgeld en volstaat het studiegeld in het land van oorsprong. Het leven ter plaatse is erg gedkoop. Voor 200 euro per maand kan je royaal leven. Daar zit alles in: huur, transport, eten,... voor amper 1 euro kan je goed eten. Een pintje kost slechts 30 cent. Voor diegenen die twijfelen tussen Ibagué en Wenen bijvoorbeeld. In Wenen kost een glas gerstenat makkelijk 3 à 4 euro. Als dat geen stimulans is!

DE BALANS VAN HET BESTAAN

Bernard’s kinderen worden volwassen en zwermen zowel letterlijk als figuurlijk uit: twee van de drie zitten al in België en een derde trekt weldra naar de Verenigde Staten. Zou het dom zijn dat zijn kinderen uiteindelijk elders zitten en zij met hun tweetjes in Colombia blijven? “Het is alleszins een vraag die ons bezighoudt. Het leven zal het zeggen. Als we vertrekken, zal het alleszins niet uit ontevredenheid zijn”, benadrukt Bernard.
Colombia forever schreeuwt u niet uit?
Baeyens: Er is geen land dat beter is dan een ander. Er zijn bepaalde aspecten die beter zijn maar je kan niet zeggen dat België beter is dan gelijk welk ander land... België is fantastisch, Colombia is fantastisch. De Verenigde Staten zijn, hoewel ik er nooit zou willen wonen, ook een prachtig land. Het hangt er gewoon vanaf welke facetten prioritair zijn. Wat bij mij primeert, is een interessante job waarmee ik dingen in beweging kan zetten. In België is dat veel moeilijker. Ik ben nu 54 en ik zie me niet stoppen op mijn 65ste. In Colombia kan je op pensioen gaan maar wel gewoon verder werken. Aan de universiteit hebben we mensen van 70 jaar die nog les geven, professoren die in Europa al lang verplicht op rust zouden gesteld zijn maar hier gekoesterd worden om hun kennis.
Tot slot, is Colombia nu echt geen gevaarlijk land?
Baeyens:
Colombia is een zeer aantrekkelijk én zeer gevaarlijk land, in die zin dat je er wil blijven als je er éénmaal geweest bent. Het zijn vooral de Colombiaanse vrouwen of mujeres die daar de oorzaak van zijn. Ze zijn verslavend passioneel en een lust voor het oog... Draag die boodschap maar eens uit!!

Koen Van der Schaeghe

 

     




© Vlamingen in de Wereld