Sara
krijgt de kans om als kunstleerkracht naar Botswana te gaan. Ze
kan er lesgeven in een lokale gemeenschapsschool. Ze vertrekt,
barstensvol energie en wordt niet teleurgesteld! Alle verwachtingen
worden ingelost. Het verbaast haar enorm dat een land als Botswana
zoveel investeert in onderwijs! Ze werkt er met de beste materialen
en komt terecht tussen warme, ambitieuze mensen. De resultaten
van haar studenten liegen er dan ook niet om. Sterke, knappe prestaties
die vakkundig door een jury worden beoordeeld. Het jaar vliegt
voorbij.
Vanuit
haar Botswana-ervaring trekt Sara, tijdens een zomervakantie,
met een paardentrektocht naar Lesotho. Omdat wegen er op sommige
plaatsen zo goed als onbestaande zijn, is een paard hét
vervoermiddel bij uitstek. Ze ontdekt er een puur, onbedorven,
nog niet door het westen aangetast vredig bergland. Uniek in zijn
soort. Een overweldigende ervaring zo blijkt want amper terug
thuis in België droomt ze al van een tweede ontmoeting.
De
microbe heeft haar te pakken en ze gaat begeesterd op zoek naar
een job in Afrika. Via internet stoot ze op een openstaande vacature
‘kunstleerkracht voor lagere school in … jawel, Lesotho!
Diegenen die nu nog zouden twijfelen, toeval bestaat niet! Sara
stelt haar kandidatuur en wordt prompt aangenomen. Ondertussen
woont en werkt ze al zo’n 2 jaar in Maseru/Lesotho.
Afgelopen zomer was Sara in België en had ik een hartverwarmend
gesprek met haar.
Kingdom
of Lesotho
Ik moet bekennen, Lesotho was voor mij een blinde vlek. Dat het
landje geprangd ligt in het grote Zuid Afrika wist ik nog wel.
Ook zijn klimaat van droge, koude winters en hete natte zomers
was me niet onbekend. Tot hier mijn kennis. Ik vraag me dan ook
af wat een jonge vrouw bezielt om van een dergelijk land haar
thuisplek te maken? Sara grinnikt en begrijpt mijn vraag. “Lesotho
is niet echt zo bekend, laat staan een populaire (vakantie)plek.
Maar het is net de onbedorvenheid en puurheid van het land, de
natuur, de rijke cultuur en religie die maakten dat ik geen seconde
aarzelde om naar hier te komen”. Vol bewondering luister
ik naar haar fascinerende geschiedenisles. Moeiteloos en met passie
weet ze alles plastisch te verwoorden. Spontaan ontrolt zich op
mijn netvlies het beeld van een uitgestrekt berglandschap met
één sterke krijger: Moshoeshoe, dé belangrijkste
figuur die dit landje ooit kende. “Moshoeshoe was dé
stichter en grote leider van het toenmalige Basutoland, dé
eerste democratische leider van Afrika (en ver daarbuiten). Hij
versloeg zijn vijanden, naburige stammen waaronder de Zulu’s,
door puur diplomatisch bewind. Omringende clans bracht hij vreedzaam
samen. Victory lies in peace, not in war was zijn slogan. Voor
die tijd, 18de eeuw, toch wel vernieuwend. Hij zocht en vond een
positieve synergie in het verenigen van verschillende culturen.
Onder zijn invloed kwamen ook de missionarissen naar Basutoland.
Ze brachten niet alleen kennis, boeken en nieuwe technologieën
mee. Ook het katholicisme deed er zijn intrede. Breeddenkend en
openstaand voor andere culturen bezocht Moshoeshoe regelmatig
deze Christelijke vieringen zonder zijn eigen geloof als minderwaardig
te beschouwen. Ook de strijd tegen het analfabetisme ging hij
niet uit de weg, en met succes. Hoewel Moshoeshoe al meer dan
een eeuw dood is (hij leefde van 1786 tot 1870) moet gezegd dat
over zijn uitzonderlijk leiderschap nog steeds de meest uiteenlopende
verhalen de ronde doen. Over één ding is men het
unaniem eens: moest Afrika zijn levensvisie verder uitdragen,
in zijn kielzog verder gaan, dan zouden alle Afrikaanse landen
vreedzamer samenleven!”
Het
monster dat AIDS heet
Sara’s stem krijgt een andere intonatie wanneer ze het heeft
over de levensverwachting van de huidige bevolking. Die ziet er
verre van rooskleurig uit. “Ook in Lesotho deed aids zijn
intrede. Armoede dwingt de mannelijke bevolking uit werken te
gaan in het omringende Zuid-Afrika. Ze zijn soms maanden van huis,
bezoeken prostituees en brengen zo deze ziekte mee naar huis.
Schrijnend als je weet dat de gemiddelde leeftijd van een vrouw
37 is en die van een man amper 34. Dramatisch omdat er nog steeds
een groot taboe rust op de ziekte.” Sara zwijgt even maar
klinkt terug strijdlustig wanneer ze zegt dat via de scholen anti
aids-campagnes werden opgestart en men daarmee de jongeren meer
bewustzijn voor dit ‘probleem’ tracht bij te brengen.
“Onlangs opende een nieuwe kliniek voor aids-patiëntjes
de deuren. Samen met mijn leerlingen maakte ik schilderwerken
opdat de ruimten minder klinisch, minder koud zouden aanvoelen.
Op deze manier tracht ik de jongeren zin voor altruïsme bij
te brengen. Uiteindelijk worden zij ooit de nieuwe leiders van
dit land! Alle beetjes helpen”.
Ze heeft overschot van gelijk, alleen weet niet iedereen zijn
werk, zijn passie om te buigen en te gebruiken voor sociale doeleinden.Het
is misschien een druppel op een hete plaat maar de intentie kan
tellen! “Weet je, het is zo inspirerend en confronterend
tegelijk te weten dat deze mensen, ondanks alles, zo positief
in het leven en tegenover hun toekomst staan. Ze geloven in een
hogere kracht en zijn vrij gerust in hun bestaan”.

Kunst & Religie
Ik wil het heel graag met Sara hebben over kunst. Net als ‘Afrika’
is ‘kunst’ immers een constante in haar leven. Ze
schildert, maakt linosneden maar is bovenal een gedreven beeldhouwster.
Haar mooi gesculpteerde levensgrote terracotta-hoofden zijn haar
handelsmerk.
Hoe voelt ze zich als kunstenares in Lesotho en wat is haar grote
inspiratiebron, vraag ik haar, maar ze wimpelt lachend het woord
kunstenares weg. “Ik ben gefascineerd door de mooie morfologie
van de Afrikaanse man/vrouw in de straat. Altijd al geweest. Gewoon
wandelend door de hoofdstraat zie ik ontelbare ‘modellen’
de revue passeren. En neen, ze staan niet huiverachtig om voor
mij te poseren. Ze voelen zich eerder vereerd! Met mijn studenten,
ik geef les aan een internationale school waar 80 % van de jongeren
Basutho zijn, tracht ik via sterke projecten het beste in hen
naar boven te halen. En het moet gezegd, hun werken zijn mooi,
creatief, eerlijk en onbedorven. Ze zijn leergierig en ambitieus
en dat maakt mijn werk zo dankbaar. Ze beseffen maar al te goed
dat ‘schoollopen’ een voorrecht is. Ook met de ouders
is er een goed contact. Op ouderavonden voel je een grote betrokkenheid.
Waar ze bijzonder goed in zijn, is het Engels! Hoewel de lokale
taal het Sesotho is hebben ze zich de Engelse taal zo eigen gemaakt
dat ze zelfs vlot in staat zijn een gedicht te schrijven. Heel
inspirerend. Hun poëzie is gebaseerd op improvisatie en stamt
af van hun herderscultuur. Het ritmische in hun gedichten is indrukwekkend.
De sterke kadans dat ze in zich dragen vindt zijn oorsprong in
de nationale koortraditie en samenzang dat het land kent. Ik hoorde
ooit een meisje zingen waarop plots tientallen donkere warme stemmen
invielen. Een kippenvelmoment. Weet je, en dat geldt voor alle
kunsttakken: je moet de smaak voor kunst ervaren, wil je enigszins
kans op slagen hebben bij het creëren”.
Ik had het niet mooier kunnen formuleren. Het klopt als een bus.
Kunst adem je in, toont zich in het alledaagse werk, als je er
oog voor hebt tenminste.
“De rijkdom aan verschillende culturen, hier in Lesotho
aanwezig, heb ik gulzig tot mij genomen. Er zijn ook mijn Indische
collega’s, mijn studenten én het geloof! Ik heb mij
goed en bewust geïntegreerd in deze maatschappij. Ik heb
me zelfs aangesloten bij een kerkgemeenschap. Zo levendig dat
deze vieringen eraan toegaan, je kan je dat gewoon niet voorstellen”.
Peinzend gaat ze verder: “Ik voel me wat onwennig om over
mijn geloof te praten. Europeanen zijn heel sceptisch en negatief
over alles wat met religie te maken heeft. Mijn interesse groeide
eerder uit antropologisch oogpunt. Het interesseert mij enorm
waar mensen in geloven en hoe ze hun spirituele beleving uiten.
In Lesotho (of Botswana) naar de kerk gaan, vaak gewoon in open
lucht, is een totaalspektakel: zang, dans, bezinning, het maakt
de afstand tussen de mensen kleiner. Heel raar en best wel grappig,
maar ik herontdekte de bijbel als een fantastisch waardevol boek.
Grappig dat dit in Afrika moest gebeuren”.
Of deze vieringen traditiegetrouw in de lokale taal en ook op
een zondag doorgaan, wil ik weten.
“Op zondagvoormiddag gaan er meerdere vieringen door, zowel
in de lokale taal als in het Engels. Gelukkig maar”. Mijmerend
gaat ze verder: “Op zondag trek ik soms de bergen in en
zie de kinderen die op andere dagen nonchalant in de modder spelen,
piekfijn uitgedost op weg naar de kerk. Schattig.”

Een leven in Afrika?
Sara heeft zo’n aura over zich dat doet vermoeden dat het
voor haar makkelijk aarden was in Lesotho. En of, zo blijkt. “Soms
boezemt een bezoek aan België me wel angst in. Zal ik nog
passen in deze gemeenschap? Gaan vrienden me niet beschouwen als
een ‘indringer’? Mijn leven ligt niet meer alleen
in België. Ik probeer echter mijn sterke roots te onderhouden
en met het internet is dat nu een stuk makkelijker. Sinds ik in
het buitenland werk heb ik me ook wel aangesloten bij de DOSZ,
een appeltje voor de dorst zeg maar wanneer ik ooit beslis terug
te keren. In Lesotho ontdekte ik lang vergeten waarden waaraan
ik vroeger amper aandacht schonk: de natuur en religie! Ik heb
de afgelopen 2 jaar al zoveel van deze mensen en hun way of life
geleerd dat er een echte wisselwerking ontstond. Ik denk dan ook
dat ik Afrika méér nodig heb dan Afrika mij! Ik
voel me goed hier. Ik heb er mezelf gevonden en ondanks de nabijheid
van Zuid-Afrika bespeur je hier geen apartheidssfeer.” Sara
mijmert verder en wil, wanneer haar contract in Lesotho ten einde
loopt, andere Afrikaanse horizonten verkennen en ontdekken. Kongo
bijvoorbeeld…
Haar
motto ‘Als je echt iets wil, dan lukt het ook’ brengt
haar ongetwijfeld nog naar boeiende plekken.
Inge
Roggeman
Publicatiedatum: 12/12/06