“Omdat
het beroep van mijn echtgenoot niet exporteerbaar is en ik qua
opleiding en beroepservaring flexibeler was, volgde ik hem naar
Londen. Michael is barrister wat staat voor een gespecialiseerde
advocaat die pleit (met een pruik in de rechtszaal), in Michael’s
geval is eigendomrecht zijn specialisatie .’” Sabine
emigreerde maar moest niet uit de Vlaamse klei getrokken worden.
Ze had al enkele grensoverschrijdende ervaringen achter de rug.
Na universitaire studies in Leuven werkte ze eerst in een recyclagebedrijf
in Parijs. Nadien volgde een MBA aan INSEAD, de bekende managementschool
in Fontainebleau. Ze bleef hangen in de recyclage, in Keulen en
Leipzig dit maal. De job was ok, maar het leven in Keulen was
ontnuchterend.
“Laat dit gesprek enkel over Keulen gaan en mijn toon zou
heel anders zijn. Buiten de weihnachtsmarkt heeft de stad voor
mij bitterweinig te bieden. Ik was er uitgekeken en wilde naar
een mooie stad want het leven is meer dan alleen werken.”
Terug naar Parijs dus waar Sabine aan de slag ging bij Schneider
Electric. Toen Michael haar enkele jaren later ten huwelijk vroeg,
wist ze wat dat inhield. Voortaan zou ze over Het Kanaal wonen.
Wonderboy Tyler Brûlé
Sabine was thuis in Parijs en is vandaag thuis in Londen. Ze flirtte
nog even met de recyclagesector om schoorvoetend een nieuwe weg
in te slaan. Via haar INSEAD-netwerk kwam ze in contact met Tyler
Brûlé, eigenaar van Winkreative. “Hij wierf
mij aan als financieel directeur van de groep, waartoe ook (het
destijds embryonale) Monocle behoort. Er opende zich een volledig
nieuwe, creatieve wereld. Vandaag staat werken gelijk aan passie.
Werken naast zo’n gedreven geest als Tyler is immers erg
motiverend.”
Met Wallpaper* maakte deze in Londen residerende Canadese journalist
het meest spraakmakende magazine van de jaren ’90. “In
2002 verkocht hij zijn toonaangevende bijbel van mooie dingen
aan het mediaconglomeraat Time Inc., maar bleef wel de redactie
leiden. Tot hij besloot om er volledig uit te stappen en zich
op zijn creatief bureau Winkreative richtte. Met merken als Swiss,
Puma, Gucci en Prada in de portfolio bleek ook dat een schot in
de roos. Al die tijd bleef hij in stilte dromen van een nieuw
format. Monocle groeide in zijn gedachten.”
“Op een zomerse dag in 2005 riep Tyler ons bijeen voor een
staff meeting. Hij ontvouwde zijn plannen. In eerste instantie
dacht ik: Er zijn er al zoveel tijdschriften en er is zo weinig
tijd om te lezen. Waarom op een nieuw magazine broeden? Op veertig
minuten hielp hij ons echter door onze aarzelingen. In koor dachten
we ‘We want to be part of it’. Een nieuw magazine
creëren bleek een fantastisch avontuur. Vandaag vult Monocle
een gat in de markt tussen The Economist, The Financial Times
en de vele Vanity Fairs. Monocle ambieert hét blad voor
de moderne en vooral globale mens te zijn, dus als uitgeweken
landgenoot ook voor de lezers van uw blad.”
Monocle
Monocle is een magazine voor de nieuwe wereldburger, waarvan Brûlé
erelid zou kunnen zijn en Sabine het gedachtegoed in de armen
sluit. “Het VIW-publiek is ook ons publiek: mensen met verschillende
residenties die veel reizen, in een ander land werken als ze wonen,…
kortom een groeiende groep die internationaal denkt, reist en
leeft. En hoewel ik zelf nog maar een klein stukje van de wereld
zag, kan ik er mij mee identificeren.”
“Monocle verschijnt op 150.000 exemplaren in 50 landen.
Voor de redactie is het een uitdaging om issues te brengen die
je bijvoorbeeld als Parisien in Parijs onbekend zijn. We zoeken
minder evidente onderwerpen met vaak een link naar levenskwaliteit
en brengen topics die ons wereldwijd netwerk weten te bekoren.
Met de rubrieken global affairs, business en culture & design
zitten we erg dicht op de huid van de globetrotter. Monocle inspireert,
informeert en integreert door dieptereportages. We brengen het
echte, soms verborgen, leven met aandacht voor het hogere aspiratieniveau.
Plaats voor celebrities is er niet.”
De lezers zijn laaiend enthousiast en Sabine en co leven zelf
op een wolk. Tussen haar collega’s die gepokt en gemazeld
zijn in kranten en tijdschriften, is onze landgenote het buitenbeentje.
“Het is een uitdaging om binnen het team één
van de enige niet-creatieve jobs te hebben. Een voordeel is ook
dat ik toetrad met weinig media-ervaring, wat me toe laat alles
in vraag te stellen. Ik breng de dromers die hoog vliegen in consensus
down to earth met de naakte cijfers –altijd in goede samenwerking.
We leggen de lat zeer hoog, maar met realistische middelen.
Parijs versus Londen
“Mijn Parijse vriendenkring was erg internationaal door
het MBA-programma. Wellicht is het anders als je samenwoont met
een Fransman. Daarom is mijn kijk op Londen zo subjectief. Ben
je gehuwd met Engelsman zoals ik, dan ben je sowieso beter ingeburgerd
in de maatschappij, cultuur, omgeving, levensstijl,… Tijdens
het voorstellen van Michael aan mijn Belgische vrienden in Londen
zeiden ze allen: ‘Finally we meet a real Englishman’.
En dan moet je weten dat zij er al vijf jaar woonden. Londen is
een enorme aantrekkingspool, maar Belgen vertoeven er vaak noodgedwongen
in expatkringen.”
“Parijs of Londen, wat ik prefereer is moeilijk te zeggen
want het is een totaal andere levensstijl. Wij wonen in het centrum
van Londen en ik woonde centraal in Parijs. In Parijs heb je het
café om de hoek waar je nog een authentieke koffie met
croissant of een glas wijn kan krijgen. In Londen heb je enkel
Coffee Republic, Starbucks en andere onpersoonlijke nonsens. De
nieuwe Pain Quotidien wordt beslist een aanwinst voor de Kings
Road. Qua mentaliteit is Parijs een groot dorp, waar je nog een
babbeltje kan slaan met de barman, maar niet in de zin dat je
je buur kent. Die kennen we in Londen veel beter. De Parisien
spreekt verbloemend en heeft een hoge dunk van zichzelf terwijl
een Engelsman het understatement en de tongue in cheek hoog in
het vaandel houdt. Dan is een Belg toch makkelijker in de omgang”,
lacht Sabine.
“Elke stad vergelijk ik graag met het straatbeeld dat de
stad voor mji bracht In Keulen zie je grote mannen in een pak
dat niet 100% past en een haartooi inclusief snorrebaard die allesbehalve
trendy of stijlvol is. Al moet ik toegeven dat het kiekje in München
er helemaal anders kan uitzien. Een Parisienne ziet er superelegant
uit en in Londen heb je letterlijk een kleurrijke mix: tienermeisjes
en iets ouder lopen er in putje winter met een diepe décolleté,
sandalen en overgeprononceerde make-up. Ik ervaar het als een
vorm van rebellisme tegen de traditionele Britse stijfheid.”
Gevoeligheden
“Elke stad heeft voor- en nadelen waarmee je leert leven.
Ik kom graag naar België. Door afstand te nemen, herken je
de kwaliteiten beter. Echt terugkomen naar België is niet
aan de orde. Een mogelijke reden wordt het onderwijs: hoog qua
niveau en kosteloos. In Engeland schipper je tussen privé-
en staatsscholen. Het ene is erg duur en bij het andere ben je
allerminst zeker van de kwaliteit. Ik weet niet of ik wil dat
mijn zoon naar een school gaat waar het belangrijk is wat papa
doet. Er zijn wel enkele prima staatsscholen in Londen maar met
lange wachttijden. Raphaël is nog geen jaar oud en we zijn
reeds een eerste school gaan bezoeken.
“Met Raphaël proberen we twee talen te spreken. Michael
Engels en ik Nederlands. Soms is het moeilijk om Michael niet
buiten te sluiten. Dan heb ik de behoefte om alles onmiddellijk
te vertalen, wat misschien gaat verwarren voor de kleine spruit.
Zelf ben ik Nederlandstalig opgevoed en mijn ouders spraken Frans
onder elkaar als ik iets niet horen mocht: wanneer bijvoorbeeld
de zware beslissing van de bedtijd genomen werd. ‘On va
dormir’ zeiden ze onder elkaar. Als ik drie was antwoordde
ik reeds: ‘niet te dormiren’. Dat is de beste manier
om een taal te leren. Voor Raphaël vinden Michael en ik het
belangrijk dat hij een tweetalige opvoeding krijgt, openstaat
voor de Vlaamse cultuur en Belgische vriendjes heeft.”
“Ik blijf verbaasd als mensen, die horen dat ik ‘Dutch’
spreek, aannemen dat ik Nederlandse ben. ‘Anders zou ik
toch Vlaams spreken?’, zie je ze denken. Dan moet je uitleggen
dat Vlaams zelfs geen taal is. Of heb jij al een Vlaamse woordenboek
gezien? Het Belg zijn bestaat voor mij nog. In Londen ben ik Belg
en België ben ik Roeselarenaar. En op beide ben ik trots.”
In
hogere versnelling
Ons land heeft zoveel te bieden en dat verkondig ik iedereen die
het horen wil. Ik kijk echt uit naar onze Belgische shoppingtrips.
Komen we met de wagen, dan laden we deze overvol met lekkernijen
en delicatessen waarmee ik gasten tijdens een diner kan verwennen.
In Londonse shops zoals Harrods kan je wel foie gras kopen, maar
deze van mevrouw Van Ackere in Rumbeke staat nog een trap hoger
en is minder duur. Soms nemen we ook verse producten van Engeland
mee naar Belgie. Michael gaat daags voor een bezoek aan België
wel eens vissen en met een beetje geluk eten we dan verse forel
met Belgische vrienden en familie.”
Hard werken in de week en zich terug te trekken op het platteland
tijdens de weekends. Daar houdt Sabine wel van. “Londen
is zeer aangenaam met een overaanbod aan alles, behalve aan tijd.
Ik leef sneller dan ik ooit in België zou geleefd hebben.
Er is minder tijd om een rustig avondje door te brengen. En hoewel
ik zowel in Londen woon als werk ben ik ’s ochtends en ’s
avonds een half uur onder weg. Ik heb wel het geluk te kunnen
fietsen. Het spaart in tijd en fitness. Wij wonen in het zuidwesten
nabij Kings Road en ik werk noordelijk in Marylebone. Tweemaal
daags kruis ik Hyde Park en dat is leuk en veilig fietsen. Een
goed begin en einde van de dag. De fietstocht maakt me wakker
en leerde me links te rijden in Londen.”
“Onze woonplaats is Londen, maar ik associeerde ‘home’,
wat in het Engels zowel huis als thuis betekent, heel lang met
België. Na vier jaar ben ik er wel over. België is thuis
en Londen is thuis. Maar, als ik morgen een mooi jobaanbod krijg
uit New York, zal ik het niet aannemen. Ons zoontje kan nergens
beter opgroeien dan in Europa. Was ik vandaag 26 in plaats van
36, dan trok ik wel naar China.”
Koen Van der
Schaeghe
Publicatiedatum:
10/07/07