
DE PASSIE VAN
MODERNE ZENDELINGEN
VLAAMS KOPPEL BOUWT AAN NIEUW MOZAMBIQUE
De
wendingen die het leven neemt zijn soms verrassend. Een Vlaams koppel
dat Mozambikaans wordt, is niet alledaags. Neen, niet Mozambikaans
op hun paspoort, maar wel in denken, zijn en doen. Het universum
van het gezin Collier ligt in Zuidoost-Afrika, langs de Indische
Oceaan. Eerst was er een diplomatiek avontuur op het zwarte continent.
Dan kwam het zelfgebouwde huis aan het strand van Mozambique. En
tot (voorlopig) slot is er het Catembe Gallery Hotel met Koen aan
de leiding en parallel hiermee vrouwondersteunende acties in de
rurale gebieden die Edda voor haar rekening neemt. Met als toetje
een wildpark van 7.000 ha. Als geen ander weten Koen en Edda, allebei
veertig, op natuurlijke wijze de psychologie van de heersende Mozambikaanse
klasse te doorgronden om zodoende de juiste weg voor zichzelf en
het land uit te stippelen. De voormalige Portugese kolonie heeft
voor de Colliers heel wat moois in petto. En dan hebben we het over
meer dan turkooisblauwe wateren en hagelwit zand.
Cultuur
als rode draad
Tijdens ons gesprek zou ik meermaals de wenkbrauwen fronsen. De
verwezenlijkingen van Koen en Edda zijn dan ook niet min en met
hun duurzame aanpak bekleden zij een internationale voorbeeldfunctie.
Geen sant in eigen land, maar wel lovende kritieken in de New
York Times. De Colliers leggen zich toe op dingen die er echt
toe doen en zijn ambitieus in de bijdrage die ze willen leveren
aan de wereld om zich heen. Beginnen doen we natuurlijk met een
terugblik. Koen is handelsingenieur van opleiding en Edda heeft
diploma’s rechten, antropologie en geschiedenis. Koen: “Mijn
ingenieursstudie wil ik in heel mijn verhaal allerminst onderschatten.
Ze biedt een erg stevige basis en je kan er vele richtingen mee
uit. Als student in Brussel zette ik naast enkele vastgoedtransacties
al kleine bedrijfjes op voor export naar Amerika en Mexico. Toen
ik wist dat ik voor de Verenigde Naties naar Afrika kon, restten
mij nog tien maanden vrije tijd. Ik ben gaan reizen, dwars doorheen
West-Afrika en ruilde er alles wat ik bij me had voor lokale kunstobjecten.”
De jonge ondernemer trotseerde het onbekende intuïtief en
met durf. “Terug in Brussel wou ik mijn Afrikaanse objecten
aan de man brengen op de Zavel, maar daar duldden de lokale heerschappen
helaas geen buitenstaanders. Misschien was dat wel mijn geluk,
want ik besloot dan maar om mijn boeltje naar New York te verschepen,
waar ik wel succes kende. Ik deed zaken, maar leerde ook ontzettend
veel inzake kunst. Deze ervaring gaf me artistieke vleugels en
kunst zou een rode draad vormen in mijn leven.”
In januari ’96 vertrokken we dan allebei in opdracht van
de VN naar diverse landen in Afrika. Edda voor UNIFEM, dat het
economische en politieke zeggenschap van vrouwen in ontwikkelingslanden
bevordert. Ikzelf voor UNIDO ofte United Nations Industrial Development
Organisation, die als doel het promoten en versnellen van de industriële
ontwikkeling in ontwikkelingslanden heeft. We kwamen onder meer
in Mozambique terecht in 1997 en dat vonden we allebei een erg
leuk land. De fascinatie voor Portugeessprekend Afrika groeide
en de immense taal- en cultuurkloof raakte opgelost. Als eerste
wuifde ik de diplomatenwereld vaarwel en focuste mij terug op
het ondernemerschap, mijn eerste natuur”, vertelt onze discrete
landgenoot.
Maria Mutola
“Ik had reeds de plannen, de mogelijkheden kwamen mij ter
ore en ik bouwde al gauw ons eigen huis op het strand. Dat Mozambique
niet het meest voor de hand liggende land was, is een understatement.
Maar wou je tien jaar geleden in het toerisme of de zakenwereld
nog van nul beginnen, wou je nog dromen, dan was Mozambique ideaal.
Het is een nieuw land. Wij hebben het oude Mozambique nog leren
kennen, toen het nieuwe boven de doopvont werd gehouden. Het werd
dan wel onafhankelijk in 1975, wanneer de Portugezen, na de Anjerrevolutie
in eigen land, manu militari hun kolonie verlieten, maar de nieuwe
leiders zetten zich op het spoor van de Sovjetunie. Pas in ’90
werd de marxistische ideologie verworpen, in ’92 een vredesakkoord
ondertekend en in ’94 vonden vrije verkiezingen plaats.
Vooraleer bedrijven in het nieuwe land geloofden, duurde het nog
even.”
Vandaag biedt het land met een Portugese en Latijnse achtergrond
heel wat mogelijkheden. De hoofdstad Maputo is terug de levendige
en bruisende metropool van weleer. In de tijd dat Mozambique nog
bij Portugal hoorde, heette de hoofdstad Lorenzo Marques. En ooit
was dit een mondaine en belangrijke havenstad, die Kaapstad het
nakijken gaf. Met haar bijna 2.700 km lange strand, wit zand,
aangenaam klimaat, tropische eilanden en Braziliaans getinte cultuur,
is Mozambique een droombestemming”, vertrouwt Koen me toe.
Hun huis waren Koen en Edda al gauw weer kwijt. “Na haar
overwinning op de Olympische Spelen in Sydney, de eerste en enigste
Mozambikaanse tot dusver, toerde Maria Mutola drie weken als een
heldin door het land. Haar oog viel op ons huis, dat eigenlijk
niet te koop was. Na drie maanden, een erg goed bod en het persoonlijk
aandringen van toenmalig president Joaquin Chissano gingen we
uiteindelijk toch door de knieën.”
Badend
in de kunst
Het bevlogen diplomatenkoppel treurde echter niet en intussen
stootten ze op de ruïnes van een oude pousada op het strand.
Koen en Edda’s leven zou nogmaals een nieuwe wending nemen.
“Het pand bevindt zich op de rechteroever van Delagoa Bay,
recht tegenover en met een prachtig zicht op de hoofdstad Maputo.
De plannen voor een hotel kregen vorm. Om zo dicht mogelijk bij
de zaak te wonen, bouwden we twee penthouses op het hotel. We
introduceerden het boutique hotel-concept in Mozambique: bijna
de totale inrichting bestaat uit kunst, het is één
galerie.” Kunst en ondernemerschap, ze beïnvloeden
elkaar bij Koen en Edda. Mozambique telt heel wat getalenteerde
maar onbekende kunstenaars die een platform missen. “Lokale
kunstenaars kunnen onmogelijk op eigen houtje een vernissage houden,
laat staan de gasten een glas wijn aanbieden. Aan het optimaliseren
van die randvoorwaarden dragen wij graag bij. Als wij iets zakelijk
zinvols kunnen koppelen aan een bijdrage tot de lokale gemeenschap,
maakt dat de inspanning veel duurzamer en leuker.” Sociaal
ondernemen heet dat in vaktermen, dat niet enkel in financieel,
maar ook in maatschappelijk rendement wordt uitgedrukt. Alles
wat loshangt in het hotel is te koop. De toeristen vinden dat
heel erg leuk. Wie de kunstenaar wil ontmoeten, kan hem of haar
ook uitnodigen voor een lunch of diner. Dat geeft het kunstwerk
een persoonlijke touch.”
Het gaat zelfs nog verder voor Koen: “Minder bemiddelde
buitenlandse kunstenaars mogen ook gratis logeren in het hotel.
Als wederdienst vragen we hen een workshop te houden met een lokale
schilder, beeldhouwer of zanger. Uit die samenwerking en ideeënbestuiving
ontspruit vaak een prachtig kunstwerk. Dit wordt dan niet verkocht,
maar in het hotel opgehangen. Anderen zoeken vrijwillig de synergie
met lokale kunstenaars op. Zo gaf bijvoorbeeld Stef Bos enkele
optredens met lokale artiesten ten beste. In de toekomst willen
we dit concept naar diverse landen uitvoeren, voornamelijk in
de ontwikkelingswereld. Naar de minst toegankelijke landen, met
vaak wél de mooiste stranden”, lacht Koen die na
tien jaar wel weet hoe respectvol te ondernemen.
“Wat wij doen is nog steeds vrij nieuw in Mozambique. De
Wereldbank omschreef Mozambique als één van de moeilijkste
landen om zaken te doen. Ik moet dus mensen overtuigen, op grond
van mijn ervaring en kennis in Mozambique.” De samenwerking
met de Mozambikaanse overheid ontkiemde toen hij diplomaat was
en groeide toen het gezin er zich permanent vestigde. “Aanvankelijk
aanvaardden de machthebbers geen initiatief want overheerste het
communistische gedachtegoed. Maar ik was diplomaat en als ik naar
de minister belde, kon ik ’s anderendaags een vergadering
hebben. Ik was dan ook geen bedelaar, maar een donor en mocht
projecten voor hem verwezenlijken.” Koen en Edda weten zich
verbonden met deze cultuur van verborgen regels. Zij kennen intussen
de ingrediënten van het erg gecultiveerde recept. “Mozambique
hanteert een ongeschreven handvest. Kom je als diplomaat of zakenman
en blijf je in een ivoren toren zitten of ben je na enkele jaren
alweer weg, dan versta je de cultuur niet echt. Het zakendoen
is gebaseerd op vrienden,respect en vertrouwen. Wie denkt in functie
van de vooruitgang van het land kan veel realiseren.”
Bazaruto, Quirimba en Transfrontier 
“De voormalige Portugese kolonie is wereldwijd de grootste
toeristische groeibestemming sinds 2005. Het is er voor durvers
echt hét uitgelezen moment om iets op te zetten, maar je
moet wel weten hoe, anders loop je dus met je hoofd tegen de muur.
Een groot casino resort uit Las Vegas bijvoorbeeld, met activiteiten
in Zuid-Afrika, probeert al drie jaar tevergeefs voet aan wal
krijgen. Eens de multinationals daarin slagen, volgt gegarandeerd
een toeristische explosie. Ik ben benieuwd in welke richting ons
dat zal duwen, want dan zijn wij opnieuw kleine garnalen. Voor
de overheid is het een moeilijk staaltje van balanceren. Enerzijds
is het toerisme een belangrijke economische steunpilaar en willen
ze die verder ontwikkelen, anderzijds willen ze die ook afstoten:
de regering wil kleinschalige lodges ontwikkelen in plaats van
grote hotelconcepten te bouwen in ecologisch gevoelige zones.
Voorbeelden zijn de Archipel van Bazaruto, een krans van vijf
schitterende eilanden en de ongerepte Quirimba-archipel. Deze
laatste, met 32 eilanden in totaal, is de meest idyllische plaats
die ik ooit zag, een ware frivoliteit van de natuur. Filmsterren
waren er trendsetters, het grote publiek volgt. Tot voor enkele
jaren kon je zo’n eilandje krijgen, maar vandaag moet je
miljoenen dollars neertellen. Een deel van de archipel is intussen
ook uitgeroepen tot beschermd gebied. Wie de spaarcenten heeft,
kan misschien nog een eiland kopen, maar nooit zomaar: een goed
project in samenwerking met de lokale bevolking en het behouden
van de ecologische integriteit zijn absolute voorwaarden.”
Deze aanpak is een originele aanklacht tegen het westerse toerismebeleid
dat Mozambique’s zuidelijke buur in haar macht heeft. “De
voormalige Portugese kolonie zal haar exclusieve eilanden niet
zomaar te grabbel gooien aan zogenaamde bananentoeristen, Zuid-Afrikanen
die hun rijke leventje naar hun noorderburen willen transponeren.
Ze gaan op stap met hun aanhangwagen en nemen alles mee van thuis,
vervuilen de stranden en kopen alleen bananen. Vandaar de naam.
Mozambique gaat prat op haar authentieke karakter en wil geen
reuze camping of Afrikaanse Costa del Sol worden.”
Doch, wie het ongeschreven handvest begrijpt en geen commercialiseringproces
voor ogen heeft, kan het onmogelijke verwezenlijken. Voor menig
Europeaan is het een wensdroom, maar het Vlaamse koppel werkte
hard tussen droom en daad. “In het Great Limpopo Transfortier
Park (een omvangrijk wildpark geboren uit het samensmelten van
het befaamde Kruger Park in Zuid-Afrika met beschermde natuurgebieden
in Mozambique en Zimbabwe) kreeg ik, vooraleer er één
concessie werd toegekend, voorkeurrecht op 7.000 ha Afrikaanse
aarde. Je kan dat niet kopen, maar moet dat krijgen en wel op
een legale manier. Het moet je dus gegund worden. We hebben deze
grond, moeten er wel iets mee doen om speculatie tegen te gaan.
Ik kan er bij wijze van spreken mijn eigen leeuwenkolonie houden.
Maar ik start er projecten op in samenwerking met lokale mensen.
Momenteel richt ik mij op game breeding, het kweken van wilde
dieren. Tijdens de oorlogsjaren werd er immers veel op groot wild
gejaagd en verkleinde het wildbestand omdat het leger en de dorpelingen
het vlees als voedsel gebruikte.” Koen is ook erg betrokken
bij het natuurbehoud van het Maputo Special Reserve, ook bekend
als Olifantenreservaat, op circa 50km van zijn hotel. “Het
is een erg exclusief gebied, met een grote diversiteit, waar vandaag
zo’n 400 olifanten leven. Het is gelegen langs de Indische
Oceaan, met de tweede hoogste duinen ter wereld en een purperblauwe
zee. Op zo’n duin zie je langs de ene kant het grootste
landzoogdier, de olifant en aan de andere zijde het grootste zeezoogdier,
de walvis. Hoe moet je dat omschrijven? Als de tuin van Eden misschien.
Ik ga er geregeld zwemmen met de kinderen tussen 80 dolfijnen.
De natuur is spectaculair, nog ongerept. Het is een locatie voor
kenners en hopelijk blijft dat zo”, lacht Koen
Edda’s
vorming van Mozambikaanse vrouwen
Dat Koen en Edda heel wat lokale vrienden hebben, is niet in het
minst de verdienste van Edda. Op basis van traditionele Mozambikaanse
waarden werkt ze vol overgave als antropologe met vrouwenorganisaties
op alle niveaus. “De cultuur is typisch Afrikaans, dus macho,
maar in Mozambique hebben vrouwen toch een bepaalde plaats. De
diepgaande ongelijkheid wordt stap voor stap opgelost. In West-Europa
zou ik een eerder academische job hebben, terwijl ik nu in de
Afrikaanse praktijk kan werken. Dat geeft toch een ander gevoel.
Mijlenver van de hoofdstad Maputo werk ik in dorpen waar de bevolking
sinds de onafhankelijk geen blanke zag. In heel afgelegen gebieden
verwelkomt men mij vaak met lokale dansen en authentieke maskers.
Toen ik in Chiuta in de provincie Tete (in de buurt van Malawi)
eens vroeg van wanneer de maskers dateerden, antwoordden ze na
lang nadenken, dat het van 1937 moet zijn. Echt cultureel erfgoed
dus en een deel van hun identiteit. Helaas ontbreekt er een beleid
voor cultuurbehoud en mag je zeker zijn dat deze stukken binnen
afzienbare tijd in buitenlandse handen terecht komen. In hun ogen
krijgen zij er als onwetende bevolking veel geld voor, terwijl
de koper (lees: kunsthandelaar) er een veelvoud aan verdient.
Culturele rijkdom krijgt hierdoor een wrang en dubieus smaakje.
Wij proberen de minister van cultuur te overtuigen van het belang
om deze waardevolle kunstwerken in eigen land te beschermen. Het
is gewoon een feit dat ook in Mozambique de wereld het jongste
decennium snel kleiner wordt. Binnen tien jaar zullen dergelijke
vertoningen met tribale voorwerpen ondenkbaar zijn.”
Mozambique is niet weinig progressief en Edda kan dan ook verder
kijken dan het puur narratieve, met name het werken aan de mentale
weerbaarheid van vrouwen. De constructie van een identiteit en
gedragsverandering zijn prioritair. Gendergelijkheid staat momenteel
hoog op de agenda in Mozambique. Meer solidariteit tussen man
en vrouw zal leiden tot evenwichtigere krachtsverhoudingen. De
rol van de vrouw in de heropbouw van een door oorlog geteisterd
land bijvoorbeeld wordt vaak onderschat. Door een diepgaande dialoog
moet ieders stem gehoord worden. Daarom steken we heel wat energie
in de voorlichting van burgers inzake rechten en plichten, in
sensibilisatie van de man ook. We gaan complexe onderwerpen niet
uit de weg.”
Edda spreekt op het lokale niveau, in de kleine gemeenschappen
over bijvoorbeeld de inplanting van een waterput of het verharden
van wegen. “Daaromtrent discussies los krijgen in kleine
vrouwengemeenschappen vind ik erg interessant. Als antenne sein
ik de behoeften van de lokale, maar gediversifieerde gemeenschappen
door naar de provincie tot op uiteindelijk het ministeriële
niveau. Ik word ook geregeld aangezocht door diverse ministeries
om hen te helpen met het definiëren van een beleid voor gendergelijkheid.
Ik stel vast dat als je op het veld gebaseerde aanbevelingen doet
op het hoogste politieke niveau, de respons in alle geledingen
positief is.” Als het aan Edda ligt, zullen er meer van
dergelijke projecten volgen. Haar maatschappelijke verdiensten
zijn echter nu al enorm. Net zoals een groot huis gebouwd wordt
met kleine stenen, bestaat een groot land uit kleine entiteiten,
met ieder zijn kenmerken. Dat weten de Colliers als geen ander.
Topografen van een wedergeboorte
Als lid van de board of directors van de Mozambikaanse hotelassociatie
geldt Koen als een belangrijk man voor het Mozambikaanse toerisme.
De zakenvrienden van toen zijn vandaag hoge functionarissen of
ministers. Zonder zijn Europese entiteit te verloochenen benaderde
de Vlaamse ingenieur de Mozambikaanse. samenleving op een krachtige
en onafhankelijke manier. “Als associatie hebben wij een
budget om het land vooruit te helpen en het toeristisch bureau
als een bedrijf te managen. De minister van toerisme staat heel
erg dicht bij ons. Ministeriële beslissingen aangaande toerisme,
worden altijd met ons besproken. Dat geeft uiteraard wat mogelijkheden.
Als hotelassociatie proberen wij het toerisme op een hoger niveau
te brengen. Tot voor kort werd het aantal toegekende hotelsterren
mede bepaald door het aantal kamers. Voor een viersterrenhotel
moest je bijvoorbeeld minstens 200 kamers hebben. Eens ze die
misvatting inzagen, sloeg men vlugger de weg in van de exclusieve
lodges. Wij kijken er ook op toe dat nieuwe hotels op een ecologische
verantwoorde manier worden uitgebaat. We leren uit de fouten van
het verleden en onze buren”, vertelt Koen, doelend op Zuid-Afrika.
Naast het boutique hotel werkt Koen met zijn hoteluitbreiding
als eerste in Mozambique rond het opzetten van ‘toeristisch
vastgoed’. Het plan is de uitbreiding van het hotel met
76 eenheden, waarvan 40 kamers maar ook 26 appartementen en 10
dakappartementen. Deze laatsten worden op plan in sectie of fractie
verkocht en geven een goed rendement aan de kopers. “Het
is een win-winsituatie waardoor het hotel de bouw kan bekostigen
met overbruggingsleningen. Voor Mozambique, waar het afsluiten
van een lening een groot knelpunt is, is dit een noodzaak. Met
de huidige opportuniteiten, zou een geëngageerde financiële
sector ons vleugels kunnen geven, maar ja, dat zou Afrika niet
zijn”, lacht Koen.
Koen en Edda zijn richtingaanwijzers en meesterlijke topografen
van de Mozambikaanse wedergeboorte. Het is een natie onderweg
met grote contrasten. Hun welwillendheid en verlangen om bakens
te verzetten, gedijt erg goed tegen deze achtergrond. Het zijn
moderne zendelingen, geen predikanten of dromers, maar deskundige
idealisten die Mozambikaanse kunstenaars en vrouwen leren uit
te gaan van hun eigen kracht en macht. Hij als ondernemer en conservator
en wildparkbeheerder en zij met een mateloze inzet voor de dorpelingen.
Wie doet wat Koen en Edda doen en olifanten in de achtertuin heeft
lopen, wordt in België al snel als extravagant beschouwd.
Daarom geven ze weinig interviews en zullen ze lofbetuigingen
vaker wegwuiven dan ontvangen. Niet dat ze ook maar één
iets vanzelfsprekend vinden.
Twee families
Koen en Edda gaven niet enkel hun eigen leven een andere wending.
Ook het leven van hun kroost is heel on-Belgisch. Hun maatschappelijk
engagement is mooi gemixt met hun persoonlijke leven. “Onze
kinderen zijn in Afrika geboren: de twee meisjes – Yasmine
en Josephine, een tweeling van 4 jaar - gaan naar de Engelstalige
school en de jongens – Benjamin is 8 en Maxim is 6 - naar
de Portugese school. En twee keer per week gaan ze alle vier naar
de Nederlandse les. Ze hebben er Vlaamse en Nederlandse vriendjes.
Het hele familiegebeuren is trouwens anders in Mozambique. Toen
Benjamin, onze oudste zoon, geboren werd in Maputo, gaven we een
traditioneel naamfeest. Een vriend van ons, ook Benjamin genaamd,
sprak tot de voorouders om te vragen of zijn naam mocht doorgegeven
worden aan onze zoon. In Afrika zijn familiebanden heel sterk:
onze kinderen en zijn kinderen zijn nu broers en zussen. Wij zijn
wat men noemt compadres. Onlangs huwde zijn dochter en koos ons
als peetouders van het huwelijk. Als je dan weet dat de peetouders
de belangrijkste mensen van het feest zijn, niet de ouders maar
wij zaten aan de hoofdtafel, dan betekent dat toch iets. Wij hebben
dus een familie in Mozambique en één in België.
Wij worden ook niet aanzien als buitenlanders. Onze kinderen zijn
in Afrika geboren en hebben nooit anders geweten. Wij zijn Belgen,
maar ook Mozambikanen.”
Koen Van der
Schaeghe
Publicatiedatum:
10/07/07
|