| |
|
|
Ik tref Bart Moeyaert op het podium in het Roter Salon
van de Berlijnse Volksbühne. Hij blijkt in topvorm te
zijn. Enkele uren eerder, tijdens een panelgesprek met Kristien
Hemmerechts, Erwin Mortier en Adriaan Van Dis, droeg het publiek
hem reeds na drie zinnen - in bijna perfect Duits - op handen.
De Antwerpse (jeugd)schrijver en toneelauteur voelt zich duidelijk
in zijn sas bij onze Oosterburen. Niet te verwonderen natuurlijk
als men weet dat Duitsland de belangrijkste plaats inneemt
qua vertalingen van Nederlandstalige jeugdliteratuur.
Een sfeervol literair panelgesprek zoals vanavond: is dat
werken of plezier?
Bart Moeyaert: Ik probeer het
alleszins geen werken te vinden. Als ik het hard labeur zou
vinden, dan zou ik nu niet in Berlijn vertoeven maar rustig
thuis zijn. Er is natuurlijk wel een gezonde spanning omdat
je toch de dingen wil zeggen die je graag wil zeggen. Maar
zodra je merkt dat het publiek er zelf ook zin in heeft, zoals
vanavond, is het zeer fijn natuurlijk. De lezingen die ik
gaf, werden tot mijn verbazing zeer druk bezocht, ik ben immers
geen bekende in Duitsland.
U kan hier toch op een mooie schare lezers rekenen?
Moeyaert: Het schijnt, ja. Er zijn wel tien boeken
vertaald maar dat zegt meer over de uitgeverij dan over het
publiek. Mijn uitgever vindt wat ik doe goed, en de verkoopcijfers
blijken te volgen. Het mooie wat nu gebeurt is dat de verkoop
van De Schepping (Am Anfang als vertaling) eigenlijk gedragen
wordt door Wolf Erlbruch, de Duitse illustrator. En je kunt
maar hopen dat zo’n samenwerking nog vruchten afwerpt.
VERWANTE
CULTUREN
Zweeds, Italiaans, Frans, Engels, Catalaans,…
u hebt net geen hele boekenplank nodig om alle vertalingen
van één boek naast elkaar te plaatsen. Waarom
slaan uw boeken het beste aan in Duitsland?
Moeyaert: Ik denk dat het land en de cultuur het
dichtst bij de onze aanleunen. Ik kan wel heel opschepperig
beweren dat mijn boeken in 15 talen zijn verschenen, en dan
lieg ik niet, maar als ik eerlijk ben en enkel diegenen tel
die er effectief in investeren dan kom ik maar tot zes. Duitsland
is zeker de voortrekker, gevolgd door Frankrijk en Italië.
Inderdaad, het andere buitenland waarin u sinds kort
furore maakt is Frankrijk. Dat moet iets te maken hebben met
het Salon du Livre van vorig jaar, waar de Nederlandstalige
literatuur in 2003 in de kijker stond?
Moeyaert: Dat speelde inderdaad een grote rol. Eén
uitgever heeft toen op basis van één lezing,
een lang gesprek met mij, en het advies van een aantal mensen
beslist om drie boeken in één keer onder contract
te leggen. Zij had reeds over mij gehoord, wou meer weten,
belegde een diner en het onverwachte is gebeurd. Dat was prachtig.
Beschouwt u vertalingen nog voor 100% als uw eigen
werken?
Moeyaert: Absoluut!
Hoe belangrijk is de inbreng van de verta(a)l(st)er?
Moeyaert: De Duitse versies zijn een goed voorbeeld…
ik spreek de taal zelf vrij goed maar zou mijn boeken nooit
zelf kunnen vertalen. Mirjam Pressler, mijn vertaalster, is
echt een vrouw van goud. Zij schrijft zelf ook, wat een voordeel
is omdat ze weet hoe een auteur denkt. Ze voelt me erg goed
aan en weet wat ik wil zeggen.
Niet alleen u maar ook andere Nederlandstalige (theater)schrijvers
worden gretig gelezen in Duitsland. Hebben wij iets wat Duitse
auteurs momenteel missen of is dat te ver gezocht?
Moeyaert: Ik durf wel te zeggen dat er momenteel
een bepaalde lichtheid en durf in de Vlamingen zit…
een bepaald soort vloeken dat voor een Duitser niet te hard
vloeken is. Dit een beetje in tegenstelling tot de Duitse
grundlichkeit.
Zijn
de Vlaamse boeken voor het Duitse publiek dan een opluchting?
Moeyaert: Ik vermoed dat het zoiets is ja. Anderzijds
zet ik niet graag direct stempels, maar er moet toch iets
bestaan als de Vlaamse hartslag. Want als zelfs een Nederlander
dat opmerkt, zal een Duitser dat zeker doen.
Uw boeken in het Duits zijn leuk maar Italiaanse vertalingen
spreken misschien meer tot de verbeelding?
Moeyaert: Ik vond dat inderdaad ook geweldig. Ik
ben verzot op taal… hoe het werkt en hoe mensen ermee
omgaan… logisch natuurlijk voor een schrijver. Maar
ik heb dat niet enkel met Nederlands maar ook met vreemde
talen. Als ik in Italië ben, blijk ik een soort van spons
die na drie dagen doet alsof hij Italiaans spreekt. Het fijne
is dat je over zo’n boek dat je zelf schreef in het
Nederlands, spreekt met iemand die het in een andere taal
las. Dat is een vreemde klik die je maakt omdat je het over
hetzelfde boek hebt. Ook leuk is dat het boek Het is de liefde
die we niet begrijpen in Italië is verschenen als roman
voor volwassenen. Het gaat om hetzelfde boek maar de vragen
die er tijdens de vele interviews gesteld worden zijn helemaal
anders. Dat is een zaligheid.
MEER
DAN LITERATUUR
Voelt u zich als auteur een uitdrager van de Vlaamse
cultuur?
Moeyaert: Los van de boeken, of ik nu een lezing
geef voor kinderen, jongeren of volwassenen, ik probeer uit
te leggen waar ik vandaan kom. Ik probeer ook lijfelijk uit
te beelden hoe de kaart van België eruit ziet: dat is
een voorovergebogen mannetje: de benen spreken Frans, mijn
bovenkant spreekt Nederlands en mijn achterwerk spreekt Duits,
wat ze heel grappig vinden. Ik vind het uitdragen van onze
cultuur eigenlijk ongelooflijk belangrijk.
Is het fijn om gevraagd te worden voor dergelijke literaire
festivals en de bijhorende interviews? Een collega-auteur
zei vanavond nog: boeken schrijven is makkelijk, interviews
geven is moeilijk.
Moeyaert: Het hoort natuurlijk niet bij het vak en
ik kan heel goed begrijpen dat sommige auteurs daardoor gestoord
worden maar ik vind het heel prettig. Omdat ik graag reis,
omdat ik het spannend vind, omdat ik een avond als deze wel
wil meemaken. Dat heeft niets met bekendheid te maken. Ik
wil het gewoon niet missen. Dergelijke literaire happenings
brengen mij ook terug met mijn voeten op de grond. Ik kan
thuis in Antwerpen wel denken dat ik goed bezig ben…
Maar in een ander land blijk je niets te zijn. Dat maakt je
rustig. Natuurlijk moet er in je agenda plek vrij blijven
voor het schrijven, maar evenementen als deze vind ik cadeaus.
Koen
Van der Schaeghe
|