
LIMBURGER TOM KENIS IN DE BEZETTE GEBIEDEN
VOORBIJ DE WANHOOP
Yasser Arafat is een week begraven
als Tom Kenis uit Meeuwen-Gruitrode de Bezette Gebieden betreedt
om er aan de slag te gaan bij het Bisan Center, een Palestijnse
sociale organisatie, gedragen door buitenlandse gelden. Twintig
maanden woont hij nu reeds in Ramallah. De 29-jarige Limburger is
een buitenbeentje. Of hoe noem je iemand die in Palestina woont?
Een lefgozer? Neen, met deze titel doe je hem geen plezier. In zekere
zin kan je Tom als een reiziger bestempelen. Niet te verwarren met
een vakantieganger. Reizen doe je immers in denken en zien: zien
naar hoe men leeft en denken over hoe men dat leven leeft. Een geëngageerde
reiziger is hij, want hij beperkt zich niet tot denken en zien.
Tom is een doener, niet van de spectaculaire soort die internationale
camera’s aantrekt, eerder iemand die aan de basis en in de
schaduw wroet. En passant is hij het VIW-contactpunt voor de Vlaamse
regering in Palestina. VIW zet hem in the picture. Een gesprek.
LEEFBAAR
RAMALLAH?
Tom heeft een diepgewortelde fascinatie voor de Palestijnse zaak.
Palestina of officieel de Palestijnse Autonome Bezette Gebieden
bestaan uit de Westelijke Jordaanoever (de West Bank) en de Gaza
strip (de regio rond Gaza-stad). Sinds de oprichting van de Israëlische
staat in 1948 heerst er in golven een verbeten strijd tussen Israël
en de verdreven en geïsoleerde Palestijnen. “Als tiener
raakte ik in de ban van Midden Oosten tijdens mijn humaniora in
Genk, een stad met een vrij grote Turkse en Marokkaanse gemeenschap.
Een gegeven dat niemand koud laat: sommigen ervaren dat negatief,
maar mij boeide het. Misschien romantiseerde ik het wel. Het was
ten tijde van de eerste Golfoorlog. Toen vroeg ik me al af waarom
Irak Koeweit wou veroveren. Het heeft mijn interesse voor de ruime
regio alleen maar aangewakkerd.”
Ook de link naar uw hogere studies was vlug gelegd?
Tom Kenis: Ik wou absoluut een geschiedkundige
richting volgen. Arabistiek en Islamkunde spraken mij het meeste
aan. De combinatie van de geheel nieuwe taal en de geschiedenis
prikkelde mij erg.
Niet elke afgestudeerde Arabistiek komt in het Midden
Oosten terecht?
Tom: Toen deze opportuniteit zich aanbod, had
mijn toenmalige job niets met de Arabische wereld te maken. Ik
heb het afgewogen, hoefde eigenlijk niet lang te twijfelen en
ben vertrokken. Op de vraag, waarom niet, kon ik eigenlijk niet
antwoorden. Het was de eerste job die ik in deze richting tegen
kwam.
Wat waren uw eerste indrukken in Palestina?
Tom: Ik werd ’s avonds opgepikt op de luchthaven
van Ben Goerion in Tel Aviv. Met een kleine wagen reden we doorheen
Israël op autosnelwegen zoals we deze in West-Europa ook
kennen. Plots arriveer je dan aan het checkpoint, de grenscontrole
tussen Israël en de Palestijnse gebieden. Het was spitsuur
en donker. Je ziet soldaten met geweren en zowel links als rechts
worden bevelen geblaft. De muur had ik natuurlijk reeds op tv
gezien, maar ze maakte toch een behoorlijke indruk op mij.
Beseffen dat er bij wijze van spreken geen weg terug is?
Tom: Inderdaad, de muur benadrukt die onomkeerbaarheid,
wat het in se natuurlijk niet hoefde te zijn. Het voelde toch
angstaanjagend aan, alsof ik er in gekatapulteerd werd. Net na
de dood van Arafat was er ook politieke hoogspanning. Die instabiliteit
is er eigenlijk tot op vandaag.
Klopt het beeld dat de Westerse media schetsen van Ramallah?
Tom: Totaal niet. Die beelden maakten dat ik mij de eerste
dagen angstig voelde, maar dat hoefde niet echt. Ramallah wordt
afgeschilderd als het wilde westen, maar is in feite een middelgrote
stad, vergelijkbaar met Genk, met een behoorlijk nachtleven en
heel veel buitenlanders en journalisten. Palestijnen kijken echt
niet op van buitenlanders, zij behoren gewoon sinds decennia tot
het straatbeeld.
Met tanks rijden Israëli’s Ramallah niet meer
binnen?
Tom: Neen, dat is geleden van 2002 en 2003. Er zijn nog
wel invallen, maar dan met een colonne jeeps of ongemarkeerde
voertuigen. Dat zijn speciale teams die iemand komen ombrengen
of arresteren. Er wordt nogal veel geschoten… om te schrikken
heet dat… maar ik verzeker je, dat schrikeffect is efficiënt.
Mijn paspoort is mijn kostbaarste goedje. Daarmee zwaaien, mag
je absoluut niet onderschatten, ook niet in een tijd van relatieve
vrede. Voor het overige is Ramallah vandaag een heel leefbare
en groene stad in deze erg gemilitariseerde regio.
DE KLEINE OORLOG
Tom Kenis neemt duidelijk een standpunt in tegen de bezetting,
maar wikt verstandig zijn woorden en spreekt zich amper uit ten
nadele van één van de partijen. Het Bisan Center
is dan ook geen politieke organisatie. Het behartigt niet rechtstreeks
de Palestijnse nationale rechten, maar wel de sociale rechten.
“Het verzet van het Palestijnse volk is onlosmakelijk verbonden
met zijn waardigheid. Dat gaat niet om een gebrek aan democratie,
maar zij lijken zichzelf en hun volk zo systematisch te onderschatten,
dat ze erdoor geïsoleerd geraken, intolerant worden en angstig
zijn voor elke verandering. De rol van een degelijk middenveld
moet de toekomstperspectieven gaaf houden. Eén van onze
voornaamste taken is het democratisch proces en de maatschappelijke
waarden versterken door opleiding en sensibilisatie van Palestijnse
jongeren in steden als Jeruzalem, Bethlehem en Ramallah.”
Vele jongeren zullen indien niet neurotisch, toch wel
erg getraumatiseerd zijn door de voortdurende angst, bombardementen,
uitgaansverboden,…?
Tom: Zij zijn uiteraard getekend door het conflict en
de terreur. Een organisatie als het Bisan Center probeert hen
een alternatief te bieden. Met het geld dat vanuit Europa naar
Palestina stroomt, kunnen wij hier, indien de politieke situatie
het toelaat en de veiligheidsrisico’s beperkt blijven, jobs
creëren voor Palestijnen. Ik ontken niet dat wat wij doen
niet veel meer is dan een pleister op een open wonde leggen. Wat
echter niet wil zeggen dat deze pleisters niet nodig zijn.
Ook versterking van de rol van de vrouw is prioritair?
Tom: Op middellange termijn kan een sterkere positie
van de vrouwen een dam opwerpen tegen fundamentalisme en bijdragen
tot een politieke oplossing van het conflict. Maar naast de grote
oorlog is er ook nog zoiets als een kleine oorlog. Deze speelt
zich vaak op microniveau en binnenskamers af, in de eigen samenleving.
Het Bisan Center richt zich eerder op deze kleine oorlogen die
door het grote conflict naar het achterplan verdwijnen. Wij willen
mannen en vrouwen bewust maken van vrouwenrechten en huiselijk
geweld.
Vinden deze progressieve idealen wel gehoor bij de Palestijnen?
Tom: Eigenlijk wel. Er is een stijgende democratische
bewustwording. Dat mocht ik ook ervaren tijdens de voorbije verkiezingen,
waarvoor ik waarnemer was. Het Palestijnse verenigingsleven kent
een opmars en zij durven problemen op tafel te gooien. Het dromen
van een ander leven hangt nauw samen met het herontdekken van
de menselijkheid.
GEEN
ONOPLOSBAAR CONFLICT
Tom werkt met mensen tussen 18 en 30, die allen bewust de Tweede
Intifada meemaakten. Durven zij nog te hopen dat het ooit goed
komt? Of is hun denkpatroon aangetast, vraag ik hem. “Dat
fluctueert. De recente invallen in Libanon en Gaza maken hen minder
vergevingsgezind. Voor de escalatie was de situatie geheel anders.
Ik denk dat er in het algemeen een vrij grote consensus bestaat.
De Palestijnen willen de West Bank, Gaza, Oost-Jeruzalem en als
het enigszins kan de landverbinding tussen Gaza en de West Bank.
Daarmee is het conflict geografisch opgelost. Uiteraard moet er
dan nog een aanvaardbare oplossing gezocht worden voor de honderdduizenden
internationaal verspreidde vluchtelingen: Palestijnen die in 1948
(de oprichting van Israël) of 1967 (de zesdaagse oorlog)
Palestina ontvluchtten. Het grootste struikelblok zijn de vluchtelingen
van 1948. Geografisch wil Israël immers Joods blijven…
het gaat echt om een groot aantal Palestijnen.”
Het conflict is uw inziens niet onoplosbaar?
Tom: Ik zie alleszins mogelijkheden. De Palestijnen moeten
dan wel hun grote droom van het historische Palestina, dat grosso
modo de landsgrenzen van Israël behelst, opgeven. Een mentale
weg die ze toch reeds voor 95% aflegden. Idem voor de Israëli’s,
ook zij moeten gebieden opgeven. Beide partijen moeten eigenlijk
hun grote droom laten varen.
Er is het voorstel van de Arabische liga?
Tom: Precies, een ontwerp van Saoedi-Arabië waarin
alle Arabische landen Israël erkennen en vrede sluiten in
ruil voor alle gebieden die in 1967 zijn ingenomen. Een plan dat
uiteindelijk voorziet in twee onafhankelijke, economisch en menselijk
leefbare staten. Tussen droom en daad liggen echter alleen al
op de West Bank 200.000 Israëli’s. De Israëlisch-joodse
populatie in Oost-Jeruzalem bedraagt om en bij de 200.000 zielen.
Zij wonen daar en waar moet je ermee heen? Dat is een huzarenstuk.
En de Verenigde Staten moeten groen licht geven?
Tom: Hun akkoord geven of druk uitoefenen. Langzaam geven
de VS wel impulsen in die richting. Na 11 september kan je tussen
de lijnen een bepaalde koerswijziging lezen. Ook omdat de aanslagen
binnenskamers terecht worden gelinkt aan de Amerikaanse rol in
het Midden Oosten. Ik denk niet dat voormalig premier Sharon ooit
zijn omstreden ombuiging had gemaakt als het niet ‘van moeten’
was geweest. De muur die de Israëli’s bouwen, heeft
ook voornamelijk tot doel de eigen bevolking duidelijk te maken
dat ze Palestijns gebied binnentreden. Een muur heeft altijd twee
kanten: het Israëlische leger zal haar bevolking nog wel
degelijk beschermen, maar het is Palestijns gebied. De muur staat
wel, en dat is toch belangrijk, gedeeltelijk op Palestijns grondgebied,
waardoor ze de uiteindelijke grens niet kan en mag worden.
Het conflict blijft een uitputtingsslag?
Tom: De Palestijnen kunnen dit wellicht nog jaren volhouden.
Zij hebben niets en kunnen dus niets verliezen. Israël daarentegen
heeft alles te verliezen. Tijdens de Tweede Intifada is hun toerisme
bijvoorbeeld geheel ineengestuikt. Ik wil helemaal niet zeggen
dat geweld goed is. Ik probeer alleen enkele feiten te interpreteren.
SOMBER PERSPECTIEF
Tom is een waarnemer, maar niet ongevoelig. Hij luistert veel
en probeert te begrijpen. Hij gaat het debat ook niet uit de weg.
Tom’s taak bij het Bisan Center is het opvolgen van de projecten,
die worden opgesteld door de Belgische en Palestijnse overheid.
“De uitvoering is volledig in handen van Palestijnen, de
organisatie is ook volledig Palestijns. Op 25 medewerkers telt
het Bisan Center slechts twee buitenlanders. De knowhow is aanwezig
en de mensen zijn heel capabel. Mijn taak is het schrijven van
rapporten, bezoeken van de projecten in het veld, waarvoor ik
de West Bank doorkruis, logistieke ondersteuning en het opzetten
en onderhouden van de website.”
U hebt een klaardere kijk op het conflict omdat u er middenin
leeft?
Tom: Dat is echt tweeledig. Enerzijds wel want ik begrijp
het conflict beter en zie vaag een stippelroute om uit de impasse
te geraken. Als ik in the field met mensen praat, kan ik argumenten
aanbrengen die voor mijn komst nooit in me zouden opgekomen zijn.
Anderzijds is het net moeilijk om de twee verhalen in mijn hoofd
te houden. Ik praat met Israëli’s en Palestijnen, lees
de Israëlische krant en raadpleeg Palestijnse bronnen. Daarnaast
consulteer ik evenzeer de Europese media. Vaag merk ik natuurlijk
dat het om eenzelfde verhaal gaat, de Joden en Palestijnen zijn
immers deel van elkanders geschiedenis. Maar het ziet er helemaal
anders uit. Elke dag opnieuw is het een spierverrekking in je
hoofd. Het is niet makkelijk de twee verhalen tegen elkaar te
houden. Er gaapt een vreselijk diepe kloof. Praat ik met Israëli’s,
dan moet ik mijn woorden wikken en wegen. Met Palestijnen kan
ik vrijer praten.
Is dat geen contradictie, de Palestijnen worden toch bezet?
Tom: Ik denk dat zij meer gelaten zijn. Ze hebben nooit
een eigen land gehad. Vóór de Israëli’s,
waren er de Britten en nog vroeger de Ottomanen. Palestijnen geloven
wel in een oplossing, maar niet in de nabije toekomst. Hun prioriteiten
liggen gewoon elders: Heb ik morgen nog een job? Zo ja, worden
we uitbetaald? Wat moet ik morgen mijn kinderen te eten geven?
Het zijn deze primaire, basale behoeften die de mensen bezig houden.
Het opzeggen van veel internationale steun na het de verkiezingsoverwinning
van Hamas, heeft de situatie allerminst verbeterd?
Tom: Dat is een understatement. Sinds de Tweede Intifada
leven velen op de poef. Voordien werkten 100.000 Palestijnen in
Israël, vandaag slechts 8.000. Spaarcenten zijn opgesoupeerd,
juwelen verkocht en je ziet de toestand slabakken. Vraag is tot
hoever de elasticiteit reikt. Vooral in Gaza staat de elastiek
erg gespannen.
Moet men, dit wetende, idealist zijn om in Palestina te
werken?
Tom: Zo noem ik mezelf alvast niet. Ik geloof wel in
idealen, ben ervan overtuigd dat de Palestijnen een eigen staat
moeten krijgen, maar ik zie het eerder pragmatisch. Het is niet
omdat ik tussen de Palestijnen woon en werk dat ik niet met Israëli’s
zou praten. Ook Palestijnen hebben hun gebreken. Dit conflict
ligt in het hart van het licht ontvlambare Midden Oosten en ik
voel me zeker bevoorrecht dit van zo nabij te kunnen meemaken.
Het ontdekken van de verschillende nuances en lagen in dit conflict,
zijn verrijkend.
Koen Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 12/12/06
|