
RECHTER KOEN LENAERTS BEZIT EUROPESE MICROBE
BELG BIJ HET HOOGSTE EUROPESE RECHTSCOLLEGE
Eind 2004 . De omgeving van het Luxemburgse Kirchberg blaakt onder een fris najaarszonnetje. Sinds 1989 werkt hier baron Koen Lenaerts. Hier is het Europees Hof van Justitie (in ruime zin) enKirchberg is gekend als het Europese kwartier van Luxemburg. Veertien jaar lang zetelde Lenaerts als Belgisch rechter bij het Gerecht van Eerste Aanleg. Een functie die hij uitoefende tot 6 oktober 2003, de dag waarop hij het statige blauw inruilde voor het gezaguitdragende kardinaalrood. Lenaerts promoveerde naar het eigenlijke Hof van Justitie (in strikte zin), het hoogste Europese rechtscollege, vergelijkbaar met het Amerikaanse Supreme Court. Hij volgde in deze functie oud-minister Melchior Wathelet op. Lenaerts heeft niet het imago van een schriftgeleerde maar straalt een zonnige levenshouding uit en prijst zich op zijn vijftigste een gelukkig mens te zijn. Hij verdeelt zijn hartstocht tussen het Europese recht, zijn echtgenote en hun zes (!) dochters: een zoektocht naar eenheid in verscheidenheid, zowel binnen Europa als binnen de open deuren van zijn gezin.
”Bij de oprichting van het Gerecht van Eerste Aanleg in 1989 was ik reeds van de partij”, vertelt Lenaerts. Hij was de jongste van het toen twaalfkoppige college. Eén rechter per land was toen en is vandaag nog steeds de regel in beide colleges. Dat betekent dat er na de uitbreiding van de Europese Unie twee maal 25 rechters zetelen. Deze toename is duidelijk één van de minder bekende gevolgen van de Europese hereniging.
NUTTIGE
INFORMATIE
Url: www.curia.europa.eu

Het gesprek met Prof. Koen Lenaerts vormt één van de portretten in het boek Out of Belgium. U kan dit boek nog steeds aanschaffen. Klik daarvoor hier
|
|
|
DE ANATOMIE VAN HET EUROPEES (GE)RECHT
Laten we even verder teruggaan in de tijd, bijvoorbeeld naar Leuven, waar Lenaerts, na zijn kandidaturen in Namen volbracht te hebben, met de grootste onderscheiding en de gelukwensen van de examencommissie afstudeert als licentiaat in de rechten. Als bursaal trekt Lenaerts vervolgens naar de Universiteit van Harvard, waar hij de diploma’s van Master of Laws en Master in Public Administration behaalt. “Mijn aandacht voor het vergelijkend grondwettelijk recht ontstond in Leuven. Daar werd de kiem gezaaid voor mijn latere carrière. Die belangstelling evolueerde naar de studie van federale stelsels en meer bepaald dat van de VS. Van daaruit ben ik beginnen te reflecteren op de toen nog jonge Europese integratie. Eind jaren zeventig was Europa veel minder evident dan het vandaag de dag is.” Die interesse kreeg, terug in Leuven, begin jaren tachtig een weerslag in zijn doctoraat met een proefschrift dat de constitutionele rechtspraak van het Europese Hof van Justitie en het Amerikaanse Supreme Court vergelijkend analyseerde. Twintig jaar later pas beleefde Lenaerts zijn aha-erlebnis of culminatiepunt waar hij al twee decennia naar uitkeek: de realisatie van de Europese integratie inclusief een verdrag dat dezelfde functie dient te vervullen als een grondwet. “Dat ik daaraan bescheiden heb kunnen en mogen meewerken, geeft een groot gevoel van vervulling. Datgene waarvan ik twintig jaar eerder mijn examenjury moest overtuigen, was bij het begin van de eenentwintigste eeuw pan-Europees het voorwerp van debat.” Zelf wil hij zich niet als dusdanig omschrijven, doch noem Lenaerts gerust een visionair. De Europese microbe nestelde zich begin jaren ’80 diep en zou Lenaerts niet meer loslaten. Hij wordt op 29-jarige leeftijd professor aan de KU Leuven met, hoe kan het anders, de leeropdracht Europees Recht. Zeven jaar later is hij gewoon hoogleraar nadat hij in tussentijd ook visiting professor of law aan de Harvard University en professor aan het Europacollege in Brugge was. Tot op vandaag heeft Lenaerts de rang van buitengewoon hoogleraar en is hij directeur van het Instituut voor Europees Recht. En we schrijven dus 1989 wanneer Lenaerts oprichtingsrechter wordt van het Gerecht van Eerste Aanleg in Luxemburg. Dat bleef hij tot 2003, wanneer de termijn van Wathelet afliep en Lenaerts gevraagd werd om in de hoogste rechtsinstantie te zetelen. “Kandideren doe je daar niet voor”, vertelt hij. “De alternatie tussen de gemeenschappen speelde zeker een rol net als de achtereenvolgende stappen in mijn carrière. Een echte verrassing was het dus niet”. Lenaerts bekijkt zijn promotie erg nuchter: ”Aan het functioneren als Europees rechter verandert weinig. Het Gerecht van Eerste Aanleg is een uitsplitsing van wat het Hof vroeger allemaal alleen deed. Tot op het moment van de noodzakelijke splitsing, omdat de verscheidenheid en hoeveelheid van zaken toenam, vielen de instelling en het Hof gewoon samen. Vandaag zou men kunnen spreken over een hoger en lager rechtscollege maar dat wil ik toch nuanceren. In procedureel technische zin klopt dat wel maar in feite is er eerder een taakverdeling tussen het Hof en het Gerecht. Het Gerecht werkt onafhankelijk van het Hof, om de dubbele instantie te behouden. Het Hof oefent toezicht uit op de uitspraken van het Gerecht in geval van hogere voorziening. Daarnaast houdt het zich bezig met alle betwistingen tussen de instellingen van de Europese Unie, superviseert het de bevoegdheidsafbaking tussen de Unie en de lidstaten, waakt het over de naleving van het Europees recht door de lidstaten en voert het een dialoog met de nationale rechters om in geval van twijfel het Europese recht te duiden. Het Gerecht anderzijds, is belast met het toezicht op de legaliteit van het optreden van de administratie van de Unie naar burgers, ondernemers,... toe.”
STATENLOOS RECHT SPREKEN
Samen met Franklin Dehousse, zijn Waalse collega en opvolger bij het Gerecht, vormt Lenaerts de Belgische tandem binnen het overkoepelende Hof van Justitie: de Belgische aanwezigheid in de instelling eigenlijk. Beide landgenoten werken in het buitenland, al beperkt zich dat tot Belgiës meest naaste buurland Luxemburg. Zoals bepaalde landgenoten in verre oorden wel doen, denken ze er dan ook niet aan hun nationaliteit op te geven om bijvoorbeeld meer kans te maken om een bedrijf op te starten. Zich laten nationaliseren doen ze niet maar om hun werk naar behoren uit te voeren, zijn ze bij wijze van spreken statenloos of correcter: hun nationaliteit mag geen enkele invloed hebben bij het innemen van een standpunt. Koen Lenaerts: “Geheel ongebonden oordelen is onze taak. In die zin zijn we dus geen vertegenwoordigers van de staat. Wij worden wel voorgedragen door de regering zoals dat bij de Europese commissarissen het geval is, maar onze neutraliteit is nog nadrukkelijker omdat wij geen politieke activiteit uitoefenen. Wij functioneren in eer en geweten, in volstrekte geheimhouding en zonder instructies te vragen, te zoeken of te aanvaarden. De onafhankelijkheid is het sleutelbegrip in ons ambt.”
Kan er dan nooit belangenvermenging ontstaan? Als er bijvoorbeeld een conflict is tussen twee EU-landen, waaronder België? Volgens Lenaerts niet, al is de reden wel wat complexer dan het korte antwoord laat uitschijnen. “Ten eerste beslist men niets alleen; ten tweede moet men al zetelen om een zaak op te lossen. Er zijn immers verschillende formaties waarin rechters bij toerbeurt zetelen. De statuten van het Hof en het Gerecht bepalen dat rechters niet in functie van hun nationaliteit worden aangeduid om in een formatie te zetelen. Of ik al dan niet zetel hangt niet af van de vraag of België de zaak aanhangig heeft gemaakt of als verweerder optreedt. Als ik niet zetel ben ik buitenstaander want alleen de rechters die de pleidooien horen, mogen oordelen. Ten derde wordt er ook telkens een rechter-rapporteur aangesteld. Hij maakt de synthese van de argumentatie van partijen en wordt aangesteld door de voorzitter van het Hof, maar kan nooit komen uit een land dat direct betrokken is. Dit omdat rapporteren per definitie delicaat is.”
EUROPESE GRONDWET
Rechter en professor Koen Lenaerts is niet de man die wekelijks de media opzoekt maar vooral achter de schermen veel werk verzet. Zo schreef hij tijdens het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie (juli-december 2001) in de coulissen mee aan de zogenaamde Verklaring van Laken, het pronkstuk van het voorzitterschap. Daarin werden onder meer de plannen voor een Europese Conventie geopperd. Dat is een kader dat binnen het herenigde Europa het pad moest effenen voor een Europese grondwet. Ook binnen die Conventie was Lenaerts één van de inspirerende stemmen. Het belang van die grondwet kan geschiedkundig moeilijk overschat worden. Zij is er ondanks de vertraging vrij vlot gekomen. Koen Lenaerts: “Ook ik vind dat het snel is gegaan maar er was ook de nodige hoogdringendheid mee gemoeid, wilde men het uitgebreide Europa functioneel houden. Het gemeenschappelijk project was aan een update toe: een nieuw gezamenlijk concept waarrond Europa zich kan consolideren.” Met de grondwet behoort de Koude Oorlog volgens Lenaerts overduidelijk tot de verleden tijd. Dat de grondwet er zo snel gekomen is, is het gevolg van goede voorbereidingen. “Men heeft niet zoals sommigen dachten alles tabula rasa gemaakt. Van de grondwet die nu ter ratificatie op tafel ligt, is tachtig procent niets meer dan een redactioneel verbeterde versie van bestaande regels. De overige twintig procent omvat vernieuwingen: het functioneren van de instellingen, het versterken en optimaliseren van beleidsgebieden, de strijd tegen de georganiseerde misdaad, het migratie- en asielbeleid,... Allemaal punten waar wij Europeanen een ander en beter beleid verwachten. Als je de grondwet vergelijkt met het huidige recht dan zie je dat het uitgerekend in die gebieden is waar er meer van Europa verwacht wordt, dat er stappen vooruit worden gezet.”
Europese burgers stellen zich vandaag de vraag: De Europese grondwet, moeten we daar nu voor zijn? Ja of neen? Voor Lenaerts is het belangrijk dat de vraag goed begrepen wordt, namelijk of de burgers de grondwet of het huidige recht verkiezen. “Als je een referendum zou hebben, moet je niet de vraag stellen: Ben je voor de ratificatie van de grondwet? Je zou moeten vragen: Kiest u als grondslag van de Europese Unie de grondwet of kiest u voor het geheel van huidige verdragen en teksten? De mensen schijnen te vergeten dat het neen zeggen tegen de grondwet niet het neen zeggen is tegen de Europese Unie want dat engagement is onomkeerbaar genomen. Negatief antwoorden zou betekenen: aanmodderen met wat nu bestaat, meer bepaald de historisch, in verscheiden slagorde, ontstane complexe, onoverzichtelijke en niet-transparante verdragen en pijlers van vandaag. Wie zegt dat men de grondwet graag nog wat ambitieuzer en functioneler gezien had, antwoordt ook niet op de vraag, hoewel ik hen zeker wil bijtreden. Ik zou bijna durven zeggen dat precies diegenen die negatief staan tegenover Europa, moeten blij zijn met de grondwet. De Eurosceptici moeten de grondwet goedkeuren want er worden meer stappen gezet in termen van democratie. Het zijn de eurofanatici die kunnen zeggen dat het hen niet ver genoeg gaat, maar zij zitten dan natuurlijk ook in gewetensnood want het huidige scala aan teksten is nog minder perfect. De grondwet zal dus geen radicale breuk met het verleden of een totaal andere Unie betekenen. Neen, het bestaande wordt efficiënter, democratischer en meer conform met de beginselen van een rechtsstaat gemaakt. Wie kritiek heeft op Europa, zou de Europese grondwet moeten omarmen als een reddingsboei en zeggen: at the very least that!”
GEEN KAMERGELEERDE
Koen Lenaerts is geen kamergeleerde. Hij bekijkt het recht niet zoals bepaalde architecten het ideale beeld dromen en uitbeelden tegen het witte vlak van hun tekentafel, om naderhand te merken dat ze een onbetaalbaar concept tekenden. Een blueprint par excellence laten uitdenken door enkele wijzen heeft volgens de professor geen toekomst. De grondwet moet vervlochten blijven met de samenleving waarvan zij de structuur moet bepalen. En die is in Europa nu eenmaal heel divers. Het motto Eenheid in verscheidenheid is de kern van zijn verhaal, zowel professioneel als in gezinsverband. Lenaerts is net vijftig geworden en kijkt zoals velen even terug. “Mijn professionele loopbaan was slechts mogelijk omdat ik persoonlijk en familiaal zeer goed zit. Mijn echtgenote, met wie ik 25 jaar gelukkig samen ben, en ik hebben zes dochters. De oudsten beëindigen reeds hun universitaire studies. Zij beleefden hun kinderjaren in het internationale Luxemburg. We ervaren het als een verrijking dat zij daar mochten opgroeien tussen kinderen van diverse taalachtergronden, raciale origines en godsdiensten of de afwezigheid ervan. Ofschoon het allemaal meisjes zijn, en men dus een zekere uniformiteit zou verwachten, is er toch een gezonde diversiteit. En eenheid in verscheidenheid is niet enkel het motto van Europa, maar ook binnen ons gezin!
Koen Van der Schaeghe
Publicatiedatum: 21/03/05
|