|
|
| VERTREKKEN
| NATIONAAL
| INTERNATIONAAL
| WERKEN|
JONGEREN
| ZOEKERTJES |
 |
 |
 |
 |
| |
|
|
|
| |
|
|
De
directeur internationalisering van de universiteit van Ibagué,
Colombia, is een Vlaming. Bernard Baeyens is zijn naam en
hij is er tevens nationaal secretaris van de International
Association for the Exchange of Students for Technical Experience
(IAESTE). Hij woont en werkt in Ibagué, zo’n
200 kilometer van de hoofdstad Bogotá. Een klein
stadje naar Colombiaanse normen, met zo’n 500.000
inwoners. Baeyens is al sinds midden jaren ’70 kind
aan huis in Colombia en veel complicaties bracht dit niet
mee, integendeel. Een portret.
Wie
vertelt dat hij naar Colombia wil verhuizen of er misschien
gewoon enkele maanden Spaans wil leren tijdens zomerklassen,
veroorzaakt beslist een angstscheut bij zijn familieleden.
Probeer het maar eens uit. Het idee dat mensen in Europa
over Colombia hebben is erg eenzijdig: men kent het land
als een reusachtige schiettent of als de speeltuin van
Pablo Escobar, de bekende drugsbaron die in de jaren ’80
de stad Medellin en bij uitbreiding het hele land eigenhandig
bestuurde. Maar wat blijkt in realiteit volgens Bernard
Baeyens: “Er zijn niet minder dan 900 Belgen ingeschreven
op de ambassade in Bogotá. Enige nuancering over
het leven in Colombia is dus wel op zijn plaats. Want
ondanks de negatieve berichtgeving koesteren velen het
land.”
VALS
BEELD
Toen de West-Vlaamse burgerlijk ingenieur Bernard Baeyens
in de jaren ’70 het perspectief kreeg om ervaring
op te doen in een ontwikkelingsland, zei hij niet neen.
Vooral niet toen Colombia ter sprake kwam. Zijn verloofde
en latere echtgenote, een voormalige buitenlandse sociologiestudente
in Leuven, deelde in de vreugde want ze was zelf van Colombiaanse
afkomst. “Drie jaar Colombia, aanvankelijk voor
een ondernemingsmaatschappij en later bij een elektriciteitsmaatschappij.
Echt ontwikkelingswerk is dat niet zeker?”, lacht
Bernard. “Ik durf ook toe te geven dat ik er destijds
zelf meer van opstak dan dat ik aanbracht. We hadden het
er erg naar onze zin en mijn echtgenote had er zelfs een
eigen zaak opgestart.”
En toch kwamen jullie terug naar Vlaanderen?
Bernard Baeyens: Ja, omwille van gezondheidsproblemen
bij mijn echtgenote. In Colombia kon men haar niet helpen.
En in België werden vervolgens onze drie kinderen
geboren en zo bleven we uiteindelijk elf jaar in het land.
Tot ik op een dag het vooruitzicht had om voor VVOB (Vlaamse
Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische
Bijstand) in hetzelfde Colombia aan de slag te gaan. Een
mogelijkheid die ik niet afsloeg en zo gebeurde het dat
we met ons vijven, de kinderen voor het eerst, opnieuw
naar Colombia verkasten.
Vonden jullie kinderen makkelijk hun weg in het
Colombia van hun moeder?
Baeyens: We waren er al geregeld met
vakantie geweest, dus dat was niet zo moeilijk. Ze zagen
ook enkel de goede ervaringen van de beide landen. Menig
verslaggever kan er nog wat van leren. Colombia is een
grotesk misdaadverhaal als je bepaalde media mag geloven
maar het Latijns-Amerikaanse land heeft ook iets magisch.
Of denk je dat Garcia Marquez alleen maar een fantast
is? Kinderen blijven kinderen en dromen heus niet allemaal
van uniformen, wapens en macht.
Het zal toch niet vanzelfsprekend zijn om Colombiaanse
jongeren op de shoolbanken te krijgen, laat staan te houden?
Velen zullen de aantrekkingskracht van de straat toch
niet kunnen weerstaan?
Baeyens: Colombia is grosso modo onderverdeeld
in zes klassen. De laagste twee kunnen (hoger) onderwijs
sowieso niet betalen. Zij zijn slecht of niet opgeleid
en hebben weinig toegang tot informatiebronnen. De lokroep
van de straat is voor deze kinderen natuurlijk heel sterk.
Hun situatie lijkt uitzichtloos: straatschooltjes van
diverse ngo’s proberen de kinderen weliswaar vanuit
hun eigen denkkader te benaderen maar het is erg moeilijk.
Het grote probleem van Colombia is dat bijna niemand Colombia
kent. Linkse rebellen en rechtse paramilitairen bestaan
wel degelijk, de teloorgang van de jeugd door drugs is
ook niet helemaal fout maar wel schromelijk overdreven.
En je wordt als buitenlander in de gegeven omstandigheden
goed ontvangen. Colombia is misschien het Chicago van
rond 1920 of te vergelijken met het Italië ten tijde
van de Rote Armee Fraktion: berucht maar als
je er niets mee te maken hebt, loop je ook geen enkel
risico. Mensen die het land niet kennen, worden aangeraden
een gids onder de arm te nemen en dan kan je met een dosis
gezond verstand overal heen.
Men hoeft niet achter de hoek van elke straat
gluren uit schrik dat men overvallen wordt?
Baeyens: Het land is zo groot als Spanje, Portugal
en Frankrijk samen. Als er iets voorvalt in Malaga en
zelf zit je in Normandië, dan ondervind je er toch
geen last van? De guerrilla bijvoorbeeld zit voornamelijk
op het platteland en in de bergstreek... maar dit is slechts
een klein percentage, waarmee we helaas veel te vaak de
wereldpers halen.
UNIVERSIDAD DE IBAGUE
De universiteit bestaat dit jaar een kwarteeuw en werd
opgericht als reactie op de staatsuniversiteit waar niet
iedereen zijn gading vond. De instelling heeft onder meer
een intensieve samenwerking met de Universiteit Gent en
de Katholieke Universiteit Leuven en de talenschool van
de Universiteit van Bristol. Na zes jaar voor VVOB gewerkt
te hebben, verbond Bernard zich aan de universiteit. “VVOB
kreeg nieuwe partnerlanden en Colombia was er niet meer
bij. Sinds 11 jaar ben ik nu de enige Belg die voltijds
aan de universiteit verbonden is. Ik werd er bevoegd voor
de internationalisering.”
Wat houdt die functie precies in?
Baeyens: Colombia heeft niet zo’n
lange traditie in onderwijsland maar we hebben de betrachting
afstuderende studenten klaar te stomen om in een internationale
samenleving te kunnen werken en wonen. Studenten moeten
dus multicultureel gevormd worden en tegelijkertijd moet
de kwaliteit zo hoog mogelijk liggen opdat ze inderdaad
overal terechtkunnen. Daarnaast moet de structuur binnen
de universiteit hierop gericht zijn. Dat organisatorisch
getover valt ook onder mijn bevoegdheid. Daarenboven is
er nog de praktische kant betreffende regelgeving, visa
en werkvergunningen die ik opvolg. Informatie en procedures
die me trouwens helpen bij mijn opdrachten voor het uitwisselingsprogramma
IAESTE.
Tot welke bevolkingsklassen richt de universiteit
zich?
Baeyens: Tot de middenklasse. We vragen
een relatief hoog inschrijvingsbedrag van 800 euro per
semester maar als we minder vragen, kunnen we de docenten
niet meer betalen of gaan alleszins de beste weg. Vragen
we meer, dan hebben we geen studenten meer. Het is wat
schipperen. Het idee is de regio te ontwikkelen en de
beste mogelijkheden te bieden aan de omgeving. De investeringen
aan de universiteit gebeuren met steun van de lokale industrie.
Werkingskosten moeten wij opbrengen via onderzoek en studiegeld.
De universiteit moet zeker niet winstgevend zijn. Zelfbedruipend
zonder winstoogmerk maar ook zonder verliesoogmerk.
IAESTE
Flexibele, gemotiveerde en jonge ingenieursstudenten,
daarvoor is IAESTE in de jaren ’40 in het leven
geroepen. Ondertussen is het uitgebreid en kunnen studenten
wetenschappen, techniek en andere opleidingen via het
project technische kennis verwerven op een groot aantal
gebieden. Hen de kans geven buitenlandse ervaring op te
doen, is de doelstelling. “De werking van IAESTE
is gestoeld op een uitwisseling in de strikte zin van
het woord. Voor elke Colombiaanse student, het is identiek
voor België, die naar het buitenland wil, moeten
we hier in Colombia een stageplaats vinden voor een buitenlands
student. Als een Belgisch bedrijf een Colombiaanse student
een stage aanbiedt, geeft die onderneming onrechtstreeks
een Belgisch student de mogelijkheid een stage in buitenland
te doen, in Colombia of waar ook ter wereld. Eenmaal per
jaar worden dan de plaatsen verdeeld. Mijn taak is onder
meer dit te coördineren voor Colombia. In België
is de Gentse universiteit daarmee belast.”
Komt
elke student hiervoor in aanmerking?
Baeyens: In principe wel. Het project
staat tegenwoordig ook open voor een brede schaal aan
richtingen. Tijdens de ingenieurstudie bijvoorbeeld is
een stage voorzien. Meestal vindt deze plaats bij de lokale
industrie maar het kan dus ook anders.
En dat wist men zestig jaar geleden ook al?
Baeyens: Vandaag is de wereld één
groot dorp maar ook indertijd, net na de Tweede Krieg,
stond verbroedering al hoog in het vaandel. Zo werd er
toen reeds geopperd om een stageplaats bij Krupp in te
vullen met een Brit en één bij Rolls Royce
een Duitser ervaring te laten opdoen. Vandaag de dag is
het grootschaliger en ziet de organisatie het ruimer natuurlijk
met Iranezen, Australiërs, Senegalezen,... door elkaar.
De stagiairs onderling hebben een gevoel van verbondenheid
die je niet snel elders zal terugvinden.
Wat hebben bedrijven hierbij te winnen?
Baeyens: Een ideale potentiële werknemer
voor het bedrijf mét een pak buitenlandse ervaring
en concrete vaardigheden. Het kan ook een interessante
kennismaking zijn met een kandidaat uit een land waar
het bedrijf nieuwe activiteiten voorziet. En de ervaring
geeft het bedrijf alleszins een idee van het niveau van
buitenlandse universiteiten.
Vinden veel Vlaamse studenten de weg naar Colombia?
Baeyens: De banden via IAESTE verlopen zeer vlot
maar we zouden graag meer studenten uit het buitenland
verwelkomen. Studenten die zich bij IAESTE aansluiten
hebben reeds het idee om naar het buitenland te gaan,
hebben vaak al wat meer ervaring en zullen zich minder
laten beïnvloeden door wat men vertelt. Andere studenten
zijn natuurlijk veel moeilijker hier te krijgen. Als Colombia
vaak in het nieuws zit (negatief uiteraard), daalt de
belangstelling en stijgt de argwaan. Worden andere landen
of regio’s belicht, zoals Irak en Afghanistan, dan
mogen we stilletjes hopen dat de interesse stijgt.
Maar de vraagtekens zullen wel altijd blijven?
Baeyens: Vermoedelijk wel. Ook over de kwaliteit
van de studies stelt men zich wel eens vragen maar ik
durf te zeggen dat deze relatief goed is. Het is ook niet
echt kostelijk om hier te studeren. Kom je via een uitwisselingsproject,
dan is er geen extra inschrijvingsgeld en volstaat het
studiegeld in het land van oorsprong. Het leven ter plaatse
is erg gedkoop. Voor 200 euro per maand kan je royaal
leven. Daar zit alles in: huur, transport, eten,... voor
amper 1 euro kan je goed eten. Een pintje kost slechts
30 cent. Voor diegenen die twijfelen tussen Ibagué
en Wenen bijvoorbeeld. In Wenen kost een glas gerstenat
makkelijk 3 à 4 euro. Als dat geen stimulans is!
DE
BALANS VAN HET BESTAAN
Bernard’s kinderen worden volwassen en zwermen zowel
letterlijk als figuurlijk uit: twee van de drie zitten
al in België en een derde trekt weldra naar de Verenigde
Staten. Zou het dom zijn dat zijn kinderen uiteindelijk
elders zitten en zij met hun tweetjes in Colombia blijven?
“Het is alleszins een vraag die ons bezighoudt.
Het leven zal het zeggen. Als we vertrekken, zal het alleszins
niet uit ontevredenheid zijn”, benadrukt Bernard.
Colombia forever schreeuwt u niet uit?
Baeyens: Er is geen land dat beter is
dan een ander. Er zijn bepaalde aspecten die beter zijn
maar je kan niet zeggen dat België beter is dan gelijk
welk ander land... België is fantastisch, Colombia
is fantastisch. De Verenigde Staten zijn, hoewel ik er
nooit zou willen wonen, ook een prachtig land. Het hangt
er gewoon vanaf welke facetten prioritair zijn. Wat bij
mij primeert, is een interessante job waarmee ik dingen
in beweging kan zetten. In België is dat veel moeilijker.
Ik ben nu 54 en ik zie me niet stoppen op mijn 65ste.
In Colombia kan je op pensioen gaan maar wel gewoon verder
werken. Aan de universiteit hebben we mensen van 70 jaar
die nog les geven, professoren die in Europa al lang verplicht
op rust zouden gesteld zijn maar hier gekoesterd worden
om hun kennis.
Tot slot, is Colombia nu echt geen gevaarlijk
land?
Baeyens: Colombia is een zeer aantrekkelijk én
zeer gevaarlijk land, in die zin dat je er wil blijven
als je er éénmaal geweest bent. Het zijn
vooral de Colombiaanse vrouwen of mujeres die
daar de oorzaak van zijn. Ze zijn verslavend passioneel
en een lust voor het oog... Draag die boodschap maar eens
uit!!
Koen
Van der Schaeghe
|
| |
|
|
|
|