
Bali is echt, geen museum
Steven Van Lierde viert het leven
Ver
weg van huis, op een stip, een schoonheidsvlek in de Indische Oceaan
vond Steven Van Lierde zijn thuis. Een adembenemend oord dat fascineert
en inspireert, dat gastvrijheid uitstraalt en natuurpracht biedt,
waar godsdienst een feest is tot voorbij de dood en waar je je als
agnost kan bekeren zonder gelovig te zijn. Onze 39-jarige landgenoot
viert het leven op het magische Indonesische eiland Bali, 24 uur
op 24.
Kostbaar
bezit
Steven omarmde het land en haar cultuur. Het huwelijk met zijn
Balinese hindoevrouw Ayu Laksmi was de intrede tot de kern van
het Balinees zijn. Maar al bij zijn eerste bezoek ervoer Steven
aan den lijve de bezwering, een geheimzinnige toenadering tussen
hemzelf en de eilandbewoners. Een ervaring die menige westerling,
ook als hij weer thuis is, niet los laat. De Balinese mentaliteit
is zo anders dan die wij in West-Europa kennen. Je moet je er
voor willen openstellen, maar moeilijk is dat niet, met de gastvrijheid,
die de bewoners kenmerkt.
“Balinezen koesteren hun religieuze tradities als hun kostbaarste
bezit, maar ze hebben geen bekeringsdrang en zijn merkwaardig
tolerant tegenover buitenstaanders. Bali is het land van de duizend
tempels. Altijd is er in de onmiddellijke omgeving wel een religieuze
ceremonie bezig. Toeristen worden aangespoord om dichterbij te
komen en foto’s te nemen. Hoewel ik zelf ongelovig ben,
leerde ik begrijpen dat het geloof voor velen een echte behoefte
is. Een nood aan antwoorden op de vraag omtrent hun plaats in
de maatschappij. Gemakshalve heb ik mij in den beginne als katholiek
bestempeld, omdat het voor Balinezen moeilijk te begrijpen is
wat vrijzinnigheid exact inhoudt. Een leven zonder religie is
voor hen ondenkbaar.”
“Het hindoeïsme heeft geen dagelijkse impact op mijn
leven. Ik word tot niets gedwongen. Nooit werd mij gevraagd een
bepaalde god te adoreren of een geloof af te zweren. Ayu bidt
geregeld in onze huistempel, maar nog nooit rees de vraag wanneer
ik dit eens zou doen. Tijdens een ceremonie wordt mijn aanwezigheid
steevast geapprecieerd, maar ik mag evenzeer langs de zijkant
een sigaret staan roken. Ik ervaar mijn niet-gelovig zijn zeker
niet als een tekortkoming.”
Schoonheidsvlek
Reeds
vijftien jaar en tot op vandaag werkt Steven voor Sunworld. “Eerst
op Belgische loonlijst, vandaag als zelfstandige met Sunworld
als mijn enige klant. Ik ben uitgeschreven in het Belgische bevolkingsregister
en ingeschreven in Indonesië. Het is en blijft een populaire
bestemming voor de Belgische toerist. Het eiland spreekt tot de
verbeelding en wordt geassocieerd met mystiek en romantiek. Voor
duikers biedt het een feeërieke onderwaterwereld en golfers
vinden er de mooiste greens. Een bountyeiland is het echter niet
en dat is misschien het grootste misverstand dat de ronde doet.
Wie enkel voor strandbeleving komt zal ontgoocheld zijn. Bali
is ook geen museum, de hindoecultuur is voor de bewoners dagdagelijkse
realiteit. De cultuur is ’s lands grootste troef. Elk dorpje
of desa heeft een eigen tempel. Religie speelt een belangrijke
rol in alle facetten van het leven. Het is geen show. In en rondom
Ubud kun je de rijke kunstvormen van Bali van nabij ervaren en
mogelijk kennis maken met onbekendere kunstvormen.
“Het meest fascinerende aan die cultuur is dat ze bruist
en evolueert. De Balinese cultuur heeft de kracht om nieuwe dingen
te absorberen in plaats van af te stoten, wat je merkt aan de
nieuw gebouwde tempels: niet alleen met mythologische taferelen,
maar ook met hedendaagse thema’s. Ondanks de clash tussen
culturen die in zekere zin aanwezig is, slaagt de bevolking erin
de cultuur aan te passen aan de verwachtingen van de moderne wereld.
Het mooiste wat je op Bali kan doen, is verloren rijden. Ik kan
dus geen favoriete plek aanwijzen, want voor mij is dat ieder
dorp waar men het lokale leven leidt en zijn ceremonies beleeft.
Of een onverwachte bocht, waarna je een ongelooflijk mooi uitzicht
krijgt. Het is onmogelijk te benoemen of in een reisgids aan te
bieden. Je moet dat meemaken. Laat je verrassen!”
Multicultureel
Bali kent een erg open en multiculturele samenleving. Stevens
schoonfamilie is het mooiste bewijs. “Mijn echtgenote heeft
twee zussen en een broer. Deze laatste is hindoe zoals zijzelf,
maar één van de zussen is gehuwd met Chinees-etnische
Indonesiër, woont in Jakarta en is katholiek. De andere trouwde
met een moslim en woont in Surabaya. Vaak wordt het geloof aangenomen
van één van de partners. Ook toen ik met Ayu huwde
werd de vraag gesteld. Omdat ik op Bali wou blijven stelde ik
voor zelf hindoe te worden. Maar er was helemaal geen druk en
het kan perfect dat ik haar geloof volg terwijl haar zussen dat
van hun echtgenoot belijden. Iedereen viert elkanders feestdagen,
niet dat wij meedoen aan de ramadan, maar we zullen ook niet voor
hun ogen eten.”
“Bali telt trouwens ook heel wat officiële feestdagen,
63 in totaal, weliswaar allemaal onbetaald. Zonder huwelijken
of crematies, waar je ook drie à vier dagen moet tellen.
Het is vaak moeilijk een bank of kantoor open te vinden. Er valt
elke dag wel iets te vieren. Elke gelegenheid is goed om de deuren
gesloten te houden. Aan bepaalde feestdagen ontsnapt niemand.
Het Balinees nieuwjaar, gekend als Nyepi of Dag van de Stilte,
is er één van. 24 uur lang valt het leven volledig
stil, mag niemand het huis verlaten en mag er zelfs geen licht
branden. Dat geldt evenzeer voor de hotels en hun gasten. Dit
volgt op een dag van festiviteiten en optochten met reuzenpoppen,
de Ogoh-ogoh, die stukgeslagen worden en waarbij boze geesten
op een symbolische wijze in zee geworpen worden. Vervolgens gaat
iedereen 24uur lang binnenzitten en wordt geloofd dat al het kwade
dat in zee zit Bali niet terug vindt omdat het eiland helemaal
stil en donker is. Het is een magnifieke dag, waaraan eenieder
moet deelnemen. Het is een mooi voorbeeld van de solidariteit
die op Bali gedijt, want gedurende die dag zullen ook de moslims
hun minaretten niet gebruiken.”
Hindoe in wording
“Ik mocht zelf ervaren dat een hindoehuwelijk een feest
is van rituelen. Het wordt drie dagen lang gevierd met een gigantisch
feest. 700 genodigden waren er, die van heinde en ver kwamen.
Het grote verschil met een Belgisch huwelijk is dat er amper alcohol
aan te pas komt. Uitgezonderd voor mijn vrienden en familie die
overkwamen. De Balinezen blijven ook niet lang, meestal is het
een beleefdheidsbezoekje van een half uur. Mijn echtgenote en
ikzelf zaten al die tijd op een uitgedoste troon en droegen gedurende
die drie dagen negen verschillende kostuums. Ik heb het echt ervaren
als een verwelkoming in de Balinese samenleving. Een erkenning
van de Balinezen en mijn schoonfamilie in het bijzonder dat ik
hier thuis hoor. Alleen al daardoor zal ik dat nooit vergeten.”
“Voor het huwelijk kon voltrokken worden, moest ik eerst
hindoe worden. Het Balinees hindoeïsme is een erg speciale
vorm van hindoeïsme en niet te vergelijken met dat in India.
Het is sterk verweven met enkele animistische levensopvattingen
die stammen uit de pre-hindoeïstische tijd. Tussen geboorte
en dood doorlopen Balinezen bovendien een aantal cycli die telkens
gepaard gaan met een ceremonie. Die heb ik allemaal op een drafje,
bij wijze van spreken, op één dag doorlopen. Onder
meer deze voor een pasgeboren kind en een kind dat op zes maanden
voor het eerst de grond raakt. Voorheen mag het de grond niet
raken omdat het al die tijd een god is. De eerste zes levensmaanden
wordt elke Balinees dus door iemand gedragen. Pas daarna wordt
het kind een mens en krijgt het een ‘mensennaam’,
in mijn geval Putu Bagus Narayana.”
“Dan was er de tandenvijling. Met deze rite, waarbij een
priester zes tanden, symbool voor zes gebreken, zonder verdoving
met een vijl bewerkt, wordt een jongere opgenomen in de wereld
van de volwassenen. Vergelijkbaar met de plechtige communie in
de katholieke kerk. De slechte karaktertrekken worden er dus door
verwijderd, maar tot op vandaag twijfel ik of dit ook echt geslaagd
is. Echt pijnlijk was het niet, maar dat komt misschien omdat
ik in aanloop allerlei dingen moest kauwen en drinken. Ik zal
hierdoor wel een beetje verdoofd geweest zijn.”
Reïncarnatiefilosofie
Voor
een Balinees zijn leven en dood verweven. Dat merk je aan een
begrafenisritueel. Ook dat is een soort van feest. Men rouwt in
familieverband om het heengaan, maar als na enkele dagen, weken
of zelfs maanden de crematie plaats vindt, is de rouwtijd in feite
voorbij. Er is natuurlijk verdriet, maar de reïncarnatiefilosofie
maakt van zo'n begrafenis veeleer een viering. De sfeer is feestelijk
en toch sereen. Het is een feest waarbij de ziel verder evolueert.
Het leven wordt er 24 uur op 24 uur gevierd, tot voorbij de dood.
Ook bij mezelf als ongelovige maakt dat toch iets los. Je staat
er heel discreet bij en begrijpt maar moeilijk waarom iedereen
lacht en danst. Het heeft iets van een circussfeer, waar je heel
vrolijk van wordt en wat toch een serieuze impact op je heeft.
Er zijn rijke crematies, waar op een heel bijzondere manier afscheid
wordt genomen van de mensen, maar ook minder rijke.”
“Je beleeft op een bijzondere manier de functie van zo’n
crematie, met name alles doen opdat de overledene de beste kansen
krijgt op een goede reïncarnatie of opname in het nirvana.
Ook dit is opnieuw een massa-evenement waarvoor de mensen van
heinde en ver afzakken. Ik stond er nog niet echt bij stil, maar
ik vermoed dat als ik hier kom te sterven, mijn schoonfamilie
mij een Balinese crematie zal geven. In België zou ik ook
voor crematie kiezen, maar dan vind ik de Balinese manier toch
minder afstandelijk. Het helpt ook om over iemands dood heen te
komen. Je ziet het stoffelijk overschot tot op het eind van nabij
en er wordt mee omgegaan alsof de persoon nog leeft. Ik ervaar
dat als erg warm en menselijk. De dood is geen taboe. De dood
is een verlossing, iets moois. Balinese hindoes geloven ook dat
de hel het nu is, hun leven op aarde. Dus slechter kan het aan
de andere kant nooit worden. Leven op Bali, de hel, stel je voor…
Wellicht ben ik echt slechts een mens in wording.”
|