Confrontatie
met ellende
“Onmiddellijk na het afronden van mijn studies ging ik in
Tunis aan de slag in diverse scholen. We waren toen al gehuwd
en hadden reeds een baby. Het was zoeken in den beginne waar we
ons zouden settelen. Na een jaar trokken we naar het stadje Medenine,
zo’n 480 km ten zuiden van de hoofdstad.
Het regionale hospitaal waar ik werkte, draineerde patiënten
van een regio bijna zo groot als België. Het was een erg
dunbevolkte regio, niet zo heel ver van de woestijn. In die periode
liet de Tunesische medische infrastructuur nog heel wat te wensen
over.”
“Ik zag er veel miserie, behandelde infectueuze pathologieën
en zag vele mensen sterven. Het was schokkend en de situaties
deden mij meermaals naar adem happen. Ik was een nog erg jonge
onervaren arts en de confrontatie met zoveel ellende viel mij
zwaar. Ik moest ook de taal leren en mij proberen in te leven
in de cultuur en de mentaliteit. Ik voelde me vaak machteloos
en incompetent. Vier jaar lang bleven we in Medenine. Deze ervaringen
spoorden mij aan om in Leuven reanimatie en anesthesie te studeren.
Ik wou beter gewapend zijn.”
Huisbezoeken
“Bij mijn terugkeer heb ik mij om puur familiale redenen
in Tunis als huisarts gevestigd. Eerst beoogde ik halftime te
werken in een staatshospitaal, maar als vreemdelinge kon ik enkel
voltijds werken, en dit zou heel moeilijk te combineren geweest
zijn met mijn gezinssituatie. Mijn beslissing om als huisarts
te werken, heb ik me nooit beklaagd. Het liet mij toe om mij in
het kosmopolitische Tunis vertrouwd te maken met mensen van allerlei
sociale statussen, mentaliteiten en religieuze overtuigingen.”
“De economische boom sinds de tweede helft van de jaren
tachtig trok heel wat internationale bedrijven naar de hoofdstad
Tunis aan. Ik kwam vaker in contact met expats en diplomaten die
al gauw tot mijn patiënten zouden behoren. Ik voelde me vlug
thuis in die expatwereld. Leven tussen een bont internationaal
gezelschap is nog steeds heel fijn en verrijkend.”
“Als typisch Belgische huisarts legde ik ook huisbezoeken
af. Dat is hier heel speciaal. Je komt zowat overal thuis, bij
mensen van allerlei allooi, culturen en nationaliteiten. Daarenboven
kent Tunesië dit Belgische gebruik niet. Zelfs heel wat patiënten
afkomstig van Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Scandinavië
vonden het fantastisch dat ik als dokter bij hen aan huis kwam.
Ook in hun land is die dienstverlening onbestaande”.
Arts
van ambassades

Solange is bovendien ook dokter van de Belgische ambassade in
Tunis. In die functie is ze niet enkel de arts van de diplomaten
en het personeel, dat meestal Belgen zijn, maar doet ze ook het
medisch onderzoek voor Tunesiërs die meer dan drie maanden
in België zullen verblijven. “Voor het bekomen van
zo’n visum moeten zij immers een medisch onderzoek ondergaan.
Mijn talenkennis is een enorme troef, wat maakt dat ik niet enkel
de arts van de Belgische en Nederlandse ambassade ben, maar omwille
van mijn kennis van het Engels ook van de Amerikaanse en Britse
diplomatieke posten. Het is echt een olievlek gebleken. Het begon
met een klein druppeltje en breidde zich in de loop der jaren
echt uit.”
Vandaag is de huisartsenactiviteit ietwat teruggeschroefd en vond
Solange een nieuwe uitdaging bij de Afrikaanse Ontwikkelingsbankgroep.
Het is zowat de kers op haar beroepstaart. “Het doet goed.
Ik doe het met veel enthousiasme. De missie van de Bank is de
bevordering van economische en sociale ontwikkeling in de Afrikaanse
lidstaten, met name via ‘zachte’ leningen en technische
assistentie. Sinds het uitbreken van de oorlog in Abidjan( Ivoorkust)
in 2003, is het hoofdkwartier gerelocaliseerd in Tunis. “Ik
werk er momenteel tijdelijk als medisch consulente. Het is een
organisatie met een groot draagvlak. Mijn engagement was al die
jaren, sinds de periode in het zuiden van Tunesië, blijven
jeuken Omdat ik een vrij beroep heb, hoef ik nog niet aan stoppen
te denken. Nu is de cirkel rond.”
Medische revolutie
Samen met haar job evolueerde ook Solanges tweede thuisland. “De
levensstandaard verhoogde fel, wat ik onder meer merkte aan de
opkomst van welvaartsziekten en afname van ziekten te wijten aan
armoede. Europese ziekten als hoge bloeddruk, diabetes, stress
en depressies deden hun intrede.
De gezondheidszorg staat op een zeer behoorlijk West-Europees
niveau en is betaalbaar voor de meerderheid van de bevolking.
President Bourguiba, de eerste na de onafhankelijkheid in 1957,
investeerde enorm in onderwijs en emancipatie van de vrouw, zijn
opvolger Ben Ali versterkte deze positieve keuzes.
“De medische revolutie in Tunesië is een feit. Met
12.000 ingeschreven artsen in de orde van geneesheren worden er
misschien zelfs wat te veel gevormd. De uitrustingen in privéklinieken
zijn enorm goed. Helemaal anders dan in mijn tijd in Medenine,
begin jaren zeventig, waar ik samenwerkte met Russische, Bulgaarse
en Tsjechische artsen. Vandaag is Tunesië een bestemming
voor medisch toerisme uit Europa en de Verenigde Staten. Patiënten
(vooral in het domein van de plastische chirurgie ) laten zich
hier ‘goedkoper’ verzorgen en koppelen er een herstelverblijf
in een luxehotel aan.”
Vrouwvriendelijke maatschappij
In de Arabo-Muzelmaanse wereld is Tunesië een voortrekker,
weet Solange. “Het is het enige moslimland dat polygamie
officieel verbiedt, wat op zich al vrouwvriendelijk is. Er werden
heel veel inspanningen geleverd voor de vrouw. Er leven en werken
als buitenlandse vrouw leverde mij nooit problemen op”.
Tunis is een mooie multiculturele stad, waar ’s lands moderne
hart klopt. Modern met een verleden. Ook die moderniteit is als
een olievlek. “Als arts annex vertrouwenspersoon hoorde
ik dat de mentaliteitsverandering voor sommigen heel snel ging.
Vooral in hun dagelijkse familiale leven. Voor mij was dit extra
boeiend. Ik bevind mij in een bevoorrechte positie, ik leef middenin
een grote familie tussen de lokale bevolking, maar mijn leven
is omgord door een internationaal randje. Mijn leven is echt compleet.”
“Tunesië heeft mijn hart gestolen. Ik heb het land,
de cultuur, de mentaliteit en de taal omarmd. Dit vraagt flexibiliteit
en een aanpassingsvermogen. Het was niet altijd even makkelijk,
zelfs niet als je zoals ik deel uit maakt van een Tunesische familie.”
Het
integratierecept
“Mijn
leven in Tunesië bepaalt ongetwijfeld mijn levensvisie, al
is het moeilijk in te schatten hoe. Ik heb amper een echt ijkpunt
omdat ik ondertussen al meer jaren doorbracht in Tunesië
dan in België. Door te leven in een andere cultuur denk je
wel minder zwart-wit, word je veel toleranter en leer je alles
zoveel beter relativeren. En geduld. Dat moet je hebben en cultiveren!”
“Ik heb uiteraard Arabisch geleerd. Als je je wilt integreren
is het een must. Ook familiaal vond ik dat belangrijk. Anders
sta je er toch wat buiten, ook al spreken ze allen Frans. Ik ben
zeker niet perfect Arabischsprekend, maar kan mij aardig uit de
slag trekken. De algemene kennis van het Frans in het land is
in die zin een handicap, want je hebt altijd een reservewiel,
waardoor je niet verplicht wordt de taal perfect te kennen. Met
een Vlaamse vriendin volgde ik literair en Tunesisch Arabisch.
Dat helpt om bepaalde uitdrukkingen, zinswendingen en nuances
in de juiste context te plaatsen. Daardoor kun je je soms perfect
verstaanbaar maken met één zin, één
woord zelfs.”
Brugse roots
En hoewel Solange in Tunis bekender is onder de naam Laroussi,
de naam van haar echtgenoot, is en blijft ze een Belgische die
trots is op haar roots, taal en dialect. “Nederlands is
tot op vandaag de taal waarin ik mij het beste uitdruk, waarin
ik nuances leg, de taal waarin ik denk ook. Met sommige Belgen
in Tunis kan ik zelfs echt Brugs spreken, een onbeschrijflijk
plezier is dat.”
“Thuis met onze kinderen heb ik altijd consequent Nederlands
gesproken. Dat was weinig evident omdat ik de enige was met wie
ze de taal konden spreken. Ik heb volgehouden en vandaag zijn
ze alledrie drietalig: Nederlands, Frans en Arabisch. Wat natuurlijk
geholpen heeft is het feit dat Arabisch en Nederlands gelijkaardige
keelklanken hebben, wat de uitspraak vergemakkelijkt. De kinderen
hebben wel een beetje een West-Vlaams accent!” Ook haar
filosofie om de wereld te ontdekken zette Solange voort op haar
kinderen. “Onze oudste dochter woont in Parijs, de zoon
woont en werkt in Brussel en onze jongste dochter studeert nog
in het Franse Toulouse.”
Koen Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 26/11/07