
OOSTENDS VOETBALDIER RUDY BENTHEIN TERUG UIT
JAPAN
”IK WERD MET ALLE ÉGARDS BEHANDELD”
Sommigen beginnen op erg jonge leeftijd aan een buitenlands
avontuur. Anderen rollen er op oudere leeftijd in. Voetbalcoach
Rudy Benthein behoort tot de tweede groep. Via The Japan Exchange
and Teaching (JET) Programme arriveerde hij als 47-jarige in het
land van de rijzende zon. Hij zou er vijf jaar blijven. Vandaag
is hij terug in Oostende. Niet alleen, maar met zijn Japanse echtgenote
Julia. Over deze unieke en intense periode zou hij een novelle kunnen
schrijven, maar hield het voorlopig bij een gesprek met VIW.
Het
JET-programme, dat in 1987 ontstond, is vandaag wereldwijd één
van de grootste uitwisselingsprojecten. De oorspronkelijke betrachting
beperkte zich tot taaleducatie. “Dat bleef echter niet zo
eng opgevat, zodat anno 2000 ook sportleraars deelnamen om sporten
te promoten in Japan. Bovendien was ik zogezegd te oud, maar mijn
ervaring bleek doorslaggevend. Zo belandde ik in de zuidelijk
gelegen Japanse stad Kochi, vooral bekend van Sakomoto, de grondlegger
van Japan.”
De Oostendenaar die van loopbaanonderbreking genoot en zelf geen
onaardig voetballer was, ging er aan de slag als hoofdtrainer
voetbal in de publieke school van Kochi City, de stad waar ook
zijn latere echtgenote werkte. “Ik ging de uitdaging aanvankelijk
aan voor zes maanden, maar dat werden twee jaar. Ik kende het
geluk om in het lager middelbaar kampioen te spelen en werd het
jaar erop overgeplaatst naar het hoger middelbaar.” Ook
daar mocht de Oostendenaar zich verheugen op succes. Van toeval
kon je nog moeilijk spreken.
SCHOOL ALS OPVOEDINGSINSTITUUT
Een trainersfunctie in Japan wordt fors anders ingevuld dan in
Europa. “Buitenschoolse activiteiten bestaan amper in Japan.
Alles is verbonden aan de school. Ook sport, wat er overigens
heel hoog staat aangeschreven. Iedere leerling sport elke dag
minstens één uur tijdens de lessen en als deze om
15u20 aflopen, worden de jongeren amper een half uur later verwacht
om te vertrekken naar het sportplein. Om 16u is iedereen óf
sportief óf cultureel actief: dans, kalligrafie, judo,
fotografie,... Idem ’s ochtends, voor de lessen. 750 jongens
had ik onder mij, allen kregen ze een tennisballetje waarmee ze
een uur lang jongleerden. Ze geven zich honderd procent. Altijd!
Het is een volk van discipline en hard werken, dat zie je ook
op het veld.” “Hoewel de ouderlijke autoriteit zeer
hoog staat aangeschreven, sta je als ouder amper in voor de opvoeding
van je kinderen. Dit maakt integraal deel uit van het schoolgebeuren.
Het onderwijs heeft er ook nog een andere status. Welk aanzien
heeft een onderwijzer in West-Europa nog? Het gaat zelfs zo ver
dat ouders van piepjonge onderwijzers uit eerbied zullen buigen
voor hun zoon of dochter. Het was een buitengewone ervaring om
te mógen werken aan dit aspect van de Japanse samenleving.”
HET
LAND VAN DE RIJZENDE VOETBAL
Rudy ziet er allesbehalve uit als een Japanner, maar dat hij er
veel tijd heeft doorgebracht, voel je. De Japanse cultuur zit
in en rond hem. “Moest ik midden de twintig zijn, ik vertrok
zeker naar Japan om er enkele decennia te werken. In die zin ben
ik dus te laat, maar voordien kreeg niemand die kans. Dat moet
ik mij dus niet verwijten. Ik was de eerste Belgische trainer
in Japan.”
Een trainer in maatpak zal Rudy nooit worden. Rudy’s actieve
leven speelt zich af langs en binnen de lijnen van een voetbalveld.
Nochtans was voetbal voor de meeste Japanners tot tien jaar geleden
geheel irrelevant. De recente ontplooiing hangt nauw samen met
de invoering van de J-League oftewel de Japanse profcompetitie
in 1993. Daarnaast luidde de organisatie van het WK in 2002, samen
met Zuid-Korea, een enorme groei van de populariteit in. Japan
toonde de wereld dat het een voetballand in opkomst is.
Als trainer had Rudy er een luxejob. “Ik moest me enkel
bezighouden met de veldtrainingen. Papierwerk was er niet bij,
zelfs scouten niet. Dat werd allemaal voor mij gedaan. Als trainer
had ik enkel maar naar de video te kijken, met de uitgeschreven
fases als leidraad. Er heerst zoveel respect voor de coach. Ik
werd er echt op een voetstuk geplaatst. Ouders kwamen naar mij
toe om te zeggen: ‘Dank dat mijn zoon bij uw club mag trainen.’
Zie je ze dat in België al doen? Vader durft ook wel eens
te vragen of hun zoon al dan niet voldoende goed traint. Maar
nooit onmiddellijk voor of na de wedstrijd, eerder enkele dagen
erna. Voor en na de wedstrijd groeten spelers coaches en spelers
van de andere ploeg als uiting van respect.
“Het enige wat tegenvalt zijn de uitwedstrijden. Ik heb
veel gezien natuurlijk: Osaka, Kobe, Hiroshima, Tokyo,... Maar
de tijd die je wacht op een verbinding of het transport zelf,
beschouwen Japanners al vrije tijd. Ook als je 14 uur op de bus
of 6 uur op de trein zit. Dat zag ik wel anders natuurlijk”,
bekent Rudy lachend.
In tegenstelling tot Belgische trainers en voetballers, genieten
Nederlandse spelers en coaches veel meer respect over de grenzen
heen. Raymond Goethals en Eric Gerets zijn uitzonderingen. “We
ontbreken dan wel die sterke merknaam, in Japan behoren enkele
van onze spelers toch tot het collectieve voetbalgeheugen: Marc
Wilmots, wiens goal tegen Brazilië onterecht werd afgekeurd
op het WK in Japan, doelman Preud’Homme ook, maar veruit
de populairste is Enzo Scifo. Vele Japanners volgden zijn hele
carrière omdat hij technisch uitmuntend was. Verschillende
videobanden hebben ze van hem... het is ongelooflijk hoe ze eraan
geraken. Ze vroegen mij wel eens waar hij momenteel speelt, terwijl
hij al lang op spelerspensioen is.”
ACT
AS A JAPANESE
In Japan werd Rudy echt overgeleverd aan tradities: “Je
wordt geconfronteerd met opvallende verschillen, waarvan de taal
er slechts één is. Vaak werden wij uitgenodigd op
restaurant en nooit mocht ik mijn geld bovenhalen. When you’re
in Japan, act as a Japanese. Als gast mag je niet betalen. Je
werkt in een heel ander referentiekader en het is toch echt wel
aanpassen aan de andere normen en waarden. Ik ontving een budget
van de school, ongeveer 5 miljoen yen ofte 36.000 euro. Ik moest
maken dat dit tegen het einde van het jaar op was. Dat was makkelijker
gezegd dan gedaan, te meer als je weet dat ouders iedere maand
nog 2.000 yen bijleggen. Ik werd verondersteld uitgebreid te dineren
met mijn collega-coaches van de tegenstander. Een officiële
wedstrijd werd ook niet betaald door de school. De bus werd ter
beschikking gesteld, maar de ouders betalen de verplaatsing en
het hotel. Zo goed als al het geld dat de ouders verdienen, gaat
naar de opvoeding van hun kroost.”
“De Japanse cultuur beviel me echt, alleen al het groeten.
Een man van 85 die diep voor je buigt… dat betekent wat
hoor. Op zekere dag stond de gouverneur van Ishikawa, waartoe
Kanazawa behoort, naast me. We bogen, maar kenden elkaar niet.
We zouden de beste vrienden worden.”
In Kochi leerde Rudy zijn echtgenote kennen waarmee hij in 2002
in Oostende in het huwelijksbootje stapte. Zijn contract in de
zuidelijke Japanse stad was intussen afgelopen. “Op een
dag kreeg ik telefoon van Dr. Asano, een Japanse kennis, en hij
vroeg ik geen trainer wou zijn in Kanazawa, in het noorden van
Japan. Het voorstel was erg lucratief, ik moest al hoofdtrainer
zijn van een goede Belgische eersteklasser om dat te evenaren.
Hij wist mij te overtuigen om mijn verblijf en job als jeugdvoetbaltrainer
in Japan met drie jaar te verlengen en te verhuizen van het warme
zuiden naar het koude noorden. Professioneel ging het me voor
de wind, maar Julia kon niet echt aarden aan het extreme klimaat.”
OPTIE VAN TERUGKEER IS REËEL
“Ik had opnieuw een aanbod voor drie jaar op zak, maar Julia
wou niet langer blijven. Zij wilde weg uit de stad, waar gedurende
drie maanden de sneeuw tot aan de knieën stond. Het is eens
wat anders... niet terugkeren naar Vlaanderen ondanks, maar omwille
van het weer. In Kochi was dat geen factor. In januari is het
daar nog 18 à 19 °C en alle dagen zon. En in de zomermaanden
mag je daar nog twintig graden bijtellen. Vele kinderen, onder
meer mijn vrouw, hebben daar nooit sneeuw gezien. Wij zijn dus
enerzijds om klimatologische redenen terug in Oostende, maar ook
het financiële en dan speelde vooral het veiligstellen van
het pensioen een rol. Ik verdiende in Japan mooi geld, maar je
leeft er ook naar. Je moet dus rekening houden met de toekomst.
Als buitenlander in Japan moet je er twintig jaar werken om toegang
te krijgen tot hun pensioensysteem. Ik zit tussen twee vuren.
Ik kan terug want het contract ligt klaar. Ik weet intussen ook
wat ik moet bijvragen om er aan mijn pensioen te geraken, maar
dan wordt het zo goed als onbetaalbaar voor de Japanners”,
weet de West-Vlaming.
TERUG IN OOSTENDE
Als ik vraag waar hij het moeilijk mee had, antwoordt de huidige
personal trainer en hoofdscout van een vierdeklasser vastberaden:
“Alles achterlaten. Mensen verlaten hun stad om te vertrekken
naar het buitenland, wat moeilijk is. Maar terugkeren is zo mogelijk
nog moeilijker. Op de terugreis naar Europa voelde ik me wat vreemd,
maar Julia legde mooie argumenten voor om terug te komen. Als
trainer denk je niet altijd aan later. Je staat op het veld, bouwt
iets op, boekt mooie resultaten, maar die sociale zaken spelen
vanzelfsprekend ook een rol. Ik sluit niets uit, maar moet eerst
maken dat mijn sociaal stelsel ok is.”
“Rudy Benthein droeg zijn steentje bij om Oostende op de
Japanse wereldkaart te krijgen. Ik heb Oostende altijd in mijn
hart gedragen. In Kanazawa hielden Julia en ik een fototentoonstelling
over de stad. We steunen ook actief Belgian Samurai, een Belgisch-Japanse
groep die sportieve uitwisseling stimuleert. Julia heeft intussen
ook een toeristische website ontworpen, waarmee ze Oostende en
België wil bekend maken bij haar landgenoten. Oostende is
in positieve zin veranderd. Ik voel me hier opnieuw thuis, dankzij
de familie en mijn collega’s bij de Stad Oostende. De gebreken
die ik zie, associeer ik niet met de stad, maar met de mensen.
Mensen lachen zo weinig en schelden zoveel. In Japan ligt geen
papiertje op de grond. Oostende staat vol vuilnisbakken, maar
het straat ligt ook nog vol. Ik voelde mij ontworteld en een vreemde
in eigen stad. Daarom heb ik de stad opnieuw verkend. Met de fiets.
Dat was met de vele eenrichtingsstraten geen overbodige luxe”,
lacht Rudy.
Koen
Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 18/10/06
|